Bijdrage Ouwehand AO Voortgang mest­beleid


27 juni 2007

Teveel dieren, teveel mest, grote problemen

Voorzitter,

Al meer dan twintig jaar worstelt Nederland met een immens mestprobleem. Dit heeft geleid tot grote milieuproblemen zoals vervuiling van het grondwater, drinkwater, oppervlaktewater, aantasting van natuurgebieden (ammoniak) en grote bergen mest. Bijna 70 miljard kilo mest per jaar wordt er door de veehouderij geproduceerd. Dat is 4.000 kilo per Nederlander per jaar. Zoals uw voorganger al zei: ‘we importeren voer, we exporteren varkens en de rommel houden we hier. Dit systeem is vastgelopen’.

• Kan de minister aangeven wat het maatschappelijk belang is van het houden van honderden miljoenen productiedieren in Nederland, waarvan de producten met name zijn bedoeld voor de export, maar waarbij de rommel (mest) in grote getale in Nederland achterblijft?

• Kan de minister aangeven hoeveel het mestbeleid de samenleving heeft gekost (in geld en ellende) en welke baten de samenleving hiervan heeft ondervonden?

• Kan de minister aangeven of en waarom zij het redelijk acht dat publieke middelen worden ingezet om de milieuproblemen van een private commerciële sector op te lossen, zoals de subsidie van 15 miljoen op luchtwassers?

• Kan de minister aangeven hoe het mestbeleid zich verhoudt tot het beleid van het huidige kabinet om het ‘de vervuiler betaalt principe’ te hanteren en of zij voornemens is het beleid op dit uitgangspunt aan te passen? Zo ja, in welke richting?

Volgens het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (2001) is het mestoverschot van de intensieve veehouderij een van de meest urgente problemen in Nederland (Bron: Milieudefensie). Ondanks strengere regelgeving vanaf 1985 is onder de vorige kabinetten Balkende (2002) een soort laissez faire beleid ingevoerd waarin strengere richtlijnen en handhaving ontbrak. Met het huidige beleid zijn de milieudoelen voor de lange termijn zoals de nitraatrichtlijn, ammoniakdoelen en waarschijnlijk ook de Kaderrichtlijn Water niet haalbaar.

Met kunst- en vliegwerk zijn laveert de minister tussen de Europese regels (nitraatrichtlijn) waaraan wij nog steeds niet voldoen en de druk vanuit de sector om toch vooral niet te snijden in de aantallen dieren. Derogatie, luchtwassers, mestverwerking, mestvergisting. Allemaal lapmiddelen die uiteindelijk niet werken en Nederland steeds verder laten wegzakken in een moeras van mest.

Minder dieren. Minder mest. Minder problemen

De oplossing voor het mestprobleem is erg simpel. Maar in de brief van de minister over de voortgang van het mestbeleid heb ik deze regels niet teruggevonden. Sterker nog, de voortgang van de uitvoering van het mestbeleid gaat alleen in op hoe de lapmiddelen er voor staan. Er wordt een opsomming van instrumenten waar menigeen het bestaan niet vermoedde: derogatierapportages, actualisatie forfaits, status EVOA, alternatieve borging mest export, voortgezette pilot spoor 2, bufferstroken, overheveling meststoffenwet, toetsdiepte onderzoek. Begrijpt u het nog?

• Kan de minister aangeven of zij in de verdere uitvoering en invulling van het mestbeleid ook de mogelijkheden wil onderzoeken van de winst in termen van milieukwaliteit van een vermindering van de veestapel in Nederland?

Derogatie en het stimuleren van weidegang

Wat betreft de derogatie. Na lang zeuren heeft Nederland het in Europa gedaan gekregen om af te mogen wijken van de norm van 170 kg stikstof per hectare. De verruimde norm van 250 kg stikstof per hectare voor dierlijke mest (waarvoor derogatie is aangevraagd) geldt alleen voor mest afkomstig van graasdieren. (andere eis is dat bedrijf voor ten minste 70% uit grasland bestaat) Dit zijn met name koeien. Ook koeien die permanent op stal worden gehouden; en dat is een stijgend percentage (ondanks allerlei sector initiatieven om beweiding te stimuleren) vallen onder de graasdiernorm.

• Kan de minister aangeven of zij het terecht vindt dat permanent opgestalde melkkoeien onder de graasdiernorm valllen en kan zij haar mening toelichten?

De minister heeft aangegeven dat zij weidegang van koeien wil stimuleren en heeft daarvoor zelfs de ministerraad onlangs getrakteerd op een glaasje weidemelk.
• Kan de minister aangeven of zij bereid is om via de mogelijkheid van derogatie bedrijven te stimuleren hun melkkoeien te weiden?

Concreet wil ik vragen: bent u bereid om de mogelijkheid tot derogatie te laten vervallen voor koeien die permanent op stal worden gehouden zodat zij onder de hokdierennorm komen van 170 kg N uit dierlijke mest per hectare?

• En als u daartoe niet bereid bent: hoe rechtvaardigt u dat de versoepeling van de gebruiksnorm voor dierlijke mest, bedoeld voor graasdieren, onterecht wordt gebruikt door veehouders die hun koeien permanent opstallen?

NB. Deze vraag over beweiding en derogatie hebben we al gesteld in kamervragen van circa 5 juni (zie print). De termijn van 3 weken is hiervoor verstreken en omdat Atsma ook zo rap antwoord kreeg op zijn mondelinge vragen de vorige keer, hopen we dat het rechtstreeks stellen van deze vragen het beantwoorden bespoedigt.

Als er nog tijd is….

Derogatie vanaf 2009

Honderden miljoenen euro’s gaan op aan onderzoek, monitoring en registratie om aan te tonen dat Nederlandse boeren zonder deze strenge norm ook het doel (van 50 mg Nitraat per liter grondwater) kunnen halen (de derogatie loopt tot en met 2009 en moet voor 2010-2013 weer worden aangevraagd en is afhankelijk van de resultaten van het meetnet)

• Kan de minister aangeven wat de eerste resultaten zijn van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) en of daarbij de grens van 50 mg N wordt gehaald?

• Kan de minister aangeven wie het meetnet bekostigt (meetnet van 300 bedrijven is door EU verplicht is om de resultaten van de verruiming van de normen te monitoren) en als daarbij overheidsgelden worden ingezet waarom de samenleving belang heeft om mogelijke vervuilers het hand boven het hoofd te houden.