Bijdrage Ouwehand AO Mest­beleid


15 december 2011

De heer Koopmans (CDA): Voorzitter. We hebben voor het eerst een gesprek met het nieuwe kabinet over het mestbeleid.

[…]

Daarom hebben wij met een aantal fracties de handen ineengeslagen. Samen met mevrouw Snijder-Hazelhoff -- zij wilde dat nog zeggen, maar u was een beetje streng met de tijd, voorzitter -- en de heer De Mos heb ik een tienpuntenplan gemaakt.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn vraag kan redelijk kort zijn. Heeft de CDA-fractie dit tienpuntenplan mede opgesteld met de indieners van de op het CDA-congres aangenomen motie waarin wordt erkend dat er een reëel en duidelijk beleid voor ruimtelijke ordening moet zijn, waarbij we de aarde niet laten verzuren, verdrogen of vermesten? Zijn die mensen geraadpleegd?

[…]

De heer Koopmans (CDA): De vraag van mevrouw Ouwehand ging over de resolutie. De kern van het tienpuntenplan is dat het voldoet aan de kringloopgedachte. Dat is ook de kern van de resolutie. De aanpak volgens dit plan leidt tot een schonere landbouw voor minder geld, waarbij we meer investeren in daadwerkelijke milieuverbetering in plaats van in papier. Bedrijven krijgen ontwikkelingsruimte in plaats van beperkingen, want door beperkingen vinden geen milieuverbeteringen plaats. Dit plan voldoet dus volledig aan die resolutie.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Mest. Er staan twintig punten op de agenda en er zijn de afgelopen maanden nog heel wat rapporten verschenen die niet eens op de agenda staan. Gisteren, misschien zelfs vanmorgen, ontvingen we nog een brief. Dit alles dient om de boodschap te onderstrepen: er is te veel mest in het land en dat zorgt voor allerlei problemen, die uit de hand dreigen te lopen of al flink uit de hand gelopen zijn. De urgentie is duidelijk. Mest heeft een heleboel nare gevolgen voor de natuur, de bodem, de lucht- en waterkwaliteit en de volksgezondheid. We hebben inmiddels meer dan 70.000 miljard kg mest per jaar. Ik herinner iedereen er maar even aan. Dat is 4000 kg per Nederlander. Dat zijn ongeveer twintig badkuipen vol. Zie die maar eens te herbergen! Nederland heeft zich niet gehouden aan de voorwaarden die de EU gesteld heeft aan de derogatie, met andere woorden, aan het al fors mogen overschrijden van de maximale mestproductie. De voorwaarde was al niet streng en hield alleen in dat we minder mest mogen produceren dan we in 2002 deden. Maar nee hoor, Nederland produceert meer mest.

De EU eist nu actie. Dat doet zij niet voor niets, want de problemen met eutrofiëring aan de ene kant en het verdwijnen van de vruchtbaarheid van de bodem door een tekort aan nutriënten aan de andere kant -- letterlijk aan de andere kant, namelijk aan de andere kant van de wereld -- zijn zo groot dat ook de Verenigde Naties zich hier recentelijk over hebben gebogen. De voedselzekerheid wordt namelijk in de waagschaal gesteld, ook letterlijk. Wie ook maar denkt dat we met het vergisten of vergassen van mest een groene oplossing hebben gevonden voor de enorme problemen van de vee-industrie, heeft het bij het verkeerde eind. De kringlopen zijn namelijk pas echt gesloten als we niet langer de landbouwgronden in derde landen uitputten. Maar wat doen deze boerenstaatssecretarissen? Zij zetten in op een andere samenstelling van het voer. Dat doen ze niet eens via regelgeving, maar via een vrijwillige aanpak die slechts een deel van de sector betreft. Kansloos, zou elk weldenkend mens zeggen. Als je minder mest wilt, moet je minder mest laten produceren. Dat betekent minder dieren. De staatssecretaris heeft er echter alle vertrouwen in dat de sector het fosfaatoverschot zelf wel even oplost. Ik vraag hem: waarom is er dan nog steeds een mestoverschot? Waarom heeft de sector dat niet allang opgelost? De verplichting hiertoe ligt er al jaren.

Denken de staatssecretarissen werkelijk dat Brussel genoegen zal nemen met het uitblijven van maatregelen? Ik denk het niet! Ik hoor graag in januari al wat de uitkomst is van de overleggen met Brussel. We zijn al het slechtste jongetje van de klas. We hebben strafwerk. Dat doen we niet goed, maar we verwachten ook nog dat Brussel een oogje toeknijpt en ons zelfs helpt met een zachte landing voor de melkveehouders. Realisme? Vergeet het maar! De vorige minister van Landbouw was geen duidelijke natuurliefhebber, maar zij heeft nog aangekondigd dat er wellicht strengere maatregelen nodig zouden zijn als we de derogatievoorwaarden niet haalden. Deze staatssecretaris neemt daar afstand van. Waarom? Er moeten maatregelen komen. Spoor 2 is aan het mislukken. De kluit wordt belazerd met de mesttransporten en de staatssecretaris weet dat. Wat gaat hij doen? Waar blijft de nota naar aanleiding van het verslag over wijziging van de Meststoffenwet, over de herinvoering van compartimentering? We hebben hierover in september vragen gesteld. Het moest allemaal snel van het ministerie. Nu ligt dit verslag echter te verstoffen. Ik rond af met een publicatie van het RIVM over oppervlaktewater in de buitengebieden. Dat is een alarmerend rapport. Dit kabinet wil het oppervlaktewater wel schoonhouden, maar dan alleen in stedelijke gebieden, lazen we al in het regeerakkoord. Het RIVM vond in oppervlaktewater en slib in gebieden met intensieve veeteelt in het noordoosten van Noord Brabant hoge percentages bacteriën die resistent zijn voor antibiotica voor mensen en die kunnen koloniseren of pathogeen zijn. Ik heb hierover al vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling van I&M op basis van het rapport van de Technische commissie bodem. Ik heb daarop geen serieus antwoord gekregen. Ik wil nu wel graag een serieuze reactie op dit probleem, want de volksgezondheid is in het geding.

[…]

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Voorzitter. Allereerst dank ik de collega's van de coalitie voor hun plan. Ik zal het met veel interesse lezen. Met name de vervanging van kunstmest vind ik heel interessant. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheden voor groene energie. Ik ben blij dat ook de VVD-fractie dat idee nu steunt, want gisteren heeft zij nog tegen een motie van mij daarover gestemd. Ik ben dus blij dat de VVD zo snel tot inkeer is gekomen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wij hebben de motie van D66 ook niet gesteund. De reden daarvoor was al min of meer in mijn betoog te horen: als we de kringlopen niet gesloten houden, kunnen we wel een groen label aan mestbewerking hangen, maar dan putten we nog steeds de landbouwgronden in Latijns-Amerika uit. Ik zou graag weten hoe mevrouw Van Veldhoven dit ziet in een wat bredere duurzaamheidsvisie. Verder maak ik me een beetje zorgen. Ik hoor mevrouw Van Veldhoven positief spreken over de initiatieven van de sector. Dat bevreemdt me enigszins bij een Europees gerichte partij als D66. We hebben keer op keer de derogatienorm niet gehaald. Er zijn strengere maatregelen nodig. Alles wijst daarop. D66 neemt toch geen afstand van zijn eerdere positie dat dierrechten een van de maatregelen vormen die we in elk geval moeten handhaven en mogelijk moeten uitbreiden?

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): U kent onze positie inzake duurzaamheid en onze zorgen over de ontwikkeling van de landbouw in derdewereldlanden en de uitputting van gronden aldaar. Wegens de groei van de wereldbevolking ligt er de enorme uitdaging om ook in ontwikkelingslanden te zorgen voor een duurzame groei van de landbouw die de voedselproductie daar kan verzekeren zonder dat de grond wordt uitgeput. Daarnaast hebben we in Nederland een probleem waaraan we ook op korte termijn iets kunnen doen. Een aantal van de voorstellen in het tienpuntenplan kan daaraan bijdragen. Daarom ben ik geïnteresseerd in wat de collega's daarmee bedoelen. Ik zal bekijken hoe we daartegenover staan. In mijn inbreng heb ik een aantal keer gerefereerd aan de Europese afspraken. Ik heb al aangegeven dat ik zorgen heb over het feit dat we de derogatie zelfs niet gehaald hebben en dat we slechts een nipte en tijdelijke zes halen als we de derogatie wel halen. De derogatie staat ons al meer toe dan andere landen. Ik maak me hier dus zorgen om. Met het halen van de derogatie zijn we wat mij betreft nog niet op het gewenste niveau.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Wat wordt het beleid de komende jaren? Ik pak de handschoen op die mevrouw Van Veldhoven en anderen op tafel hebben gelegd: in het kader van de discussie over de dierrechten en het vijfde actieprogramma verder kijken dan vier jaar vooruit. We moeten over een wat langere periode kijken.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Ik ga in op de dierrechten. Daar heb ik ook niets nieuws over te melden. Ik heb toegezegd dat hierover in april of mei een notitie komt; dan zullen wij hierover discussie voeren.

[…]

Nu ga ik in op de herinvoering van de compartimentering. De Kamer heeft hierover in haar verslag een groot aantal vragen gesteld, die voor een deel veel uitzoekwerk vergen. Dat zal de Kamer niet verbazen, want de regering doet heel veel uitzoekwerk -- en dat moet ook! -- voor onder andere de Partij van de Dieren. Daardoor heeft de beantwoording langer geduurd dan gebruikelijk is. Deze week zal de Kamer de nota ontvangen.

De voorzitter: Dat is weer een toezegging. Het gaat lekker vlot!

[...]

Staatssecretaris Bleker: Laten wij even kijken hoe het er nu voor staat. Het is nog niet goed genoeg. Het jaar 2009 laat ten opzichte van 2008 een gunstige ontwikkeling zien, maar ten opzichte van 2002 staan wij nog in de min. Het staat er niet goed genoeg voor. Om die reden heb ik gezegd dat wij het lopende actieprogramma niet in gevaar zullen brengen met maatregelen die dat zouden kunnen doen. Vanaf 2011 moet de mestproductie dalen. Dat zijn wij verplicht, niet alleen aan Brussel, maar ook aan onszelf. Wij verwachten een daling vanaf 2011, omdat vooral de voermaatregelen een direct effect hebben. Het is de meest effectieve interventie. Ik heb er vertrouwen in dat het voerconvenant van het bedrijfsleven tot resultaten zal leiden. Het is echter niet slechts een kwestie van vertrouwen; ik houd ook de vinger aan de pols. Wij zullen afspraken maken met de ondertekenaars van het convenant over de monitoring, over de momenten en wijze waarop de balans wordt opgemaakt. Daarbij zijn onder andere het CBS en de Dienst Regelingen betrokken. Wij gaan het op een goede manier aanpakken. Het is niet erop of eronder, maar het lijkt er wel een beetje op; dat ben ik met mevrouw Van Veldhoven en anderen eens. Het is cruciaal dat wij in 2011 via deze route een belangrijke stap vooruit kunnen zetten. Het punt van de Partij voor de Dieren en dat van D66 komt op hetzelfde neer. Dat gaat over 2011. Daarover ben ik uitgesproken.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik steun de inzet om af te komen van de kunstmest. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij daarbij zal kijken naar wat wij kunnen leren van de biologische landbouw? Het is blijkbaar moeilijk voor het ministerie om vragen van de Partij voor de Dieren te beantwoorden. Ik kan de staatssecretaris vast meegeven dat de toekomstvisie wat ons betreft zal worden afgerekend op een integrale benadering. Wij moeten de nutriëntenkringloop dus wereldwijd bezien: klimaatverandering, biodiversiteit, onze eigen natuur. Wat betekent dit voor de dieren? Als wij alle mest willen vergisten en als wij alle dieren opgesloten houden, zal de staatssecretaris nooit de dierenwelzijnsdoelstellingen halen!

Staatssecretaris Bleker: Het antwoord op de eerste vraag is "ja". Het tweede punt was geen vraag, maar mededeling.

[…]

Staatssecretaris Atsma: Voorzitter. Voor mij was er slechts een beperkt en overzichtelijk aantal vragen. Wij spreken met één mond. Net als mijn collega van ELI kan ik zeggen dat ik "van de leeftijd ben dat …". Die zin hoef ik niet aan te vullen! Ik ben het ten zeerste eens met wat mijn collega naar voren heeft gebracht. Dat kan te maken hebben met het feit dat wij ongeveer van dezelfde leeftijd zijn, hoewel ik gelukkig iets jonger ben.

[…]

De leden Ouwehand, Van Veldhoven en Jacobi zijn ingegaan op de problematiek van het water en de waterkwaliteit. Ik ga allereerst in op de waterkwaliteit in relatie tot de Kaderrichtlijn Water. Mevrouw Van Veldhoven sprak haar bezorgdheid uit en vroeg hoe het precies zit. Wij gaan bezuinigen op de Kaderrichtlijn Water; dat klopt. Dat heb ik maandag nog eens toegelicht. Dat wordt echter niet een-op-een doorvertaald naar de landbouw en de agrarische sector, vooral omdat een groot aantal middelen uit de Kaderrichtlijn Water al is belegd en verankerd. De zorg van mevrouw Van Veldhoven daaromtrent is, denk ik, niet helemaal terecht; ik hoop dus dat ik die kan wegnemen. Ik heb maandag al gezegd waar de bezuinigingen wel terechtkomen. Zij komen vooral terecht bij een aantal projecten en zijn niet zozeer gericht op het landelijk gebied waar wij nu over spreken.

[…]

De voorzitter: Ik zal even de toezeggingen voorlezen, dan hoeven de leden niet meer naar een bevestiging te vragen. Dat scheelt misschien weer tijd!
- De staatssecretaris van ELI zegt toe in de eerste helft van het voorjaar van 2011 met een langetermijnvisie te komen op een integraal mestbeleid, waarbij het door de fracties van de VVD, CDA en PVV ingediende tienpuntenplan wordt betrokken, alsmede de aangenomen motie-Van der Vlies en de aangenomen motie-Snijder-Hazelhoff;
- De staatssecretaris van ELI zegt ook toe aan de slag te gaan met boer-boertransporten;
- Het gebruik van winterkoolzaad op Groningse akkers zal worden toegelaten;
- Het lid Snijder-Hazelhoff wordt uitgenodigd, nadere informatie aan te leveren over de meetmethode P-PAE; indien het relevante informatie is, zal de staatssecretaris van ELI hier opnieuw naar kijken;
- De nota van antwoord op het in september ingediende verslag inzake de mestwetgeving zal deze week aan de Kamer worden gestuurd;
- De staatssecretaris van ELI zal samen met de betrokken organisaties kijken naar het gebruik van drijfmest en hij zal de Kamer hierover informeren.
Dat zijn de toezeggingen; deze hoeven de leden niet te herhalen in hun spreektijd.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook mijn vraag is aan staatssecretaris Bleker. Ik ga in op zijn reactie om het mestplan integraal te bekijken. Ik noem het maar even "mestplan", maar je zou ook kunnen zeggen "het vieze plan" van CDA, VVD en PVV. Ik heb hem in een interruptie vast meegegeven waar wij naar zullen kijken in zo'n visie. De staatssecretaris zei zelf immers dat het soms wat langer duurt voordat hij de vragen van de Partij voor de Dieren kan beantwoorden. Hij mag nu ook vast een toezegging doen! De kern van dit plan is mestverwerking. Als wij daarop inzetten, wat betekent dit dan voor de dieren en voor de wereldwijde nutriëntenkringloop? Graag krijg ik hierop een reactie. Ik geloof niet dat wij nog een keer om derogatie hoeven te bedelen in Brussel; ik zou mij daar erg voor schamen!

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Ik begin met de opmerkingen van mevrouw Jacobi. De langetermijnvisie en de dierrechten zullen wij met diverse relevante partijen bespreken, dus ook met ngo's en milieuorganisaties. De heer Van Gerven sprak over het Capgeminirapport. Dat is een van de bouwstenen die wij kunnen gebruiken voor de langetermijnvisie. Bij de langetermijnvisie worden verschillende aspecten en invalshoeken betrokken, dus ook het type invalshoek waarover mevrouw Ouwehand sprak. Ik ben weliswaar van calvinistische origine, maar ik neem niet de ellende van de hele wereld op mijn schouders! Ik zal een en ander een beetje afgrenzen. Ik kijk niet direct naar de betekenis van ons mestbeleid voor Jakarta en omgeving.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het gaat niet zozeer om Jakarta, als wel om Latijns-Amerika. Kan de staatssecretaris dat toezeggen?

Staatssecretaris Bleker: Daar plaats ik enige kanttekeningen bij. Het moet wel allemaal beheersbaar blijven, maar de externe effecten moeten wij in ieder geval beschouwen.

[…]

De heer Grashoff (GroenLinks): Ik wil heel graag die informatie hebben over de extra kosten voor zuivering die samenhangen met vermesting van oppervlaktewater en grondwater.

Staatssecretaris Atsma: Het is geen probleem om die informatie te leveren. Wellicht is het dan ook goed dat wij een doorkijkje geven naar de toekomstige zoetwatervoorziening in algemene zin. Dat is een opdracht die de Deltacommissie meekrijgt. Volgens mijn informatie zullen wij daarover in februari een rapport krijgen van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat een analyse op dit gebied uitvoert. Kan de heer Grashoff ermee instemmen dat wij de Kamer in de loop van het voorjaar een uitgebreider overzicht doen toekomen?

[…]

De heer Koopmans (CDA): Staatssecretaris Atsma antwoordde net op vragen van de heer Grashoff dat hij dat onderzoek wel wil doen. Daarbij past de hele overstortproblematiek. Ook het feit dat grote delen van het oppervlaktewater vervuild zijn door het buitenland kan daarbij betrokken worden. Het kan niet zo zijn dat de afrekening eenzijdig neergelegd wordt bij een deel van de Nederlandse economie.

Staatssecretaris Atsma: Dat is een terechte vraag van de heer Koopmans. In de loop van het voorjaar kan ik een meer integraal overzicht geven van de kosten, waarnaar de heer Grashoff vroeg, en van de bronnen van vervuiling, waarover de heer Koopmans een opmerking maakte. Ik denk dat de vraag van mevrouw Jacobi daar ook prima bij betrokken kan worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): In de voorjaarsnotitie wil ik dan ook graag zien wat de bereidheid is van de landen die eerder in de stroomgebieden zitten om hun deel van de aanpak op zich te nemen, gelet op de discussie die wij maandag hebben gevoerd over het Haringvliet.

Staatssecretaris Atsma: Daar houdt mijn toegeeflijkheid op! Ik heb al gezegd dat er op dit moment onderzoek wordt gedaan; ik ben blij dat ik wist dat de resultaten eraan komen, want anders had ik die toezegging niet gedaan. De toezegging beperkt zich echter tot het Nederlandse koninkrijk, althans, tot het gebied binnen de grenzen van Noord-Limburg tot Den Helder. Over de internationale context kan ik in dit verband niets melden; dat is te veel werk.

De voorzitter: Volgens mij moet "Noord-Limburg" "Zuid-Limburg" zijn. Er zijn nog twee toezeggingen gedaan:
- de Kamer wordt in het voorjaar van 2011 geïnformeerd over de stand van zaken van het nieuwe systeem voor de tarieven van exportcertificaten;
- de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu zegt toe in de loop van het voorjaar van 2011 een brief aan de Kamer te sturen naar aanleiding van onder andere het PBL-rapport inzake waterzuivering, met alles wat daaronder valt.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb gezegd dat de Kamer in de tweede helft van 2011 wordt geïnformeerd over de stand van zaken inzake het nieuwe systeem. Het voorjaar is te vroeg; dat is april/mei en dat is te vroeg.

De voorzitter: Het is genoteerd. Wij zijn precies binnen de tijd klaar. Dat is wel eens anders geweest met mestdebatten. Ik dank iedereen voor zijn aanwezigheid en sluit de vergadering.