Bijdrage Ouwehand Begroting Volk­ge­zondheid (land­bouwgif, dier­ziekten, groene en gezonde leef­om­geving)


29 oktober 2013

Bekijk deze bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ziek worden van je eigen leefomgeving, in je eigen huis en tuin, op de plek waar je je veilig waant, waar je probeert om je kinderen een gezonde start te geven in het leven; ziek van de bedrijfsvoering van je buurman. Het overkomt burgers in ons land, vaak al jaren, en er is niemand die naar hen luistert: de gemeente niet, de provincie niet en de rijksoverheid niet. De Partij voor de Dieren vindt dat onacceptabel. Ik noem als voorbeeld de familie die woont in het buitengebied, in een mooi huis, letterlijk tussen de aardbeienakkers. Die zien er lief uit maar worden wel elke dag bespoten met landbouwgif. Vader, moeder en alle drie de kinderen hebben vaak lichamelijke klachten; onverklaarbare dingen, zoals aanhoudende tintelingen in de arm alsof die verdoofd of verlamd is, droge lippen, ernstige aanhoudende hoofdpijn, geïrriteerde luchtwegen, opgezette klieren, vaak ziek. Omdat het gezin zo vaak binnenkwam met onverklaarbare klachten adviseerde de huisarts om een spuitdagboek bij te houden. Het gezin heeft alle bestrijdingsmiddelen die de buurman gebruikt, opgezocht om te zien welke risico's daaraan verbonden zijn en het houdt nu al vier jaar nauwgezet bij met welke middelen gespoten is en welke klachten de leden van het gezin dan ervaren. De leden van het gezin weten inmiddels wat hen te wachten staat als de buurman aan het spuiten is. Zij passen hun leven daarop aan. De kinderen naar school laten fietsen? Nee, want er hangen gifdampen in de velden waar zij doorheen moeten dus zij worden met de auto gebracht. De kinderen buiten laten spelen? Beter van niet; ze kunnen beter binnen blijven de rest van de dag. Verder blijven ramen en deuren gesloten, ook als het een mooie lenteochtend is. Deze mensen treffen voorzorgsmaatregelen maar voelen zich wel gevangenen in hun eigen huis. De moeder durft haar zorgen over het effect van gif op hun gezondheid niet meer te delen met haar dorpsgenoten. Toen zij dat wel deed, kreeg zij vaak te horen dat zij zich niet zo druk moest maken en dan voelde zij zich een zeurpiet. Vader en moeder zitten echter nog wel met een groot aantal vragen. Is het toeval dat de buurjongen van 12 jaar kleiner is dan hun eigen zoon van 8 jaar? Is het toeval dat de oudste buurjongen die eerst zo goed kon leren nu op het laagste niveau de middelbare school doet? Is het toeval dat in dat kleine dorp drie vrouwen vervroegd in de overgang zijn geraakt? Is het toeval dat er zoveel prostaat-, darm- en longkanker voorkomt, ook bij heel jonge mensen? Waarom zijn er geen spuitcirkels bij dit soort giftige bestrijdingsmiddelen? In de chemische industrie gelden veel regels en wordt alles goed gecontroleerd, maar als die chemische middelen in de eigen woonomgeving worden gebruikt, heeft men het nakijken.

Dit verhaal is illustratief voor de zorgen die gemeld worden op ons meldpunt Gifklikker. We kunnen de vragen alleen inventariseren, niet beantwoorden, want er is te weinig onderzoek naar het effect van landbouwgif op omwonenden. Wel zijn er aanwijzingen dat het kan leiden tot kanker, Parkinson, verstoorde hormoonhuishouding en verminderde intelligentie. Vooral kinderen en ongeborenen lopen gevaar. De Gezondheidsraad adviseert om blootstellingsonderzoek uit te voeren bij omwonenden. Ik wil graag dat de minister nu toezegt dat zij zo'n onderzoek zo snel mogelijk uitvoert. De middelen die nu al op de markt zijn, moeten opnieuw worden beoordeeld op de effecten voor de gezondheid van omwonenden. Ook moeten er voorzorgsmaatregelen worden getroffen: spuitvrije zones rond het erf van bewoners en op plekken waar voorbijgangers lopen en fietsen. De vraag is simpel: neemt de minister van Volksgezondheid haar verantwoordelijkheid en wil zij bewoners van het platteland beschermen tegen de gevolgen van landbouwgif?

Helaas beperken de risico's voor de volksgezondheid vanuit de landbouw zich niet tot de effecten van het gif. Wij kennen allemaal de gevolgen van Q-koorts: 4.000 zieke mensen en 25 mensen dood, en dat zijn voorzichtige schattingen. Economische belangen en privacy prevaleerden terwijl de volksgezondheid hier voorop had moeten staan. Hetzelfde geldt voor het antibioticagebruik in de vee-industrie. In de media kom ik overal positieve berichten tegen over hoe geweldig de sector het zou doen in het terugdringen van het antibioticagebruik, maar ondertussen heeft resistentie tegen bepaalde soorten antibiotica al tot dodelijke slachtoffers onder mensen geleid en is behandeling van multiresistente bacteriën vrijwel onmogelijk.

De risico's voor de volksgezondheid breiden zich nu ook uit naar het consumeren van voedsel. De laatste maanden zijn wij verschillende keren opgeschrikt door verhalen over misstanden ten aanzien van de kwaliteit van ons voedsel: EHEC, BSE, dioxine, MPA, EBSL en poepvlees. Steeds denk je: waar is de minister van VWS? Waarom mogen het ministerie van Landbouw, nu Economische Zaken, en de sector bepalen welke risico's wij lopen met de volksgezondheid?

Er staat een rapport op stapel waaruit blijkt dat de NVWA, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, in tien jaar tijd zodanig is verzwakt dat er grote risico's zijn waar het gaat om het ontstaan van voedselincidenten. Dan vraag je je af wat er tien jaar geleden gebeurd is. Welnu, in 2003 is de NVWA overgeheveld van het ministerie van VWS naar het ministerie van Economische Zaken. Het moet deze minister goed doen te weten dat de NVWA naar behoren functioneerde toen zij nog onder de verantwoordelijkheid van haar ministerie viel en het moet haar pijn doen om te zien dat nu door bezuinigingen, belangbehartiging en het verliezen van kennis en expertise de teloorgang in gang is gezet. Oud-medewerkers van de dienst bevestigen dit. Het toezicht op voedselveiligheid moet weg van de economische belangen en terug naar de basis, de minister van VWS. De PvdD nodigt de minister uit om de dienst terug te nemen. Zij kan dat makkelijk aan, is onze stellige overtuiging.

Als het gaat om toezicht, is het belangrijk dat gegevens openbaar worden gemaakt. Het RIVM meet in Nederland de kwaliteit van de leefomgeving. Voor deze meetprogramma's zijn in heel Nederland meetpunten en meetstations ingericht om de kwaliteit van onze lucht, onze bodem en ons water in de gaten te houden. Dat is mooi, want wij moeten weten hoe het gesteld is met de kwaliteit van bijvoorbeeld ons grondwater. De ruwe data van deze meetnetten zijn echter niet beschikbaar als openbare data. Is de minister ertoe bereid om dat te realiseren?

De groene leefomgeving is gezond voor mensen. Mensen voelen zich beter als zij groen in hun omgeving hebben. Zij hebben minder last van depressies, hebben minder risico op overgewicht en gaan minder vaak naar de huisarts. 10% meer groen in de woonomgeving houdt 87.000 mensen per jaar uit de wachtkamer. Vooral voor kinderen is een groene omgeving cruciaal om gezond op te groeien. Investeren in een groene leefomgeving is dus gewoon een erg goed idee. De PvdD is blij te zien dat de minister dat ook vindt en aan de slag gaat met de aangenomen motie waarin wordt gevraagd om een impuls voor groene speelplaatsen en schoolpleinen. Wij vragen ons wel af of de ambitie niet wat hoger kan. Er komen meer aanvragen binnen dan de minister honoreert en dat is zonde, want er is enthousiasme bij scholen. Ik zie mijn lampje knipperen voorzitter, dus ik ga afronden. Het zou zonde om die kansen te laten liggen. Kan de minister aangeven wat haar rol is en welke taak zij voor haar ministerie ziet, ook als wij nog in afwachting zijn van onderzoek van de relatie tussen groen en gezondheid? Kan zij zeggen wat haar plannen zijn om het verkopen van snippergroen door gemeenten een halt toe te roepen? Het lijkt erop dat juist lokaal beslissingen worden genomen die het verlies van groen steeds erger maken.

Ongeveer een maand geleden heeft de Kamer een mevrouw uit Cuijk ontvangen die ongeneeslijk ziek is en daarom een hulphond heeft en die structureel wordt geweigerd in openbare ruimten. Wij waren met zijn allen ontluisterd door het verhaal dat zij vertelde. Zij heeft vanuit Cuijk een voettocht gemaakt naar Den Haag en heeft 100 kilometer om moeten lopen omdat de hotels waar zij wilde overnachten haar en haar hulphond geen overnachting wilden bieden. Ik vraag de regering of zij met, ik meen, een meerderheid van de Kamer van mening is dat dit een schandelijke situatie is en of zij deze zo snel mogelijk wil oplossen.

De heer Rutte (VVD):
Ik heb met heel veel interesse naar het betoog van mevrouw Ouwehand geluisterd. We hebben het vandaag gehad over heel grote uitdagingen in de zorg. Het ging daarbij over de betaalbaarheid, de beschikbaarheid en de kwaliteit van zorg. Vindt mevrouw Ouwehand dat de problemen die we vandaag bespraken, zouden zijn opgelost als we de aardbeien niet langer met gif zouden bespuiten, als we af en toe wat groen in de wijk zouden zetten en als we een einde zouden maken aan de intensieve veehouderij? Begrijp ik haar zo goed?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, het zou wel een goed begin zijn als we niet meer vanwege onze enorm agressieve exportstrategie zo veel gif op aardbeien zouden spuiten dat de mensen die in de buurt van de aardbeienvelden wonen gewoon ziek worden. Zij moeten vervolgens op kosten van de belastingbetaler worden geholpen in het ziekenhuis. Dus ja, ik hecht eraan om tijdens de behandeling van de begroting van VWS indringend aandacht te vragen voor het gezondheid houden van mensen. We moeten mensen gezond maken, in plaats van ze ziek te maken voor het exportverlanglijstje van de VVD. Dat klopt dus, ja.

De heer Rutte (VVD):
Dat mag en dit is een mooi pleidooi. Ik constateer dat met de voorstellen van mevrouw Ouwehand wellicht ergens iets wordt opgelost, maar dat we met die voorstellen zeker geen oplossing bieden voor de echt grote uitdagingen in de zorg waarvoor we staan. Die worden namelijk veroorzaakt door het feit dat we met elkaar steeds ouder worden en steeds langer gezond blijven. Naarmate we ouder worden, maken we toch uiteindelijk heel veel zorgkosten. Misschien deelt mevrouw Ouwehand die analyse? Hoe is dat te rijmen met haar stelling dat we continu worden blootgesteld aan verschrikkelijk gif en aan onveilig voedsel? Dat past toch niet bij elkaar? We worden veel ouder en we blijven veel langer gezond, maar aan het eind van ons leven maken we juist heel veel extra zorgkosten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vind dat een wel erg magere visie op de waarde van het leven. De heer Rutte concludeert dat we langer leven en dus per saldo misschien wel gezonder zijn dan 100 jaar geleden, maar dat het voor individuele mensen dus niet uitmaakt of hun kinderen kanker oplopen vanwege de gifstoffen die, met goedkeuring van de VVD, talrijk over de akkers vloeien. Ik vind dat wel een beetje zuur.

Interrupties:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben nogal geschrokken van de schriftelijke antwoorden van de minister op mijn vragen over de gevaren van landbouwgif voor de omwonenden in gebieden waar die middelen veel worden gebruikt. De minister schrijft dat zij betrokken is bij het beleid, maar tot nu toe gaat de minister alleen maar over de residuen die op appels en peren worden aangetroffen. De staatssecretaris van Landbouw gaat namelijk over de toelating van de middelen. Verder lijkt de minister niet eens te weten dat de Gezondheidsraad en de toelatingsautoriteiten hebben erkend dat bij de beoordeling of middelen mogen worden gebruikt, de effecten op omwonenden niet zijn meegenomen. Ik herhaal daarom de vraag die mensen die erg ziek zijn geworden door landbouwgif, mij stellen. Deze mensen zeggen "ik wil niet dood voor een ander zijn brood" en vragen mij vervolgens: waar is de minister van Volksgezondheid? Voelt zij zich wel verantwoordelijk voor dit probleem?

Kan de minister mij toezeggen dat er blootstellingsonderzoek zal worden uitgevoerd nadat de Gezondheidsraad zijn conceptadvies definitief heeft gemaakt? Zo ja, zal zij daar dan ook ruimte voor maken in de begroting van volgend jaar? Ik vraag dat, omdat ik niet graag te horen zou krijgen dat we daar in 2015 eens een keertje mee gaan beginnen.

Minister Schippers:
Ik heb aangegeven dat ik dat advies afwacht. Ik wil eerst zien wat eruit komt. Wij maken nooit vooraf geld vrij voor eventuele uitkomsten van adviezen. Ik wacht dus gewoon eerst het advies af. Het hele leven zit natuurlijk vol gezondheidsaspecten, maar dat valt gelukkig niet allemaal primair onder de minister van Volksgezondheid. Een heleboel zaken die met milieu te maken hebben, vallen onder het ministerie van I en M, en een heleboel zaken die met economie te maken hebben, vallen onder EZ of onder Landbouw, maar dat betekent niet dat die zaken geen gezondheidsconsequenties hebben. Daarom zijn er altijd mensen bij het ministerie van VWS die meekijken bij dat soort trajecten. Voor bijvoorbeeld vervoer en verkeer ligt de primaire verantwoordelijkheid echter bij het ministerie van I en M. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen is naar mijn kennis ondergebracht bij I en M. Wij kijken daarbij wel mee, maar primair valt het onder de verantwoordelijkheid van I en M, van Milieu. Er is een apart departement voor Milieu. Dat betekent niet dat wij daar verder niet naar kijken. Als ik het advies van de Gezondheidsraad binnen heb, zal ik dat serieus bekijken en het tegenover de Kamer becommentariëren en van een reactie voorzien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister van Volksgezondheid kan niet over alles gaan, dat klopt. Nu doet zich echter een heel vervelende ontwikkeling voor. Het lijkt er namelijk op dat er bij de toepassing van giftige bestrijdingsmiddelen in de landbouw geen rekening is gehouden met de mensen die in de buurt wonen. De Radboud Universiteit heeft gewaarschuwd voor resistente schimmels, die mogelijk afkomstig zijn van de fungiciden die in de landbouw worden gebruikt. Dan wordt het wel het pakkie-an van deze minister. Aan het begin van haar betoog had de minister het al over haar zorgen over de antibioticaresistentie. Een volgend probleem zouden wij kunnen krijgen met resistentie tegen azolen. Als van de Gezondheidsraad het advies komt dat blootstellingsonderzoek noodzakelijk is, kan het niet zo zijn dat wij daar pas in 2015 geld voor weten vrij te maken. Op een terrein als dit zou de minister moeten zeggen: ik houd er alvast rekening mee dat wij, als dit advies er komt, dat onderzoek volgend jaar moeten kunnen opstarten. Kan zij die toezegging doen?

Minister Schippers:
Ik reserveer nooit geld voor adviezen die nog moeten komen, want ik weet niet wat er in die adviezen staat. Anders krijg je een buffer voor allerlei dingen waarvan je denkt dat die weleens tot iets zouden kunnen leiden, terwijl dat geld uiteindelijk weer vrijvalt. Wij doen dat op onze begrotingen überhaupt nooit. Maar als de Gezondheidsraad met een advies komt, wegen wij dat natuurlijk altijd zwaar en serieus. Dat zal ik ook bij dit advies doen.