Bijdrage Ouwehand AO Uitgangs­punten cultuur­beleid 24 juni 2015


21 juli 2015

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Alles van waarde is weerloos. De PvdD haalt deze uitspraak van Lucebert vaker aan, omdat we strijden voor het leefbaar houden van de aarde. Juist kwetsbare waarden als natuur, milieu en mensenrechten staan niet bovenaan de verlanglijstjes van welke regeringscoalitie dan ook. Ik zeg er eerlijk bij dat er met twee zetels niet veel tijd overblijft om ook actief op de bres te springen voor cultuur, vanwege de enorme inzet die wij moeten leveren in de strijd tegen de vernietiging van de aarde. Ik zie wel parallellen. In de vorige regeerperiode waren er twee grote slachtoffers. Natuur en cultuur hebben het toen keihard te verduren gekregen. Alles van waarde is weerloos. Ik zie een parallel met natuur, een gebied waarmee ik me wel intensief bezighoud: we moeten nu er een nieuw kabinet zit al blij zijn dat de bezuiniging van 70% niet doorgaat en dat het nog maar 50% is. Echt, er wordt verwacht dat je op de tafels gaat staan en de vlag uitsteekt. Is dat wat de natuur nodig heeft? Ik geloof het niet.

Ik heb onvoldoende tijd om me in alle ins en outs te verdiepen. Ik zie hoe het gaat in de cultuursector. Ik lees en hoor uit het veld dat men naar eer en geweten heeft berekend dat er een extra impuls van 70 miljoen nodig is om iets van die massabezuiniging teniet te doen. Ik ben dan geneigd om te denken dat dit zomaar kan kloppen. Ik ben niet geneigd om van een kabinet met de VVD aan het roer te geloven dat we er met 18 miljoen wel zijn. Ik geloof het niet. Is het voorstel van de minister gebaseerd op haar eigen analyses dat dit het bedrag is dat de sector nodig heeft om weer te kunnen bloeien, of is het een habbekrats die ze heeft weten los te peuteren? Waar is haar cijfer op gebaseerd? Vanuit het veld horen we immers een bedrag van 70 miljoen. Wat doet ze met alle input die de Kamer vorige week heeft gekregen? Ik neem aan dat haar mensen hebben meegeluisterd bij de hoorzitting. We hebben vijf uur lang gesproken met allerlei mensen en heel veel commentaren gehoord op haar nota. Geeft deze input haar aanleiding om aanpassingen te doen? Zo ja, waar dan en waarom dan? Waarom neemt ze een aantal punten niet over? Ze moet aan de Kamer uitleggen waarom de signalen die het veld geeft, niet relevant zijn of niet kloppen.

De PvdD vindt dat er meer geld bij moet voor cultuur, om ervoor te zorgen dat de sector kan bloeien. Ik ben benieuwd wat de minister vindt van de plannen die nu in het kabinet spelen om de btw generiek te verhogen. Eerder vandaag hebben we daarover een debat gevoerd. De coalitie hield de rijen gesloten. De minister zei dat alle moties voorbarig waren, omdat we de plannen nog gaan bespreken. Ik kan me voorstellen dat de minister in het kabinet zegt dat ze niet gelukkig is met een verhoging van de btw op cultuur. Mogen we van haar verwachten dat ze zich hiertegen verzet of maken de heren Rutte en Wiebes de dienst uit, met steun van de oppositiepartijen die zich daarvoor lenen? De PvdD wil meer geld voor cultuur en geen verhoging van de btw.

Ik vraag specifiek aandacht voor de popmuziek. Het viel me op dat het woord "popmuziek" niet wordt genoemd in de nota van de minister. In ons rondetafelgesprek bleek dat deze sector goed op eigen benen kan staan. De regelingen voor de popmuziek zijn minimaal. Ik schrok een beetje van het antwoord op mijn vraag aan het Fonds Podiumkunsten. Is er binnen de huidige structuren ruimte om iets meer te doen voor de popmuziek? Het antwoord was nee. Ik kan me voorstellen dat we niet de ene partij voor de andere willen laten gaan. Daarom blijf ik zeggen dat er geld bij moet. Is de minister bereid het signaal van de Popcoalitie serieus te nemen? De Popcoalitie zegt dat juist de talentvolle Nederlandse artiesten, die zelf veel investeren om door te breken in het buitenland, het op kleine bedragen als €1.500 of €2.000 net niet voor elkaar krijgen om een tour of promotie te doen. Het gaat dus maar om kleine bedragen die de minister moet bijplussen. Is de minister bereid dit te doen?

Ik heb voor de minister een OOR meegenomen, met coverboy Jacco Gardner met prachtige jarenzestigharen. Ik weet niet of de minister van zijn muziek houdt. Het is niet mijn smaak, maar hij is een van die Nederlandse artiesten die veel gevraagd worden in het buitenland. Hij schrijft dat hij moeite heeft om alles rond te krijgen. Als we iets bijplussen, kan hij doorbreken. Tegen de VVD zeg ik: onze schatkist heeft ook iets aan een Nederlandse artiest die zijn geld in het buitenland verdient. Kan de minister volgen wat deze talentvolle artiesten nodig hebben of wat hen blokkeert, om daadwerkelijk te kunnen bereiken wat in hen zit? Het gaat daarbij niet om heel grote bedragen die moeten worden bijgeplust. Ik geef de minister deze OOR. Ik heb voor de Kamerleden ook een exemplaar, om de Nederlandse artiesten in de popmuziek even in het zonnetje te zetten.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had het genoegen om vandaag het debat over de nieuwe richting van de belastingplannen te voeren, met onder anderen de fractievoorzitter van de PvdA. Ik schrok ervan dat heer Samsom het voorliggende plan om de btw generiek te verhogen verkocht als een vergroeningsmaatregel. We zouden op die manier bovendien meer ruimte krijgen voor het verlagen van de belasting op arbeid, en dus voor werkgelegenheid. Op zich is de PvdD voor die schuif: belast vervuiling en schaarste, zodat we werk niet zo hoeven te belasten. Ik schrok ervan dat bij de heer Samsom nog niet is doorgedrongen dat cultuur helemaal geen vervuilende bezigheid is. Is de heer Monasch bereid om te erkennen dat we de cultuursector een loer draaien als we de btw generiek omhoog gooien, met het argument dat we vervuiling willen beprijzen? Cultuur is geen vervuilende activiteit.

De heer Monasch (PvdA): Je mag een collega in dit huis best iets verwijten, maar niet als hij niet aanwezig is en je hem woorden in de mond legt. Alsof iemand cultuur ziet als een vervuilende bezigheid. Ik geloof dat dit zelfs niet tegen de PVV is gezegd. De vertegenwoordiger van de PvdD moet haar woorden iets zorgvuldiger kiezen. Wij hebben letterlijk gezegd dat we bij een bredere versterking van werk en een betere honorering ook naar een btw-verhoging kijken. Daarvoor zijn voorstellen gemaakt. Die moet je in samenhang goed bekijken. Als er schokeffecten zijn, moet er in terugsluizing worden voorzien. Bekijk de voorstellen met die openheid. Wat van waarde is, moet goed worden beschermd. Daarvan is de brief van de minister een eerste en uitstekend voorbeeld. Die minister is van dezelfde partij als de fractievoorzitter die mevrouw Ouwehand aanhaalde.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat cultuur niet vervuilend is, zijn mijn woorden. Dat heeft de heer Samsom niet gezegd. Mijn punt zit in de verdediging die wordt aangevoerd voor het generiek verhogen van de btw, dat het een vergroeningsmaatregel is en de werkgelegenheid helpt. Als we iets wat niet vervuilt duurder maken, kunnen we op onze klompen aanvoelen dat de werkgelegenheid er in die sector op achteruit gaat of dat mensen nog minder gaan verdienen voor het werk dat ze al doen. Ik verleid de heer Monasch graag om de cultuursector te sparen als de btw omhoog gaat. Hij wil dit effect toch niet? Hij wil toch niet dat cultuur duurder wordt? Ik snap dat hij in het fractiekeurslijf zit en dat niemand iets mag zeggen. Het debat vanmiddag ging verder nergens over. Is de heer Monasch voor het sparen van de cultuursector?

De heer Monasch (PvdA): Ik heb het net uitvoerig uitgelegd. Misschien is het goed dat de PvdD aansluit bij het overleg, als mevrouw Ouwehand hierover meer uitleg wil. Ik geloof dat het maandag begint. Als ze aansluit, kan ze het vragen en proberen punten erin te krijgen. De PvdD zal de PvdA ongetwijfeld aan haar zijde vinden, omdat wij willen dat mensen die in de cultuursector werken beter worden gehonoreerd. Wij willen bovendien de werkgelegenheid stimuleren en willen er tegelijkertijd voor zorgen dat alles van waarde in de cultuursector uitstekend beschermd wordt. Daar kan mevrouw Ouwehand van op aan.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij dat het CDA warme woorden spreekt over de cultuursector. Maar het was wel een kabinet van het CDA dat er zo fors de hakbijl in zette. Komt er boter bij de vis? Ik deel de zorg over het muziekonderwijs. Dat is heel belangrijk. We hoorden tijdens de hoorzitting dat het mooi is dat het is geregeld voor basisscholen, maar dat veel muziekscholen dreigen om te vallen omdat er geen landelijk beleid is. Is het CDA bereid voorstellen te steunen om dit te herstellen?

Mevrouw Keijzer (CDA): Mevrouw Ouwehand heeft het CDA niet horen zeggen dat het kabinetsbeleid van het vorige kabinet heel erg slecht is geweest voor de sector en dat ga ik nu ook niet doen. Ik heb wel verschillende keren gepleit voor cultuureducatie, met ruimte voor muziek door amateurmuziekverenigingen. Ik zit hier om samen op zoek te gaan naar de manier om cultuureducatie, onderwijs aan jongere kinderen, op een hoger plan te krijgen. Ik ben twaalf jaar wethouder geweest, dus ik weet hoe het gaat op gemeentelijk niveau. Ik zie de bezuinigingen op het muziekonderwijs. Laten we het geld dat de minister het afgelopen jaar ter beschikking heeft gesteld, zo besteden dat de amateurmuziekverenigingen en de muziekscholen er een plek in krijgen. Volgens mij ligt de oplossing veel meer in het anders organiseren dan in het direct veel rijksgeld ertegenaan gooien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hier maak ik me toch een beetje zorgen om. Als muziekscholen omvallen, wat dreigt te gebeuren als gevolg van het beleid, zijn die niet zomaar hersteld. Wat we kwijtraken, bouwen we niet zomaar weer op. Als dit signaal echt overtuigend is, vindt mevrouw Keijzer dan niet dat we moeten bekijken of we het anders kunnen organiseren? Als er landelijke regie moet komen en als er budget nodig is om de muziekscholen overeind te houden, vinden we het CDA dan aan onze zijde?

Mevrouw Keijzer (CDA): Op dit moment zeg ik van niet, omdat deze taak op gemeentelijk niveau is belegd. De gemeenteraden moeten hier geld voor vinden. Op landelijk niveau kunnen we inspireren. Zo zie ik het nationale referentiekader voor cultuureducatie. Inspireer gemeenten, muziekscholen en mensen die daar besluiten nemen, om de juiste stappen te zetten om aan onze kinderen mee te geven dat muziek op alle fronten geweldig is.

Beantwoording door de minister

Minister Bussemaker: Ik constateer overigens dat er door het vorige kabinet zeer fors is bezuinigd. De heer Van Dijk noemde 70 miljoen. De Raad voor Cultuur zegt dat het wenselijk is dat er 30 miljoen bij komt. Ik trek nu 18,6 miljoen extra uit. Iedereen kan daar zijn eigen conclusies aan verbinden. Ik ben heel blij dat ik een aantal instellingen die anders om zouden vallen, overeind kan houden en dat ik nieuwe initiatieven kan stimuleren: talentontwikkeling, postacademische instellingen, het Metropole Orkest en een aantal musea die anders zouden moeten sluiten. Ik heb de Raad voor Cultuur toestemming gegeven om verder te kijken dan 2017. We hebben nog tijd om na te denken over wat misschien nog meer nodig is. Ook dat staat buiten kijf. Het verhaal is genuanceerd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb niet voor niets een vraag gesteld over dit punt. Ik neem afstand van het feit dat het altijd alleen maar goed nieuws is als er wat geld wordt gevonden ten opzichte van de eerdere bezuiniging. De minister moet zich daarvoor verantwoorden. De sector noemt 70 miljoen, de Raad voor Cultuur noemt ongeveer de helft en de minister komt met 18 miljoen. Zij moet uitleggen wat ze hier zelf van vindt. Is dit het bedrag wat ze heeft gevonden of is het gebaseerd op wat ze zelf onderbouwd denkt nodig te hebben?

Minister Bussemaker: Dat heb ik net aangegeven. Ik neem afstand van de opmerking dat het alleen goed is als je alle bezuinigingen in financiële zin zou corrigeren. Dat zou ik zeer kortzichtig vinden, maar dat hoorde ik mevrouw Ouwehand volgens mij zeggen. Ik zeg eerlijk dat de Raad voor Cultuur vindt dat er 30 miljoen bij moet in de periode 2017 en verder. De raad heeft de gelegenheid gekregen om verder te kijken dan de huidige regeerperiode. Dat stond nadrukkelijk in de adviesaanvraag. Ik ben blij dat ik 18,6 miljoen extra kan bieden om de grootste kwetsbaarheden op te lossen. Ik heb daarmee niet alle problemen opgelost. Ik kom straks terug op de arbeidsmarktsituatie van kunstenaars. Die is kwetsbaar. Er zijn instellingen die interen op hun reserves. Er zijn geen acute noden, maar er is wel degelijk reden om ook in de toekomst eigen keuzes te maken en het advies van de Raad voor Cultuur daar goed bij te betrekken. Dat is voor een deel, voor de periode na 2017, aan een volgend kabinet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hecht hieraan, omdat ik in het natuurdebat heb gezien hoe gemakkelijk een staatssecretaris of minister wegkomt met de opmerking dat hij iets anders doet dan zijn voorganger. Ik wil dat de minister eerlijk vertelt hoe het zit. Zij heeft 18 miljoen. Dat vindt ze fijn. Ze moet echter zeggen dat de Raad voor Cultuur vindt dat er 30 miljoen extra nodig is, dat het veld aangeeft dat dit 70 miljoen moet zijn en dat 18 miljoen het bedrag is dat de coalitiepartners haar toestaan. Als dit niet zo is, moet ze het uitleggen. Ze moet er duidelijk over zijn. De minister doet lelijk door te zeggen dat ik alle bezuinigingen wil herstellen. Ik heb ingebracht wat het veld naar eer en geweten aan de Kamer en de minister heeft laten weten: er is 70 miljoen nodig. Is dit onzin? Hoe onderbouwt ze dat? Als die 18 miljoen alleen bij elkaar is geschraapt en niet gebaseerd is op haar eigen overtuiging dat dit precies is wat nodig is, moet ze dat erbij vertellen.

Minister Bussemaker: Ik vind dit echt kwalijk. Ik ga over mijn eigen woorden. Mevrouw Ouwehand mag mij vragen wat ze wil, maar wat ze mij nu in de mond legt, gaat alle perken te buiten. Alsof ik alleen het bedrag vind dat coalitiepartners mij toestaan. Ik leg een visie voor. Ik ga daarover graag met de Kamer in debat. Kamerleden mogen mij vragen stellen en ik geef antwoord. Ik ga over mijn eigen antwoorden. Ik neem de Raad voor Cultuur serieus. Die geeft in zijn advies aan dat het wenselijk is om meer budget te hebben om daarmee de grote problemen op te lossen. Ik heb gelukkig ruim 18 miljoen kunnen vinden. Ik constateer ook dat we daarmee niet alle noden hebben opgelost. Ik heb de Kamer al eerder gemeld dat er problemen zijn waarop we nog niet het volle zicht hebben, zoals de arbeidsmarktpositie. We weten daardoor nog niet precies wat er nog meer nodig is. Ik ben hier niet blind voor. Toen ik aantrad, moesten een aantal instellingen en musea de deuren sluiten. Gelukkig hebben we er in een goed debat samen voor kunnen zorgen dat zij tijdelijk overeind en open bleven. Ik ben blij dat we nu kunnen zeggen dat we dit structureler kunnen doen. Dat geldt ook voor het Metropole Orkest. We doen dit in een situatie waarin we van ver komen. Veel van de onderdelen van de cultuursector hebben het heel erg moeilijk gehad. Overigens zijn er verschillen, want het is niet overal in de cultuursector even moeilijk geweest.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ook de PvdD is erg blij met initiatieven op het gebied van cultuuronderwijs, dank daarvoor. Muziekonderwijs op basisscholen is hartstikke mooi. Mijn zorg betreft de muziekscholen. Die zijn cruciaal voor wat de minister wil. Ze zijn laagdrempelig en zorgen ervoor dat alle lagen van de bevolking in contact kunnen komen met cultuur. We worden gewaarschuwd dat de muziekscholen dreigen om te vallen. Deelt de minister deze zorg? Wat doet ze om te voorkomen dat ze omvallen?

Minister Bussemaker: Ik heb net een initiatief gepresenteerd met 25 miljoen euro specifiek voor muziekonderwijs, met als doel om alle kinderen met muziek in aanraking te brengen. Koningin Maxima is erevoorzitter en Joop van den Ende doet mee; zij zijn niet de minste partners. We weten dat muziek de meest voor de hand liggende cultuurvorm is om jonge mensen mee in contact te brengen. Joop van den Ende heeft toegezegd dat hij dat bedrag matcht met nog eens 25 miljoen. De muziekscholen vallen onder de regie van de gemeente. De gemeenten hebben hierin een zelfstandige verantwoordelijkheid. We houden de muziekscholen niet coûte que coûte overeind, maar we zorgen ervoor dat er integraal muziekonderwijs wordt gegeven op een manier die past bij de regio of de gemeente. Elke samenwerkingsvorm is me even lief. Het kan een muziekschool zijn, een poppodium, een brassband of een orkest. In het Platform Ambassadeurs Muziekonderwijs zitten mensen van verschillende komaf en met verschillende achtergronden. Er zit een directeur van een landelijk orkest in, een gedeputeerde uit Limburg, schooldirecteuren uit heel Nederland, een directeur van een poppodium en een zanger van een popgroep. Al deze mensen hebben één missie: ervoor zorgen dat het muziekonderwijs voor jongeren overal wordt teruggebracht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die plannen kennen het veld en de Kamer ook. Toch blijft de zorg bestaan dat muziekscholen dreigen om te vallen. Dat zou heel slecht zijn. Als het plan van de minister werkt, is er niet zoveel aan de hand. Maar als we over vijf jaar moeten constateren dat we niet alles hebben bereikt wat we hadden willen bereiken en de muziekscholen over de kop zijn gegaan, zijn we veel waardevols kwijtgeraakt. Wil de minister ervoor zorgen dat de muziekscholen behouden blijven? Waar kunnen we op rekenen qua tussentijdse monitoring? Ik vraag dit omdat het belang van de muziekscholen door iedereen wordt onderstreept. Ik hoopte dat de minister dit ook zou doen.

Minister Bussemaker: De muziekscholen zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente. Gemeenten gaan daar verschillend mee om. Kijk naar de gemeente Den Haag. Die had het Koorenhuis. Dat is omgevormd tot een ander soort voorziening, waarvan ook meer musici als zzp’er gebruik kunnen maken. Ik wil niet de instelling als zodanig beschermen, maar ik wil het muziekonderwijs vormgeven. Dat kan in de ene gemeente heel goed met een muziekschool, maar in een andere gemeente beter op een andere manier. Het kan met cultuurcoaches of met muziek maken op school, doordat de juffen en meester op de pabo hebben geleerd wat muziek maken is. Het kan op heel veel verschillende manieren.

Mevrouw Keijzer (CDA): Het is precies zoals mijn collega Ouwehand zegt. De minister doet erg veel en ze heeft de goede drive. En toch vraag ik mezelf af of het wel goed gaat. Ik hoorde de minister met zoveel woorden zeggen dat er al een nationaal referentiekader is, omdat er doorlopende leerlijnen en gespecificeerde kerndoelen zijn. Dat is niet wat ik bedoel, en met mij veel collega’s. Toen wij bij de hoorzitting spraken over een nationaal referentiekader, hadden wij het over iets inspirerends, waardoor mensen een drive krijgen. Is dat er nu? Als dat er niet is, vraag ik me af of de partners die de minister net bedoelde, het LKCA en die andere club, de juiste zijn. Ik mis de amateurmuziekverenigingen elke keer in het verhaal. Wil de minister een stap extra zetten in het gesprek met de Kamer om te komen tot een nationaal referentiekader en daarbij de amateurmuziekverenigingen betrekken? Die partijen zijn er op gemeentelijk niveau ook na schooltijd voor kinderen en voor muziek.

Minister Bussemaker: Het is een nationaal referentiekader, maar we moeten er nog handen en voeten aan geven. Dat kan op heel veel verschillende manieren. Het is heel goed mogelijk om dit voor muziek samen met de amateurverenigingen te doen in het bijzondere initiatief dat we hebben genomen.

[…]

Minister Bussemaker: Mevrouw Ouwehand vroeg naar Jacco Gardner. Ik ken hem en heb hem uitgebreid gesproken bij Eurosonic Noorderslag 2014. Ik heb zijn muziek gekregen en beluisterd en ik luister er nog steeds met regelmaat naar. Hij is overigens ook een van de mensen die geld hebben gekregen uit wat wij het snelloket noemen, een loket voor popmusici die naar het buitenland gaan. Ik weet niet of mevrouw Ouwehand erbij was, maar een of twee jaar geleden is daarover een heftig debat gevoerd. Daarbij werd ook Caro Emerald veelvuldig genoemd. Sommigen zeiden dat het een schande was dat er geld aan reiskosten werd besteed. Ik constateer dat deze middelen heel goed worden besteed, omdat het helpt om mensen als Caro Emerald en Jacco Gardner in het buitenland een podium te geven. Dat blijft dus ook zo. De sector is met het fonds en OCW in gesprek om een internationaliseringsplan te maken. Het is heel goed dat we hiermee doorgaan.

Tweede Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de minister voor haar beantwoording. Ik wil geloven en onderstrepen dat zij de cultuursector een warm hart toedraagt, maar het moet nog wel blijken. De signalen die wij hebben gekregen, zijn er niet voor niets. De PvdD blijft zich zorgen maken over het budget. Dat is de basis. Om dit te illustreren antwoordde de minister op mijn vragen over de popmuziek dat we een debat hebben gehad, omdat er discussie was over de vergoeding van Caro Emerald. Dat klopt; de VVD maakte daar een punt van en dan heb je een hevig debat. De minister zegt nu dat we blij moeten zijn dat het snelloket nog bestaat. Artiesten kunnen bij het snelloket een vergoeding aanvragen om hun reiskosten en overnachting te dekken als ze in het buitenland optreden. Die VVD-woordvoerder, de voorganger van de heer Van Veen, kletste gewoon uit zijn nek en had geen punt. Daarom is die persoon ook vervangen. De heer Van Veen zou zoiets nooit doen. Iemand zegt "schande", vervolgens hebben we er een debat over en moeten we blij zijn dat het punt in elk geval is gehandhaafd. Maar er is meer nodig. In de popsector is hevig bezuinigd. Iedereen is tevreden met het snelloket. Ik kom niet voor niets met het voorbeeld van Jacco Gardner. Hij is echt gevierd. Hij wordt internationaal gevraagd en toch is hij een artiest bij wie we moeten vrezen dat hij leegloopt. Men moet namelijk geld toeleggen op een doorbraak in het buitenland. De minister overlegt met de sector over de export. Dat overleg loopt al twee jaar. Het Muziek Centrum Nederland (MCN) is wegbezuinigd, de productiehuizen zijn wegbezuinigd. Er moet meer geld bij. Zoveel geld is er niet voor de popsector. Kan de minister toezeggen dat dit er wel komt?

Ik maak me nog steeds zorgen over de muziekscholen. Ook daarover zal ik een motie voorbereiden.

Minister Bussemaker: Misschien is 25 miljoen niet voldoende om invloed uit te oefenen op de manier waarop scholen uitvoering geven aan cultuureducatie. Die 25 miljoen zijn extra middelen voor muziekonderwijs. Daar komt nog eens 25 miljoen privaat geld bij. We hebben de reguliere middelen voor cultuureducatie. Die zijn voor een deel apart gepositioneerd in een begroting. Voor het andere deel vragen we alle instellingen die geld krijgen uit de BIS, om iets aan cultuureducatie te doen. Die middelen tellen we bij elkaar op.

Minister Bussemaker: Mevrouw Ouwehand sprak over de popmuziek. Als de Kamer wil dat deze sector meer geld krijgt, wil ik weten waar het vandaan moet komen. Het gaat ergens anders af. Het is van belang dat er financiering is voor popmuziek en dat het snelloket er is. Er zijn mogelijkheden bij het Fonds Podiumkunsten en bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Er is een Popcoalitie. De exportwaarde stijgt jaarlijks. Dat is goed nieuws. Er is misschien op onderdelen aandacht nodig, maar vanuit de sector wordt met de overheid bekeken hoe we de internationalisering van de popmuziek verder kunnen vormgeven. Ik bestrijd dat er niets gebeurt en dat we alleen blij kunnen zijn met het snelloket. We hebben hierover eerder gedebatteerd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De functies van het opgeheven MCN zijn weggevallen. Het overleg met de popsector over de internationalisering loopt al twee jaar. De minister moet concreet worden. Ik hoor in dit verband graag het standpunt van de minister over de dreigende btw-verhoging. Er zullen minder bezoekers zijn en de kaartjes zullen duurder worden. De minister heeft niets gezegd over de btw-verhoging in relatie tot mijn punt over de popmuziek. Ik vraag haar dit alsnog te doen.

Minister Bussemaker: Voor de popmuziek is dat een opdracht voor de sector en voor de overheid. De Kamerleden kunnen de opdracht om hierop met een antwoord te komen niet alleen bij mij neerleggen. Dat vraagt echt samenwerking. Ik ben blij dat er goede voorstellen en ideeën uit de popsector komen. We verwachten dat we binnen enkele maanden, in september of oktober, na de zomer, met voorstellen komen. Dan wordt mevrouw Ouwehand op haar wenken bediend.

De btw-verhoging heeft niet alleen voor de popmuziek gevolgen, maar voor heel veel podiumkunsten. Natuurlijk is dat niet leuk. Overigens is dit een heel andere discussie dan eerder speelde. Het betreft nu een keuzemenu. Daarover is vandaag gedebatteerd in de Tweede Kamer. Btw-verhogingen zijn onderdeel van een eventueel breder gesteund initiatief uit de Kamer. Dan moet het ook daar worden bediscussieerd. Btw-verhogingen hebben vervelende consequenties, maar ook heel positieve. Die moeten integraal worden afgewogen. Ze kunnen positief uitwerken voor initiatieven, economische groei en de arbeidsmarktpositie, ook voor de cultuursector. Laten we de discussie echter overlaten aan degenen die er vandaag in de plenaire zaal over hebben gesproken. Dat gesprek wordt vast een dezer dagen voortgezet.

Ik ben benieuwd naar de motie over cultuureducatie.

Ik ben voor een dependance naar het voorbeeld van het Louvre en voor uitlenen. Het is een van de onderdelen van de regeling om tot samenwerking te komen. Ik noemde het voorbeeld van het pop-upmuseum. Dat is bedoeld om de collectie in depots meer zichtbaar te maken. In het najaar organiseer ik hierover een conferentie met gemeentelijke bestuurders. Ik zal collectiemobiliteit daar agenderen. Dank voor de suggestie om dit met gemeenten te bespreken.