Bijdrage Ouwehand AO Wild­beheer


23 april 2013

De heer Litjens (VVD): De VVD is van mening dat er aanleiding is voor het herzien van het ingezette beleid. Wat mijn fractie betreft gaan wij over op actief getalsmatig beheer. Dat houdt in dat grote grazers actief worden gereguleerd op basis van bepaalde streefstanden. (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou graag van de heer Litjens willen weten hoe volgens hem de overlevingskansen voor dieren toenemen door actief op ze te jagen. Hij sprak volgens mij van proactief jagen, maar het gaat om het neerschieten van dieren in de bloei van hun leven. We weten dat zo'n model op de Veluwe jaarlijks een afschot van meer dan 50% tot gevolg heeft. Mij lijkt dat de overlevingskansen van dieren daardoor niet toenemen. Ik ben benieuwd hoe de heer Litjens dit in de Oostvaardersplassen voor zich ziet.

De heer Litjens (VVD): Dat zie ik als volgt voor mij: in een aantal stappen teruggaan naar een beheersbaar aantal dieren. Dat betekent dat er in de eerste jaren meer dieren zullen moeten worden afgeschoten. Als je op een bepaald moment op het streefaantal bent gekomen, op een gezonde populatie voor de 2.000 hectaren waarop de dieren moeten grazen, kun je met een beperkt afschot toekomen. Het klopt dat dieren dan bejaagd worden. Er zijn verschillende onderzoeken die uitwijzen dat bejaagde dierenpopulaties sterker worden en dat de dieren die overblijven sterker en gezonder zijn. Allerlei onderzoeken uit Schotland -- die lopen overigens al decennia lang, dus het betreft experimenten van een paar jaar -- hebben dat aangetoond. We constateren nu dat dieren evengoed afgeschoten worden. Uit tellingen van de afgelopen jaren blijkt dat het per jaar tussen de 1.000 en 1.400 dieren zijn. Wij en anderen constateren dat het daarbij inderdaad niet gaat om dieren in de kracht van hun leven maar om dieren die vaak terminaal gedrag vertonen en die al bijna een hongerdood gestorven zijn. Dat kan nooit het dierenwelzijn dienen en het is volgens mij ook niet in het belang van de dierenpopulatie op de Oostvaardersplassen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan moeten we toch vaststellen dat de overlevingskansen van de dieren niet toenemen. Als je gaat jagen, zorg je er wel voor dat het jaar daarna meer dieren worden geboren. Die populatie gaat dus niet achteruit, tenzij je steeds meer dieren afknalt. Dat doen we op de Veluwe al heel erg lang. Daar is het aantal dieren dat van jagers de winter niet door mag komen, meer dan 50%. De overlevingskansen in het model van de VVD zijn dus kleiner dan die op dit moment in de Oostvaardersplassen. Ik ben overigens met de heer Litjens eens dat het reactief beheer dat daar nu plaatsvindt, beter moet gebeuren. De constatering is dus dat de overlevingskansen niet toenemen en dat de heer Litjens er dus weer eens een keertje naast zit met zijn voorstelling van zaken.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. We spreken over de Oostvaardersplassen en de Amsterdamse Waterleidingduinen en de grote vraag is wat het beste is voor die dieren in het gebied. De staatssecretaris weet misschien wel dat de Partij voor de Dieren geen voorstander is van het uitzetten van dieren, dus van het inrichten van een gebied zoals dat destijds in de Oostvaardersplassen is gebeurd. Wij zouden daartegen niet "ja" hebben gezegd. Nu die dieren daar echter zijn, moet je wel fair kijken naar de beste oplossing. De Kamer heeft dat tot twee keer toe gevraagd aan een internationale commissie van deskundigen. Ik waardeer iemand als collega Litjens wat zijn expertise betreft ten aanzien van het natuurdossier, maar ik hecht net iets meer waarde aan een internationaal gerenommeerde commissie van wetenschappers en deskundigen op de verschillende terreinen die hier van belang zijn. Ik hecht daar net iets meer waarde aan dan aan de voorkeuren van de VVD, zeker omdat we weten dat zij een behoorlijk grote fan is van jagen. We hebben net al in het interruptiedebatje gesproken over het feit dat één van de mogelijkheden zou kunnen zijn -- de VVD en het CDA hebben daar altijd naar gevraagd -- het vroeg doodschieten van dieren opdat ze dan niet overlijden aan de gevolgen van de winter. Dat is een soort omgekeerd Bambi-denken waar ik met mijn pet niet bij kan en dat wordt geloochenstraft. Het laatste blijkt uit de cijfers. In de gebieden waar je dat doet, leggen namelijk veel meer dieren het loodje dan in gebieden waar je de natuurlijke populatiedynamiek respecteert. Daar gaat het namelijk om. Voor dat geval heeft de commissie-Gabor geadviseerd om in het gebied meer beschutting te creëren. We weten namelijk ook dat vooral gebrek aan beschutting het de dieren behoorlijk lastig kan maken in koude periodes. Verder weten we dat het voor het welzijn van de dieren niet zal helpen als je ze vroeg dood schiet. Dat kan de heer Litjens misschien ook nog wel beamen en zelfs het CDA als ze eerlijk is. Ook "oplossingen" die mensen vaak in hun hoofd krijgen, wat ik best begrijp, zijn uitvoerig onderzocht. Ik doel onder andere op bijvoeren. Ook daarvan moesten we constateren dat dit voor de individuele dieren niet veel oplevert. In dierengroepen waarvan de populatiedynamiek en de hiërarchie gerespecteerd worden en die met rust gelaten worden, is er een natuurlijke hiërarchie: de sterkste dieren zullen bij het voer kunnen en de zwakste dieren die het toch al moeilijk hebben, worden uit hun natuurlijke ruststand gebracht. Ze gaan ook proberen om bij het voer te komen en zijn uiteindelijk slechter af. Uiteindelijk zullen de sterkere dieren zich het jaar daarna extra voortplanten. Alles bij elkaar genomen, zorgt dat voor meer dierenleed. Die kant kunnen we dus ook niet op gaan. De Partij voor de Dieren onderschrijft dus de aanbevelingen van de commissie-Gabor waarin ecologen en experts op het gebied van dierenwelzijn zitting hadden. Het zou mooi zijn als de Kamer -- zij heeft daar immers om gevraagd -- dat respecteerde en zij alle aanbevelingen van de commissie-Gabor overgenomen en uitgevoerd wilde zien, inclusief openstelling van het Hollandse Hout.

Ik dank de staatssecretaris voor haar brief waarin ook staat dat zij in gesprek gaat met de gemeente Lelystad. Zij houdt dat namelijk tegen. De partijen aan deze tafel -- dat geldt misschien in meerdere mate voor hun dan voor de gemeenteraadsleden in Lelystad -- dragen verantwoordelijkheid voor het feit dat de adviezen van de commissie-Gabor worden "uitgevoerd". En die commissie heeft dat expliciet geadviseerd voor het welzijn van de dieren daar. Je kunt dus niet zeggen dat je dat onhandig vindt omdat er ook mensen uit Lelystad zijn die in die bossen willen lopen en die suggereren dat dit dan niet meer kan. Die dieren hebben dat nodig. Dat hoort erbij. Het is een integraal advies geweest. Ik wens de staatssecretaris dan ook veel succes en verzoek mijn collega's om met hun collega-raadsleden in Lelystad te bellen om na te gaan of ze zich niet welwillender willen opstellen ten opzichte van openstelling van het Hollandse Hout.

Ik maak me zorgen over de cijfers. Ik denk dat de staatssecretaris dat ook weet. We hebben daarover namelijk eerder kritische vragen gesteld. De commissie-Gabor heeft hogere cijfers als streefwaarde neergezet. We moeten er dus zeker van zijn dat de dieren die het niet dreigen te redden, tijdig door de beheerders in het gebied in het vizier worden gebracht. Die aantallen halen we niet. Er sterven nu meer dieren zonder dat ze door de beheerders zijn gezien. Dan rijst de vraag of er voldoende mensen aanwezig zijn in dat gebied, zeker gelet op de bezuinigingen die Staatsbosbeheer zijn opgelegd met steun van de VVD. Als je een en ander te ver doorvoert, kun je wel constateren dat je het welzijn van de dieren ernstig in gevaar brengt. Hoe ziet de staatssecretaris dat? Ook zij wil volgens mij de aanbevelingen van de commissie-Gabor overnemen en opvolgen.

Ik kom op de Amsterdamse Waterleidingduinen. Wij vinden dat daarvoor eenzelfde model zou moeten gelden. Ik heb begrepen dat dit nu al het geval is. De staatssecretaris zegt wel dat het aan de provincie en de gemeente Amsterdam is en dat zij daar dus niet echt over gaat, maar we kunnen met onze ervaring uit de Oostvaardersplassen natuurlijk wel zeggen hoe reactief beheer werkt. We zouden dat misschien ook in de Amsterdamse Waterleidingduinen beter kunnen toepassen. Nu worden dieren namelijk alleen maar uit hun lijden verlost als ze gewond zijn of aangereden. Dat heb ik althans begrepen. Met het model van de Oostvaardersplassen zou dat misschien ook beter kunnen, dus het beleid dat de dieren scherper worden gemonitord en dat het dier geen lijdensweg hoeft door te maken als het het niet gaat redden maar dat het met dat reactieve beheer van dichtbij en zonder verstoring afgeschoten kan worden. Graag wil ik een reactie daarop.

Beantwoording staatssecretaris:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb gevraagd naar de personele bezetting in de Oostvaardersplassen. De cijfers die wij hebben, zijn niet definitief. We moeten dus inderdaad wachten totdat het hele seizoen voorbij is. Het lijkt er echter op dat minder dieren in het vizier zijn gekomen van de beheerder voordat ze zijn gestorven. Hoe zit dat? Gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat er voldoende mensen zijn om de dieren echt goed te kunnen monitoren? Verder ga ik ervan uit dat we het Oostvaarderswold gaan realiseren.

Staatssecretaris Dijksma: Het finale antwoord hierop kan ik geven op het moment dat het evaluatierapport dat ik de heer Litjens heb toegezegd, deze kant op komt. In de evaluatie zal ook dit verhaal moeten worden meegenomen. Verder kan ik datgene meegeven wat ik daar met de mensen zelf besproken heb. Dat is het volgende. Er zit een klein vast team. Het is inderdaad echt een klein team. Als er echt sprake is van een situatie van "alle hens aan dek" -- ik doel bijvoorbeeld op een verslechterde situatie als gevolg van de weersomstandigheden -- komt er echt hulp uit heel Nederland. Dan zijn er dus allerlei mensen van Staatsbosbeheer die die richting op gaan om een handje te helpen. Op die manier wordt er dus wel geprobeerd om de capaciteit flexibel en "fit for the job" te hebben.

(...)

Staatssecretaris Dijksma: Ja, de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ik vind het wel mooi dat de leden het op dit punt redelijk met elkaar eens zijn. Alle leden hebben gezegd dat de situatie in Amsterdam vraagt om een iets ander beleid dan dat welk nu gevoerd wordt. Alle leden hebben ook opgemerkt dat ik nogal terughoudend was in mijn brief. Dat klopt. Dat heeft te maken met het feit dat de gemeente Amsterdam grondeigenaar is en Waternet de beheerder. Daarbij komt dat er een goedgekeurd faunabeheerplan ligt voor damherten in de duinen van Noord-Holland en Zuid-Holland. In eerste instantie -- en misschien ook wel in laatste instantie -- is het aan de gemeente Amsterdam en Waternet om over het welzijn van de damherten te waken. Dat neemt niet weg, zeg ik er maar bij, dat ik daarover net als de leden een mening heb. Die mag je immers hebben. Ik begreep dat wethouder Gehrels binnenkort over het damhertenbeheer in de Waterleidingduinen verschillende deskundigen en betrokkenen gaat raadplegen tijdens een zogeheten ambtswoningoverleg. Ook mevrouw Ouwehand had het idee -- volgens mij werd zij daarin gesteund door meerdere leden -- om de wijze van beheer in de Oostvaardersplassen te kopiëren naar de Amsterdamse Waterleidingduinen. Dan zou je ook vroeg reactief beheer krijgen. Ik denk dat dit inderdaad een goed idee is. Mevrouw Ouwehand riep net een aantal andere fracties op om met hun partijgenoten in Lelystad te praten. Misschien kan zij met haar partijgenoten in Amsterdam in gesprek gaan. Daar speelt namelijk een beetje hetzelfde probleem: In Amsterdam is het schieten van dieren kennelijk min of meer tot een verboden handeling verklaard. Dan schiet het natuurlijk weinig op met het vroeg reactief beheren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil een kleine correctie aanbrengen, voorzitter.

De voorzitter: Dat kan ik me voorstellen!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wij hebben een raadslid in Amsterdam dat precies hetzelfde heeft gevraagd. Inderdaad is daarvoor nog niet voldoende steun gegeven door andere partijen. Wat niet is, kan echter nog komen. Ik heb begrepen dat er al iets van reactief beheer plaatsvindt: als boswachters een dier aantreffen dat er echt slecht aan toe is …

De voorzitter: Een korte reactie graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het gaat mij erom dat duidelijk is dat we het over hetzelfde hebben. De Partij voor de Dieren in de gemeenteraad van Amsterdam pleit al voor een beter protocol met als doel dat we reactief beheer beter kunnen doen met de ervaringen die we hebben opgedaan. Als de staatssecretaris dat ook ziet zitten, gaan we in elk geval met z'n tweeën de boer op om na te gaan of het wenselijk is om dat idee uit te voeren.

Staatssecretaris Dijksma: Volgens mij is hiervoor een breed draagvlak in de Kamer. Ik kan onze deskundigheid ter beschikking stellen, die van de beheeradviescommissie uit de Oostvaardersplassen, aan de gemeente Amsterdam. Dit, indien zij dat wenst en met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor haar antwoorden en het feit dat zij een aantal waanzinnige dingen dat geroepen werd, wist "uit te leggen". Ik doel onder andere op de veronderstelling dat de biodiversiteit in de Oostvaardersplassen achteruit holt vanwege de grote grazers. Ik kom ook regelmatig in dat gebied en kan dus bevestigen wat de staatssecretaris zegt.

Ik kom op de Amsterdamse Waterleidingduinen. Ik zie ook dat de Amsterdamse gemeenteraad niets moet hebben van de jacht. Dat is mooi, dus dat moeten we zo houden. Misschien heeft men daar inderdaad nog onvoldoende kennis van wat het precies betekent als je reactief beheert. Ik ben blij dat de staatssecretaris zegt dat ze kennis op dat gebied ter beschikking wil stellen aan de raad. In de Oostvaardersplassen wordt gezegd dat, als een dier het duidelijk niet gaat redden, zich afzondert en bezig is met sterven, dit proces niet onnodig lang hoeft te duren. Dan is er een beheerder die, zonder dat het om een plezierjacht gaat, van dichtbij en zonder verstoring dat dier uit zijn lijden kan verlossen. Dat stapje zou in de Amsterdamse Waterleidingduinen wellicht ook gemaakt kunnen worden. Ik ben dan ook blij dat de staatssecretaris de Amsterdamse gemeenteraad in elk geval aanbiedt om kennis te nemen van de ervaringen die we daarmee hebben opgedaan, opdat daar mogelijk een beter protocol komt.

Staatssecretaris Dijksma: Mevrouw Ouwehand zegt dat het besef van het begrip "vroeg reactief beheren" in Amsterdam nog een klein beetje moet landen. Dat klopt.

(...)

Staatssecretaris Dijksma: Daarover gaat de discussie dan ook niet. De discussie gaat niet over de vraag of het kan, maar over de vraag of het moet. De commissie-Gabor zegt dat we het niet moeten doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voor de feitelijke weergave. Ik was erbij. We hebben met de commissie-Gabor gesproken en uitvoerig met haar alle opties verkend. Ik herinner me dat ook nog. In het gesprek -- ik wil dat bevestigen voor het verslag -- is de optie van verdoven en het hormoondarten uitgesloten. Dat is tijdens dat gesprek gebeurd, kan ik als één van de aanwezigen van destijds zeggen.

VAO Wildbeheer

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Tussen ons AO en de afronding hier in de plenaire zaal heeft de provincie Gelderland besloten het jachtseizoen voor herten met drie maanden te vervroegen, waardoor nu drachtige hindes en moederdieren met kalfjes kunnen worden afgeschoten. Wij hebben hierover een brief gevraagd en deze komt onvoldoende tegemoet aan onze zorgen. Het ecoduct Hulshorst vormt een brug tussen de voedselarme Veluwe en de voedselrijke Hierdense Poort. De gedachte dat er niet meer dan acht herten zouden oversteken, was natuurlijk naïef. 80 agrarische enclaves op de Veluwe zorgen sowieso voor veel te groot voedselaanbod, onnatuurlijk hoge aanwas, veel terechte klachten van de boeren en een perverse prikkel tot extra afschot. Ik heb drie moties om deze waanzinnige beslissing terug te draaien.

Motie Ouwehand/Thieme over het afschieten van herten in de draag- en zoogtijd

Motie Ouwehand/Thieme over het deugdelijk afrasteren van agrarische enclaves

Motie Ouwehand/Thieme over adequate bescherming van dieren in de Hierdense Poort


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat de staatssecretaris gaat zeggen dat de provincie daarover gaat, maar het schieten van drachtige en zogende herten vormt een triest dieptepunt. Dit maakt duidelijk dat de provincie de zaak onvoldoende onder controle heeft. Als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Faunabescherming, Vereniging Het Edelhert en jagers zelf de noodklok luiden, kunnen wij niet werkloos toezien. Ik hoop dat de staatssecretaris deze motie zal omarmen.

De voorzitter:
Er is nog een vraag aan u van de heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):
Heeft mevrouw Ouwehand de brief gelezen die de staatssecretaris naar de Kamer heeft gestuurd, waarin heel duidelijk is aangegeven dat de jagers de code hanteren dat ook drachtige dieren niet afgeschoten zouden worden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, dat heb ik gelezen. Ik heb die brief hier bij me. De staatssecretaris schrijft dat het schieten van drachtige herten in zou gaan tegen de weidelijkheidsregels die de jagers hanteren. Ik ben best bereid om te erkennen dat jagers voor zichzelf misschien een bepaalde norm hanteren, maar dat is geen wettelijke bescherming. Als de provincie zegt "mwah, je kunt wel drie maanden vroeger gaan schieten", dan moeten wij daarop aanslaan. Dat besluit moeten wij terugdraaien, want er zullen maar jagers tussen zitten die deze normen voor zichzelf wat lager leggen. Dat zou zomaar kunnen.

Beantwoording door de staatssecretaris

Staatssecretaris Dijksma: Een ander punt van zorg betreft het afschieten van herten in draag- en zoogtijd, wat nu speelt in de provincie Gelderland. Ik heb op verzoek van de Kamer vandaag nog een brief gestuurd, waarin ik heel duidelijk heb geschreven dat de provincie hierin verantwoordelijk is. Mevrouw Ouwehand dacht al dat ik dit zou gaan zeggen, maar het is ook zo; het is nu eenmaal een gegeven. Het is dus niet zo dat de Tweede Kamer daarin kan treden. Ik kan dat ook niet vanuit mijn positie. In de brief heb ik wel degelijk, en niet voor niets, geschreven dat het van groot belang is dat drachtige dieren niet worden geschoten. Ik heb niet voor niets geschreven dat dit op dit moment echt heel zichtbaar is. Jagers moeten zich daar dus ook aan houden.

Wat het overbrengen van de zorgen betreft: tegenwoordig spreek ik onze gedeputeerde ongeveer elke week, dus als de Kamer daarover opvattingen of gevoelens heeft, wil ik die wel overbrengen, maar ik denk dat de gedeputeerde het inmiddels zelf ook wel heeft gehoord. Het blijft echter wel zijn afweging. Als er dingen gebeuren die niet kunnen, zoals drachtige dieren neerschieten, hebben wij natuurlijk een probleem. Ook dat weet de gedeputeerde. Zoals gezegd, de jagers hebben wel degelijk een eigen moraliteit als het gaat om het schieten. Vanuit hun opvattingen kan het ook niet zo zijn dat je drachtige dieren schiet. Ik vind het belangrijk om vast te stellen dat wat ik daarover in de brief heb geschreven, zo bij de jagers leeft.

De voorzitter:
U moet nog wel een oordeel geven.

Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Ik wil het oordeel overlaten aan de Kamer, maar wel met de opmerkingen die ik net gemaakt heb. Het is echt een provinciale kwestie. Dat is gewoon hoe dit in elkaar zit. Ik kan de Kamer niet een mening onthouden over zaken, maar ik vraag me af of de Kamer het op deze manier moet doen. Het is echter aan de Kamer, vind ik.

Dan de motie over de agrarische enclaves en het erop toezien dat die worden afgerasterd. Ook deze motie moet ik ontraden. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de provincie en van het Faunafonds. Wij gaan daar niet over. Hetzelfde geldt voor het ecoduct Hulshorst. Dat kan ik helemaal niet sluiten, nog even los van de vraag of ik dat zou willen. Daar gaat de provincie over. Ook dit moet ik echt ontraden.