Bijdrage Ouwehand Debat over de uitkomsten van de Europese Top van 15 en 16 december 2016


20 december 2016

Voorzitter,

Op 6 april vond een landelijk referendum plaats over de vraag of de Nederlandse kiezer instemt met een vrijhandelsakkoord met Oekraïne, het meest corrupte land van Europa. Het antwoord was overtuigend "nee". Een ruime meerderheid hier beloofde die keuze te respecteren. Het verdrag moest van tafel, zo vond een ruime meerderheid van de partijen. Ik noem met name nog even D66 en GroenLinks. De minister-president beloofde te komen met een intrekkingswet als aan de inhoudelijke bezwaren niet tegemoet zou kunnen worden gekomen. Die belofte was opmerkelijk, want de minister-president had geen enkel idee wat die inhoudelijke bezwaren precies waren. De kiezer had zich immers over niets anders uitgesproken dan over een eenvoudige vraag, te weten: "Bent u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne?" Op die eenvoudige vraag gaven de kiezers een meer dan helder antwoord: 61% zei "tegen".

Dat was glashelder, maar desondanks besloot het kabinet te gaan vissen in troebel water. Hadden de kiezers niet eigenlijk nee gezegd tegen Brussel? Waren de kiezers eigenlijk niet om de tuin geleid door de initiatiefnemers? Waren de kiezers inhoudelijk wel genoeg op de hoogte van de inhoud van het verdrag? Het antwoord daarop kregen we van het Nationaal Referendum Onderzoek van de universiteit Nijmegen. Daaruit bleek dat kiezers heel goed wisten waar zij nee tegen zeiden. Zij wilden geen samenwerking met het meest corrupte land van Europa.

De minister-president komt nu met een juridisch bindende verklaring waarvan zelfs de landsadvocaat zegt dat die op geen enkel punt samenhangt met de inhoud van het door de kiezers afgewezen associatieverdrag. Het kabinet heeft een aantal denkbeeldige bezwaren verzonnen en denkt nu met een aanhangsel bij het verdrag alsnog ratificatie van het verdrag door het parlement te loodsen. In die opzichtige tactiek zijn D66 en GroenLinks inmiddels door de bocht, net als de Partij van de Arbeid. Hun klare taal over het respecteren van de uitslag is uitgemond in zwakke knieën.

De Partij voor de Dieren blijft zeggen dat wij niet geassocieerd willen worden met het meest corrupte land van Europa, dat een achterdeur vormt voor de import van Oekraïense legbatterij-eieren en Oekraïens varkensvlees en daarmee de doodsteek vormt voor de Nederlandse boeren.

Dit is niet het enige punt waarop de burger bezwaar maakt tegen de Europese besluitvorming. In 2009 hebben de Europese lidstaten afgesproken om gevaarlijke gifstoffen van de markt te halen: hormoonverstorende stoffen die autisme en kanker kunnen veroorzaken. De Europese Commissie lapte die afspraak aan haar laars. Vertragen, traineren, afzwakken van de voorstellen en dan doen alsof je wel je eigen afspraken nakomt: een herkenbaar patroon. Dat gebeurde niet open en transparant, zodat wij kunnen controleren en bijsturen. Nee, alles ging in het geniep. Doordat er nu documenten zijn gelekt, weten we hoe de vork in de steel zit. Terwijl aan de burgers wordt verteld dat de Europese Unie hen volgens afspraak zal beschermen tegen hormoonverstorende stoffen, zegt Brussel in de achterkamertjes tegen Canada en Amerika: nee hoor, maak je geen zorgen, de handelsverdragen die we met jullie willen sluiten, komen niet in gevaar. Nu dat is uitgelekt, heeft Brussel voorgesteld om dat afgezwakte voorstel heel snel alsnog in stemming te brengen. We hebben gisteravond een brief van het kabinet daarover gekregen. De stemmingen zijn acuut; ze vinden morgen plaats. Ze gaan over een voorstel dat niet doet wat is beloofd, en het kabinet is van plan om daarmee in te stemmen. Omdat er geen andere manier is om deze opzichtige tactiek van de Europese Commissie volgens parlementaire gebruiken goed te kunnen controleren, dien ik in tweede termijn een motie in over een onderwerp dat vanavond niet staat geagendeerd maar wel degelijk morgen tot besluitvorming in Brussel leidt. We willen dat het kabinet tegen het voorstel van de hormoonverstorende stoffen stemt.

Dank u wel voorzitter.

----------------

Beantwoording van het Kabinet, eerste termijn

Minister Rutte:
Voorzitter. Duitsland treurt. Wij treuren met ons buurland mee. Ik vind het bijzonder dat de Duitse ambassadeur hier vanavond aanwezig is. Ik heb gisteren mijn Duitse collega, Angela Merkel, onze Nederlandse condoleances overgebracht en haar ook alle hulp toegezegd. Het is ronduit verschrikkelijk wat er gisteren is gebeurd. We zijn allemaal zeer geschokt en leven zeer met Duitsland mee. Ik was blij om te horen dat er nog een herdenking zal plaatsvinden in de Tweede Kamer, waarin er uitgebreider bij zal worden stilgestaan.

Het hoofdonderwerp van vanavond is de vraag hoe we verdergaan met het associatieakkoord met Oekraïne. Ik wil nog eens kort zeggen waarom de regering hier doet wat zij doet. Wij hebben te maken met een raadplegend referendum. Meteen na de uitslag heb ik gezegd dat de uitslag gevolgen moet hebben; het kan niet zo zijn dat we zomaar doorgaan met ratificatie. We hebben ons beraden op de vraag hoe om te gaan met die uitslag. Er zijn verschillende mogelijkheden. Je kunt besluiten om de uitslag ongewijzigd over te nemen, je kunt hem naast je neerleggen of je kunt bekijken of je de uitslag inhoudelijk kunt adresseren. Uiteindelijk hebben we besloten om dat laatste te doen. Het is namelijk de overtuiging van de regering, van mij persoonlijk, dat we ons dezer dagen niet de luxe kunnen veroorloven om Rusland cadeautjes te geven. Het zou een groot cadeau voor Rusland zijn als Nederland zou besluiten om de Europese eenheid tegenover Rusland te doorbreken door het associatieakkoord te verwerpen. Dat was de inhoudelijke overtuiging van het kabinet om op zoek te gaan naar een inhoudelijk antwoord op de nee-stem. Dat heeft geleid tot het juridisch bindende besluit van de staatshoofden en regeringsleiders dat afgelopen donderdag is genomen.

Ik zie de heer Van Bommel bij de interruptiemicrofoon staan. Voorzitter, als u het mij toestaat maak ik de inleiding even af. Dan kan de heer Van Bommel mij de hele verdere avond interrumperen.

Met dit besluit is de nee-stem dus niet genegeerd. Ik zeg dat ook in de richting van de heer Segers, die beweerde dat dat wel het geval was. Ik ben het daar fundamenteel mee oneens. De nee-stem is niet genegeerd. De nee-stem heeft een inhoudelijk antwoord gekregen, precies zoals dat ook mogelijk is binnen de regels voor het raadplegend referendum die hierbij golden: je kunt de uitslag overnemen, je kunt hem helemaal negeren of je kunt proberen er inhoudelijk en verstandig mee om te gaan. Dat zijn de keuzemogelijkheden. Er is geen automatisme bij de Tijdelijke referendumwet; die gaat over het raadplegend referendum.

Waarom is dat zo essentieel? Omdat hierbij nog een ander belang speelde. Dat andere belang heeft er uiteindelijk mee te maken dat Nederland is ingebed in de Europese samenwerking. Die gaat voor de VVD natuurlijk vooral over markt, banen en succesvol handel drijven met elkaar, maar zij biedt ook collectieve veiligheid voor een klein land als Nederland met zijn grote welvaart. Als er grote geopolitieke vraagstukken op het spel staan, moeten we er dus heel goed over nadenken of we die Europese eenheid willen schaden. Zulke grote vraagstukken staan op het spel, gelet op de Russische opstelling voor 6 april maar in versterkte mate ook in de afgelopen maanden, ten aanzien van het Minsk-proces, maar ook als het gaat om het toenemend zich bemoeien met de situatie in Oost-Oekraïne, de bezetting van de Krim, het plaatsen van raketten tussen Litouwen en Polen en het schenden van het NAVO-luchtruim. Als we naar al deze dingen kijken, kan Nederland het zich simpelweg niet veroorloven om te zeggen: wij schaden de Europese eenheid. En ja, ik heb het vaker gezegd: als ik er electoraal naar had gekeken, dan had ik ook wel geweten wat ik had gedaan. Dan was het: nee is nee. Electoraal was dat misschien de handigste keuze geweest, maar als minister-president heb ik niet de luxe om alleen naar het partijbelang te kijken. Ik moet hierbij in de eerste plaats altijd het landsbelang boven het partijbelang stellen. Ik meen dat wij dat hier gedaan hebben. Ik zal dat ook uitleggen en verdedigen in de verdere beantwoording.

[...]

Ik kom nu op een paar vragen die niet meer over Oekraïne gaan. Ik meen hiermee alle vragen over Oekraïne te hebben beantwoord, maar ik kijk even rond om te zien of dat ook door de Kamerleden zo wordt gevoeld.

[...]

Ik probeer in dit debat echt in te gaan op de Europese Raad. Ik wil voorkomen — tenzij de Kamer dat wil, maar dan zouden we daar samen over moeten praten — dat dit een algemeen vragenuur wordt, een soort Prime Minister's Question Time. Dat is het niet. Het is een debat over de terugkoppeling van de Europese Raad. Daar heb ik me op voorbereid. Ik heb dit antwoord echt niet paraat. Dat geldt ook voor de hormoonverstorende stoffen, zeg ik tegen mevrouw Ouwehand, die ik naar de interruptiemicrofoon zie lopen. Ik wist niet eens dat die bestonden, dus ook dat antwoord heb ik niet paraat. Dit vind ik echt een principieel punt. Anders moeten we daar met elkaar over praten. Ik bereid me voor op een debat. Dat doe ik in de volle breedte, want het gaat over heel veel onderwerpen, maar de afspraken met Mali of de hormoonverstorende stoffen zaten daar niet bij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik kan mij goed voorstellen dat de minister-president zich niet heeft voorbereid op de kwestie van de hormoonverstorende stoffen. Dat snap ik, maar het is wel een probleem, want er wordt morgen over gestemd. Dat is halsoverkop gegaan. De Kamer is gisteravond door het kabinet geïnformeerd over wat het kabinet van plan is. Daar heeft de Kamer niet over kunnen spreken. Is de minister-president, net als de Partij voor de Dieren, van mening dat dit wel zou moeten en dat het minstens op z'n plek is om een parlementair voorbehoud aan te kondigen in die halsoverkop aangekondigde stemming van morgen?

Minister Rutte:
Ik herhaal mijn vorige antwoord. Ik heb me op dit onderwerp echt niet voorbereid, dus ik kan daar geen zinnig woord over zeggen, echt niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik doe toch een beroep op de flexibiliteit van de minister-president. Bij Europese besluiten is het heel vaak zo dat we het kabinet wel het een en ander kunnen verwijten, want ofwel we zijn te vroeg, te vroeg, te vroeg met een voorstel voor een bepaald standpunt, ofwel we zijn te laat, want dan zijn er ineens stemmingen. In dit geval heeft de Europese Commissie dit voorstel heel snel voor stemming geagendeerd. Daar kon het kabinet niet zo veel aan doen en het heeft ons gisteravond op zich netjes geïnformeerd. Het kan echter niet zo zijn dat een voorstel waardoor het lidstaten vrijwel onmogelijk wordt gemaakt om potentieel kankerverwekkende stoffen van hun markt te halen, er morgen eventjes wordt doorgedrukt, omdat de Europese Commissie ervanaf wil omdat is uitgelekt dat het voorstel zo zwak is om de handelsdeals met Amerika en Canada vrij te stellen. Daar gaat het namelijk over.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, u hebt dit ook in uw eerste termijn genoemd. Mijn vraag is of de hormoonverstorende stoffen onderwerp van gesprek zijn geweest bij de Europese Raad, want daar gaat het debat over.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, voorzitter, maar ik doe ook een beroep op uw medewerking. Het alternatief zou namelijk zijn dat ik vandaag nog een extra regeling aanvraag, nu nog, om een debat aan te vragen met ofwel de staatssecretaris van Economische Zaken, ofwel die van Infrastructuur en Milieu. We zijn gisteravond geïnformeerd over een stemming die morgen plaatsvindt. Ik kan mij niet voorstellen dat u als Voorzitter van de Kamer de mogelijkheid van het parlement om daar een standpunt over in te nemen na een debat met het kabinet, van tafel veegt omdat de Europese Commissie op korte termijn een besluit wil nemen.

De voorzitter:
Maar het onderwerp van dit debat is de Europese Raad. Het gaat om de onderwerpen die daar deel van hebben uitgemaakt. Mijn vraag is of dat het geval is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, dat is niet het geval, maar ik doe een beroep op u als voorzitter om dit toe te staan, buiten de orde van de dag. Dit is zo efficiënt mogelijk, want nogmaals: een extra regeling met een aanvraag voor een nieuw debat met de desbetreffende bewindspersoon lijkt mij wat onhandig.

De voorzitter:
U hebt een motie aangekondigd. Straks, als u de motie in stemming wilt brengen, is het aan de Kamer om daarvoor toestemming te geven. Zo gaan we het doen.

De heer Grashoff (GroenLinks):
Ik hoor achter mij enkele zinnige suggesties, maar ik kan mij voorstellen dat de minister-president hier in tweede termijn op ingaat, want hij kan zich in de tussentijd best laten informeren, denk ik.

Minister Rutte:
Ja, maar dat doe ik niet, voorzitter. Ik weet bij hormoonverstorende stoffen niet van de klok noch de klepel. Vaak heb ik wel ergens een klok zien hangen maar de klepel niet gehoord, of heb ik in de verte een klepel gehoord — ik dacht dat hij dreunde — maar de klok niet gevonden. Dan kun je nog proberen om je in een halfuur ambtelijk te laten bijpraten. Ik weet één ding: als mevrouw Ouwehand zich ergens in vastbijt, …

De voorzitter:
Ik ga …

Minister Rutte:
… dan weet zij daar heel veel van. Ik weet er helemaal niets van. Ik ga dan dadelijk gierend af als een gieter, dus dat moet ik niet doen.

De voorzitter:
Ik ga een einde maken aan deze schermutselingen. Wij hebben straks waarschijnlijk een tweede termijn. Het is dan aan mevrouw Ouwehand om een motie in te dienen, zoals zij heeft aangekondigd. Ik zal de Kamer dan expliciet vragen of ze daarmee akkoord gaat. Is dat een oplossing?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk moet ik met een motie komen, want de Kamer moet zich erover uitspreken. Als de minister-president straks zegt dat hij niet anders kan dan de motie ontraden omdat hij niet weet waarover zij gaat, hebben we echter wel een probleem. Ik heb het in eerste termijn al aangekondigd. Het zou dus mooi zijn als de desbetreffende ambtenaren de minister-president even bijpraten, zodat er straks een inhoudelijke reactie op de motie kan komen. Ontraden enkel omdat de minister-president er niet over gaat, terwijl de stemming in Brussel morgen plaatsvindt? Dat kan ons niet gebeuren.

Minister Rutte:
We gaan het proberen, maar ik ga het niet toezeggen. Ik zit nu even te seinen met mijn ambtenaren. Alles wat ik hier doe, doe ik uiteraard zonder enige steun, maar die is er natuurlijk wel. Ik ga hen vragen of het lukt. Als het lukt, kom ik met een inhoudelijke reactie. Ik ga een serieuze poging doen. In the spirit of compromise ga ik zelfs een serieuze poging doen om de vraag van de heer Monasch in mijn tweede termijn te beantwoorden. Ik ga kijken of het allebei lukt.

-------------------

Tweede termijn Tweede Kamer

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb twee moties vreemd aan de orde van de dag. Daar gaan ze.

Motie (21501-20, nr. 1179)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wetenschappers de noodklok luiden over hormoonverstorende stoffen omdat ze gelinkt worden aan een groeiende lijst van chronische aandoeningen zoals IQ-verlies, autisme en kanker;

constaterende dat er op zeer korte termijn een stemming is aangekondigd over de gewijzigde Europese criteria voor hormoonverstorende stoffen;

constaterende dat experts waarschuwen dat de nu voorgestelde criteria zo zwak zijn dat ze de grote bulk van de hormoonverstorende stoffen gewoon op de markt zullen houden, met alle gevolgen van dien voor de gezondheid van mens en dier;

constaterende dat het voorstel van de Europese Commissie het lidstaten vrijwel onmogelijk maakt om hun bevolking te beschermen, omdat er een excessieve bewijslast gaat gelden als zij deze stoffen willen verbieden of uitfaseren;

verzoekt de regering, bij de stemming van 21 december aanstaande tegen de voorgestelde criteria voor hormoonverstorende stoffen te stemmen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1179 (21501-20).

Het gaat om een onderwerp dat niet op de agenda van de Europese top stond. U wilt dat er vanavond over de motie wordt gestemd. Dan wil ik toch weten hoe Kamerleden erover denken dat vanavond over de motie van mevrouw Ouwehand wordt gestemd. Daarvoor is ook een meerderheid nodig.

De heer Van Bommel (SP):
Ik steun dat.

De heer Grashoff (GroenLinks):
Gezien de bijzondere omstandigheden wil ik dat steunen.

De heer Verhoeven (D66):
Wij steunen dat ook.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik zou er een lichte voorkeur voor hebben om morgen na de lunch te stemmen als dat nog op tijd is, zodat ik mij even in het onderwerp kan verdiepen. Net als de premier ben ik vanavond ook enigszins verrast door hormoonverstorende stoffen. Voor de rest steun ik het verzoek om dat tijdig te doen.

De heer Ten Broeke (VVD):
Ik denk dat ik dat wel kan steunen. Laten we er maar over stemmen.

De heer Krol (50PLUS):
Steun.

De heer Beertema (PVV):
Steun.

De heer Van der Staaij (SGP):
Behalve hormoonverstorend is het ook enigszins ordeverstorend, omdat het onderwerp vreemd is aan dit debat. Maar als het heel praktisch is om het op deze manier te doen in plaats van een apart debat aan te vragen en dan te stemmen, wil ik mij daar niet tegen verzetten.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dit scheelt tijd, dus steun.

Mevrouw Maij (PvdA):
Ik kan de inhoud ook niet helemaal duiden, maar ik zag wat mensen knikken dat het wel kon. Laten we er dan maar over stemmen.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, de hele Kamer staat achter u. Gaat u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat een unicum! Mijn tweede motie gaat wat minder ver.

Motie (21501-20, nr. 1180)

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op zeer korte termijn een stemming is aangekondigd over de gewijzigde Europese criteria voor hormoonverstorende stoffen;

overwegende dat de Kamer deze criteria nog niet heeft kunnen bespreken met het kabinet;

verzoekt de regering, een parlementair voorbehoud te maken bij de stemming in de ingelaste vergadering van het Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) van 21 december aanstaande,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1180 (21501-20).

Geldt voor deze motie hetzelfde? Kan ik ervan uitgaan dat de hele Kamer weer achter mevrouw Ouwehand staat? Dat is het geval.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Hartelijk dank voor de medewerking, voorzitter. Datzelfde geldt voor de bereidwilligheid van de collega's om vanavond nog over de moties te stemmen.

--------------
Beantwoording van het kabinet, tweede termijn

Minister Rutte:
[...]

De motie-Ouwehand op stuk nr. 1179 moet ik ook ontraden. Staatssecretaris Van Dam heeft op 19 december een brief naar de Kamer gestuurd. Daarin heeft hij benadrukt dat hiermee gekozen wordt voor een wetenschappelijke benadering. Het agentschap EFSA, dat over voedselveiligheid gaat, en het agentschap ECHA, dat over chemicaliën gaat, zijn tot dit standpunt gekomen op basis van een wetenschappelijke benadering. Daarmee wordt ook aangesloten bij de criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WGO. Om die reden stelt staatssecretaris Van Dam voor om het voorstel van de Commissie te steunen.

De motie-Ouwehand op stuk nr. 1180 moet ik ontraden, omdat het niet zo werkt. Als wij een parlementair voorbehoud maken, dan schorst dat niet de stemming. Die stemming gaat gewoon door en dan worden wij overstemd. De motie-Ouwehand op stuk nr. 1180 blijkt procedureel niet te kloppen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan is het van groot belang dat mijn motie op stuk nr. 1179 vanavond wordt aangenomen. Ik zal de minister-president niet naar de inhoudelijke details vragen, want dit is niet zijn onderwerp. Dat snap ik, maar ik wil wel graag van hem horen of hij het in orde vindt dat de Europese Commissie stante pede een stemming inlast. Vindt hij het in orde dat de Kamer op 19 december wordt geïnformeerd, terwijl de stemming in Europa al op 21 december plaatsvindt? Daar zit één dag tussen. Dat laat toch geen ruimte voor debat? Dat is nu ook gebleken. Zou het kabinet niet alleen al om die reden moeten zeggen: jongens, zo kunnen we niet werken, want wij hebben voorafgaand aan onze standpuntbepaling een debat met ons parlement nodig?

Minister Rutte:
Omdat het hier gaat over een puur wetenschappelijk … Het is eigenlijk een soort AMvB die in Europa wordt geslagen. Het is geen hoofdwetgeving. Het is in feite onderliggende wetgeving. Aangezien er wordt uitgegaan van een wetenschappelijke benadering waarvoor de relevante agentschappen zoals altijd hun input hebben gegeven en die aansluit bij de criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie, meen ik dat het zo kan. Dat is ook het standpunt van staatssecretaris Van Dam en dat steun ik ook. Volgens mij kunnen we hier gewoon mee door en is het ook terecht dat de regering de motie ontraadt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is een ernstig principieel punt. Zo werkt het niet. Het kabinet informeert de Kamer over voorstellen die in Europees verband worden gedaan en waarover de lidstaten op een zeker moment moeten stemmen. We hebben daarover voorafgaand een debat. Dat geldt voor de voorgestelde visquota, waarvan de Europese Commissie ook altijd zegt dat die zijn gebaseerd op de wetenschap, en voor deze situatie over hormoonverstorende stoffen. Nogmaals: ik kan er goed mee leven als de minister-president hierover geen inhoudelijk debat wil voeren. Maar hij zegt dat de Kamer hierover niets te zeggen heeft, omdat de Europese Commissie op dit punt een wetenschappelijk advies heeft voorgelegd. Het is geen AMvB. Het parlement heeft hier iets over te zeggen. Ik vind dit dus echt principieel verkeerd. De minister-president zou een slechte minister-president zijn als hij hieraan vasthoudt.

De voorzitter:
Ik denk dat dit punt ook raakt aan het vorige punt over de informatievoorziening richting de Kamer.

Minister Rutte:
Ik kan alleen maar zeggen dat Martijn van Dam, de betrokken staatssecretaris van Economische Zaken, die de landbouwportefeuille beheert, in zijn brief van 19 december goed uiteenzet waarom dit zo kan. Het is voor mij belangrijk dat hier sprake is van een rein wetenschappelijke benadering en daarom handhaaf ik mijn advies over de motie.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, echt tot slot, want uw punt is duidelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het overvalt de Kamer en dat snap ik goed. Ik vind het belangrijk om datgene wat de minister-president hier zegt, te weerspreken voor iedereen die zo meteen moet stemmen over deze motie. Zo werkt het niet. We hebben al jarenlang discussie over deze criteria. De afspraak is dat het kabinet de Kamer informeert, zodat zij haar zegje kan doen over een voornemen van het kabinet en welk standpunt dan ook kan innemen. Als de minister-president hier aan de Kamer probeert te verkopen dat het gebruik is dat de regering gewoon even een briefje stuurt en wij daarna instemmen, dan vind ik dat echt verkeerd. Ik wil dat de Kamer dat signaal van de minister-president negeert, want het klopt niet.

Minister Rutte:
Dat was ook niet mijn reactie. Mijn reactie was dat on balance de brief van 19 december van staatssecretaris Van Dam zowel op proces als op inhoud rechtvaardigt dat het kabinet morgen doet wat het voornemens is te doen. Daarom is het terecht dat ik deze motie ontraad. Ik ging dus niet specifiek in op het procedurele punt, maar juist op de volle breedte van de discussie.

--------------