Bijdrage Ouwehand AO Preventie


22 december 2016

Voorzitter,

Een goed gezondheidszorgbeleid is erop gericht de burgers van het land gezond te houden en hen te helpen als ze ziek zijn geworden. Maar een goede gezondheid begint vooral bij goede preventie. Preventie zit in veel gevallen in omgevingsfactoren die je ofwel op zijn beloop kunt laten ofwel zo kunt inrichten dat ze daadwerkelijk het behouden van onze gezondheid ondersteunen.

Groen als preventie
Sinds 2012 is er geen wetenschappelijke discussie meer mogelijk over het belang van voldoende groen in de leefomgeving van mensen voor het behoud van hun gezondheid. De Wageningen University & Research heeft ons indringend duidelijk gemaakt dat je beter wordt van buiten zijn, dat wandelen beter is dan medicijnen slikken en ook dat er een miljardenbesparing mogelijk is. Het is fijn dat je minder vaak bij de huisarts zit en minder snel last hebt van depressie, angststoornissen en allerlei andere klachten, als je omgeving voldoende groen biedt. Een bijkomend voordeel is dat er ook veel kosten mee te besparen zijn. Dat lijkt een gouden kans, maar verbazingwekkend genoeg krijgt groen van dit kabinet weinig ruimte. Kan de minister inzicht geven in de manier waarop zij groen als potentieel preventiemiddel benut? Een goede samenwerking met de staatssecretaris van Economische Zaken die over natuur gaat, en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu lijkt nu wel als geroepen te komen. Kan de minister toezeggen dat zij bereid is om een gezamenlijk actieplan te ontwerpen? Wil zij dat doen? Onderschrijft zij dat het belangrijk is om groen in de leefomgeving van mensen te stimuleren? Wat mogen wij bovendien verwachten van een gezamenlijke aanpak van dit kabinet?

Landbouwgif
Een gezonde leefomgeving betekent ook een leefomgeving die vrij is van giftige stoffen waar we ziek van kunnen worden. De Partij voor de Dieren luidt al jaren de noodklok over de enorme hoeveelheden landbouwgif die er in ons land gebruikt worden. Dat is niet alleen een bedreiging voor de biodiversiteit, maar ook mensen krijgen die binnen via het voedsel dat ze eten. Bovendien worden de mensen die naast bespoten akkers wonen, direct eraan blootgesteld. Ik krijg graag een update van de minister over het gezondheidsonderzoek onder omwonenden van bollenvelden, fruitgaarden en andere akkers die veelvuldig bespoten worden. Wanneer verwacht de minister resultaten? Wat gaat zij in de tussentijd doen om omwonenden beter te beschermen? Wat ons betreft moet het gifgebruik in Nederland zo snel mogelijk worden afgebouwd. Bovendien moeten er in de tussentijd maatregelen worden genomen, zoals het instellen van brede spuitvrije zones en het verbieden van de meest schadelijke gifstoffen. Graag krijg ik hierop een reactie.

Hormoonverstorende stoffen
Veel van de gifstoffen die in de landbouw gebruikt worden, zijn hormoonverstorend. Deze stoffen zijn vooral zeer gevaarlijk voor kinderen en ongeboren kinderen, omdat ze autisme en ontwikkelingsstoornissen kunnen veroorzaken. Die gevaarlijke stoffen zitten niet alleen in landbouwgif, maar ook in plastics, voedselverpakkingen, cosmetica en zelfs in medische hulpmiddelen. Daar moeten we zo snel mogelijk vanaf. Het is van belang dat we weten welke stoffen worden aangetroffen in de burgers van Nederland en welke bevolkingsgroepen wellicht meer of minder aan dergelijke stoffen worden blootgesteld. Daarvoor is een nationaal monitoringsprogramma van groot belang. De minister onderschrijft dat deels, maar ze houdt zich aan de Europese actie op dat gebied. Wij denken dat nationale monitoring ook belangrijk is. Graag krijg ik een toezegging daarop.

Daarnaast moeten wij doen wat wij kunnen om blootstelling aan deze gevaarlijke stoffen te beperken. We zien dat andere landen, zoals Denemarken, Frankrijk en België, dat al doen. Daar is een verbod op de aanwezigheid van de hormoonverstoorder BPA (de chemische stof Bifestenol A)in materialen voor kinderen onder de 3 jaar. Het RIVM waarschuwde ook nadrukkelijk voor deze stof. Is de minister bereid om de aanwezigheid van BPA in voedselverpakkingen te verbieden?

Gezonde voeding: Kidsmarketing & Borstvoeding
Ik ga nog even kort in op het belang van gezonde voeding. Ja, ik kom nog even kort op gezonde voeding. De aanpak van de staatssecretaris die gericht is op kidsmarketing, lijkt iets te weinig effect te hebben. Ik wil graag nog een punt inbrengen dat niet op de agenda staat. De Kamer heeft een petitie gekregen van het Platform Borstvoeding en de Landelijke Borstvoedingsraad. Is het kabinet bereid om de aanbevelingen over te nemen? Borstvoeding is immers belangrijk voor de preventie en voor de gezondheid van kinderen, maar daar is te weinig ondersteuning voor. Lactatiekundige zorg en de hulpmiddelen zouden in het basispakket moeten. Is het kabinet het daarmee eens? Is het bereid om zich daarvoor in te zetten?

--------------------------------
Interrupties bij andere partijen

De heer Ziengs (VVD):
Ik heb al aangegeven dat het echt gaat om informatie. Gedragsverandering moet je uiteindelijk bij jezelf gaan zoeken. De VVD gelooft niet dat er verdragsverandering plaatsvindt als de overheid zich daar bovenop stort en aan betutteling doet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is grappig dat de VVD nooit de harde feiten gelooft. Ik zou nog graag iets aan de woordvoerder van de VVD willen vragen. Als de VVD de positie inneemt dat mensen zelf in vrijheid hun keuzes moeten maken, waar ik op zichzelf een groot voorstander van ben, hoe duidt zij dan de ontwikkelingen in de neuromarketing in bijvoorbeeld de levensmiddelenindustrie? Die jongens zijn niet achterlijk. Zij doen uitgebreid onderzoek. Zij weten de supermarkten zo in te richten dat zo'n beetje 80% van de spullen die zij willen verkopen, daadwerkelijk door mensen gekocht worden. Dat komt door de manier waarop zij de winkel hebben ingericht na uitgebreid onderzoek, tot hersenscans aan toe. Mijn vraag is hoe vrij een individu is, als het in die systemen zijn keuzes moet maken voor een gezonde levensstijl.

De heer Ziengs (VVD):
Dat is een typisch voorbeeld. Kennelijk wil de Partij voor de Dieren ook nog bepalen hoe een ondernemer zijn winkel moet inrichten. Het lijkt mij toch dat hij zelf bepaalt hoe hij zijn winkel inricht, hoe hij zijn producten tentoonspreidt en hoe hij die verkocht wil zien te krijgen. Dat is de verantwoordelijkheid van de ondernemer. Daar gaat de politiek zich niet mee bemoeien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat was de vraag niet. De vraag ging over deze ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven weet wel degelijk hoe het gedrag van de mensen moet beïnvloeden en maakt daar ook gebruik van. Het bedrijfsleven richt dat gedrag niet in op gezonde levenskeuzes, maar op de aankoop van producten die het bedrijfsleven goed uitkomen en die in veel gevallen niet heel erg gezond zijn. Is er dan nog sprake van een volledig vrije keuze of vindt de VVD ook dat je daar iets tegenover moet stellen, als dat zo werkt? Want als het bedrijfsleven gedrag mag beïnvloeden en dat uitkomt op ongezond gedrag, zullen wij daar toch iets aan moeten doen?

De voorzitter:
Uw punt is duidelijk.

De heer Ziengs (VVD):
Daar is ook een nieuwe markt voor: wereldwinkels of allerlei andere winkels die je maar kunt bedenken. Zij richten hun winkel in op een andere wijze dan de Partij voor de Dieren voorstelt. Die vrijheid heeft een ondernemer ook. Vervolgens heeft de consument de vrijheid om de winkel te bezoeken die hij of zij graag wil bezoeken.

(….)

De heer Ziengs (VVD):
Ik hoorde mevrouw Dik-Faber heel nadrukkelijk zeggen dat ze pleit voor een gelijk speelveld in Europa, maar dat, als dat niet op tijd gerealiseerd wordt, Nederlandse bedrijven maar voorop moeten gaan lopen in dezen. Dan krijg je dus gewoon een ongelijk speelveld, stel ik vast.

De voorzitter:
Ik heb niet echt een vraag gehoord; ik weet niet of mevrouw Dik-Faber toch wil reageren? Anders gaan we naar mevrouw Ouwehand, die ook een interruptie heeft.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik houd het kort, want ik heb hierover gezegd wat ik had willen zeggen. Ik kan niet wegkijken als kinderen per dag twee keer zo veel suiker binnenkrijgen als goed voor hen is. Ik kan niet wegkijken als er niet minder zout geconsumeerd wordt, iets wat ook de minister heel triest vindt. Ik doe dus een appel op de VVD om daarin verantwoordelijkheid te nemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De Partij voor de Dieren en de ChristenUnie kunnen elkaar op preventie heel vaak en ver vinden. Het enige punt waarop het soms misgaat, is dat van de gevaren voor de volksgezondheid van de intensieve veehouderij. Er is een pleidooi vanuit de Kamer om de Q-koortsslachtoffers volledig te compenseren. De minister zegt dat zij 10 miljoen geeft aan de Stichting Q-Support, maar dat zij niet zal overgaan tot volledige compensatie. Wat vindt de ChristenUnie daarvan?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Bij mijn weten heeft de ChristenUnie altijd alle voorstellen betreffende de Q-koortsslachtoffers gesteund, ook voorstellen die onlangs nog door de SP gedaan zijn, in een amendement, en voorstellen die de PvdD doet. Ik vind echt dat mensen hierin recht moet worden gedaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Fijn om te horen! Mag ik deze oproep doorgeleiden naar het kabinet? Ik kwam niet toe aan mijn Q-koortsvraag in mijn eigen termijn. Bij dezen, alstublieft.

De voorzitter:
Dat is zeer efficiënt gebruikmaken van interrupties. Waarvan akte.

-------------------------------
Beantwoording staatssecretaris

De voorzitter:
En nu even een korte vraag van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik roep de minister op om wel degelijk toe te werken naar een verbod op de BPA's in voedselcontactmaterialen. Ik zie dat ze aan het eind van haar mapje is gekomen. Ik heb haar ook gevraagd wanneer zij de resultaten verwacht van het onderzoek naar de gezondheidsschade bij omwonenden als gevolg van landbouwgif. Verder heb ik haar gevraagd of zij een nationaal biomonitoringsprogramma wil instellen om goed te kunnen meten in hoeverre …

De voorzitter:
Dat blokje komt nu, mevrouw Ouwehand.

Minister Schippers:
Soms zijn de blokjes niet helemaal logisch. Mevrouw Ouwehand had ook gevraagd naar groen in de omgeving. Daar ben ik nu. We hebben een gezamenlijk actieprogramma met het ministerie van I en M en het ministerie van EZ over groen in de omgeving. Er is veel samenwerking op dit gebied. VWS is betrokken bij de Omgevingswet die door I en M wordt ontwikkeld. Wij vinden het van belang dat in die wet het verband tussen de inrichting van de buitenterreinen en gezondheid goed wordt belegd. Op basis van Alles is gezondheid… wordt er ook met diverse partijen samengewerkt op het vlak van groen. De komende periode wordt dit interdepartementaal opgepakt binnen de uitwerking van het Nationaal Programma Preventie. Met het ministerie van Economische Zaken werk ik de mogelijkheden uit om natuur slimmer te benutten voor zinvolle vrijetijdsbesteding, zoals sport, bewegen en participatie. VWS heeft deelgenomen aan de Groene Tafel. Ook daar wordt de groene omgeving in relatie tot gezondheid in pilots uitgewerkt. Ik faciliteer bovendien NOC*NSF om verenigingen in krimpgebieden bewust te maken van krimp en met elkaar te zoeken naar de juiste aanpak, bijvoorbeeld het introduceren van een openclubstrategie, zodat mensen die buiten in de groene omgeving willen sporten, niet lid van een club hoeven te zijn om daar te sporten.

Dan kom ik op landbouwgif, leefomgeving en giftige stoffen. Ik geef even een update. Het kabinet laat blootstelling van omwonenden onderzoeken. Dat onderzoek is meerjarig en in 2015 van start gegaan. Daarnaast wordt exploratief onderzoek opgezet naar de gezondheid. Hiervan verwacht ik de resultaten eind 2017. Wanneer onaanvaardbare risico's worden gevonden bij de toelating van de middelen, zullen uiteraard passende maatregelen worden genomen. Het kan bijvoorbeeld gaan om bufferzones tussen teelt en bebouwing.

Dan kom ik op de omwonenden en de gewasbescherming, dus het omwonendenonderzoek. De gezondheid wordt onderzocht in opdracht van VWS. Het RIVM leidt dit onderzoek. Het blootstellingsonderzoek wordt gedaan in opdracht van de ministeries van Economische Zaken en I en M.

Dan kom ik op de vragen over hormoonverstorende stoffen en het nationale monitoringsprogramma. Vorige week heb ik in een brief daarop gereageerd. Nederland neemt deel aan het project European Human Biomonitoring Initiative (HBM4EU). Dat is een programma dat op Europees niveau plaatsvindt. Die samenwerking is erop gericht om op een gecoördineerde en geharmoniseerde manier de blootstelling van de bevolking van Europa aan chemische stoffen te volgen, zodat informatie beschikbaar komt om de potentiële effecten op de gezondheid aan te kunnen pakken. Het heeft grote voordelen om dit op Europees niveau te doen, omdat het volume aan metingen veel groter is en de conclusies daarmee een veel grotere betrouwbaarheid hebben.

Dit waren volgens mij de dingen waar mevrouw Ouwehand naar vroeg.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Natuurlijk is het van groot belang dat we meelopen in het Europese monitoringsonderzoek, maar de geschiedenis wijst uit dat er juist grote verschillen in blootstelling van mensen kunnen bestaan tussen de verschillende landen en zelfs binnen een land. Dat je Europees meedoet, is voor ons geen argument om van de verplichting af te komen om ook voor de eigen bevolking een goed nationaal monitoringsprogramma op te zetten.

Minister Schippers:
Ik zou moeten nagaan of je dit op landenniveau kunt differentiëren. Dat zal ik voor mevrouw Ouwehand nagaan en haar laten weten.

(…)

Minister Schippers:
Q-koorts. Daarover hebben wij heel veel met elkaar gesproken. Ik heb deze vraag al heel vaak beantwoord. Recentelijk heb ik die vraag ook weer beantwoord namens het kabinet. Het antwoord is dat het kabinet niet heeft gekozen voor een individuele financiële tegemoetkoming. Juist omdat het kabinet de gevolgen van de chronische Q-koorts en het Q-koortsvermoeidheidssyndroom heel serieus neemt, heeft het zich afgevraagd hoe het patiënten op verschillende niveaus kan steunen, bijvoorbeeld bij het oppakken van hun leven, bij het opnieuw aan het werk gaan en bij het participeren en functioneren. Ook heeft het kabinet een onderzoek laten doen en een kenniscentrum kunnen oprichten. Het kabinet heeft dus daarvoor gekozen en niet voor individuele tegemoetkoming.

---------------------------
Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De minister noemt een aantal lopende initiatieven met betrekking tot groen in de leefomgeving, maar ons beeld is toch dat de aanpak wat versnipperd is. De oproep om een integrale aanpak te presenteren blijft dus staan. Hetzelfde geldt voor het verbieden van BPA's in voedselcontactmaterialen. Het Europees Parlement heeft ook een resolutie daarover aangenomen.

Op het gebied van Q-koorts hebben we een groot verschil van mening met het kabinet. Vandaag zou de rechtbank uitspraak doen in een zaak die door Q-koortspatiënten is aangespannen tegen de Staat. Vandaag had het pleit kunnen worden beslecht, maar de uitspraak is verplaatst naar januari, meen ik, dus wordt vervolgd …

Ik wil een VAO aankondigen. Ik wil dat dat VAO wordt ingepland als de minister ons heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om naar landen te differentiëren in het monitoringsprogramma inzake hormoonverstorende stoffen.

De voorzitter:
Dat zou kunnen betekenen dat het VAO na het kerstreces plaatsvindt. Er wordt mij nu ingefluisterd dat dit zeker het geval zal zijn.

----------------------------
Reactie staatssecretaris

In reactie op de inbreng van mevrouw Ouwehand zeg ik dat ik heb aangegeven dat er een aantal pilots lopen op het gebied van groen in de leefomgeving. Ik wil groen in de leefomgeving nadrukkelijk als onderdeel in het Nationaal Programma Preventie hebben. Ik zou het jammer vinden als er een speciaal plan voor alleen dat onderdeel zou komen, omdat we juist in het Nationaal Programma Preventie proberen om overal de verbinding te zoeken en juist met elkaar een verbinding te leggen. Als dingen beter kunnen, wil ik dat heel graag in dat programma opnemen, anders heb je weer een apart actieplannetje, terwijl we juist in het NPP allerlei heel verschillende dingen hebben opgenomen.