Bijdrage Ouwehand Debat informele Europese Top


24 januari 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

De voorzitter: Ik geef graag het woord aan de fractieleider van de Partij voor de Dieren, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dat fractieleiderschap is maar tijdelijk voorzitter, maar evengoed ga ik beginnen.

Ik ben gekomen bij het volgende hoofdstuk van hetzelfde verhaal: hoe gaan we de eurocrisis oplossen en hoelang kunnen we nog om de hete brij heen draaien? Dit is het slechtste boek dat ik ooit heb gelezen; zo'n zelfhulpboek waarvan je hoopt dat niemand je dat ooit cadeau geeft.

Het grootste monetaire experiment uit de geschiedenis moet als volkomen mislukt worden beschouwd. Die mislukking komt volledig voor rekening van de burgers. Dat gebeurt niet omdat het hun schuld is, integendeel, maar omdat zij de schulden moeten inlossen met hun spaar- en pensioengelden. Het zijn schulden die buiten hun toedoen zijn ontstaan door de introductie van een munt waar zij niet om hebben gevraagd en waarover zij niet zijn geraadpleegd. Ik zou de partijen die blind kiezen voor het onmogelijke, namelijk het overeind houden van de euro in zijn huidige vorm, het volgende willen vragen. Willen zij daadwerkelijk voor hun verantwoording nemen dat Nederlandse spaar- en pensioengelden verdwijnen in een bodemloze put, waarbij de kredietwaardigheid van Nederland gevaar gaat lopen?

Er had in Europa eerst sprake moeten zijn van een politieke integratie. Er had onder de bevolking de wens moeten bestaan om tot zo'n integratie te komen. Daarna had er ruimte kúnnen zijn voor een gezamenlijke munt. Nu is echter eerst de munt ingevoerd om, als de voorspelde problemen zich voordoen, deze Europese eenwording er alsnog vergaand doorheen te frommelen. Daardoor worden burgers twee keer geflest.

Vandaag werd bekend dat de vernietiging van onze natuur jaarlijks 3% economische groei kost, namelijk 450 mld. Dat is toevallig exact het bedrag dat wij nu, eenmalig, bij elkaar proberen te zoeken om de euro overeind te houden. Het gaat dus om hetzelfde bedrag, maar dan jaarlijks. Als wij weigeren om de echte oorzaken van de huidige crisis te benoemen, blijven wij achter de feiten aan lopen. De Partij voor de Dieren voelt daarvoor helemaal niets.

De werkelijke oorzaak van de eurocrisis werd al in een vroeg stadium benoemd door prof. Kleinknecht. Hij wees op ons kinderlijk naïeve vertrouwen in de schuldeneconomie. Voor de introductie van een gezamenlijke munt bestond geen enkele monetaire noodzaak. Deze introductie is niet door economen geaccordeerd, maar werd geboren uit politiek opportunisme. Sinds die introductie is duidelijk dat niet het gebrek aan begrotingsdiscipline de belangrijkste oorzaak is van de onvermijdelijke crisis, maar het feit dat de noordelijke landen veel meer zijn gaan exporteren dan ze importeerden. Vereffening van de handelsoverschotten vond plaats door aan- en verkoop van schuldenpapieren. In het verleden konden zuidelijke landen goed concurreren met hun peseta's, lires, escudo's en drachmen door ze af te waarderen als dat nodig was voor de concurrentiepositie. Wij hebben de zuidelijke landen echter laten kennismaken met een onhoudbaar consumptiepatroon dat naar meer smaakte maar onhaalbaar en onbetaalbaar bleek te zijn.

Zoals wij consumeren, alsof wij vier aardbollen ter beschikking hebben, zonder oog te hebben voor de reproductiecapaciteit van de aarde -- over echte problemen gesproken -- zo hebben wij de zuidelijke lidstaten ook bekeerd tot het geloof van rupsje-nooit-genoeg. Je kunt de eurocrisis in dat licht zien als het slachtofferen van de mediterrane landen aan onze agressieve exportstrategie, gepaard met lichtzinnig verstrekte exportkredieten.

De Verenigde Staten van Europa als onafwendbare bijwerking van een mislukt monetair project. Zitten wij echt opgesloten in de eurokooi, zo vraagt de Partij voor de Dieren, terwijl het water ons naar de lippen stijgt, en dat zonder exitstrategie? Dat weigeren wij te accepteren.

Ik moet afronden. Wij willen duidelijkheid over het Europese stabiliteitsmechanisme dat nu gepresenteerd wordt. Het is onvoldoende of niet duidelijk of hierin wel voldoende rekening wordt gehouden met de zware kritiek van de afzonderlijke rekenkamers. Wij willen helderheid en een einde aan de propagandapraatjes over de euro. Er zal serieus bezien moeten worden of en, zo ja, hoe de noordelijke eurolanden verder moeten met de gezamenlijke munt. Dat is niet alleen een mening van de Partij voor de Dieren, maar ook een welkome gedachte van Patrick van Schie, directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD. Ik vraag om een serieuze reactie.

De heer Tony van Dijck (PVV): Voorzitter. De Europese trein dendert gewoon door. De Euroleiders misbruiken de crisis om al hun plannetjes erdoor te drukken; onder druk wordt tenslotte alles vloeibaar. De landen inclusief hun burgers staan buiten spel. Het duo Merkozy deelt de lakens uit. Of het nu gaat om eurobonds, de financiële transactiebelasting, de geharmoniseerde winstbelasting, dit zijn allemaal zaken die Nederland niet wil. Gaat de minister-president in Brussel duidelijk maken dat Nederland deze zaken niet ziet zitten? Een beetje à la Thatcher, die met haar handtas op tafel sloeg en haar geld terugeiste.

Beantwoording minister-president:

Minister Rutte:

[…]

Zij hebben inderdaad ook te maken met de vraag hoe wij nu eindelijk ook de digitale markt gaan versterken en hoe wij ervoor zorgen dat het hele vraagstuk rond de Dienstenrichtlijn nu ook echt wordt geïmplementeerd.

Wij hebben het immers altijd over de gemeenschappelijke Europese markt. Als men mij vraagt: wat vind je van die gemeenschappelijke Europese markt, dan geef ik het antwoord dat Gandhi ook gaf, namelijk: dat lijkt mij een goed idee. Zo'n gemeenschappelijke Europese markt is er namelijk nog maar zeer ten dele. Eigenlijk nog maar 40% van de Europese economie valt daaronder. Er liggen nu kansen om snel door te pakken op het vlak van de andere 60%, dus het deel dat op dit moment nog niet vrij is gemaakt en nog niet onder het ideaal van de gemeenschappelijke Europese markt valt. Als wij dat zouden doen, zouden wij een enorme stap voorwaarts zetten. Hetzelfde geldt voor de vrijhandelsakkoorden en voor het weghalen van heel veel bureaucratie die ons in de landen, maar ook op het niveau van Europa, nog steeds in de weg staat. Dat zal dus een belangrijk onderdeel zijn van de besprekingen van maandag. Op die manier kunnen wij werken aan economische groei in Europa. Dat moet de pendant en de andere zijde zijn van de munt en van de medaille bij het spreken over het aanscherpen van de begrotingsregels.

Op dat terrein van de begrotingsregels zijn uiteraard nu ook grote stappen gezet. Wij hebben inmiddels de onafhankelijke Commissaris die wij zo graag wilden. Het lukt nu ook om door te voeren dat beslissingen van de Commissie op het terrein van de tekorten niet meer zomaar politiek terzijde kunnen worden geschoven. Dat kan alleen nog maar met een omgekeerde gekwalificeerde meerderheid. Dit zijn echt grote stappen die zijn gezet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kom nog even terug op het ideaal van de gemeenschappelijke markt. Mag ik de minister-president vragen of hij erkent dat het exportoverschot van de een het importoverschot van de ander is? Als je zo'n compleet vrije markt zou willen, zou je met die wetenschap rekening moeten houden bij het monetaire beleid. Erkent de minister-president dat?

Minister Rutte: Volgens mij is de oplossing van de Partij voor de Dieren dat wij eerst onze excuses aanbieden voor het feit dat wij een exportoverschot hebben en vervolgens hier de economie zo de soep in
draaien, dat wij dat niet meer hebben. Dat kan toch niet de oplossing zijn?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat opvallend dat de minister-president niet eens het begin van de moeite neemt om de vraag te beantwoorden, maar snel een uitvlucht zoekt! Wij zouden ons best eens kunnen excuseren voor ons exportoverschot, omdat alle mest van al het vlees dat wij exporteren hier achterblijft. Maar dat is, denk ik, niet waar de minister-president naar op zoek was. Ik vraag hem serieus in te gaan op die verschijnselen die zich kunnen voordoen en wat dat in zijn ogen, volgens zijn analyse, zou moeten betekenen voor het te voeren monetaire beleid. Volgens mij was de vraag niet heel moeilijk.

Minister Rutte: Dat betekent in ieder geval dat je bijvoorbeeld ten aanzien van de groei moet benchmarken ten opzichte van de besten. Een van de dingen die Nederland op 9 december in de Raadsconclusies heeft gekregen, is de opvatting dat wij het prima vinden om in Europa alle mogelijke dingen te coördineren, maar dan wel benchmarkend ten opzichte van de sterksten. Coördinatie in relatie tot economisch beleid moet niet leiden tot zoeken naar het midden. Je moet kijken naar de vraag waarom het landen als Duitsland en Nederland, met gematigde loonontwikkeling, met solide overheidsfinanciën en sterk innovatiegericht, lukt om zo'n sterke exportpositie te krijgen. Dat lijkt mij veel nuttiger dan de suggestie die hier en daar wel gedaan is om de lonen in Nederland te laten stijgen om op die manier onze concurrentiepositie te verzwakken en het voor Griekenland aantrekkelijker maken om naar ons te gaan exporteren.