Bijdrage Ouwehand AO Zeebrieven in relatie tot de Sea Shepard Conser­vation Society


10 februari 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Allereerst even een toelichting. Mijn fractie heeft om dit algemeen overleg verzocht naar aanleiding van de aankondiging van het kabinet om de Zeebrievenwet te wijzigen. Wij wilden daarover debatteren voordat het kabinet allerlei werk zou doen voor een nieuwe wetswijziging. Deze ligt er nu, maar er zijn inmiddels ook weer allerlei dingen gebeurd in het gebied waar op walvissen wordt gejaagd door Japan, dus er is een aantal punten toegevoegd aan de agenda. Het lijkt me goed om de vragen die leven bij mijn partij hier vandaag te stellen.

Waar gaat het om? We hebben internationaal afgesproken dat we de walvisjacht niet willen, maar we moeten concluderen dat Japan ieder jaar toch onrechtmatig een heel aantal walvissen bejaagt, doodt en uit walvisreservaten naar het vasteland sleept, om deze onder het mom van wetenschappelijk onderzoek in de winkelschappen te laten belanden. Nederland is daartegen. Mijn eerste vraag is: hoe scherp kunnen wij de acties van Japan nog veroordelen? Ik heb laatst een aantal uitspraken van onder andere de minister van Buitenlandse Zaken gezien, samen met zijn collega's in Nieuw-Zeeland en Australië. Die verklaring was op zichzelf prima, maar Japan luistert niet, dat kunnen we ook wel vaststellen. Wanneer doen we nu een stapje verder? Ik hoor graag of de minister van Buitenlandse Zaken tevreden is met de ontwikkelingen aan de andere kant van deze discussie.

Dan een aantal vragen over de incidenten die hebben plaatsgevonden. Bij een eerder debat over de walvisjacht hebben we er al over gesproken dat Japan Nederland op het matje had geroepen, omdat het vindt dat het wat last heeft van Sea Shepherd. Toen we daarover debatteerden, waren er nieuwe gegevens binnengekomen, namelijk dat er vanaf een Japans walvisschip op de bemanning van de Steve Irwin was geschoten. Ik heb destijds aan minister Verburg gevraagd of dit zou worden meegenomen in het onderzoek dat werd gestart. Ja, zei ze, dat is werk in uitvoering, u hoeft daar geen motie over in te dienen. In latere brieven van het kabinet was het antwoord dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat het schietincident had plaatsgevonden en dat het niet onder de verantwoordelijkheid van de inspectie valt. Mijn vraag is: wat was er dan waar van die toezegging van mevrouw Verburg dat het werk in uitvoering was en dat ook naar het schietincident zou worden gekeken? Ik heb er in de tussentijd niets op teruggezien. De belangrijkste vraag is hoe we dit incident moeten beoordelen. We hebben gezien dat de inspectie met een rapport is gekomen. Het kabinet geeft aan dat op basis daarvan niet kan
worden vastgesteld dat er onrechtmatige daden zijn gepleegd. Mijn fractie had graag gezien dat onderzoek in het kader van een strafrechtelijke vervolging was gestart om de feiten boven tafel te krijgen. Op basis van wat we weten en de beelden die we hebben gezien, zou het om behoorlijk ernstige feiten kunnen gaan. Ik denk dat we daarover duidelijkheid moeten hebben. Wat nu lijkt te gebeuren, is dat het kabinet wel erkent dat de feiten niet duidelijk zijn, maar toch op basis van die onduidelijke feiten beslist dat er onvoldoende bestuursrechtelijke
mogelijkheden zijn om te kunnen optreden. Waar is die veronderstelling op gebaseerd? Zouden we niet duidelijkheid moeten hebben, ook voor de toekomstige toepassing van die bestuursrechtelijke maatregelen? Nogmaals, we zullen nog spreken over het wetsvoorstel, maar deze aanleiding is wel van groot belang. Wat is precies de motivering van het kabinet? Zouden we het niet over de feiten moeten hebben en niet over veronderstellingen?

De heer Haverkamp (CDA):
Even voor de helderheid, u zegt dat u graag had gezien dat er strafrechtelijke vervolging had plaatsgevonden. Als ik het goed heb begrepen, heeft de Inspectie Verkeer en Waterstaat een rapport opgesteld. Dat rapport is in handen gesteld van het OM. Het OM is vervolgens tot de conclusie gekomen dat het niet overgaat tot vervolging.
Wat ons betreft is dat ordentelijk. Het OM bepaalt of er wel of niet overgegaan moet worden tot vervolging. Roept u het kabinet op om alsnog het OM te overrulen en toch over te gaan tot strafrechtelijke vervolging? Dat vinden wij een vermenging van machten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank voor deze vraag. Wij roepen het kabinet niet op om het OM te dwingen tot vervolging over te gaan. Ik vraag wel aan het kabinet om een beoordeling te geven van de analyse die door het OM is gemaakt. Bij mijn fractie rijst de vraag of de juridische analyse van het OM wel gedegen is uitgevoerd. Ik wil graag weten hoe het kabinet daarnaar kijkt. Uit correspondentie tussen het OM en de advocaat van Sea Shepherd heb ik begrepen dat het OM heeft gezegd dat het geen verzoek tot vervolging heeft ontvangen, noch van de zijde van de Japanse autoriteiten, noch van Verkeer en Waterstaat. Ik vraag me af hoe ik die uitspraak van het OM moet beoordelen. Graag een reactie daarop. Er is recent weer een aanvaring geweest tussen de Ady Gil en de Japanse walvisvloot. Dat was eigenlijk een overvaring, die er op de beelden gevaarlijk uitzag. Er was ook een Nederlands staatsburger aan boord. Ik wil graag weten welke verantwoordelijkheid het kabinet in dezen voelt. In hoeverre gaat Nederland zelf actie ondernemen als het onderzoek door Australië en Japan is afgerond? Omwille van de tijd moet ik het hier even bij laten.

De voorzitter:
Ik meld de leden dat de gevraagde vertrouwelijke brieven inmiddels binnen
zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik was nog een vraag vergeten. In een uitzending van het programma De goede wereld bij Het Gesprek heb ik woordvoerders van Sea Shepherd aan het woord gezien. Zij deelden in die televisie-uitzending mee dat zij in gesprekken met ambtenaren van Verkeer en Waterstaat te horen hebben gekregen dat het er uiteindelijk op neerkomt dat de relatie met Japan niet onder druk mag komen te staan. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of dat klopt. Is dat uiteindelijk ook de motivering voor het wetsvoorstel?

(...)

De heer Aptroot (VVD):
Dat zal in de rest van mijn verhaal wel blijken. Er zijn natuurlijk juridische mogelijkheden, maar ik vind wel dat je je aan het zeerecht moet houden. Daar kom ik nog op als het gaat om Sea Shepherd. We hebben herhaaldelijk incidenten en aanvaringen gehad; in 2008, in 2009 en in de afgelopen weken. We kunnen best sympathie hebben met het doel van Sea Shepherd, want wij willen de walvisvangst ook stoppen, maar wij vinden wel dat iedereen zich gewoon aan de regels op zee moet houden. Wat dat betreft twijfelen wij aan de acties van de Japanners, maar ook aan de acties van Sea Shepherd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb hierover twee vragen. De VVD-fractie zegt dat iedereen zich aan de wet moet houden. Natuurlijk, dat vindt mijn fractie ook. Het eigenaardige is dat in dit geval niet kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk onrechtmatige feiten zijn gepleegd. We kunnen ons allemaal voorstellen dat Japan last heeft van Sea Shepherd. Zij varen met hun schip tussen de harpoenjager en het fabrieksschip, met als doel dat de gevangen walvissen niet op het fabrieksschip verwerkt kunnen worden. Het resultaat daarvan is dat er minder walvissen worden gevangen. Is dat een onrechtmatige daad? Dat weet ik niet. Japan is daar in elk geval onrechtmatig, omdat je niet in dat gebied mag zijn met jagersschepen. Er zijn vragen te stellen over het gebruik van de middelen door Japan en over wat Sea Shepherd doet, maar we weten het dus niet. De heer Aptroot zegt dat men zich aan de wet moet houden. Vindt hij deze twijfel voldoende reden om met bestuursrechtelijke maatregelen te komen? Dat is vraag een. Ik heb zijn collega mevrouw Neppérus mogen zien bij Pauw & Witteman. Zij vindt het ook vreselijk dat er op walvissen wordt gejaagd door Japan, en daar ben ik blij mee. Naar aanleiding van de opmerking dat wij het allemaal heel erg vinden, maar dat Japan jaar na jaar gewoon zijn gang gaat, en we moeten toch iets, suggereerde zij dat er best gedacht kan worden aan handelssancties. Ik wil graag weten of dat het standpunt van de VVD-fractie zou zijn. Ik zou er blij mee zijn als we ook eens wat concreets richting Japan kunnen inzetten, al is het maar om erop te wijzen dat we die mogelijkheid niet schuwen. Graag een reactie daarop.

De heer Aptroot (VVD):
Volgens ons zijn de landen aan zet in welks territoriale wateren het is gebeurd. Dat moet dan maar gebeuren. Op dit moment kan ik nog niet de conclusie trekken dat ik voel voor handelssancties. Wij hebben de indruk dat zowel de walvisvaarders als Sea Shepherd dingen doen die gewoon niet kunnen, maar dat moet via de normale procedure worden vastgesteld. Om elkaar te gaan bekogelen vanaf een ander schip kan niet. Als iemand in de weg vaart, vinden wij het ook niet fraai om er dwars doorheen te proberen te varen, maar daar zijn regels voor.

Dan kom ik op de Zeebrievenwet. Wij hebben wel de indruk dat er te weinig mogelijkheden zijn voor de overheid om sancties te treffen, maar daarover gaan wij nog apart praten. Wij zien dat het aantal mogelijkheden in de Zeebrievenwet wordt aangescherpt. Nu kun je alleen ingrijpen als er bijvoorbeeld oorlog ontstaat, maar dat is toch wat overdreven. Het voorstel is om de mogelijkheid om onder de nationale vlag te varen op grond de Zeebrievenwet aan te pakken door de zeebrief in te trekken. Wij vinden dit in grote lijnen een heel goed wetsvoorstel. We zouden willen dat andere landen ook dit soort maatregelen nemen. Op dit moment zeggen wij dat we eerst de diplomatieke druk verder moeten uitoefenen in plaats van handelssancties. Ik denk dat het goed is als Nederland dat doet, maar dat het nog wat meer indruk maakt als we dat in Europees verband doen.

(...)

Minister Verhagen:
Die zorg die wij hebben over het doorgaan van de walvisvangst, wordt nog versterkt, aangezien wij uiteraard ook zorgen hebben over de toenemende confrontaties (...)

Mevrouw Ouwehand vroeg in dat kader wat ik zou gaan doen als … Even los van het feit dat ik echt vind dat we dat onderzoek moeten afwachten en dat "wat als"-vragen relatief weinig relevant zijn, wil ik toch even onderstrepen dat Nieuw-Zeeland als vlaggenstaat van de Ady Gil in eerste instantie moet bekijken op welke wijze vervolg wordt gegeven aan de uitkomsten van dat onderzoek dat door Nieuw-Zeeland en Australië is ingesteld naar de feiten van de aanvaring als gevolg waarvan de Ady Gil is gezonken. Ik zou het echt in die volgorde willen houden. Die recente incidenten hebben de regering wel gesterkt in de opvatting dat Nederland met gelijkgezinde landen, zoals onder meer Australië en Nieuw-Zeeland, moet blijven bepleiten dat de walvisvangst ook voor wetenschappelijke doeleinden moet worden gestopt. Dat zullen we natuurlijk vooral doen in het kader van de International Whaling Commission. Die opvatting zullen we bilateraal blijven uitdragen en dat zullen we ook multilateraal blijven doen. Daarnaast vinden wij het wel van belang dat die herziening van de Zeebrievenwet wordt gerealiseerd. (...)

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb een aantal vragen naar aanleiding van de beantwoording van de minister, waarvoor overigens dank. Wat is blijven liggen, is het schietincident. Minister Verburg heeft gezegd dat het werk in uitvoering is en dat het wordt uitgezocht. Later heeft het kabinet gezegd dat het niet onder de verantwoordelijkheid van de inspectie valt en dat het er dus niet naar kijkt. In antwoord op onze vragen, heeft het kabinet bovendien gezegd dat er geen aanwijzingen zijn dat er een schietincident heeft plaatsgevonden. Nu heb ik beelden gezien van de kapitein die kogelgaten in zijn kogelvrije vest had. Misschien zijn die beelden gemanipuleerd, dat weet ik niet. Je zou echter toch op zijn minst wat getuigen moeten horen. Wat is er overgebleven van de toezegging van minister Verburg?
Ik heb ook nog een vraag over de Ady Gil. Australië en Nieuw-Zeeland doen inderdaad onderzoek. Ik heb erop gewezen dat er een Nederlandse onderdaan aan boord was. Is het dan niet zo dat Nederland volledige rechtsmacht heeft? Zouden wij ons niet wat steviger moeten uitspreken, zeker als het kabinet op de lijn zit dat de veiligheid op zee belangrijk is? Wij kunnen toch niet wegkruipen achter Australië en Nieuw-Zeeland als een van onze eigen onderdanen zich bleek te bevinden op een schip dat zou gaan zinken? Welke resultaten heeft het aanspreken van Japan op de veiligheid op zee? Als dat onze lijn is, moet het kabinet ergens zeggen dat er een keer actie moet komen van Japanse zijde. Nederland kondigt nu aan de Zeebrievenwet te wijzigen op basis van niet-gecontroleerde feiten. In feite wordt dus één partij benadeeld in dit systeem. Japan staat natuurlijk te lachen, dat snap ik ook wel. Japan wordt immers aangesproken en komt niet met zulke stappen. Wat vindt de minister daarvan?

Minister Verhagen:
Ik ga, met alle respect, niet over het OM. Het is niet aan mij om daar een oordeel over uit te spreken. Dat komt door de trias politica, waar wij ons al sinds jaar en dag op baseren. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht brengt mij er niet toe om nu een oordeel uit te spreken over de vraag waarom het OM niet is overgaan tot vervolging. Mevrouw Ouwehand spreekt over een incident en legt daarbij een relatie met uitspraken van minister Verburg. Daar zal ik de Kamer schriftelijk over informeren, aangezien mij niet bekend is wat mevrouw Verburg heeft toegezegd en wat de stand van zaken is. Dat moet ik navragen.

Mevrouw Ouwehand zegt dat er niets bewezen is en dat de regering wel Sea Shepherd pakt door middel van de wijziging van de Zeebrieven. De staatssecretaris zal hier ongetwijfeld nader op ingaan. Ik heb echter in mijn antwoord al gezegd dat wij, ook op basis van het onderzoek in het verleden en de beelden die wij daarvan hebben gezien, in elk geval hebben geconstateerd dat Sea Shepherd zich niet heeft gehouden aan de afspraken die wij met deze organisatie hebben gemaakt. Die afspraken met hen hebben wij niet om niet gemaakt. Ik mag ervan uitgaan dat als zij vragen om de Nederlandse vlag te mogen voeren, zij houden aan de afspraken. Wat in de wijziging van de Zeebrievenwet wordt voorgesteld -- dat debat zullen wij in het kader van de wetswijziging voeren -- is een middel om te kunnen optreden als schepen zich niet houden aan de afspraken. Ik heb immers als Nederlandse overheid een directe relatie met een schip dat onder Nederlandse vlag vaart. Dat is de reden. Mevrouw Ouwehand stelt dat wij Japan niet aanpakken. Als de Nederlandse vlag op Japan van toepassing zou zijn, zou ik dat kunnen doen. Daar zijn echter andere regels voor. Dat gebeurt in het kader van de VN, de International Whaling Commission en het gezamenlijk optrekken met andere landen om Japan aan te spreken. Dat is het normale verkeer.

De voorzitter:
Ik wil ook een voorstel doen. De minister heeft nu zeer uitgebreid geantwoord en hij is ingegaan op een aantal interrupties, bijvoorbeeld op de drie vragen van mevrouw Ouwehand. Ik stel voor de dat de minister de vragen beantwoordt. Als er dan nog iets ligt, verzoek ik de leden om hun vraag meteen te stellen. Dan kan de minister namelijk zijn weg vervolgen.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
(Dan kan hij naar buiten gaan, of waar hij ook heen moet) Ik kom even terug op de afspraken die met Sea Shepherd zijn gemaakt. Zij hebben die Nederlandse zeebrief en die houden zij totdat onomstotelijk kan worden aangetoond dat zij de wettelijke voorschriften daarvoor hebben overtreden. Dat is natuurlijk niet het geval. Ik weet wel dat de zeebrief nu niet wordt afgepakt, maar dat is wel de redenering op basis waarvan het kabinet heeft aangegeven hoe het dit in de toekomst wil gaan doen. Dan wordt het tricky. Het is inderdaad een beetje ongemakkelijk dat wij nu niet over de wetswijziging zelf kunnen spreken. De redering om hiertoe te komen, vind ik echter mager. Als je niet de feiten hebt, kun je ook niet oordelen of Sea Shepherd, maar ook Japan, de regels heeft overtreden. Wij hebben allerlei vermoedens, maar wij kennen de feiten niet en wij hebben het niet onomstotelijk aangetoond. In dat licht vind ik het merkwaardig dat als Nederland zich inderdaad wil inzetten voor de bescherming van de walvis, alleen Nederland heel ver gaat en ingrijpende maatregelen gaat doorvoeren ten aanzien van een organisatie die eigenlijk doet wat de internationale gemeenschap laat liggen, namelijk het handhaven van het moratorium op de walvisjacht. Ik vind het ook merkwaardig dat de minister geen enkele deadline koppelt aan de oproep aan Japan om in elk geval de veiligheid op zee te waarborgen, maar ook aan het handhaven van het moratorium op de walvisjacht. Dat zijn allemaal open eindjes. Ik vind die zaken niet in verhouding staan tot elkaar: wel optreden tegen een maatschappelijke organisatie en tegen de andere kant van het verhaal niet. Laten wij het maar even kinderachtig zeggen: Japan is begonnen, maar Japan gaat vrijuit.

Minister Verhagen:
Dat is een opvatting die ik op zich respecteer, maar waar wij een andere opvatting tegenover hebben staan. Die moet en zal aan de orde komen bij de behandeling van de wijziging van de Zeebrievenwet. Dit onderwerp staat echter los van de discussie hier en het staat ook volgens mij niet helemaal op de agenda. Ik was vriendelijk. Wij stellen dat wij beide partijen aanspreken op het handhaven van de veiligheid op zee. Wij veroordelen walvisvangst en wij blijven ons inzetten voor het beëindigen van de walvisvangst, al dan niet voor wetenschappelijke doeleinden omdat wij die redengeving niet erkennen. Dat is de opvatting. Die staat los van de discussie die wij ongetwijfeld in het kader van de Zeebrievenwet zullen voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb nog een vraag gesteld over de Nederlandse rechtsmacht vanwege de aanwezigheid van een Nederlandse onderdaan op de Ady Gil. Kan de minister daar nog op ingaan?

Minister Verhagen:
Ook daar heb ik het antwoord al op gegeven: ik ga niet zitten op de stoel van het OM en ik wacht de stappen die Australië en Nieuw-Zeeland allereerst af.

De heer Haverkamp (CDA):
Ik heb een vraag aan mevrouw Ouwehand. De orde van de vergadering is voor mij wat onduidelijk. Ik wil weten hoeveel dossiers bij haar bekend zijn waarin onze regering samen met de regeringen van Australië en Nieuw-zeeland een duidelijk statement maakt richting een ander land en waarin de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken een ander land op aanspreekt, los van dit dossier? Zij zegt dat de regering niets doet en allen maar naar Sea Shepherd wijst. Ik heb toch het gevoel dat de regering binnen haar mogelijkheden heel veel kansen pakt. Wij treden zelfs buiten de Europese Unie.

De voorzitter: Het antwoord kan kort zijn: nul, tien of vijftien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het antwoord is: ik ben er niet van onder de indruk. Het moratorium op de walvisjacht geldt al heel erg lang. Nederland is tegen schendig van het moratorium. Dat is een prachtige positie. Als het resultaat echter is dat Japan dat voor kennisgeving aanneemt en gewoon ieder jaar 1000 walvissen uit de zee sleurt, denk ik dat wij er wel een schepje bovenop zouden kunnen doen. Ik heb al gezegd dat die verklaring met Nieuw-Zeeland en Australië mooi is, maar er moeten uiteindelijk wel conclusies aan worden verbonden. Dit kunnen wij toch niet nog eens vijftien jaar gaan accepteren?

(...)

De voorzitter:
Dank u wel, minister. De beantwoording van de minister en de interrupties hebben meer tijd gekost dan de inbreng van de Kamer in eerste termijn. Dat duidt erop dat de minister uitgebreid is geweest in zijn beantwoording en ook alle tijd heeft gekregen en genomen om op de interrupties in te gaan. Ik neem aan dat de commissie ermee akkoord gaat dat de minister zijn weg vervolgt, elders in de wereld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb nog een vraag over de toezegging dat navraag wordt gedaan bij minister Verburg over het onderzoek naar het schietincident. Wanneer horen wij daar iets over?

De voorzitter: Zo snel mogelijk na vandaag, dus binnen twee weken. Is dat mogelijk, minister?

Minister Verhagen:
Ik zal het onder de aandacht brengen van minister Verburg.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa:
Voorzitter. Er is al buitengewoon veel gezegd. Ik hecht eraan om te benadrukken wat ook de minister van Buitenlandse Zaken al heeft aangegeven, namelijk dat het Nederlandse kabinet erg tegen de walvisvangst is, dat het van mening is dat er natuurlijk een recht van demonstratie is en dat dit moet kunnen worden uitgeoefend.
Desalniettemin is het buitengewoon jammer dat er een aantal incidenten heeft plaatsgevonden met Sea Shepherd. Ik denk dat ik mijn beantwoording in twee delen uiteen kan laten vallen. Er is een aantal vragen gesteld over de incidenten en er is door een enkeling vooruitgelopen op het voorstel tot wijziging van de Zeebrievenwet. Ik wil heel kort ingaan op de Zeebrievenwet, niet uitgebreid. Wij hebben immers nog alle gelegenheid om daarover te spreken met elkaar.

Ik begin met de vragen over de incidenten. Mevrouw Ouwehand vroeg of Verkeer en Waterstaat dit wel aan het OM heeft voorgelegd. Het voorleggen aan het OM zou moeten gebeuren door Sea Shepherd of door Japan. Er is wel gekeken. Het OM heeft, zoals bekend, een onafhankelijke positie. Het OM heeft met redenen omkleed aangegeven waarom het geen reden zag om daarmee verder te gaan. De minister van Buitenlandse Zaken heeft al gezegd dat dit echt een zaak is van het OM. Vervolgvragen liggen op het terrein van de minister van Justitie, dus ik wil hier niet ingaan op de redenen die het OM heeft aangevoerd. Verkeer en Waterstaat heeft de beoordeling van de Inspectie Verkeer en Waterstaat ter beschikking gesteld aan het OM zodat het kon beoordelen of het hiermee verder wilde gaan of niet.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook -- dat vond ik eerlijk gezegd een vervelende vraag -- naar het verhaal dat blijkbaar gaat dat ambtenaren van Verkeer en Waterstaat gezegd zouden hebben: luister eens, die walvisvaart interesseert ons niets, het gaat natuurlijk uiteindelijk om de goede verhouding met Japan. Dat is niet zoals daar op het ministerie over wordt gesproken, op geen enkele manier. Natuurlijk is dat niet zo. De briefwisseling met Japan is de Kamer vertrouwelijk toegezonden. Daarin is heel duidelijk dat ook Verkeer en Waterstaat Japan helder schrijft dat er sprake is van een recht op demonstratie en dat Nederland tegen de walvisvangst is. Dat houden wij staande. Of het nu een goede economische partner is of niet, wij laten dat niet prevaleren boven het belang van de beide zaken die ik net heb genoemd. Ik wil dat verhaal graag direct naar het rijk der fabelen verwijzen.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het staat het kabinet natuurlijk altijd vrij om te kijken of de wetten die wij hier met elkaar hebben vastgesteld nog functioneren in de moderne tijd. Dat las ik in de memorie van toelichting. Het blijft echter merkwaardig. Het OM haakt af en zegt dat het in dit geval heel lastig is om definitief te bepalen wat er is gebeurd. Het kabinet heeft op basis van deze incidenten echter toch de conclusie getrokken dat het iets wil. Het OM komt er niet uit, maar de indruk blijft hangen dat het kabinet dan toch zelf politieagentje wil gaan spelen. Daarom stellen wij daar vragen over. Als het OM het nu niet kan vaststellen, blijft straks met andere gronden en met meer mogelijkheden voor het kabinet overeind dat kennelijk die feiten niet goed kunnen worden gecheckt. Daar zit natuurlijk wel een gevaar.

Staatssecretaris Huizinga-Heringa:
Het gaat om bestuursrechtelijke maatregelen. Daaraan worden andere eisen gesteld dan aan strafrechtelijke maatregelen. Stafrechtelijke maatregelen zijn de zwaarste die er zijn. Aan bestuursrechtelijke maatregelen worden wat andere eisen gesteld. Het kabinet heeft geconstateerd dat als er eigenlijk geen strafrechtelijke maatregelen mogelijk zijn waaraan vanzelfsprekend zware eisen worden gesteld, de Nederlandse regering helemaal niets meer kan. Dat zou toch niet zo moeten zijn. Dat is de reden geweest om te kijken naar een wijziging van de Zeebrievenwet. Dat wetsvoorstel wordt natuurlijk nog uitgebreid besproken in de Kamer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Het is een raar algemeen overleg en het blijft een raar algemeen overleg. Wij gaan inhoudelijk over de wetswijziging spreken. Ik zou die het liefst van tafel hebben. Misschien vraag ik daar nog wel een Kameruitspraak over zodat wij dat hele traject niet in hoeven, maar dat kondig ik nog wel aan. Ik heb nog wel een vraag aan de staatssecretaris. Ik heb gerefereerd aan een televisieuitzending waarin woordvoerders van Sea Shepherd hebben gezegd dat zij met het ministerie van Verkeer en Waterstaat hebben overlegd en dat hen werd gezegd dat the bottom line is dat de relatie met Japan niet onder druk kan staan. De staatssecretaris ontkent dat nu, dus een van tweeën zit te jokken. Dat lijkt mij ernstig. Hoe weet de staatssecretaris zo zeker dat zoiets niet is gezegd in die gesprekken?

(...)

Staatssecretaris Huizinga-Heringa:
Voorzitter. Mevrouw Ouwehand vroeg hoe ik weet dat ambtenaren dat niet hebben gezegd. Ik heb gezegd dat het absoluut niet de lijn is van het ministerie, niet mijn lijn, dat het belang van Japan voorop zal staan en dat dit dus de grond is van mijn beleid. Dat is niet zo. Dat garandeer ik, ik geef het zwart op wit. Als de leden de brieven hebben gelezen die wij aan Japan hebben gestuurd in antwoord op verzoeken die zij ons hebben gedaan, zien zij dat ik ook daarin weer aandacht vraag voor het recht op demonstratie en ook, zo meen ik, voor de walvisvangst. Er is duidelijk te zien dat wij niet met Japan meepraten, maar duidelijk maken waar wij staan.