Bijdrage Ouwehand AO Water voor ontwik­keling


21 maart 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Water is een mensenrecht. Dat is reeds door verschillende woordvoerders gememoreerd, maar helaas niet door de spreker zojuist voor mij. De Verenigde Naties hebben gezegd dat in 2017 naar verwachting ongeveer 70% van de wereldbevolking problemen zal hebben met de toegang tot schoon drinkwater. Dat is over vijf jaar. Wij maken ons daar grote zorgen over. Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat het kabinet onderschrijft dat dit zeer zorgelijk is en dat we in actie moeten komen.
Dat standpunt omarmen en steunen wij. We onderschrijven ook zeker dat het kabinet constateert dat waterbeheer onlosmakelijk is verbonden met voedselzekerheid, een van de andere grote problemen voor de toekomst, net als beheer en behoud van belangrijke ecosystemen, klimaatverandering en energievoorziening. Het is allemaal ontzettend waar. Ik onderstreep de woorden van mevrouw Hachchi dat dit een ministerieoverstijgende kwestie is. We zouden dit breed in samenhang moeten bekijken. Ik heb niet veel gelegenheid om mee te doen aan debatten over ontwikkelingssamenwerking omdat ik veel tijd kwijt ben aan debatten over landbouw en milieu, maar als je het goed bekijkt gaan die ook altijd over water, voedselzekerheid, ecosystemen en klimaatverandering. Het zou mij een lief ding waard zijn als we die zaken, misschien in een toekomstig kabinet, tot prioriteit kunnen maken waar we in samenhang naar kunnen kijken. Het valt mij op dat de staatssecretaris schrijft: "Destabilisatie van stroomgebieden door houtkap, expansie van monocultuur en het verdwijnen van natte natuurgebieden ontregelt de kringloop van water en leidt tot degradatie van land." Dat klopt. We moeten dit ook tegen zien te gaan. We moeten alleen niet vergeten dat Nederland een eigen substantiële bijdrage levert aan juist deze problemen. Die problemen kom ik in andere debatten tegen.
We zien bijvoorbeeld dat de staatssecretaris van I en M de import toestaat van hardhout met een Maleisisch certificaat -- er is veel kritiek op het Maleisische certificatiesysteem -- dat we niet duurzaam kunnen noemen. Het is juist de houtkap waarvan deze staatssecretaris zegt dat die de stroomgebieden destabiliseert. De expansie van monocultuur, die deze staatssecretaris als een gevaar beschrijft, wordt aangejaagd door de staatssecretaris van EL&I door de veeindustrie in dit land alle ruimte te geven om uit te breiden en nog verder te intensiveren. Er wordt geen enkele moeite gedaan om de lokale teelt van veevoer te stimuleren. Ik kan deze staatssecretaris zeggen dat de grootste monoculturen, die dus een gevaar zijn, liggen in Zuid-Amerika. Dat zijn ware sojawoestijnen. Daar is zo veel bos voor gekapt dat zelfs de regenpatronen al dermate aangetast zijn dat er steeds meer geïrrigeerd moet worden. Dat is water van de mensen die daar wonen, maar dat kennelijk voor onze ontwikkeling bestemd is. De staatssecretaris noemt ook het verdwijnen van natte natuurgebieden. Een voorbeeld daarvan zijn de gebieden in Indonesië, de veenbossen. Deze worden op grote schaal omgekapt en drooggelegd om ruimte te maken voor palmolieplantages en de productie van onze biobrandstoffen. De staatssecretaris van I en M kondigde vorige week zelfs nog aan om het bijmengpercentage te verhogen. Dat deed hij tegen alle adviezen in en kennelijk ook tegen de woorden van deze staatssecretaris in. Wij steunen weliswaar de onderschrijving van de problemen, maar zonder aandacht voor ons eigen aandeel daarin doen we half werk. Dat zou ik erg jammer vinden. Onlangs heb ik de minister van Buitenlandse Zaken in een debat over landbouw gevraagd naar de Nederlandse inzet. Ik was er verbaasd over dat hij nogal trots was op bijvoorbeeld de bloementeelt in Ethiopië, die door Nederland wordt ondersteund. De bloemen hebben water nodig. Als wij met onze belastingcenten investeren in import van water uit gebieden waar mensen dat water zelf zouden moeten houden, dragen we water naar de Noordzee. Ik vraag de staatssecretaris om daar scherp naar te kijken en om met zijn collegabewindspersonen te overleggen hoe we dit integraal zouden kunnen aanpakken. De Partij voor de Dieren vraagt de staatssecretaris om regionalisering van productie nadrukkelijk in zijn beleid mee te nemen. Het kan niet zo zijn dat we met Nederlands belastinggeld Nederlandse ondernemers ondersteunen om in Ethiopië bloemen te verbouwen, waardoor we per saldo dat kostbare water importeren naar ons natte kikkerlandje.

Beantwoording door de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Staatssecretaris Knapen: Voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng, opmerkingen en vragen. Vooraf belicht ik een aantal algemene punten om te kijken op welke wijze we de standpunten kunnen definiëren. Daarna zal ik een groot aantal specifieke vragen beantwoorden.

[...]

Wat betreft de Millennium Development Goals zijn op het vlak van schoon drinkwater redelijke successen bereikt. Alleen zijn de successen niet definitief. Mevrouw Ouwehand wees al op de langetermijngevolgen van alles wat er gebeurt met het grondwater. Bovendien is de keerzijde van de medaille dat wij dramatisch achterlopen bij de millenniumdoelen op het terrein van sanitatie. In een groot aantal landen hebben wij nog niet een kwart bereikt van wat is afgesproken. Er zijn zelfs landen waar het weer achteruitgaat.

[...]

Verder vroegen mevrouw Hachchi, mevrouw Ouwehand en anderen naar de uitputting van watervoorraden. De heer Irrgang sprak daarover in verband met de Palestijnse gebieden en Israël. Het is natuurlijk breder. Wij gaan ervan uit dat wij een rol kunnen en moeten spelen op het vlak van de waterdiplomatie. Wij hebben hier in dit land de Water Governance Centre. Het is een mooie, kleine instelling met zeer gespecialiseerde kennis. Wij hebben intussen het The Hague Institute for Global Justice. Wij zijn betrokken bij enkele projecten die te maken hebben met het verdelen van water in delta's. De Mekongdelta is daar een voorbeeld van, evenals the Upper Nile. Wij zetten daar serieus op in, omdat dit keurig raakt aan datgene wat te maken heeft met water en aan datgene wat je met legal capital associeert, namelijk de vaardigheid om in deze niche zinvolle diplomatie te vervullen. Wij hechten daar dus waarde aan. Wij zijn ook alert hierop en op de rol die wij kunnen spelen in dezen. Wij doen dat graag, omdat wij daarin een meerwaarde zien en anderen ook wel van ons verwachten dat wij op dat vlak iets te bieden hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is allemaal mooi. Ik wees de staatssecretaris erop hij in zijn waterbrief de problemen onderkent, maar dat de staatssecretaris van I en M en de staatssecretaris van EL&I een beleid voorstaan dat de problemen die deze staatssecretaris onderschrijft en erkent, verergert. Dit sluit een beetje aan op wat mevrouw Ferrier zei. Deze staatssecretaris moet op dit vlak de baas zijn, want wij vinden deze brief en deze aanpak het belangrijkste. Het mag niet zo zijn dat wij veenbossen omkappen voor een verhoging van de biobrandstoffenbijmenging en de waterproblemen daarmee verergeren. Ik stel voor dat deze staatssecretaris de staatssecretaris van I en M terugfluit.

Staatssecretaris Knapen: Ik wil niet ingaan op alle aspecten van deze discussie. Wij moeten niet in de verleiding komen om op datgene wat wij in ontwikkelingslanden doen, een ideaalprojectie van het paradijs op aarde los te laten. Overigens heeft iemand die het paradijs op aarde verwacht, misschien vroeger bij de lessen aardrijkskunde slecht opgelet.
Wij moeten wel praktisch blijven. Ik herken wat mevrouw Ouwehand zegt; ik denk dat haar opmerking terecht is. Coherentie is een belangrijk onderwerp, maar coherentie vraagt ook om een zekere mate van pragmatisme. Alles wat er in de wereld gebeurt en al de dingen die beter moeten dan ze nu in de wereld gebeuren, moet je praktisch bekijken. Je moet bezien wat je daaraan kunt veranderen en welke bijdrage je kunt leveren, zonder meteen te reageren als ware alles tevergeefs omdat wij niet in een keer alles kunnen oplossen. Wij werken daar stap voor stap aan. Langzaam maar zeker migreren wij van klassieke ontwikkelingssamenwerking naar het zorgen voor de zogenaamde "global public goods", de duurzaamheidsagenda die zich onttrekt aan het paradigma "arme landen, rijke landen". Wij moeten ons daarvan bewust zijn. Bovendien moeten wij vormen daarvoor vinden die wij nog niet gevonden hebben. Wij zijn echter zoekende. Ondertussen moeten echter wel de dingen gedaan worden die wij in de praktijk van alledag kunnen doen. Daar is dit een voorbeeld van.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris draait -- met alle respect -- om de hete brij heen. Hij zegt dat wij de problemen niet kunnen oplossen en dat wij geen paradijs op aarde kunnen creëren. Ik ben de eerste om de staatssecretaris dit na te geven. Wat wij wel kunnen doen is ophouden met het verergeren van de problemen. Het hoeft niet zo ingewikkeld te zijn. Zorg nu ervoor dat je dat in elk geval niet doet. De staatssecretaris kent vast wel de ecologische voetafdruk. Bij water hebben Nederlanders ecologische zwemvliezen aan hun voeten. Nederlanders gebruiken veel meer dan hen toekomt. Daar zouden zij eens mee op kunnen houden. Die dringende vraag ligt dus nog steeds op het bord.

Staatssecretaris Knapen: Ik hoor wat mevrouw Ouwehand zegt en toch blijf ik volhouden dat de programma's die wij hebben, ingekaderd in een duurzaamheidsagenda en in maatschappelijk verantwoord ondernemen, een positieve bijdrage kunnen leveren aan wat wij willen bereiken. Dat dit niet genoeg is, dat het sneller en overal moet, ben ik zeer met mevrouw Ouwehand eens. Dat het averechts werkt, bestrijd ik echter.