Bijdrage Ouwehand AO Visserij (bruin­vissen, paling en beschermde gebieden)


7 april 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik zit in twee algemeen overleggen tegelijkertijd. Dat heeft echter niks te maken met een geringe belangstelling voor het onderwerp "vis", integendeel. De staatssecretaris weet daar, als het goed is, inmiddels al genoeg van. De Partij voor de Dieren is al jaren kritisch over het kabinetsbeleid inzake de visserij. In dit overleg wil ik ingaan op een aantal zorgpunten.

Ik ga eerst in op de bruinvissen. Ik vind het onvoorstelbaar dat de staatssecretaris in een brief heeft aangekondigd dat hij de recreatieve staandwantvisserij in de kustzone gewoon wil laten doorgaan. Voormalig minister Verburg heeft na veel vijven en zessen eindelijk maatregelen aangekondigd. Daar hebben wij voortdurend om gevraagd en daarover is in de Kamer ook een motie aangenomen. Deze staatssecretaris zet daar echter een streep door. Ik vind dat onvoorstelbaar gelet op de bijvangst van bruinvissen en gelet op de opmerking van de voormalig minister, namelijk dat het plan van aanpak inzake de recreatieve staandwantvisserij onderdeel is van het Aalbeheerplan. Is dat opeens niet meer het geval? Ik vraag de staatssecretaris om de aangenomen motie van mevrouw Jacobi over de bescherming van de bruinvissen, die ik heb medeondertekend, uit te voeren.

Vorige week hebben wij al over de paling gesproken, maar op verzoek van vele collega's hebben wij de voortzetting van de discussie hierover naar dit algemeen overleg verplaatst. IMARES heeft gemeld dat de lage stand van de Nederlandse aal en het niveau van de glasaalintrek de laatste tien jaar hetzelfde zijn gebleven. De aanlandingen van rode aal en schieraal nemen nog steeds af. Mij dunkt dat het dus niet de goede kant op gaat. Noorwegen, Zweden en Ierland hebben al een totaal vangstverbod. Wij lopen in Europa dus zeker niet voorop. Ik vraag de staatssecretaris dan ook om onze motie serieus te nemen en niet te wachten tot de evaluatie in 2012. Wij zien immers nu al dat de tekenen zeer slecht zijn. Hetzelfde vraag ik voor de motie waarin wordt verzocht het zoutbad te verbieden. Ik heb hierover al kort met de staatssecretaris van gedachten gewisseld. Het is prachtig dat er een apparaat is waarmee de dieren voorafgaand aan de slacht kunnen worden verdoofd, maar wij kunnen er niet van uitgaan dat iedereen zo'n apparaat gaat gebruiken. Ik heb de staatssecretaris al even gewezen op mijn eigen achtergrond. Mensen die zelf palingen willen roken, zullen zo'n apparaat heus niet aanschaffen en naar mijn stellige overtuiging zullen zij ook niet met een zakje paling naar een groothandelaar gaan om de dieren daar te laten doden. Ik vraag de staatssecretaris nogmaals, ook in het licht van regeerakkoord, om maatregelen te nemen.

Dan ga ik in op de beschermde gebieden en de garnalenvisserij. Vissers en maatschappelijke organisaties hebben een akkoord gesloten. De Partij voor de Dieren is er nooit zo'n voorstander van om belangrijke beslissingen over te laten aan het polderoverleg. Wij menen dat er duidelijke wetgeving is voor de bescherming van gebieden. De weging moet dus hier worden gemaakt. Maar wat schetst mijn verbazing? Zelfs de overeenkomst staat op losse schroeven en lijkt maar niet getekend te kunnen worden omdat er gedoe is over de financiën. Wij denken dat minimaal die overeenkomst moet worden uitgevoerd en dat zelfs dat nog te weinig is.

Staatssecretaris Bleker: Dan ga ik in op de Vibeg en Natura 2000. Onder leiding van de heer Heijkoop is een plan ontwikkeld dat de steun heeft van de sector, van allerlei natuur- en milieuorganisaties en de overheden. Het gaat daarbij om de werkwijze en om de begrenzingen. Dat is grote winst. Je moet echter ook naar de lange termijn kijken: wat is de toekomst van de garnalensector? Het gaat dan niet zozeer om de sanering, want dat is in dit verband niet aan de orde, maar wel om het structurele probleem waarmee de garnalensector van doen heeft. Naar het schijnt, is het aanbod te groot en zijn mede als gevolg daarvan de prijzen te laag, zodat geen fatsoenlijke boterham meer te verdienen is. Dat wordt in essentie niet anders door het
Vibeg-akkoord, de Natura 2000-aanwijzingen enzovoort. De garnalensector is een vrije sector. Je kunt er dus niet van uitgaan dat het saneren van de vloot leidt tot minder capaciteit. Het is een vloot, zoals men dat zegt, zonder ring eromheen. Ik ben bereid om met de heer Heijkoop en zijn partners om de tafel te gaan zitten om naar aanleiding van het Vibeg-akkoord te bekijken waar het structurele probleem waar de garnalensector mee te maken heeft, toe zou moeten leiden: wat is het toekomstperspectief en aan welke voorwaarden moet daarbij worden voldaan en kan de overheid daar een rol in spelen?

Ik vraag mij af wat de Kamer wil met het staand want. Volgens mij is er voor geen enkele concrete variant een meerderheid. Waar leidt dit toe? Er zal een ministeriële regeling komen. Daarin zullen de gebieden die het betreft, worden benoemd, of het nu "ja, mits" of "nee, tenzij" is. Voor het overige zal de verantwoordelijkheid vooral bij de gemeenten liggen. Het zal een variant zijn tussen "ja, mits" en "nee, tenzij". Deze regeling komt er wel. Ik herinner de Kamerleden aan de woorden van de heer Lubbers. Tijdens de kabinetsformatie zei de heer Lubbers aanvankelijk: mijn "ja, mits" is veranderd in een "nee, tenzij"; maar het kabinet is er wel gekomen. Ik kijk even naar de heer Koppejan; wij hebben nog steeds goede verhoudingen hoor! Dat is het mooie van de politiek: je kunt het soms gloeiend met elkaar oneens zijn, maar je kunt toch goed met elkaar omgaan. Er komt dus een regeling; deze zal dicht in de buurt liggen van de voorstellen van de
commissie-Hollenga. Ik begrijp dat er reserves zijn bij een algemene onbeperkte vrijstelling. Het wordt dus een regeling met voorwaarden: ja of nee onder voorwaarden. Daar kan de Kamer van opaan. Ik zie alle tinten van "ja, mits" en "nee, tenzij" terug in de Kamer. Ik vraag de Kamer om mij de ruimte te geven om dit uit te werken.

Op een verbod op de recreatieve staandwantvisserij, een belangrijke kwestie voor de Partij voor de Dieren, ben ik al ingegaan. Daar is op zichzelf geen reden voor. Het is ook geen onderdeel meer van het Aalbeheerplan. Er is gevraagd: wat is de strategie om de paling tegen uitsterving te beschermen? Daar hebben wij een Europese verordening en een Nederlands Aalbeheerplan voor. Dat is een nationale invulling van het Europese beleid: drie maanden sluiting, uitzetting glasaal et cetera. Dit maatregelenpakket is eerder door de Kamer goedgekeurd. Daar gaan wij mee aan de slag. In 2012 is er een evaluatiemoment. Dan zullen wij nagaan of nog verdergaande maatregelen nodig zijn. Het onheil van het uitsterven is gelukkig nog niet geschied. In 2012
zullen wij zien of de genomen maatregelen aanvulling behoeven. Ik ga in op het bedwelmingsapparaat voor het doden van de aal. Het is heel erg moeilijk om een aal aan zijn einde te brengen. Daar is nu een apparaat voor, maar dat kost wel €50.000. Dat is niet niets. Het is irreëel om te denken dat iedere particulier, op kleinschalig niveau, zich dit soort apparaten kan veroorloven. Vorige keer heb ik tegen mevrouw Ouwehand gezegd: ik weet echt niet wat er in allerlei schuurtjes in Katwijk -- mevrouw Ouwehand woont daar -- gebeurt. Eén ding weet ik echter wel: in die schuurtjes komt geen apparaat van €50.000 te staan, tenzij ik mij geweldig vergis in de welstand en welvaart in Katwijk. Er is gevraagd: zijn er voldoende middelen beschikbaar voor MSC-certificering? Ja. Daar gaan wij mee verder, dat is geen probleem.