Bijdrage Ouwehand AO Water­kwa­liteit


27 juni 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben benieuwd of de VVD de stukken heeft gezien waaruit blijkt hoeveel huishoudens meebetalen aan de inrichting van ons watersysteem en schoon water. Dat is namelijk 1,2 miljard euro. Vindt de VVD dat een reëel bedrag voor de huishoudens? Ze zijn immers maar voor 30% verantwoordelijk voor vervuiling met nutriënten.

De heer Bosman (VVD): De verdeling zoals die er nu ligt, is op basis van gemaakte afspraken. Daarnaast moet je bekijken wat voor effect het heeft op het bedrijfsleven en de samenwerking in de hele keten. Ik denk dat het op dit moment gaat om de afspraak zoals die er ligt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Bosman heeft het over "de afspraak zoals die er ligt"? Dat betekent eigenlijk dat ik zelf moet invullen wat de VVD daarvan vindt. Dan vul ik maar in dat de VVD het prima vindt dat huishoudens veel meer betalen voor waterinrichting, terwijl die huishoudens slechts verantwoordelijk zijn voor 30% van de vervuiling. De landbouw is echter verantwoordelijk voor 70% van de vervuiling, terwijl die maar 325 miljoen bijdraagt. Dat lijkt mij niet helemaal eerlijk ten opzichte van al die hardwerkende Nederlanders.

De heer Bosman (VVD): Linksom of rechtsom, het moet worden betaald. Als de boeren het moeten betalen, wordt het eten heel duur. We kunnen ons afvragen of we het eten extra duur willen laten worden of dat we schoon water willen hebben en daarvoor willen betalen.

[...]

De heer Geurts (CDA): Met een knipoog naar de collega van de Partij voor de Dieren, die links van mij zit, zijn wij van mening dat ons drinkwater niet geprivatiseerd mag worden.

De voorzitter: Er kijkt iemand heel tevreden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Voorheen als het CDA het met de Partij voor de Dieren eens was, hadden we een soort tromgeroffel. Dat hoeft niet altijd, maar het zijn zeldzame en historische momentjes. Water is de basis van het leven. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over de waterkwaliteit in Nederland. We zijn gewend geraakt aan groen water. Zelden zien we vissen of salamanders zwemmen. Dat is een belangrijk teken dat het niet goed gaat. Het leven onder water is uit het oog en duidelijk ook uit het hart van de regering. We hebben smerige sloten waarin we de vissen niet kunnen zien en waarin de salamanders niet kunnen leven. We zijn iets kwijtgeraakt wat een waarde heeft die niet in geld valt uit te drukken. De fabriekslandbouw is een belangrijke veroorzaker van het vervuilde water. We hebben gelezen dat de minister in 2027 de doelen voor de Kaderrichtlijn Water wil halen. Het zou bijzonder zijn geweest als het anders was, want er is sprake van een resultaatsverplichting. De regering loopt echter de kantjes ervan af. Er is nooit een serieuze poging gedaan om de doelen voor de Kaderrichtlijn Water in het beoogde jaar, 2015, te halen.

De Europese Commissie is kritisch. In vergelijking met andere lidstaten scoort Nederland niet best als het gaat om het primaire doel. Nederland ging dan ook ogenblikkelijk voor de uiterste datum, in 2027, en komt met het huidige beleid niet verder dan 40% van de doelen twaalf jaar na de streefdatum en 27 jaar na invoering van de Kaderrichtlijn Water. Kan dat zomaar? Nee, dat kan niet. Om te beginnen had gemotiveerd uitstel gevraagd moeten worden voor het niet halen van de doelen in 2015, maar dat is niet gebeurd. Realiseert de minister zich dat op dit moment de doelstelling geldt voor 2015? In dat jaar zal slechts 14% van de doelen behaald worden. Bovendien is er na 2027 geen uitstelmogelijkheid. Onderschrijft de minister de constateringen van het Planbureau voor de Leefomgeving dat met het huidige beleid maximaal 40% van de doelen wordt behaald? Zo ja, welke aanvullende maatregelen zal de minister nemen?

Om die doelen te halen, al is het maar in 2027, moet er in elk geval aan één belangrijke knop worden gedraaid: het mestbeleid. Zonder aanscherping van het mestbeleid op korte termijn is het onmogelijk om die doelen te halen. Alleen via waterbeheersmaatregelen zijn de doelen wel dichterbij te brengen, maar niet te halen. Bovendien is het aanpassen van het mestbeleid in veel gevallen kosteneffectiever. Dat moet de minister toch aanspreken? Om de doelen te halen, zijn aanvullende maatregelen nodig die de emissies van land- en tuinbouw terugdringen. Dat zegt niet alleen de Partij voor de Dieren, maar ook de Unie van Waterschappen Nederland moet aan de bak, gelet op de grote emissies van nutriënten die de KRW-doelstellingen frustreren. Vooral van de landbouw wordt een betekenisvolle bijdrage verwacht, aldus het hoofd van de afdeling bescherming waterbronnen in Brussel. Maar de minister laat het agrarisch waterbeleid over aan LTO, die dat vrijwillig maar niet vrijblijvend - wat dat dan ook moge zijn - mag oppakken. Ik zou het ook een deltaplan noemen, maar het is zeer de vraag of we daarmee het water daadwerkelijk schoner zullen krijgen. Wanneer is het mislukt? Welke stok heeft de minister achter de deur? Is de minister bereid om wetgeving voor te bereiden en om niet te gokken op vrijwillige inzet van de grootste vervuilers?

De afspraak dat het de landbouw niets mocht kosten, heeft het beleid behoorlijk gefrustreerd. Het is prachtig om één sector uit de wind te houden, maar het resultaat daarvan is dat de huishoudens nu fors meer betalen dan redelijk zou zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft dan ook gezegd: "Ook de huidige beperkte toepassing van het profijtbeginsel is geen stimulans voor het halen van de ecologische waterdoelen." Dat is nog voorzichtig geformuleerd, maar daarbij wordt gezegd: " Zo staat de financiële bijdrage die de landbouw levert aan het waterbeheer, in geen verhouding tot de aanzienlijke milieubelasting door deze sector." Ik wil graag dat de minister daar eens goed over nadenkt.

Het is fijn om een sector uit de wind te houden, maar als dat betekent dat huishoudens moeten opdraaien voor de kosten, dan wentel je vervuiling die burgers niet zelf veroorzaken, rechtstreeks af op hun eigen portemonnee. 60% van de vervuiling door nutriënten komt uit de landbouw. Daar komen dan de gewasbeschermingsmiddelen, beter bekend als gif, nog bovenop. Niet al die stoffen staan op de lijst van prioritaire stoffen van de KRW, maar ze kunnen wel effect hebben op de doelen, omdat dieren doodgaan vanwege het gif in het water. Het PBL waarschuwt hier ook voor. Is de minister bereid onderzoek te doen naar de ecologische effecten van niet - prioritaire gifstoffen en macroplastics? Denk bijvoorbeeld aan Imidacloprid. De staatssecretaris van I en M had toegezegd dat we in de brief over waterkwaliteit geïnformeerd zouden worden over de mogelijkheid om de vervuiling door macroplastics aan te pakken middels de KRW. Wanneer wordt die informatie naar de Kamer gestuurd? Tot slot kom ik op ons drinkwater. De Partij voor de Dieren heeft met zorg kennisgenomen van de position paper van de drinkwaterbedrijven. Is de minister bereid om de cruciale duingebieden voor drinkwaterwinning ruimtelijk te beschermen? De drinkwaterbedrijven maken zich zorgen over probleemstoffen in de bodem en in het oppervlaktewater. Is de minister bereid om die op te nemen in het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water als het gaat om grondwater en om normen te stellen voor medicijnresten, waarbij rekening wordt gehouden met mengtoxiciteit?

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, wilt u afronden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, ik heb nog een laatste zin. De Partij voor de Dieren wil voorkomen dat deze stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen. Ik hoop dat de minister daar actie voor zal ondernemen.

[...]

De heer De Graaf (PVV): Tot slot. Bij ons zijn berichten binnengekomen over de bestrijding van blauwalg. Dat gebeurt normaal met ijzerchloride achteraf. Wij hebben hier wat gegevens en ook wat ideeën van een ingenieursbureau. Dat ingenieursbureau heeft aangegeven dat je ook met voedingsstoffen vooraf kunt ingrijpen, omdat blauwalg mede ontstaat door een tekort aan voedingsstoffen. Blauwalg is daarna moeilijk weg te krijgen. Heel veel mensen en ook dieren hebben er last van. Is de minister bereid om ook naar een andere oplossing te kijken dan ijzerchloride achteraf? Want ook daarbij gaat het om stoffen die minder goede materialen en dergelijke bevatten. Per keer gaat er 20 ton het water in. Wij maken ons daar wel zorgen over. Graag willen wij een uitleg van de minister.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is goed om te horen dat de PVV - fractie zich ook zorgen maakt over blauwalgexplosies. Ik stel haar dezelfde vraag als aan de VVD - fractie. De PVV zal vinden dat schoon water belangrijk is. Ook al is zij niet zo voor milieu, ons water moet schoon zijn. Huishoudens betalen voor hun vervuiling een zuiveringsheffing van in totaal 1,2 miljard, terwijl ze maar voor 30% aan die vervuiling bijdragen. De landbouw betaalt slechts 325 miljoen, terwijl die 70% voor zijn rekening neemt. Vindt de PVV ook dat dit wat eerlijker verdeeld zou moeten worden? Vindt zij dus dat de huishoudens minder belast zouden moeten worden en dat de landbouw meer zou moeten betalen voor zijn aandeel in de vervuiling?

De heer De Graaf (PVV): De landbouw heeft het al moeilijk genoeg. De PVV pleit altijd voor lagere belastingen. We zijn voor lagere lasten voor huishouden. Zeker als het gaat om de rare klimaatideeën van dit kabinet, die ondersteund worden door de Partij voor de Dieren, zeggen wij: stop met die lastenverhoging. We hebben het dan bijvoorbeeld over 20 miljard voor windturbines. Stop daarmee, dan worden de lasten van de huishoudens sowieso lager.

Daarnaast zijn er in iedere begroting, ook op gemeentelijk en provinciaal niveau, heel veel belastingen, bijvoorbeeld parkeerbelastingen, die uiteindelijk voor de helft in de algemene middelen terechtkomen. Natuurlijk wordt daar vaak mee geschipperd. Wij zijn daar ook niet altijd heel gelukkig mee. Maar wij pleiten ervoor om de belastingen eerst in het algemeen te verlagen, voordat we naar deze verdeling gaan kijken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De PVV wil dus wel graag tegen mensen zeggen: wij gaan uw belastingen verlagen. Maar zij deinst terug als er een concreet voorstel ligt op het gebied van de zuiveringsheffing, waarbij 1,2 miljard door huishoudens moet worden opgehoest. Ik doe een voorstel om die heffing te verlagen en om het neer te leggen bij de groep die daadwerkelijk voor meer vervuiling zorgt. Maar dan zegt de PVV: nee, die belasting voor de huishoudens houden we natuurlijk lekker op 1,2 miljard, want dat vinden we fijn.

De heer De Graaf (PVV): Dat is wel een erge simplificatie van de manier waarop er begrotingstechnisch wordt gewerkt in deze Kamer. Op deze manier kun je het ook aan de lagere school overlaten. Hoewel ik heel veel vertrouwen heb in kinderen en de wijze waarop zij zich ontwikkelen, vind ik deze oplossing wat al te simplistisch. Wij zijn voor lastenverlaging in het algemeen. Dat heb ik zojuist al betoogd. Ook wat betreft het Kierbesluit komen wij op voor de boeren. Wij willen hen juist niet zwaarder belasten. Als we op een goede manier met de Partij voor de Dieren kunnen kijken naar lastenverlichting, bijvoorbeeld op klimaatgebied, dan kunnen we denk ik best wel een eind komen.

[...]

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Er zijn vragen gesteld over de gewasbeschermingsnormen en de KRW-normen. Zit daar een verschil in? Het klopt dat productnormen anders kunnen zijn dan KRW-normen. Ze dienen een ander doel, namelijk de toelating van de teelt. Op 31 mei is de Kamer hier per brief over geïnformeerd. Mijn collega's hebben tijdens het AO Bijensterfte van 16 mei een en ander toegezegd. Dat laat natuurlijk onverlet dat het kabinet met de Tweede nota gewasbescherming ook de realisatie van de KRW-doelen wil bevorderen.

Er is gevraagd om een onderzoek naar niet-prioritaire stoffen in relatie tot de waterkwaliteit. Mevrouw Ouwehand had het over Imidacloprid. Er is tot nu toe geen directe relatie vastgesteld tussen Imidacloprid in water en de bijensterfte. Per 1 december is het gebruik en het op de markt zetten van zaad dat behandeld is met dit middel verboden. Ook een aantal andere middelen, die ik niet ga voorlezen, maar die net zulke ingewikkelde namen hebben, zijn niet meer toegestaan, met uitzondering van wintergranen en kastoepassingen. Het Ctgb zal per 30 september tien middelen intrekken en het gebruik van zes middelen beperken. Van de tien in te trekken middelen, zijn er acht bestemd voor niet-professioneel gebruik. Het wordt dus onderzocht. Er wordt ook actie ondernomen als het gaat om deze middelen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens mij is dit niet het geval. Ik ken het dossier bijensterfte toevallig erg goed. Ik ben blij dat er op dat gebied wat onderzoeken lopen. Het PBL heeft echter gezegd dat er steeds meer aanwijzingen zijn op basis waarvan we kunnen vermoeden dat de ecologische doelen van de KRW worden geschaad door microverontreiniging, zoals bij bestrijdingsmiddelen. Wil de minister bekijken wat de effecten zijn van concentraties bestrijdingsmiddelen in het water op de ecologische doelen van de KRW? Het heeft wel een relatie met bijensterfte, maar het feit dat daar onderzoek naar wordt gedaan, betekent nog niet dat we alles wat er mis zou zijn met deze stoffen hebben afgedekt als het gaat om de KRW. Dat geldt ook voor de macroplastics, waar ik een vraag over heb gesteld.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dan snap ik wat mevrouw Ouwehand bedoelt. Ik kom straks uitgebreider te spreken over microplastics en geneesmiddelen. Wij blijven continu monitoren wat er in ons water zit en wat eventueel schadelijk kan zijn voor de mens en voor de natuur en hoe we dat zo goed mogelijk eruit kunnen halen. Het gaat dus niet om specifieke stoffen, maar om de effecten van gewasbeschermingsmiddelen in brede zin.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris heeft in het AO op 29 januari toegezegd om in de Waterbrief ook in te gaan op de mogelijkheden die de Kaderrichtlijn Water al dan niet zou bieden om macroplastics aan te pakken. Macroplastics worden in het water immers uiteindelijk ook weer microplastics.

Hierover staat niets in de brief, maar we moeten het er wel over hebben. Daarom vraag ik de minister of die informatie alsnog komt. Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Dat wordt in de Rijncommissie besproken. Ik wist niet dat dit ook een plek moest krijgen in de brief, maar ik meld het nu mondeling.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar de vraag was welke aanknopingspunten de Kaderrichtlijn biedt om ook macroplastics aan te pakken en zo te voorkomen dat ze als microplastics het water vervuilen. Het lijkt mij handig als uiteen wordt gezet wat wel en niet kan. Dat zou ik graag op schrift krijgen. Komt dat binnenkort?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik heb aangegeven dat het besproken zal worden in de Rijncommissie. Dat betekent dat er aanknopingspunten zijn om daarmee wat te kunnen doen. In de Rijncommissie zullen we met elkaar bekijken hoe we het vervolgens zullen vormgeven. Ik weet niet of mevrouw Ouwehand precies wil weten wat de aanknopingspunten zijn, of dat zij zegt: ik ben blij dat er aanknopingspunten zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil natuurlijk dat het goed wordt aangepakt. Het is mij nog niet helemaal duidelijk. Ik wil sowieso een VAO. Ik weet niet of we nog procederen over de vraag of er een tweede termijn komt of niet, maar dan kan ik er altijd nog een aanvullende vraag over stellen.