Bijdrage Ouwehand Begroting Landbouw en Natuur (eerste termijn)


6 december 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Kinderen willen meer leren in en over de natuur zo bleek laatst weer eens op de kinderklimaattop.

Daar zou de staatssecretaris wat van kunnen leren. Hij laat namelijk steeds weten dat hij de Nederlandse natuur heel moeilijk vindt. Hij zegt dingen als: je moet er bijna voor gestudeerd hebben om in de Nederlandse natuur rond te kunnen lopen. Zou hij het echt moeilijk vinden, of doet hij maar alsof omdat het in een goede Romeinse traditie zo lekker werkt om een lelijk beeld op te roepen, een etiket te verzinnen waar iedereen een hekel aan heeft, "moeilijk, elitair", en dat dan te plakken op datgene waar je zelf een hekel aan hebt? Het meest waardevolle dat we hebben, de basis van al het leven, een onmisbare bron van ontspanning voor alle mensen in ons volle land, namelijk onze natuur, wordt besmeurd door de staatssecretaris die er verantwoordelijk voor is.

Zou hij haar echt moeilijk vinden? Ik denk eigenlijk van niet. Maar ik wil natuurlijk niets aan het toeval overlaten. Daarom heb ik wat plaatjes meegebracht. Ik heb ze al eerder laten zien. Ik weet nog dat de staatssecretaris daar heel erg boos over was. Het Planbureau voor de Leefomgeving had indertijd namelijk net de kabinetsplannen doorgerekend en gezegd dat allerlei kwetsbare soorten erop achteruit zouden gaan, zoals -- ik laat nu de plaatjes zien -- de scholekster, de grutto, een aantal vleermuizensoorten, muizensoorten, plantensoorten en vlindersoorten. De staatssecretaris was woest dat ik durfde te suggereren dat deze soorten weleens zouden kunnen uitsterven als gevolg van zijn beleid. Hij zei toen: 90% van de natuurdoelen die we hadden, hebben we straks gerealiseerd. Hij zei ook: ik ben ondernemer geweest, en als ik als ondernemer 90% van de doelen had gehaald, was ik dik tevreden.

Dat klinkt heel redelijk. Veel mensen zullen denken: ach ja, waarom bezuinigen we in tijden van bezuinigingen ook niet op de natuur? De staatssecretaris vertelt er echter niet bij dat alle ecologen over de verbindingszones, de 10% die hij niet doet, zeggen dat zij nou juist de fundamenten zijn, noodzakelijk om soorten in stand te houden. Je kunt 90% van je huis bouwen, maar als je geen fundament legt, heb je er helemaal niets aan. De staatssecretaris schrapt de verbindingszones. Ecosystemen zijn kwetsbaar, soorten hangen met elkaar samen. Ik zie dat de staatssecretaris van schrik een glas laat vallen. Misschien geeft dat hoop voor de impact van dit verhaal. Als er één soort uitsterft, heeft dat gevolgen voor de rest. Als hij dat moeilijk vindt, kunnen we het vergelijken met een kwartetspel. Raak je daar één kaartje uit kwijt, dan kun je het hele spel niet meer spelen. Een staatssecretaris die dat niet begrijpt, kunnen we toch niet de verantwoordelijkheid geven voor de Nederlandse belofte om het verlies aan dier- en plantensoorten te stoppen? Kan de staatssecretaris de Partij voor de Dieren ervan overtuigen dat hij wel weet hoe onze natuur in elkaar zit en dat hij zich voor zijn beleid niet baseert op de privémening van de boer bij hem om de hoek, die zegt dat het heel goed gaat met de grutto? Wij hebben er een hard hoofd in, maar we dagen hem uit.

De staatssecretaris wil alleen maar natuur doen die moet. Er is geen eigen ambitie, geen inzet voor het algemeen belang van de natuur voor ons land. Dat is op zichzelf al treurig genoeg. Maar als je je dan wilt beperken tot alleen de natuurafspraken die je internationaal hebt gemaakt, is het wel van groot belang dat je die afspraken ook kent. Ook in dit kader hebben we weinig hoop als we het afgelopen jaar bekijken. In de concept-natuurwet werd de walvisjacht bijvoorbeeld weer mogelijk. Vorige week zei de staatssecretaris op televisie: “tot 1998 was alles makkelijk, maar toen kwamen er Europese regels en werd de natuurbescherming ingewikkeld.” Dat doet het ergste vermoeden. Kent de staatssecretaris dan niet het Verdrag van Bern en de Vogel- en Habitatrichtlijn met de Nederlandse handtekeningen eronder? Allemaal zijn ze uit de jaren zestig, jaren zeventig, jaren tachtig van de vorige eeuw. Dat betekent concreet dat voor gebieden als de Westerschelde, De Peel en de Eems al sinds 1992 een verslechteringsverbod geldt. Dat betekent dat Nederland de plicht heeft om ervoor te zorgen dat de natuurkwaliteit daar niet achteruitgaat. Kan de staatssecretaris in zijn termijn de Partij voor de Dieren er indringend van overtuigen dat hij wel degelijk weet waar hij het over heeft als het gaat over de natuur en de verplichtingen die Nederland internationaal is aangegaan?

Het gaat om biodiversiteit en niet om de eigen verzonnen werkelijkheid van deze staatssecretaris. “Een koe in de wei is ook natuur.” Dat is een leuke uitspraak, maar gaan de internationale fora waartoe wij ons hebben verplicht, akkoord met die uitleg van natuur? Of zullen zij zeggen: beste Henk Bleker, het gaat natuurlijk wel om het in stand houden van plant- en diersoorten.

Het natuurakkoord tussen rijksoverheid en provincies is chantage. Staatssecretaris Bleker zegt tegen de provincies: luister eens, ik blijf vervuilen, ik blijf gewoon mijn gewoon mijn gang gaan, maar jij gaat mijn natuurdoelen halen, je mag niet weigeren, je krijgt onvoldoende geld om de natuurdoelen te realiseren en je mag geen nee zeggen. Ik heb daar vragen over, want de staatssecretaris doet alsof de natuurdoelen daarmee niet in gevaar komen. Als hij gewoon doorgaat met vervuilen en de provincies al of niet hun best doen, maakt dat niet uit, want in beide gevallen worden de natuurdoelen niet gehaald. De staatssecretaris kan niet tegen een provincie zeggen: en nu ga je luisteren, volgend jaar zijn de doelen gerealiseerd. Wat kan de staatssecretaris aan concrete machtsmiddelen overleggen om ervoor te zorgen dat provincies, als ze al instemmen, wat ik ze ernstig afraad, dat daadwerkelijk doen? Ik heb de staatssecretaris gevraagd of hij Limburg bijvoorbeeld het land uit kan zetten. Dat lijkt mij niet. Welke middelen heeft hij dan wel? Of is het weer een van de mistgordijnen die hij optrekt om te verhullen dat wij in ons land niets aan de natuur gaan doen?

Ik kom op de beheerplannen. De staatssecretaris heeft gedaan alsof het natuurbeleid beter wordt omdat wij nu gaan focussen op Natura 2000. Wat een lachertje! Die gebieden hadden eind vorig jaar allang aangewezen moeten zijn, en dat is niet eens gebeurd. Er is helemaal geen focus op Natura 2000. Er is ook geen Programmatische Aanpak Stikstof. Er zijn geen beheerplannen die uitvoerbaar lijken. Over die beheerplannen hebben wij nog wel een appeltje met de staatssecretaris te schillen. Wie gaat die kosten dragen? Wie gaat ervoor zorgen dat de ammoniakdepositie uit de veehouderij, maar ook van de snelwegen naar beneden gaat? Het kabinet heeft zijn handtekening gezet: wij gaan overal 130 km/u rijden en er komt meer ammoniak op de natuurgebieden. En dan? Als boeren worden gedwongen tot investeren om die ammoniakdepositie naar beneden te krijgen, wat gaat er dan gebeuren? Gaat de schatkist open of gaat LTO tegen boeren zeggen: en nu moet je de beurs nog eens extra trekken? Er wordt een verdere juridisering voorspeld in het kader van de natuurplannen van dit kabinet. Wie gaat dat aan de boeren vertellen?

[…]

Interrupties:

De heer Koopmans (CDA): Er staat in de begroting 39 mln. voor de PAS. Waar moet dat geld volgens de PvdD aan besteed worden? Deelt mevrouw Ouwehand onze opvatting dat die middelen geïnvesteerd moeten worden op het boerenerf?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, wij zouden die gelden graag gebruiken om de veestapel in te krimpen. Dat is de enige zinvolle investering om de ammoniakdepositie binnen houdbare proporties te krijgen.

De heer Koopmans (CDA): Zou mevrouw Ouwehand dat eens willen laten uitrekenen? Waarmee is de ammoniakvermindering het grootst: met ons voorstel om het te investeren in luchtwassers of met haar eigen voorstel om het te besteden aan het verminderen van de veehouderij?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren is voor totaaloplossingen waar iedereen wat aan heeft. Iedereen en dus niet alleen maar het CDA met zijn eigen electorale belangen. We willen dus dat er een veehouderij, een landbouw komt die houdbaar is in de toekomst. Dat betekent dat je niet voor 39 mln. een pleistertje gaat plakken op maar een van de uitwassen, namelijk een te grote ammoniakdepositie op kwetsbare natuur -- de heer Koopmans weet heel goed hoe sterk de natuur daarvan te lijden heeft -- als je daarmee al die andere problemen groter maakt of ongemoeid laat. De dieren kunnen nooit meer naar buiten. De invoer van soja stopt niet. De klimaatproblemen veranderen niet. Dus dat zijn heel dure euro's die daar naartoe gaan.

De heer Koopmans (CDA): Ik heb gevraagd of mevrouw Ouwehand of het kabinet het kan uitrekenen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee. De heer Koopmans probeert het steeds, maar ik hoop dat steeds meer boeren -- ik zie dat gelukkig wel gebeuren -- in de gaten krijgen dat het een beleid is dat op de korte termijn, een week misschien, een oplossing biedt maar op de lange termijn helemaal niet. Aan dat beleid gaan we geen eurocent uitgeven. Het is niet effectief. Het is alleen maar bedoeld om nu de grootste problemen heel eventjes het hoofd te bieden en zelfs dat lukt niet. Dus als we euro's gaan uitgeven dan moet het voor iets zijn wat houdbaar is voor de toekomst. Dat is breder dan alleen maar nu even het ammoniakprobleem van de boeren oplossen. Dat gaat, zo voorspel ik en vele juristen met mij de heer Koopmans, ook helemaal niet lukken.

Voorzitter. Ik rond af. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris mans genoeg is om in zijn termijn eerlijk te zijn over de feiten over de natuur. En anders heeft hij een groot probleem met de Partij voor de Dieren.

Beantwoording door de staatssecretaris van EL&I

Staatssecretaris Bleker: Ik kom nu op de natuur. Wij hebben zojuist een VAO gehad over het onderhandelaarsakkoord Rijk/IPO. Daar wil ik niet verder op ingaan. Het past wel in het creëren van nieuwe voorwaarden voor natuurontwikkeling en natuurbeheer in de komende jaren. Laten wij wel wezen: het is decentralisatie naar de provincies in absolute zin. Er is niet nog een beetje bij ons, het gaat echt helemaal naar de provincies. Ik las vandaag in het rapport van de UICN dat wordt gezegd dat die decentralisatie wel heel erg ver gaat. Wij kiezen daarvoor. Wij vertrouwen het toe aan de provincies om dat met de mensen in de streek verder te regelen.

Er is ook gesproken over het ontwerp van een Wet natuur. Die Wet natuur voegt drie wetten samen. Zes of acht weken geleden heb ik een concept naar buiten gebracht voor de inspraak. Daar is heel veel op gereageerd, echt heel veel. Ik ga ook werkelijk iets doen met die reacties. De bedoeling is om wat moet worden beschermd stevig te blijven beschermen. Als iets een lichter beschermingsregime kan verdragen omdat mensen daar zelf in hun eigen streek verantwoordelijkheid voor nemen, waarbij je er niet het hoogste juridische hek omheen hoeft te bouwen, doen wij dat.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren heeft nog twee interrupties. Dit is de een-na-laatste. Ik wijs de staatssecretaris erop dat ik hem heb gevraagd waar hij zijn beleid op baseert. Ik heb een voorbeeld genoemd: de boer bij hem om de hoek die beweert dat het heel goed gaat met de grutto en de gevolgen die wij daarvan zien in het beleid.

Ik heb een korte opmerking over de Wet natuur, want die is nog niet ingediend in de Kamer. Die biedt weinig hoop. Het biedt weinig hoop als een concept-natuurwet de wereld in wordt gestuurd waarin zo ongelofelijk de plank wordt misgeslagen bij de verplichtingen die we zijn aangegaan en de doelstellingen. We kunnen geen staatssecretaris op natuur hebben die maar doet wat hij wil, terwijl de samenleving er bij volle tegenmacht tegenin moet gaan, protesten moet indienen en naar de rechter moet stappen. De Kamer kan zich niet het vuur uit de sloffen lopen om alles bij te stellen als de staatssecretaris zelf geen idee heeft waar het over gaat of hoe het zou moeten. Ik nodig de staatssecretaris uit om er in zijn beantwoording rekening mee te houden dat de Partij voor de Dieren daar heel kritisch over is.

Staatssecretaris Bleker: Met het laatste houd ik altijd rekening. Ik baseer het beleid allereerst op de geschiedenis. De geschiedenis wijst uit dat doorgaan zoals we bezig waren, geen effectieve weg is, dat het verstandig is om ons bij de ontwikkeling van natuurgebieden te concentreren op een aantal specifieke doelen, dat we streng blijven beschermen wat beschermd moet worden en dat we een beschermingsregime hebben voor die soorten die gelukkig in ruime mate in ons land aanwezig zijn, zonder dat het altijd tot lange juridische procedures hoeft te leiden, maar waarbij we ook een verantwoordelijkheid leggen bij de gemeenten, bij de mensen in het gebied zelf. Dat betekent bijvoorbeeld dat er geen sprake moet zijn van een vergunning of een ontheffingsplicht, maar dat je een meldingsplicht hebt en dat je je zorgplicht moet nakomen om het op een nette manier te doen en te beoordelen. Zo werkt het. Het is een diep gewortelde overtuiging dat je natuur ook voor een belangrijk deel kunt toevertrouwen aan lokale overheden, lokale bestuurders, vrijwilligers in de regio en aan betrokkenen in de regio, en dat zij niet alleen maar beschermd wordt door er in Den Haag een stempel, een regel, een wet, een status aan te geven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is precies wat wij bedoelen. De staatssecretaris haalt één feit dat hij in zijn eigen voordeel kan gebruiken, uit alle kritiek die verschenen is, namelijk: met het beleid tot nu toe zijn de doelen nog niet gerealiseerd. Dat klopt, maar alles wat ecologen, het Planbureau voor de Leefomgeving en iedereen die er verstand van heeft, daarna zeggen, wil de staatssecretaris niet weten. De opdracht die daar namelijk inzit, is: wij moeten meer doen en niet minder. Wij moeten de verbindingszone wel maken en dus niet schrappen. Ik daag de staatssecretaris uit om voor het einde van het debat indringend duidelijk te maken dat hij wel weet waar het over gaat in plaats van voordturend te doen alsof hij het niet wil weten zoals nu.

Staatssecretaris Bleker: Ik herhaal wat wij in het algemeen overleg met elkaar hebben besproken. Binnen de gegeven omstandigheden en de financiële randvoorwaarden, die beperkt zijn voor alle sectoren in de samenleving, is dit naar mijn overtuiging de meest effectieve manier om de natuur te dienen. "Meer geld, meer geld, meer geld" is altijd mooi om te zeggen, want daar wordt het beter van, maar de kunst is om met de middelen die je hebt, een optimaal resultaat te bereiken. Ik sta ervoor in dat dit de beste manier is om de middelen die wij hebben, te besteden met de provincies samen. Dat is niet alleen mijn opvatting. Dat is ook de opvatting van het IPO. Over de essentie van concentreren op Natura 2000-gebieden en op de inrichting in plaats van vergroting en al dat soort dingen meer, zijn wij het namelijk eens.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Dan komen wij weer op het punt van de decentralisatie. Er zijn echt dingen die per 2012 niet meer door de staatssecretaris worden bedacht, geregeld en in beleid omgezet. Dat zullen echt de provincies doen. Dat is goed.

Er is gevraagd hoe het juridisch verder zal gaan. Het voorstel inzake de Wet natuur hoop ik de Kamer in het vroege voorjaar te kunnen aanbieden. In het voorjaar ontvangt de Kamer ook een voorstel voor wijziging van de Wet ILG, die het decentralisatieakkoord natuur zal formaliseren.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben heel verbaasd. Is dit het? Wij hebben antwoorden gekregen op onze vragen en er zijn een paar heel korte opmerkingen over de natuur gemaakt. Ik had gedacht dat de staatssecretaris gebruik zou maken van de gelegenheid die hij krijgt om uit te leggen dat hij weet dat er een verslechteringsverbod geldt voor kwetsbare gebieden in Nederland, dat de Eems in erg slechte staat verkeert, dat er herstel moet plaatsvinden, in plaats van nog meer activiteiten waar dat estuarium onder te leiden heeft. Ik had verwacht dat hij een opmerking zou maken over de kolencentrale, die daar onder zijn toeziend oog wordt gebouwd, terwijl dat in strijd is met de verdragen. Is dit echt het antwoord dat de staatssecretaris voor de Kamer overheeft?

Staatssecretaris Bleker: Ja. Ik heb echt de overtuiging dat ik voldoende ben ingegaan op de vragen en opmerkingen van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren is niet onder de indruk. De indruk die blijft hangen, is dat de staatssecretaris het allemaal niet wil weten. Hij wil niet weten wat alle verstandige experts erover zeggen, hij wil niet luisteren naar alle waarschuwingen dat de natuur er slecht voorstaat, hij wil niet weten wat de gevolgen van zijn beleid zullen zijn. De natuurwet -- die heb ik net al even genoemd -- zeilt volledig langs alle internationale verplichtingen heen waaronder Nederland zijn handtekening heeft gezet. Dat is ernstig.

Staatssecretaris Bleker: Wij hebben zo'n vijf uur met elkaar gedebatteerd over het decentralisatieakkoord. Samen met de provincies houd ik een taxatieverschil met leden van de fractie van de Partij voor de Dieren en andere fracties. Er is een VAO geweest; wij zullen zien hoe de stemming afloopt.

Er is een concept uitgebracht voor de Wet natuur. Ik zal in januari een dag om de tafel gaan zitten met de deskundigen die hierop hebben gereageerd -- ik maak daarbij geen onderscheid naar de mate van kritiek -- om goed door te spreken waar hun suggesties precies op gericht zijn.

We zitten in de fase van de vormgeving van het wetsvoorstel. Wellicht komt er dus nog een moment waarop mevrouw Ouwehand zegt: goh, dat wetsvoorstel ziet er niet slecht uit.