Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad 6 maart 2015


4 maart 2015

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb maar vier minuten, dus ik ga kort door een aantal zaken heen. Ik hoor graag van de staatssecretaris een uitgebreide reactie op het zojuist verschenen vijfjaarlijkse milieurapport van het Europees Milieuagentschap. Daarin wordt geconcludeerd dat globalisering de klimaatdoelen onder druk zet. Volgens mij moeten we bekijken hoe we de conclusies uit het rapport kunnen omzetten in beleid, zodat we onze doelen wel kunnen realiseren. Graag een toezegging op dat punt.

Verder ben ik benieuwd naar de aangenomen motie over de teerzandoliewinning in Canada. De staatssecretaris voert het deel van het importverbod niet uit, maar de motie vraagt de staatssecretaris ook om Canada aan te spreken over de ecologische en sociale gevolgen van de winning. Ik ben benieuwd naar hoe het daarmee staat. Een Canadese delegatie van het parlement wil heel graag binnenkort met ons praten en ik kan zomaar vermoeden waar die gesprekken over zullen gaan. Wij horen graag wat de uitkomsten waren van de gesprekken tot nu toe. Het bericht dat de Canadese regering de First Nations onder druk zet om hun landrechten op te geven, verontrust mijn fractie zeer.

Een belangrijk punt zijn de hormoonverstorende stoffen. In 2009 is in Europees verband afgesproken om alle hormoonverstorende stoffen uit te faseren en om eind 2013 criteria te formuleren om te voorkomen dat die hormoonverstoorders in ons milieu terechtkomen. We horen daar niks meer over. We hebben een motie ingediend om aan te sluiten bij de rechtszaak die Zweden daarover was gestart. De staatssecretaris ontraadde het na overleg met de Europese Commissie, omdat dat allemaal moeilijk, moeilijk, moeilijk was. Er was meer tijd nodig voor de wetenschappelijke onderbouwing van de criteria, en vervolgens hoorden we weer niks. Wat blijkt nu? Journalisten zijn erachter gekomen dat de ambtenaren van het DG Milieu in Brussel in 2013 prima op schema lagen met het opstellen van die criteria, maar dat dat rapport in de prullenbak is verdwenen vanwege lobbypraktijken van de industrie die dat gif gebruikt. Dat rapport, op basis waarvan alleen al 31 soorten landbouwgif verboden zouden kunnen -- en moeten -- worden, blijkt dus onder de pet te worden gehouden. Is dit rapport de staatssecretaris bekend? Heeft de Europese Commissie dit rapport genoemd toen de staatssecretaris hierover met haar in gesprek was? Zo nee, wat vindt ze er dan van dat de Europese Commissie kennelijk tegen haar heeft gelogen? Wat vindt ze ervan dat in de ogen van de Europese Commissie het economische belang van een enkeling kennelijk belangrijker is dan de gezondheid van ons allemaal en van ons milieu? En wat gaat de staatssecretaris doen nu ze weet hoe het echt zit? Hoe gaat zij bijvoorbeeld voorkomen dat Roundup, dat ook hormoonverstorend werkt, bij gebrek aan deze criteria aan het eind van het jaar weer voor vijf of tien jaar wordt toegelaten? Dat zou namelijk een consequentie hiervan kunnen zijn. De staatssecretaris weet dat dat onacceptabel is, omdat de Kamer een verbod op Roundup wil. Ik stel voor dat de staatssecretaris dit verloren rapport uit de prullenbak opduikelt en het direct laat omzetten in Europees beleid; of anders nationaal beleid, dat lijkt me ook prima. Graag een toezegging op dat punt.

Tot slot de discussie over de genetisch gemanipuleerde mais 1507. De staatssecretaris kent de geschiedenis daarvan, maar ik vraag haar er toch weer naar. We zouden namelijk op de hoogte worden gehouden, maar dat is niet gebeurd. Het gerucht gaat dat de Europese Commissie een dezer dagen een beslissing neemt. Ik vraag de staatssecretaris of zij mijn motie (33750-XIII, nr. 113) nog uitvoert om de Europese Commissie op te roepen om daar niet mee in stemmen. En als die mais onverhoopt toch wordt toegelaten, gaat zij er dan mee aan de slag om de maandag goedgekeurde nieuwe regels over de teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen in Europa om te zetten? In Nederland willen we die maissoort immers niet. We kunnen dan meteen toetsen of de regels die nu zijn vastgesteld een beetje bruikbaar zijn voor een individuele lidstaat om een teelt die hij niet wil, daadwerkelijk van zijn grondgebied te houden; dus of dat juridisch houdbaar is. Graag toezeggingen op dit punt.

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

Mevrouw Ouwehand brengt mij in een lastig parket en dat heeft te maken met de woorden die zij gebruikte. Zij zei met betrekking tot mais 1507 namelijk dat er sprake is van een gerucht. Het punt is dat ik dat gerucht niet heb vernomen. Mij is geen informatie bekend over de initiatieven van de Europese Commissie op dat punt. De Commissie heeft wel een moratorium opgelegd totdat de besluitvormingsprocedure voor de ggo's is geëvalueerd. Over hoe het kabinet wil omgaan met het pas aangenomen gg-teeltvoorstel ontvangt de Tweede Kamer, zoals toegezegd, een brief. Zoals gezegd, hebben wij geen verdere informatie. Bovendien geeft het moratorium aan dat de Commissie zich ook bewust is van het feit dat er eerst gekeken moet worden naar de besluitvormingsprocedure en dat er tot die tijd geen besluiten moeten worden genomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat zou goed nieuws zijn, maar de staatssecretaris kan zich volgens mij ook wel voorstellen dat we erbovenop willen zitten. Het zou niet voor het eerst zijn dat er ineens allerlei besluitvorming toch plaatsvindt. We spraken hier de vorige week met de verse Eurocommissaris Timmermans. Dat was een leuk en goed gesprek. Ik begreep toen uit zijn mimiek dat er wel degelijk gesproken wordt over het al dan niet toelaten van die 1507-mais. Als ik mij niet vergis, was de argumentatie ook steeds dat de Europese Commissie verplicht is om er nu een beslissing over te nemen. Die beslissing zou dan kunnen zijn om het niet toe te laten. Dat zou mooi zijn omdat een meerderheid van de lidstaten dat ook niet wil. Ik wil echter wel de zekerheid hebben dat de staatssecretaris ons op tijd informeert als de Europese Commissie van plan is een besluit te nemen hierover. Ook krijg ik van haar graag de toezegging dat zij er bovenop zit en dat zij de wens van Nederland om deze mais niet toe te laten, indringend duidelijk maakt bij de Europese Commissie, in de zin ook dat rekening moet worden gehouden met de meerderheid van de lidstaten die dat met Nederland niet wil.

Staatssecretaris Mansveld: Om niet het hele dossier over mais 1507 helemaal opnieuw boven water te halen, verwijs ik naar hoe een en ander verlopen is. De Commissie kan nu een besluit nemen doordat iets tien, elf of twaalf jaar heeft gelopen. U hebt ook mij meegemaakt in de afgelopen maanden. Ik zit erbovenop. We hebben soms ad hoc VAO's gehad om ervoor te zorgen dat u zich uit kon uitspreken over wat ik ging doen. Ik ben voornemens deze trend te volgen. Ik kan mij niet voorstellen dat er iets gebeurt wat ik niet eerst met u heb doorgenomen of aan u kenbaar heb gemaakt. Dankzij uw niet aflatende inzet op dit dossier ben ik er ook heel alert op.

Verder heeft mevrouw Ouwehand gevraagd of ik kennis heb van achtergehouden rapporten over hormoonverstorende stoffen. Ook dat zijn weer lastige woorden. Of er een rapport is dat achtergehouden is, weet ik niet. Nederland doet conform de motie-Van Veldhoven mee aan de Zweedse rechtszaak tegen de Commissie over het uitblijven van criteria ter zake. Nederland vindt ook dat de Commissie snel moet komen met criteria voor hormoonverstorende stoffen. Nogmaals, rapporten die zijn achtergehouden zijn mij niet bekend. Daarom is het lastig voor mij om daarop te reageren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat kan ik mij voorstellen, maar mijn vraag is of de staatssecretaris er wel iets over heeft gehoord in gesprekken met de Europese Commissie. The Guardian heeft er namelijk over gerapporteerd. Even los daarvan: we zien dat de doelen worden losgelaten en dat de deadlines ver worden opgerekt. In 2013 zouden die criteria bekend zijn. Die zijn er echter nog steeds niet en het lijkt er nu op dat er een of ander impact assessment komt. Mijn vraag is dan ook of dat bericht in The Guardian klopt. Ook vraag ik de staatssecretaris er bij de Europese Commissie op aan te dringen om vast te houden aan de doelen en om de deadlines vast te stellen op de zomer 2015.

Staatssecretaris Mansveld: Wat betreft het vasthouden aan de doelen, is mijn antwoord ja. Gelet op het artikel in The Guardian en een rapport dat ik niet ken, kan ik mij voorstellen dat er eerst even induik om na te gaan wat de feiten zijn, waarna ik u daarvan op de hoogte stel. Ik wil graag op feiten gebaseerd kunnen handelen.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar mijn reactie op het rapport van het Europees Milieuagentschap dat gisteren is uitgebracht. Met het oog op de zorgvuldigheid stel ik voor dat ik de Kamer schriftelijk informeer over de betekenis van dat rapport voor mijn beleid. Dat lijkt mij beter dan er nu één algemene zin aan te wijden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat was ook de vraag. Dank.

Staatssecretaris Mansveld: Graag gedaan.

Met Canada is in het verleden veel contact geweest over teerzandolie. Daarbij zijn de Nederlandse zorgen en de zorg van de Tweede Kamer meerdere keren overgebracht, ook via de ambassade, maar dat heeft niet geleid tot een aanpassing van het Canadese beleid met betrekking tot teerzandolie.

(…)

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Waar ik even op wil doorvragen, is dat gedoe rond die hormoonverstorende stoffen. De staatssecretaris heeft gezegd dat zij geen weet heeft van een rapport dat al of niet onder de tafel gehouden zou worden. Dus zou ik haar willen vragen om op de komende Milieuraad of in ieder geval zo snel mogelijk de Europese Commissie daarover te bevragen en de Kamer daarover vervolgens te informeren. Voor de Partij voor de Dieren maakt het eigenlijk niet zo veel uit of dat rapport wel of niet onder de tafel is gehouden. Wij maken ons grote zorgen dat de afspraken niet worden nagekomen. In 2013 zouden die criteria er zijn en zouden de hormoonverstorende stoffen worden uitgefaseerd. Nu blijkt de boel echter op de lange baan geschoven te worden met een of ander impact assessment en spreken we elkaar in 2016 weer. Dat vinden we onacceptabel. Dan weet de staatssecretaris dat alvast, maar ik kan mij voorstellen dat zij ons nader wil informeren en dat zij achter de berichten aangaat dat er wel degelijk een rapport zou liggen op basis waarvan we nu al die criteria zouden kunnen vaststellen. Als ik die toezegging vandaag krijg, behoeven we het VAO vandaag niet te houden. Bovendien verneem ik graag schriftelijk van haar hoe het staat rond de gesprekken met Canada over teerzandolie, gelet op berichten dat de Canadese regering de lokale bevolking wel degelijk onder druk zet om haar landrechten op te geven. Ergens in april spreken we een delegatie van het Canadees parlement. Als we voor die tijd weten wat de uitkomsten zijn van de gesprekken, dan is dat wel bruikbaar voor de input van het gesprek met de Canadese parlementariërs. Dus graag krijg ik ook op dat punt een toezegging.

Gelet op haar opmerking dat de staatssecretaris er wat betreft de genmais bovenop zit, hoop ik dat het goed zal komen. Ze moet het ons maar laten weten als de Europese Commissie van plan is om welke stap dan ook te zetten. Al is het maar een millimeter, wij willen op de hoogte zijn en kunnen bijsturen als dat nodig is.

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik heb mevrouw Ouwehand toegezegd dat ik zou gaan uitzoeken hoe het zit met het door haar genoemde rapport, het impact assessment et cetera en dat ik de feiten hieromtrent op zal speuren. Ik ben bereid er vrijdag in de Commissie ook aandacht voor te vragen. Ik denk dat er een aantal landen zijn die daar dan ook blij mee zijn. Ik zal dan ook en marge even praten met de landen die de Zweedse rechtszaak hebben onderstreept. Overigens is dat iets wat ik al van plan was zonder uw stimulans.

Met betrekking tot Canada ben ik zeer bereid om een brief te sturen maar in die brief zal dan staan wat ik al eerder heb gezegd, namelijk dat er zorgen uitgesproken zijn richting Canada, dat er melding van gemaakt is dat het parlement zich er zorgen over maakt en dat dit onder andere via de ambassade is overgebracht. Ik wil dat met alle plezier nog eens schriftelijk bevestigen maar de conclusie blijft dat Canada er zelf een andere keuze in maakt.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, wenst u het VAO te handhaven zoals dat nu gepland staat om kwart over zes?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, wat mij betreft doen we wel een VAO maar op een later moment. Als de brief van de staatssecretaris binnen is en zij ons nader kan informeren over de hormoonverstorende stoffen, wil ik graag de mogelijkheid openhouden om een VAO aan te vragen om te kijken of de inzet van de staatssecretaris al dan niet aangescherpt moet worden.

De voorzitter: Dan zijn we nu toe aan de toezeggingen die de staatssecretaris heeft gedaan.
- De staatssecretaris zal de Kamer een schriftelijke reactie doen toekomen op het artikel in The Guardian over hormoonverstorende stoffen, ook in relatie tot de criteria die daarbij genoemd worden.
- De Kamer zal een schriftelijke reactie ontvangen op het recent verschenen vijfjaarlijkse rapport van het Europese Milieuagentschap over de stand van het milieu in de Europese Unie.
- In de verslagen over de Milieuraad zal de staatssecretaris terugkomen op het Franse verbod op het gebruik van bisfenol A in verpakkingsmateriaal dat in contact komt met voedsel.