Bijdrage Ouwehand debat het wets­voorstel Goed­keuring van de Over­een­komst van Parijs (Klimaat­verdrag)


25 januari 2017

Bijdrage Ouwehand debat het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 12 december 2015 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst van Parijs (Klimaatverdrag)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Het is de grootste uitdaging van onze generatie. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen. De aarde leefbaar houden, voor mensen nu, in de moeilijkste gebieden van de wereld, die het moeilijk hebben, waar de omstandigheden zwaar zijn, en voor generaties in de toekomst. Het goede nieuws is dat in Parijs consensus is ontstaan. Er is werkelijke consensus bereikt over de aard van het klimaatprobleem en de noodzaak om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2°C. Er is daarbij gezegd dat 1,5°C ons al in behoorlijke problemen gaat brengen. Het zou dus maximaal 1,5°C moeten zijn. Het probleem is niet zozeer dat er nog mensen rondlopen die met steekhoudende argumenten het klimaatprobleem kunnen ontkennen. Het probleem is evenmin dat er mensen zijn die er niet van overtuigd zijn dat er dringend actie nodig is om het klimaat nog enigszins stabiel te kunnen houden. Op basis van de feiten, zeg ik er dan bij. Want wie de feiten ontkent, is gewoon af. Dan zou het ook een stuk rustiger worden in deze zaal en konden we misschien zaken doen.

De staatssecretaris zelf behoort tot de mensen die ervan overtuigd zijn dat het dringend nodig is om in actie te komen. Ze zei: we moeten anders gaan leven. Deze problemen vragen om drastische keuzes en er moet een oerinstinct loskomen; de wil om te overleven en voor onze toekomst te vechten. We hebben iedere denkbare maatregel nodig om mondiale opwarming tegen te gaan. Geen discussie dus over de probleemanalyse. Ik herinner de staatssecretaris er ook graag aan dat het een goed idee van haar was om een klimaattop te organiseren voor kinderen. Kinderen snappen heel goed waar het probleem ligt. "Waarom moet er iets aan het klimaat worden gedaan? Omdat ik graag lang wil leven", sprak Jilvo van 9 jaar oud. En Halbe, van 11 jaar: "Als het zo doorgaat, smelt straks de Noordpool. Dan verdrinken de ijsberen want die kunnen niet zo lang zwemmen. En Nederland komt onder water te staan." Kinderen zijn zeer betrokken bij het klimaatprobleem. Er worden verschillende klimaattoppen georganiseerd, al jarenlang; in de klassen, in de steden, landelijk. Er worden kinderklimaatdeals gesloten en kinderklimaatconferenties gehouden. Aan kinderen wordt voortdurend gevraagd om zelf mee te denken over oplossingen voor het klimaatprobleem, en dat willen ze ook. Dat levert eigenlijk altijd mooie ideeën op. We horen over speeltoestellen die energie opwekken, over een zeef in de rivieren om het plastic eruit te vissen voordat het water de zee instroomt, en over regenpanelen voor de opvang van regenwater, waarbij gebruik kan worden gemaakt van de energie van de druppels. Prachtig. Maar wat opvalt, is dat eigenlijk nooit het volgende wordt gezegd. Weet je wat een goed idee zou zijn voor een bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem? Laten we onze afspraken gaan nakomen! Kinderen gaan er zo vanzelfsprekend van uit dat wij, de volwassenen, de besluitvormers, doen wat we onze kinderen zelf hebben proberen bij te brengen, namelijk: als je iets hebt afgesproken, dan moet je dat ook doen. Als je iets hebt beloofd, moet je het nakomen.

Daar, juist daar zit het probleem. Het probleem zit niet in de woorden die we spreken over het klimaat, maar in het terugkrabbelen als het ook maar enigszins lastig wordt. Daarom heeft de Partij voor de Dieren twee jaar geleden al in een motie aan het kabinet gevraagd om een samenhangende strategie uit te werken voor de fundamentele veranderingen die nou eenmaal nodig zijn om de samenleving op lange termijn werkelijk te verduurzamen. Dat is niet gemakkelijk en daar moet je grote plannen voor maken. Je moet enthousiasme kweken om mensen daarin mee te krijgen. De Kamer vond dat een goed idee. Waar is het wachten op? Die motie ligt er al twee jaar. Bij iedere kleine maatregel die een beetje pijn gaat doen, zie je terugtrekkende bewegingen. Ik noem de afspraak over de kolencentrales. Waarom is dat langetermijnbeleid niet gepresenteerd?

Alleen al vanwege het vanzelfsprekende vertrouwen dat kinderen in ons stellen, is de enige vanzelfsprekende uitkomst van het debat van vandaag, het vervolg op het klimaatakkoord van Parijs, dat we dat akkoord hier bekrachtigen in de ratificatiewet.

Ik vind het stuitend dat er partijen zijn die daar anders over denken, die proberen de behandeling van deze wet te vertragen en die mogelijk zelfs straks tegenstemmen. Waar is de belofte van partijen als de VVD, de belofte: afspraak is afspraak? Het voeren van een goed klimaatbeleid is trouwens ook een heel goed liberaal principe. Daarmee laat je de aarde niet berooid en beroofd achter voor volgende generaties en zeg je niet tegen die generaties: nou, succes ermee.

De Partij voor de Dieren wil van de staatssecretaris weten of zij onderschrijft dat afspraken moeten worden nagekomen, ook als het wat lastig is. En we willen van de staatssecretaris weten of zij bereid is die tweegradendoelstelling om te zetten in een anderhalvegraaddoelstelling. Ze zegt steeds op vragen daarover: dat is het streven. Ik vind dat gek. Als je rijlessen krijgt, is het ook niet het streven dat je niet over andere mensen heen gaat rijden. Nee, het doel is daarbij dat je gewoon veilig een auto kunt besturen. Als we weten dat anderhalve graad het maximum is dat we een beetje kunnen opvangen, dan zou het beperken van de temperatuurstijging tot anderhalve graad uitgangspunt van het beleid moeten zijn. Wat de Partij voor de Dieren betreft ratificeren we zo snel mogelijk het klimaatakkoord van Parijs, maken we werk van onze beloftes en nemen we geen genoegen met politici die bij het minste of geringste al terugkomen op de afspraken.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Wat was het een mooi en bijzonder moment ruim een jaar geleden toen het klimaatakkoord van Parijs werd gesloten. Misschien was het ook wel historisch. Ik denk het wel. Ik herinner me nog goed de spanning die in de lucht hing, niet alleen een spanning over de urgentie maar ook een spanning van verwachting en hoop. Na jaren onderhandelen en een mislukte klimaattop lag er dan eindelijk toch een bindende overeenkomst tussen 195 landen. 195 landen spraken af om de mondiale stijging van de temperatuur te beperken tot maximaal 2?C — en liever nog 1,5?C —, en de daarmee gepaard gaande risico's van klimaatverandering te voorkomen.
(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben blij met de warme woorden van de ChristenUnie voor een daadkrachtig klimaatbeleid. Ik vraag me wel af waarom de ChristenUnie zelf terugtrekkende bewegingen maakt als het concreet wordt. De Europese lidstaten hebben afgesproken om 20% van de begroting te besteden aan klimaatgerichte actie. De Europese Rekenkamer heeft onlangs duidelijk gemaakt dat die afspraak niet wordt nagekomen. Wij hebben een motie ingediend waarin het kabinet wordt gevraagd om zich sterk te maken voor het wel inzetten van de Europese subsidies en gelden voor klimaatactie. En dan stemt de ChristenUnie tegen, omdat de landbouw daardoor ietsje zou moeten veranderen! Waarom gebeurt dat terwijl de ChristenUnie wel zo'n warm pleidooi houdt voor goed klimaatbeleid?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik denk dat er in die motie, die ik nu niet helder op het netvlies heb, inderdaad allerlei overwegingen en constateringen van de Partij voor de Dieren over de landbouw in Europa zaten. Ik moet vaststellen dat de Europese landbouw en zeker de Nederlandse landbouw wereldwijd koploper kan zijn om de klimaatafdruk van de landbouw terug te dringen. De Nederlandse landbouw is de meest efficiënte in de wereld. Ik weet niet precies wat in de motie van de Partij voor de Dieren heeft gestaan, maar ik kan mij zo voorstellen dat de Partij voor de Dieren het een beter idee vond om wat landbouw weg te halen. Ik kan mij echter niet voorstellen dat zij zei: wij willen koploper zijn in de wereld. De ChristenUnie ziet een andere route voor zich dan de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is leuk geprobeerd. Ik heb de motie twee keer ingediend en de ChristenUnie heeft twee keer tegengestemd. In de motie gaat het alleen over de objectieve constateringen van de Rekenkamer. In 2014 hebben de Europese lidstaten, waaronder Nederland, afgesproken om 20% van de Europese begroting te besteden aan klimaatgerichte actie. De Europese Rekenkamer heeft geconstateerd dat dit niet lukt en dat met name landbouw en visserij achterblijven. De Europese Rekenkamer heeft ook gezegd: dat zouden we anders moeten doen. In de motie wordt gevraagd om de gemaakte afspraken na te komen, zonder welk oordeel over de landbouw dan ook. Er is immers afgesproken om centen uit te geven aan klimaatgerichte actie, waarbij het gaat om ten minste 20% van de Europese begroting. Die motie wordt echter niet gesteund door de ChristenUnie. Ik snap dat niet, want mevrouw Dik-Faber zegt hier wel dat een goed klimaatbeleid belangrijk is, evenals het nakomen van onze klimaatafspraken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Een goed klimaatbeleid staat bij de ChristenUnie heel hoog in het vaandel; laat ik iedereen daarvan overtuigen. De Europese landbouw, zeker ook de Nederlandse landbouw, is koploper in de wereld. Er is geen koe die zo diervriendelijk wordt behandeld als de Nederlandse koe. Ook is er geen milieuvriendelijkere koe dan de Nederlandse koe. Ik weet dat mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren daar wellicht anders over denkt, maar het is wel de waarheid. Ik vind het heel belangrijk dat wereldwijd ook de landbouw bijdraagt aan het tegengaan van klimaatverandering. Onze Nederlandse landbouw kan daar koploper in zijn en kan een voorbeeld zijn. Wij kunnen de kennis over landbouw en de manier waarop wij de landbouw hebben georganiseerd in Nederland, exporteren naar andere landen in de wereld. Ik heb een amendement (34550-XIII, nr. 56) ingediend in deze Kamer — helaas heeft de coalitie dat niet gesteund — om het Convenant Schone en Zuinige Agrosectoren nieuw leven in te blazen en daar een impuls aan te geven, zodat er innovaties op het boerenerf plaatsvinden die de landbouw nog meer een impuls geven om een bijdrage te leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Dat is de route die ik wil. Ik ben er nog steeds niet van overtuigd dat de motie die de Partij voor de Dieren heeft ingediend, geen nevenbedoelingen had voor de landbouw. De landbouw kan volgens de Partij voor de Dieren immers maar op één manier bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering: minder vleesproductie, minder vleesconsumptie en weg met de stallen in ons land. Dat is echter niet de agenda van de ChristenUnie.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand mag nog één keer kort interrumperen. Daarna worden interrupties steeds in twee delen gedaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik rond af. Ik constateer dat de ChristenUnie rapporten van de Europese Rekenkamer niet serieus neemt als het gaat om het klimaat en dat zij terugkrabbelt als het concreet wordt. Als we iets moeten doen voor het klimaat — we hebben dat nota bene beloofd — is dat volgens de ChristenUnie allemaal leuk en aardig, als het maar niet over de landbouw gaat.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik constateer dat de ChristenUnie haar stinkende best doet om samen met de boeren en tuinders in ons land de koploperspositie te behouden en de kennis die we in huis hebben, over de wereld te verspreiden. Dat is een andere agenda dan de agenda van de Partij voor de Dieren, die boeren en tuinders uit ons land wegjaagt. Als boeren en tuinders weggaan, zijn we echter nog veel verder van huis. Als de Nederlandse productie wordt verplaatst naar het buitenland, dan pas hebben we een probleem voor het klimaat.
--

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. We lezen in kranten berichten over klimaatverandering. We zien bijna dagelijks beelden op internet en televisie. Wat is nou waar? Wat komt door klimaatverandering? En vooral, wat is de menselijke invloed daarop? Het is best ingewikkeld. Er moet in ieder geval geen klimaatverwarring ontstaan. Een probleem gaan we ook niet met bangmakerij oplossen, maar met realisme. Ik lees als woordvoerder alles over klimaat. Alle feiten en alle opinies zijn mij ongeveer bekend. Hoewel klimaat de gemiddelde weerstoestand is over een periode van minimaal dertig jaar, merk je soms dat het anders is. Je vraagt je af hoe dat nou precies zit. Mensen spreken erover, en niet alleen in Nederland. Volgens mij hebben we met zijn allen een opgave om de wereld een beetje leefbaar te houden. We hebben immers maar één aardbol en daar moeten we zuinig op zijn.
Aan de ene kant zijn er mensen die doorslaan met doemscenario's en bangmakerij, die zeggen dat de aarde vergaat. Doemdenkers zeggen ook dat alles de schuld is van de mensen. Ze willen ons dwingen van vandaag op morgen een radicale omslag te maken in de wijze waarop wij leven. Aan de andere kant zijn er mensen die klimaatverandering ontkennen, of die zeggen dat tegengaan ervan geen zin heeft. Ze steken hun kop in het zand voor de gevolgen. Met beide groepen kom je niet veel verder. Wat nodig is, is een realistische aanpak en draagvlak. Want klimaatverandering heeft gevolgen, wat betekent dat we met z'n allen een opgave hebben om daarop in te spelen.
(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb alle verleidingen weerstaan om eerder in debat te gaan met de heer Dijkstra over alle provocaties die hij hier de Kamer in gooide. Prima. Mijn vraag is of de VVD de ratificatiewet gaat steunen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Het antwoord is ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Prima. Dan kijk ik nu al uit naar het inhoudelijke debat over alle dingen die u zojuist hebt opgeworpen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Absoluut! Ik heb meegegeven waaraan wij toetsen. Dat worden heel interessante en leuke debatten.

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik was van plan om mijn beantwoording over het verdrag en de ratificatie ervan in drie grote blokken te doen. Ik begin met een blok over de overeenkomst van Parijs, inclusief het wetsvoorstel, de wat meer juridische vragen die gesteld zijn en een aantal politieke vragen. Vervolgens komt er een blok over het Europees beleid, dat vooral gericht is op het systeem van emissiehandel, ETS. Het laatste blok gaat over de vraag wat we op nationaal niveau doen. Het energiebeleid is even aan de orde gekomen, maar ook bijvoorbeeld innovatie en wat er allemaal moet gebeuren. Dat zijn de drie hoofdblokken en de lijn van de beantwoording.
(…)

Ik denk dat het goed is om voor de wat meer sceptische luisteraars toch een argument mee te geven. De heer Madlener — ik zie hem nu even niet — gaf bijvoorbeeld namens de PVV aan dat hij nog niet overtuigd is. Deze overeenkomst levert ook veel op aan vermeden schade. Als wij onze beloften — in de woorden van mevrouw Ouwehand — nakomen, voorkomen wij ook dat er een hoop schade ontstaat. Dit levert dus ook innovatie op en daarmee nieuwe banen en werkgelegenheid.

Mevrouw Ouwehand vroeg: waar gaan we nou voor? Wij hebben eigenlijk de 1,5 graden in het vizier. Waarom zegt de staatssecretaris niet gewoon dat wij ons daaraan committeren? Ook anderen vroegen daarnaar. Wij hebben ons in Parijs gecommitteerd aan het beperken van de mondiale opwarming tot ruim beneden de 2 graden. Wij hebben inderdaad het streven om te komen tot een beperking van 1,5 graden. Zo is dat letterlijk vastgesteld en niet anders. Het is vooralsnog onvoldoende duidelijk wat er precies nodig is om de mondiale temperatuurstijging tot 1,5 graden te beperken. Daarom hebben wij afgesproken, ook weer in Parijs, om het IPCC te vragen om een speciaal rapport daarover te maken. Dat komt in september 2018 beschikbaar en zal een belangrijke input worden voor de zogenaamde internationale faciliterende dialoog — ik kan het niet helpen, maar dat is de formele term — over de vooruitgang die de partijen bij het Parijsakkoord hebben geboekt richting de afgesproken doelen. Wij gaan natuurlijk serieus bekijken — dat hebben wij vanaf het begin gezegd — hoe wij kunnen bijdragen aan het streven naar de beperking tot 1,5 graden. Ik zeg erbij dat dat alleen kan in internationaal verband en dat het rapport daar alle belangrijke informatie voor moet aanleveren.
(…)

Mevrouw Ouwehand zegt dat we ook een langetermijnvisie moeten hebben. Dat ben ik zeer met haar eens. Met de Energieagenda heeft het kabinet ook een helder langetermijnperspectief geschetst. We sturen op CO2 en we kiezen daarbij voor een geleidelijke en tijdige transitie in Nederland. Daar horen gewoon verschillende maatregelen bij: het voortzetten van de uitrol van wind op zee en het uitfaseren van aardgas in de gebouwde omgeving. Dat is allemaal in de Energieagenda opgenomen. Daar kunnen maatschappelijke organisaties, medeoverheden, burgers en bedrijven ook op bouwen. De Energieagenda wordt verder nog uitgewerkt in transitiepaden per energiefunctionaliteit.
(…)

Staatssecretaris Dijksma:
(…) Dit is een enorm complexe opgave die heel veel gaat vragen. Er werd hier net gesproken over levensstijl en behoud daarvan, maar er gaan ook wel dingen veranderen. Op termijn gaan mensen niet meer op gas koken. Dat moeten we toch tegen elkaar zeggen. Zulke veranderingen zullen doorgevoerd worden, maar ik kan uit ervaring vertellen dat koken op inductie om allerlei redenen echt prima is. Het helpt als we mensen meenemen in de informatievoorziening. We zullen dat met de medeoverheden doen; dat vroeg mevrouw Dik-Faber ook. We nemen ze hier absoluut in mee. Ze zitten aan tafel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben het zeer eens met de staatssecretaris dat we anders moeten gaan leven. Ik denk dat het goed is om te benadrukken dat dat helemaal niets negatiefs hoeft te zijn. Het is helemaal niet gezegd dat dit een verslechtering zou opleveren. Het klimaatbeleid dreigt echter snel te versmallen tot energiebeleid, terwijl we fundamentele systeemveranderingen zullen moeten doorvoeren om de samenleving op termijn helemaal duurzaam te krijgen, zoals het Planbureau voor de Leefomgeving al heeft aangegeven en zoals in de ingediende motie ook gesteld wordt. Daar is een strategisch samenhangend pakket voor nodig. Daar vraag ik de staatssecretaris naar. Dat kent ze van mij.

Ik zal alvast één suggestie opperen: op de energiebehoefte die nodig is voor de invoer van soja voor de Nederlandse bio-industrie, kunnen we 5 miljoen Nederlandse huishoudens laten draaien. Ook dat element zal aan de orde moeten komen.

Staatssecretaris Dijksma:
Uiteindelijk komt de landbouw zeker ook aan de orde. Dat zien we nu al, want het PBL heeft daar ook naar gekeken. In de non-ETS-sectoren moet ook gewoon reductie plaatsvinden. Dat zal straks leiden tot scherpe keuzes. Ik ben het dus met u eens. Ik ben het ook met u eens dat je daarvoor niet moet weglopen. Het mooie is dat wij in Europees verband wel ruimte krijgen om zelf te kiezen waar wij de "pijn" laten landen. Ik ben het er voorts mee eens dat dit lang niet altijd een negatieve omslag betekent.

Ik noem het voorbeeld van de nul-op-de-meterwoning. Ik heb die woningen bezocht. Mensen krijgen een klimaatneutraal huishouden terwijl ze tegelijkertijd hun energierekening zien dalen en het wooncomfort zien verbeteren. Dat is de uitdaging. Hoe zorgen we voor een grootschalige omslag op zo'n terrein? Er zal in Nederland heel veel moeten gebeuren. We zullen renovatie moeten verbinden aan energiebesparing en aan het drukken van de kosten voor burgers. Tegelijkertijd zullen we ook de huren betaalbaar moeten houden. Dat is niet makkelijk, maar moet wel gebeuren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
We zijn het in grote lijnen eens. Ik wil vandaag niet het debat voeren over al die maatregelen die nodig zijn, want nu ratificeren is heel belangrijk. Wel herinner ik de staatssecretaris nogmaals aan het momentum dat ze heeft. Er zijn bijna verkiezingen. Je zit straks niet meer vast aan een coalitiepartner. Als er één moment is om een plan te schetsen waarin staat wat er nodig is voor de komende periode, is het nu. De staatssecretaris kan dat voorbereiden en ze kan het presenteren aan de Kamer die er dan zit, zonder bang te hoeven zijn voor blauwe plekken of kleerscheuren. Ik druk haar op het hart om dat te doen. Ze kan alle radicale voorstellen die nodig zijn, zonder een centje pijn naar de Kamer sturen.

Staatssecretaris Dijksma:
Volgens mij zijn we dat al aan het doen, ook voor de non-ETS-sectoren. Mevrouw Ouwehand kent ook het rapport van het PBL. Er liggen straks voorstellen voor die veel verder gaan dan alleen de energiesector. Op mijn eigen terrein, het openbaar vervoer, gaan we vanaf 2025 alle bussen in Nederland klimaatneutraal maken. Daarover ligt al een afspraak voor. Het energieakkoord zegt iets over bijvoorbeeld de auto's en energieneutraliteit. Het gaat de Kamer weliswaar niet snel genoeg, maar er is wel een tijdstip genoemd. Dat valt later dan een deel van de Kamer wil, maar het staat er wel. We kunnen met Europees bronbeleid bekijken of we de ambities verder kunnen opschroeven, zodat we weer tijdwinst boeken. Ik begrijp de boodschap van mevrouw Ouwehand, maar volgens mij zijn we daar ook mee aan de slag. Ik zal altijd nadenken over de vraag of we dat nog beter in samenhang naar voren kunnen brengen.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording. Ik ben blij dat de Kamer zal instemmen met de wet die het klimaatakkoord van Parijs ratificeert. Dat was de belangrijkste inzet voor dit debat. Ik ben blij dat dit gaat lukken.

Maar mooie woorden, zelfs als ze worden vastgelegd in wetten, betekenen nog niet dat we gaan doen wat nodig is en wat we hebben beloofd. Ik heb er één pijnpuntje uit gehaald. Ik heb de volgende motie overigens al eerder eens ingediend. In Europa is afgesproken om 20% van de begroting te besteden aan klimaatgerichte actie. De Europese Rekenkamer heeft echter gezegd: dat halen we niet. Ik vind het onvoorstelbaar, werkelijk onvoorstelbaar, dat het kabinet zegt: we gaan het ook niet doen, pas in 2020 gaan we het doen. De afspraak was om het vóór 2020 te doen. En de Kamer laat dit bij herhaling gewoon lopen! Als we het menen dat de klimaatverandering een halt moet worden toegeroepen — ik hoop dat we dat in meerderheid doen — dan kunnen we dit soort afspraken niet zomaar terzijde schuiven. Dus daar komt die ene motie nog een keer!

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

wijzende op de grote noodzaak om maatregelen te treffen tegen de klimaatverandering en op de afspraken die hiertoe gemaakt zijn met het klimaatakkoord in Parijs;

constaterende dat de Europese lidstaten en het Europees Parlement in 2013 hebben afgesproken ten minste 20% van de EU-begroting voor 2014-2020 te besteden aan maatregelen tegen klimaatverandering;

constaterende dat uit een onderzoek van de Europese Rekenkamer blijkt dat dit doel bij lange na niet gehaald zal worden, en dat vooral in het landbouw- en visserijbeleid en de plattelandsontwikkeling het roer nog niet om is;

constaterende dat het kabinet verwijst naar de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), die pas in 2020 zal plaatsvinden, voor een eventuele verschuiving van budgetten naar klimaatactie, waarmee de afspraak om tussen 2014 en 2020 al 20% van de EU-begroting te besteden aan het tegengaan van klimaatverandering terzijde wordt geschoven;

spreekt uit dat de Europese afspraken over het tegengaan van klimaatverandering moeten worden nagekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (34589 (R2077)).

Dan kom ik bij de motie-Ouwehand op stuk nr. 9. Zoals gebruikelijk brengt mevrouw Ouwehand mij in de problemen. Het dictum van de motie, namelijk "de Europese afspraken over het tegengaan van klimaatverandering moeten worden nagekomen" onderschrijf ik van harte. Maar alle overwegingen kan ik in elk geval niet op deze manier zomaar overnemen. Dat komt omdat die voor een deel over het beleid van mijn collega's gaan en ik nu niet kan inschatten wat daar gaande is et cetera. Ik moet de motie om die reden ontraden en dus niet omdat ik het oneens ben met het dictum. Ik vind dat de afspraken nagekomen moeten worden, maar gelet op alle overwegingen kan ik niet overzien in wat voor Bermuda Triangle ik mijzelf zou begeven. Dat is mijn probleem met deze motie.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, wilt u alle constateringen schrappen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, voorzitter. Ik snap wel dat de staatssecretaris zich even afvraagt wat hier nou beweerd wordt. Ik denk dat het niets verandert aan haar oordeel dat de staatssecretaris van Economische Zaken de uitspraak heeft gedaan die in de laatste overweging staat. Hij heeft gezegd: dat hebben wij wel afgesproken in Europa, maar bij de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid gaan wij pas inzetten op een eventuele verschuiving van de budgetten naar klimaatactie. Daarmee zegt hij eigenlijk: wij komen de eerder gemaakte afspraak waar de Europese Rekenkamer nu kritisch over is, niet na. Misschien wil de staatssecretaris nog even overleggen met de staatssecretaris van EZ. Dat zou wellicht een uitweg bieden. Dan houd ik de motie nog even aan.

Staatssecretaris Dijksma:
Dat laatste wil ik altijd. Het eerste wat mevrouw Ouwehand zegt, onderstreept mijn intuïtieve reactie, namelijk om deze motie te ontraden. Eigenlijk roept mevrouw Ouwehand mij via een motie op om mijn collega als het ware tegen te spreken. Dat kan niet, want het kabinet spreekt met één mond.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Hier had ik al op geanticipeerd. In de motie staat eigenlijk ook geen verzoek aan het kabinet. De Kamer wordt daarin opgeroepen om zich achter de eerder gemaakte afspraak te scharen. Als de Kamer daar voor is, komen wij daarna wel weer te spreken met het kabinet. Laten wij het zo maar doen.

Staatssecretaris Dijksma:
Dan ontraad ik bij dezen de motie. Er rest mij geen andere route dan deze.