Bijdrage Ouwehand AO leef­om­geving februari 2015


25 februari 2015

Bijdrage Esther Ouwehand

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik begin met goed nieuws, namelijk dat milieubeleid werkt. Als je echt goed borgt dat de gezondheid van de leefomgeving en van mensen wordt beschermd, levert dat op lange termijn veel op. De staatssecretaris zou de held van het kabinet kunnen worden en op lange termijn zelfs de begroting goed kunnen bewaken. Het andere goede nieuws is dat we allemaal beschikken over gezond verstand. Een van de dingen die ik thuis leerde, is "bezint eer ge begint". Op het moment dat je wordt gewaarschuwd voor gevaren voor de volksgezondheid en de gezondheid van het milieu en de plannen die die gevaren met zich meebrengen nog niet zijn gerealiseerd, zou je ook kunnen zeggen: we denken er nog eventjes over na. Dat zijn twee belangrijke routes die we kunnen nemen om ervoor te zorgen dat we geen dingen gaan doen waar we spijt van krijgen. De staatssecretaris komt uit Groningen. We hoeven haar niet te vertellen wat een drama het is geworden met de gaswinning daar, wat er gebeurt als je waarschuwingen in de wind slaat, wat het betekent voor de mensen en wat het voor financiële gevolgen zal hebben op lange termijn.

Ik vraag de staatssecretaris indringend om te reageren op alle gevaren die mestvergisters en mestverwerkingsinstallaties met zich meebrengen. Het kabinet -- de Partij voor de Dieren vraagt hier vaker naar -- heeft in de beantwoording van onze vragen bij de Omgevingswet erkend dat nog goed moet worden gekeken naar de risico's voor de volksgezondheid en het milieu. We weten echter natuurlijk wel al wat mensen die in de buurt van zo'n installatie wonen rapporteren. Er is stankoverlast en mensen hebben last van hoofdpijn en misselijkheid. Er is ontploffingsgevaar. Er zijn al woonwijken ontruimd doordat het niet goed ging met een installatie in Coevorden. Het kabinet kijkt zelf nog hoe het eigenlijk zit met de gezondheidsrisico's. Een van de gedeputeerden in een provincie waar het echt speelt, voelt zich kennelijk genoodzaakt om tegen burgers te zeggen dat gezondheid nog niet zo goed in de vergunningverlening zit. Is het dan niet verstandig om af te spreken om die bouwplannen niet door te zetten zolang we nog niet weten of en hoe we de gezondheid van omwonenden en de leefbaarheid kunnen beschermen?

Stel dat we nu wel doorgaan met de bouw van die installaties en er blijkt straks dat met de rapporten wordt aangetoond wat we nu eigenlijk al weten, namelijk dat de gezondheid gevaar loopt, dat leefbaarheid in het gedrang komt en dat het milieu gevaar loopt. Wat betekent dat voor de mensen die we daarmee hebben opgezadeld? Hoe reëel is de kans dat we dat soort installaties dan nog kunnen ontmantelen -- daar gaat immers hartstikke veel geld in zitten -- als we al tegen ondernemers hebben gezegd dat zij zo'n ding mogen bouwen? Dat is een enorme schadepost op de begroting, zou ik denken. Ik vraag de staatssecretaris om zich uit te spreken voor een bouwstop op die omstreden mestfabrieken. Ik heb het bijvoorbeeld over Landhorst, waar de grootste mestfabriek van Europa zou moeten komen. Mensen spreken daar al over de Brabantse strontas. Langs de N264 komt namelijk niet alleen die installatie, maar ook nog een aantal andere. Ik heb het over Groenlo, waar een installatie dreigt te worden gebouwd van 450.000 ton drijfmest per jaar. Ik heb het over Zenderen, waar een installatie wordt gebouwd die zou vragen om 42 vrachtwagens met stront over landweggetjes die daar niet op gebouwd zijn.

Kortom, ik doe een indringende oproep aan de staatssecretaris om namens het kabinet te zeggen: we doen even een pas op de plaats, want de waarschuwingen zijn indringend en het lijkt ons onverstandig om nu de bouwplannen door te zetten; eerst meer duidelijkheid over de gezondheid en de leefbaarheid en dan eventueel pas vergunningen. Ik hoor hier graag een reactie op.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Cegerek (PvdA): Waar het kan, willen wij zo veel mogelijk inzetten op verbetering van de luchtkwaliteit. Dat staat voorop. Soms is het goed om ons aan de Europese normen te houden, maar de heer Dijkstra weet dat het soms ook goed is om nationaal meer ambitie te tonen en dus meer richting de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie te gaan. In die zin kunnen de ambities niet groot genoeg zijn. In die zin verschillen wij wel met de VVD, omdat wij meer ambitie willen dan alleen maar de Europese normen.

Ik kom bij de nieuwe SWUNG: Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid. Ik heb nog weinig spreektijd. Vandaar dat ik mij beperk tot een vraag. Is er iets te zeggen over bronmaatregelen zoals stillere banden en stillere wagons en over het vervoer in de komende jaren? Dat is dan mijn laatste vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wij hebben nu een AO over de leefomgeving. Er zijn groeiende zorgen over mestinstallaties op het platteland. De Partij voor de Dieren heeft er al vragen over gesteld aan de minister in verband met de nieuwe Omgevingswet. Het kabinet heeft erkend dat de gevaren voor de gezondheid op dit moment nog niet bekend zijn, maar er zijn wel aanwijzingen dat het gevaren kan opleveren voor de volksgezondheid. Ik vroeg mij af of de PvdA-fractie, ook conform de uitspraak van het PvdA-congres, bereid is om zich aan te sluiten bij de oproep van de Partij voor de Dieren om in elk geval het voorzorgsbeginsel in acht te nemen en voor nu even een bouwstop voor die grote mestfabrieken af te kondigen, omdat wij het risico lopen dat wij daar installaties neerzetten die de leefbaarheid en de volksgezondheid op het platteland in de toekomst ernstig gaan bedreigen.

Mevrouw Cegerek (PvdA): Wij willen niet alleen in de steden schone lucht, maar ook in het landelijk gebied. Er worden stappen gezet om agrariërs te stimuleren om maatregelen te nemen voor schonere lucht, zoals het aanschaffen van luchtwassers en dergelijke. Wij willen die trend voortzetten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat waardeer ik ook, maar uiteindelijk worden de echte zaken in de Kamer gedaan. Je koopt geen vliegtuigen op een congres en je houdt ook geen mestvergisters tegen op een congres. Ik weet dat de Tweede Kamerfractie de motie op het congres heeft ondersteund. Ik weet dat de betreffende staatssecretaris daartegen was. Het komt nu echt aan op een uitspraak van de PvdA in de Kamer om de motie die is aangenomen op het congres van de PvdA om die mestvergistingsinstallaties niet te bouwen zolang wij niet weten wat het doet met de volksgezondheid, in elk geval niet in de buurt van dit soort woonkernen, om te zetten in een directe oproep aan het kabinet. Ik heb een motie voorbereid en ik vraag mevrouw Cegerek of zij bereid is die te ondersteunen of mee te tekenen.

Mevrouw Cegerek (PvdA): Daartoe ben ik op dit moment niet bereid, omdat ik vind dat er op dit moment al voldoende maatregelen zijn waarvan agrariërs gebruik kunnen maken.

[…]

De heer Smaling (SP): Als de EU-norm vervangen kan worden door de WHO-norm of er een soort consensus komt over wat haalbaar is en dat in heel Europa wordt ingevoerd, is dat prima. Wij zijn een vrij vies land, als je op Europese schaal kijkt. Dat komt natuurlijk ook doordat het een dichtbevolkt land is met veel industrie, veel landbouw en veel veehouderij. Wij hebben daar dus eerder mee te maken dan wat dunner bevolkte regio's in Europa. Ik wil landen die daar minder mee te maken hebben het niet opleggen om die normen te gebruiken. We hebben hier met Nederland te maken met vieze lucht. Ik ben ervan overtuigd, ook gezien de zorgkosten die het met zich meebrengt, dat het goed is om die strengere normen te gaan hanteren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren trekt vaak samen op met de SP, maar niet altijd. Ik word nu ook een beetje gemeen. De SP bestuurt in Brabant, samen met de VVD. Ik zou dus diezelfde vraag, of het wel of niet van de VVD mag, kunnen stellen over wat de SP daar doet. Het gaat over de zorgen die leven over die enorme mestfabrieken. De gedeputeerde van de SP heeft tegen bezorgde inwoners van Landhorst, waar de grootste mestfabriek van Europa dreigt te komen, gezegd: uw gezondheid doet er niet toe. Nu kun je dat uitleggen als heel onaardig om te zeggen. Als je het echter vriendelijk wilt uitleggen, hoor ik de gedeputeerde daar eigenlijk zeggen dat het huidige wettelijke kader onvoldoende ruimte biedt om de gezondheidseffecten mee te wegen in de vergunningverlening. Is het dan niet -- dat vraag ik aan de Tweede Kamerfractie van de SP -- verstandig om een pas op de plaats te maken en een bouwstop in te stellen totdat we zeker weten of en hoe we de gezondheid kunnen beschermen? Doet de SP-fractie in de Tweede Kamer mee aan de oproep daartoe aan het kabinet van de Partij voor de Dieren?

De heer Smaling (SP): Onze gedeputeerde had net een motorongeluk gehad toen hij dat zei. Dat is een verzachtende omstandigheid wat mij betreft. Dat hij het letterlijk zo heeft gezegd, kan ik me eigenlijk van de groenste politicus van het jaar 2014 niet voorstellen. Ik denk wel dat ik uit het perspectief van de Tweede Kamer heel dicht bij mevrouw Ouwehand kan gaan zitten. Tegelijkertijd wil ik erop wijzen dat in Brabant -- dat is een provincie die bij uitstek problemen heeft met intensieve veehouderij -- heel collegiaal en constructief wordt opgetrokken door de fracties die in het provinciebestuur zitten. Dat zijn, naast de SP, het CDA en de VVD. Er wordt toch heel veel uit de kast gehaald om juist in die provincie stappen vooruit te zetten op het gebied van het schoner maken van de lucht en de leefomgeving. Verder zal ik goed luisteren naar wat mevrouw Ouwehand mij net toevoegde en ook richting Brabant dat soort geluiden afscheiden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank. Laten we inderdaad op de welwillende uitleg gaan zitten. Ik hoor de gedeputeerde van de SP zeggen: het wettelijke kader geeft mij nu te weinig ruimte om uw gezondheid goed mee te wegen bij het verlenen van die vergunning. Het kabinet erkent ook dat het daar nog onderzoek naar moet doen. Als zelfs de PvdA op haar congres een oproep doet om deze mestfabriek en andere in elk geval even niet te bouwen, hoop ik op de warme steun van de SP-fractie om in elk geval tijdelijk een bouwstop af te kondigen.

De heer Smaling (SP): Dat lijkt mij prima. In aanvulling daarop wil ik nog zeggen dat niet alleen de provincie Noord-Brabant, maar ook andere de afgelopen tijd toch regelmatig tegen de randen van de wet zijn aangelopen en dat zaken die daar werden besloten vervolgens door de Raad van State van tafel werden geveegd. Dat is nu eenmaal het systeem waarmee we moeten werken.

[…]

Beantwoording door de staatssecretaris

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik zeg altijd als ik over duurzaamheid of de leefomgeving praat, dat ik me niet beter kan wensen dan dit parlement. U kunt niet beseffen hoe het is als ik met deze steun elke keer weer in Europa aankom. Misschien dat de heer Dijkstra er wat meer teleurgesteld in is, maar ik kom zo op een aantal punten terug. Ik vind het altijd heel vervelend als mensen teleurgesteld zijn waar het gaat om de kwaliteit van de leefomgeving. Er zijn grote stappen gezet, maar het blijft actueel. Ik heb ook toegelicht dat we steeds opnieuw vooruit moeten kijken. Dat is ook gelijk mijn antwoord op de vraag van de SP-fractie over de manier waarop je omgaat met die wetenschap, of het schieten op een bewegend doel is. Nee, dat is het niet. Je weet dat het doel steeds verandert. Je bent voorbereid op bijvoorbeeld ultrafijnstof. Je weet van nanotechnologie, microplastics en roet. Er komen steeds weer dingen bij met de kennis van vandaag waarvan je je afvraagt wat je ermee moet en kunt. Trillingen zijn bijvoorbeeld een ingewikkeld onderwerp. Je weet dat je er iets mee moet. Je moet zo'n proces zorgvuldig doorlopen. Uiteindelijk kun je niet alleen op gevoelens of op blauwe ogen sturen. Je zult moeten kijken hoe je bij dit soort problematiek de feiten boven tafel kunt krijgen en hoe je normen kunt vaststellen. Ik kom zo nog terug op de inbreng van de heer Van Helvert ten aanzien van trillingen.

Voor mij is de kwaliteit van de leefomgeving een rode draad in het milieubeleid. Bij de kwaliteit van de leefomgeving gaat het over een aantal zaken. Het gaat over gezondheid en veiligheid, maar bijvoorbeeld ook over transport in stedelijke gebieden en daarbuiten. Elke keer moet je je weer afvragen hoe je daaraan bijdraagt met overheidsbeleid en met normen. Normen zijn voor mij een middel en geen doel. Hoe draag je bij aan een gezond en veilig leven in het hele land? Als je normen stelt, ga je vanzelf tegen grenzen aan lopen. Sommige zijn daar hardnekkig in. Met luchtkwaliteit zijn we op de goede weg. Het algemene beeld is dat de lucht steeds schoner wordt en daar ben ik heel erg blij mee. Dat betekent -- dat heeft de heer Smaling ook gezegd -- dat je in de kosten-batenanalyse met name bij gezondheidskosten winst ziet ontstaan. De Kamer heeft de jaarlijkse monitoringsrapportage ontvangen. Als het NSL afloopt zullen we, zoals het er nu naar uitziet, vrijwel overal voldoen aan de grenswaarden, zowel voor stikstofdioxide als voor fijnstof.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Over die houtkachels heb ik een aanvullende vraag. Ik heb onder andere van het Longfonds begrepen dat er een actieplan ligt. Heeft dat actieplan het kabinet bereikt en gaat de staatssecretaris ermee aan de slag? Anders is het handig om ervoor te zorgen dat het bij het kabinet terechtkomt.

Staatssecretaris Mansveld: Daar kom ik in tweede termijn op terug als mevrouw Ouwehand dat goed vindt.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand is akkoord, zie ik.

[…]

Staatssecretaris Mansveld: Ik ga verder met de vragen van mevrouw Ouwehand. Ik ben elke keer weer onder de indruk van de gepassioneerdheid waarmee zij een betoog kan opbouwen. In dit geval gaat het om mestverwerkers en gezondheid. Mevrouw Ouwehand vraagt mij om een bouwstop. Dat is eigenlijk de bottomline van haar betoog. De vergunningverlening is een zaak van het bevoegd gezag. Daarbij moeten de milieueffecten worden meegenomen. Ik zal in de werkgroep versnelling vergunningverlening mestverwerking navragen of er signalen zijn dat het bevoegd gezag onvoldoende informatie heeft over de gezondheidseffecten. Dat is wat ik mevrouw Ouwehand op dit moment kan toezeggen en wat ik voor haar kan doen. Het belangrijkste is echter dat de zaken gaan zoals we dat geregeld hebben via het bevoegd gezag. Dat antwoord wil ik mevrouw Ouwehand geven. Ik zal haar daarover berichten naar aanleiding van de vraag die ik het bevoegd gezag zal stellen.

Voorzitter, hiermee denk ik aan het eind van mijn woordvoering te zijn gekomen, maar ik zie mevrouw Ouwehand nog …

De voorzitter: Iedereen had één interruptie. Mevrouw Ouwehand heeft die gebruikt, dus ik neem aan dat zij hierop in tweede termijn nog terugkomt. De staatssecretaris is hiermee gekomen aan het eind van haar beantwoording.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik wil de staatssecretaris waarschuwen, want er lijkt weer een Oost-Indischdoofgehalte bij het kabinet te zijn rond de mestfabrieken. Het kabinet wil heel graag door met mestvergisters. Het heeft zelfs een werkgroep versnelling vergunningverlening mestverwerkers, terwijl in de samenleving de onrust groeit. Zelfs op het Partij van de Arbeidcongres, waarbij de staatssecretaris neem ik aan ook aanwezig was, bleek dat al. De staatssecretaris van Economische Zaken ontraadde de motie die door de leden werd ingediend, maar de Tweede Kamerfractie had een positief oordeel. De oproep is: laten wij geen dingen doen die onverstandig zijn. Ik vraag de staatssecretaris zich daarop te bezinnen.

Ik herinner haar aan de constatering van de staatssecretaris van Economische Zaken dat de regels voor mest- en covergisters op forse schaal worden overtreden. De staatssecretaris van EZ zei letterlijk: de sector neemt zijn verantwoordelijkheid niet genoeg. Toen is het doorgeschoven naar deze staatssecretaris, die regionale uitvoeringsdiensten de opdracht zou geven een pilot handhaving covergisting op te zetten. Ik zou zeggen: voordat je zeker weet dat de regels ook echt worden nageleefd, moet je geen vergunningen geven, want van andere chemische fabrieken weten wij dat het helemaal niet zo makkelijk is om een vergunninghouder met sancties te treffen. Dus zorg er eerst voor dat je zaakjes op orde zijn en ga dan pas kijken of het verstandig is.

Beantwoording door de staatssecretaris in het tweede termijn

Staatssecretaris Mansveld: Ik zal met het PBL overleggen en die vraag daar op die manier neerleggen. Als dat een heel technische exegese wordt, weet ik niet of het zinvol is. Dat laat ik dan ook weten, maar ik vind het een terechte vraag, want wij gaan natuurlijk zelf op zoek naar die maatregelen. Ik zal er dus op die manier op terugkomen.

Ik heb de zorgen van mevrouw Ouwehand gehoord. Zij bouwt haar betoog altijd heel goed op om haar punt te maken. Ik zal dat in de werkgroep meenemen, maar meer kan ik haar op dit moment niet toezeggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had nog wel concreet gevraagd hoe het staat met de belofte dat de regionale uitvoeringsdiensten de opdracht zouden krijgen voor een pilotproject handhaving covergisting. En voorzitter, dan ben ik bang dat ik wel een VAO aanvraag, zoals zojuist al werd gesuggereerd, want het is tijd dat de Kamer zich voor of tegen een bouwstop uitspreekt.

Staatssecretaris Mansveld: Ik ben al zo modern dat het antwoord over de pilot via mijn BlackBerry is binnengekomen. De pilot was gericht op een betere handhaving. De lessen uit de pilot worden verwerkt. Dan wordt er gekeken naar verdere implementatie. Dat krijg ik hier mee. Dit heb ik nu even heel snel via een medewerker beantwoord. Ik zeg toe dat ik mevrouw Ouwehand een uitgebreider antwoord zal doen toekomen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Er is één vraag blijven liggen, namelijk over Gilze-Rijen.

Staatssecretaris Mansveld: Ik kan mevrouw Dik-Faber toezeggen dat er iemand van mijn ministerie aanwezig is als er een gesprek plaatsvindt tussen Gilze-Rijen en ProRail. Gilze-Rijen is niet geheel onbekend. Er waren klachten over het geluid. Toen kwamen er schermen en de schermen bleken weer ingewikkeld voor het zicht. Ik begrijp dat een oplossing voor een probleem soms weer een ander probleem oplevert, maar voor mij is de kern dat het centrale probleem wordt opgelost. Dat was de geluidsoverlast. Ik ben bereid ProRail te vragen in gesprek te gaan en ervoor te zorgen dat iemand van mijn ministerie daarbij aanwezig is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er was nog een andere vraag. De staatssecretaris zou in tweede termijn nog terugkomen op het stappenplan om de overlast van houtrook te verminderen. Ligt dat inderdaad bij haar? Zoiets heb ik begrepen. Kan de Kamercommissie een reactie van de staatssecretaris op dat stappenplan ontvangen? Dat lijkt mij wel zinvol.

De voorzitter: In mijn beleving is dat antwoord al gegeven in reactie op vragen van mevrouw Cegerek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Excuus.