Bijdrage Ouwehand Debat Europese Top


27 juni 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

De heer Pechtold (D66):
Ik zal serieus blijven antwoorden. Ik heb het tijdpad van aanstaande week precies gegeven. Ik neem het onderwerp groei. Er ligt een goede motie van mevrouw Lucas van de VVD en van mevrouw Van Veldhoven van D66 die beoogt dat geld uit de landbouwpotten wordt ingezet voor kennis. Dat moet dus gebeuren. Deze top, mijnheer Blok -- u zit alweer -- gaat inderdaad nog niet over de bankenunie, nog niet over eurobonds, maar als een kabinet niet bereid is in de Kamer het Nederlandse standpunt te wegen, te toetsen en vooruit te brengen, dan komen wij nergens.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Als je Europese samenwerking een goed idee vindt, en volgens mij vindt een overgrote meerderheid van de Kamer dat maar niet iedereen is even enthousiast over het idee van een politieke unie, dan is wel de vraag onder welke voorwaarden en in welke volgorde. De heer Pechtold blijft daarover een beetje onduidelijk. Tussen neus en lippen door hoorde ik dat de fractie van D66 nog steeds niet tevreden is over de manier waarop de Europese Unie en de gouvernementele realiteit functioneren, gelet op de democratie in het belang van de stem van de burger. Klop dat?

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat roept natuurlijk wel de vraag op of het harde voorwaarden zijn en of er voor de juiste volgorde wordt gekozen. Ik deel de analyse van de heer Pechtold dat de minister-president in een spagaat zit en, met alle respect, dat ziet er niet uit bij mannen boven de veertig. Dat moet je echt aan turnsters overlaten! Maar ook de heer Pechtold lijkt nu te zeggen: ik ben niet tevreden met de huidige Europese Unie, maar ik wil er wel meer van. Ik zou graag een harde knip zien: eerst de garantie dat de stem van de burgers gehoord wordt en dat de democratische controle op orde wordt gebracht en eventueel dan pas een stap naar verdere integratie. Dat hoor ik D66 echter niet zeggen.

De heer Pechtold (D66):
D66 vindt dat je het allebei moet doen. Wij kunnen ons niet veroorloven om nog langer door bankiers te worden bestuurd. Het zijn mevrouw Lagarde, de heer Draghi en, als het een beetje meezit, de politici Merkel en Hollande die bepalen wat er in Brussel gebeurt. Ik drong erop aan dat de regering een standpunt inneemt. Ik help ze daarbij, want ik heb zojuist het hele lijstje doorgenomen. Dat moet dus gebeuren. Alleen kunnen wij dat niet van vandaag op morgen regelen. Bovendien zal Nederland daarvoor met zijn grote bijdrage wel aan tafel moeten zitten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar "allebei" dat werkt niet, want je loopt dan het risico dat je je wensenlijstje niet gehonoreerd krijgt, maar wel hebt ingestemd met een verdere overdracht van bevoegdheden, zonder dat de stem van de burger daarbij een plek heeft. Dat is volgens mij toch echt hoe wij de inzet van D66 moeten samenvatten.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Op Twitter zei iemand: goh, wat een schreeuwdebat. Ik zal dus proberen niet te schreeuwen. Maar tegelijk met die Twitteraar dacht ik ook: tjonge, wat een debat, dat geeft de burger moed, maar niet heus.

We hebben letterlijk al ons geld ingezet op een gokje op de euro. Waar de mannen van World of Stiftcraft – hartstikke leuk – meteen verdubbelen zouden adviseren, lijkt deze Europese top er vooral op gericht te zijn om alles wat we hebben in te zetten op een politieke unie of, en dat klinkt vriendelijker, een begrotingsunie, gekoppeld aan een bankenunie en een fiscale unie. Dat terugkerende woord "unie" heeft een betekenis, want de burger kan ervan verzekerd zijn, niet te worden betrokken in de besluitvorming. Zij wel, u niet. De Duitse minister van financiën heeft in een interview met Der Spiegel gezegd dat hij op zeer korte termijn een referendum verwacht over een Europese regering met vergaande bevoegdheden. Hij spreekt daarover als een turbulente geschiedenis, die van een snelheid en een betekenis zou kunnen zijn vergelijkbaar met de val van de Berlijnse Muur. Dat is voor een Duitse minister niet niks. Heeft het demissionaire kabinet verwachtingen van een dergelijke grootschalige doorbraak? Zo ja, is het kabinet dan bereid die kennis met de Kamer te delen? En, belangrijker: als er in Duitsland sprake is van een referendum over een Europese regering is ons demissionaire kabinet – ons past bescheidenheid – dan ook bereid in Nederland een dergelijk referendum te organiseren?

Dat zou wat de Partij voor de Dieren betreft de inzet moeten zijn van de minister-president op deze top. Hij moet daar zeggen: Beste mensen, ik zit hier voor spek en bonen; ik ben premier van een gevallen kabinet, er komen verkiezingen aan, er woedt een fel debat over Europa in mijn land; ik ga nu niet zonder de burger te raadplegen akkoord met welk plan dan ook. Ik overweeg een motie op dit punt.

Europa bevindt zich in een diepe crisis, je zou ook kunnen zeggen aan de rand van een diepe afgrond of aan de oever van een zompig moeras. De meest Europositieve partij in dit huis heeft zelfs haar verkiezingsslogan daarop aangepast, die nu luidt: En nu vooruit. Daar spreekt daadkracht uit, maar het is zeer de vraag of in een dergelijke daadkracht wel wijsheid schuilt en of een stap terug of ten minste een stap op de plaats niet veel verstandiger zou kunnen zijn en ook meer recht zou doen aan het belang van de stem van de burger in dit soort vergaande beslissingen. Europa kampt namelijk met een onoplosbaar probleem dat bestaat uit weeffouten of een genetisch defect dat met de beste wil van de wereld niet te repareren valt in de huidige situatie en al helemaal niet door de partijen die het defect hebben ingebakken in de Europese Unie en de Europese munt. Wij hadden de voordelen van een gemeenschappelijke munt in de tijd van het EMS, maar nu dat veranderd is in het ESM met één munt, is van die gemeenschappelijkheid weinig meer te merken. Het is ieder voor zich en de euro voor allen, maar hoe lang dat laatste nog stand kan houden, is zeer onzeker. Het was te mooi om waar te zijn dat wij een gemeenschappelijke welvaart op structurele termijn en een gemeenschappelijk beleid vorm konden geven zonder de goede volgorde te hanteren. Dat was dus een sprookje.

Vrijwel iedereen is het er inmiddels over eens dat de totstandkoming van de euro niet verlopen is zoals men achteraf wenselijk vindt, maar ondanks dat wordt er gekozen voor een vlucht vooruit. Als de muntunie niet naar behoren werkt, vergroten wij de inzet onomkeerbaar tot een politieke unie en als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat. En de burger staat buitenspel.

Tijdens de Europese top zal ook gesproken worden over herstel van economische groei en juist daar wil de Partij voor de Dieren bezwaar tegen maken. Want terugkeer naar business as usual is niet wat wij nodig hebben in een situatie waarin wij de aarde letterlijk uitwonen en onszelf in een verzameling van nauwelijks te hanteren crises hebben gebracht -- bankencrisis, muntcrisis, voedselcrisis, klimaat, biodiversiteit -- door onze hebzucht die uitmondt in roofbouw en spilzucht. Een overheid die consumenten oproept om toch vooral te stoppen met spaarzaamheid, om meer geld te laten rollen, om meer te kopen om de economie weer uit het slop te krijgen, heeft het niet begrepen. Wij leven nu al alsof wij twee aardbollen tot onze beschikking hebben -- wat niet het geval is -- en de aarde groeit niet. Het ligt dus helemaal niet voor de hand om in te zetten op economische groei. Liever duurzame, regionale economische ontwikkeling, niet als Europees compromis, maar als soevereine keuze waarmee wij een gidsfunctie in de wereld zou kunnen vervullen. Een Europa dat geen antwoord heeft op de plaag van de financiële markt, de spilzucht en het gebrek aan duurzaam denken, kan nooit een duurzaam Europa zijn. Wij zullen terug moeten naar gedifferentieerde verantwoordelijkheden waarmee het lot of het noodlot van landen niet langer onlosmakelijk aan elkaar verbonden is, maar ruimte biedt voor eigen beleid en eigen afwegingen binnen een vruchtbare samenwerking.

De regering kan en mag natuurlijk weinig zeggen in tijden van crisis. Dat hebben wij gisteren ook gehoord in het debat in de Eerste Kamer toen het ging om de vraag of een minister, in situaties waarin grote calamiteiten dreigen, informatie mag achterhouden of de Kamer onjuist mag informeren in het belang van de munt. Wat daarvan ook zij, ik kan niet anders dan adviseren om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van een gedifferentieerd parallel muntstelsel en voorbereid te zijn op alle scenario's, niet alleen van een Grexit, zoals de uittreding van Griekenland ook wel wordt genoemd, maar ook op een mogelijk uittreden van Italië en Spanje.

Het lijkt ons dat een demissionair minderheidskabinet niet het mandaat heeft tot vergaande soevereiniteitsoverdracht. Het ligt niet voor de hand om problemen op te lossen vanuit dezelfde werk- en denkwijze als waarmee ze ontstaan zijn. In die zin zouden wij moeten leren van het feit dat de euro als grootste monetair experiment uit de geschiedenis, is mislukt. Laten wij daar lering uit trekken en geen nieuwe onaanvaardbare en zeer onoverzichtelijke risico's nemen.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ga door op het punt van de heer Slob: de positie van de burger. Dien je het belang van de Europese samenwerking als je steeds verdere Europese integratie doordrukt zonder de burger daar een stem in te geven? Ik ben verontrust als ik de minister-president in antwoord op die vragen hoor zeggen dat wij er toch in het parlement over debatteren, dat wij het toch hartstikke goed doen en dat hij het, vooruit, toch wel even wil agenderen. Hij wilde het wel even noemen dat er uit zijn parlement geluiden kwamen dat de burger een stem moest krijgen.

De Duitse minister van Financiën voorziet een referendum, voorziet een snelle integratie naar een Europese regering. Zouden wij niet ook die piketpaal moeten slaan en dus het duidelijke statement moeten inbrengen op de top dat deze minister-president niet gaat instemmen met welk voorstel dan ook als niet de burger expliciet daar zijn stem over heeft kunnen laten horen?

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan is het ook geen probleem dat de minister-president duidelijk aangeeft: ik ben er nu niet voor, maar ik ben niet tot in lengte van dagen de baas van Nederland; ik kijk naar de samenleving in Nederland en ik zie veel verzet bij burgers tegen een snelle Europese integratie; Nederland stelt zich op het standpunt dat er referenda moeten komen en van mij hoort u dus geen ja of nee voordat de burger gesproken heeft.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Wij mogen op 12 september naar de stembus, maar de Leidse hoogleraar Jouke de Vries voorspelt dat dat wel eens de laatste keer zou kunnen zijn voor Nederland zoals wij Nederland kennen voordat wij -- ik zeg het gechargeerd -- de verenigde staten van Europa in worden gerommeld. Bij het referendum over de Europese grondwet hebben wij al gezien dat de burger er bepaald niet van te spreken is dat hij al die jaren buiten de Europese integratie is gehouden. Dat besluit moest aan de kant. Deze minister-president is zeker niet de eerste die overal maar een beetje omheen probeert te praten, maar hij is wel een van de meest opzichtige daarin. Je kunt niet met oogkleppen op blijven doen alsof de burger zich gehoord voelt. Als je die oogkleppen af zet, dan zie je dat mensen zwaar ontevreden zijn en een stem willen hebben in dit soort vergaande besluiten. Daarom de volgende motie.


De Kamer,


gehoord de beraadslaging,


van mening dat de burger een belangrijke stem moet hebben bij de keuze om nationale bevoegdheden al dan niet over te dragen aan de Europese Unie;


verzoekt de regering, een raadgevend referendum te organiseren voor besluiten over verdere Europese integratie,


en gaat over tot de orde van de dag.