Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- & Visse­rijraad


19 juni 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er is morgen een apart AO over de visserij. Daar zullen wij kritische vragen stellen, maar zowel als het gaat om de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid als wat betreft de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vindt de PvdD dat sprake is van grote gemiste kansen. De veranderingen die worden ingezet zijn minimaal. Ik moet steeds denken aan de woorden van voormalig minister van Landbouw en Visserij, Verburg, die altijd zei: "Verduurzamen is een werkwoord." Ja, zo komen we er dus niet, want als je het ietsje minder slecht doet vergeleken met een jaar of twintig jaar geleden, kun je jezelf op de borst kloppen en zeggen dat je goed bezig bent met verduurzamen, maar de vraag is niet of je verduurzaamt dan wel ietsje minder schade toebrengt. De vraag is of je op die manier onze natuurlijke ecosystemen bewaart voor de toekomst. Als je niet weet of dat het geval is, of als je het wel weet, maar het antwoord op die vraag een beetje onder de tafel houdt, kun je jezelf blijven feliciteren met de stappen die je zet, maar toekomstige generaties zullen wat harder over ons beleid oordelen. Too little too late voor beide hervormingen. Dat is wat ons betreft niet iets om trots op te zijn, maar iets om je diep voor te schamen.

Dan een andere kwestie waarop later anders wordt teruggekeken, zelfs nu al als je wat afstand neemt van de huidige situatie. We zijn in de landbouw op een dusdanige manier te werk gegaan dat we alle insecten zo ongeveer dood hebben gespoten voor de sojateelt. Ik weet niet of iemand zich de uitzending van de Keuringsdienst van Waarde van een aantal jaren geleden nog kan herinneren. Nederlandse documentairemakers reisden mee met Braziliaanse milieuactivisten door de sojavelden. Toen werd ze gevraagd of ze nog iets opviel. Op de voorruit van de auto zat geen enkel insectje. Een paar jaar geleden was dat wel anders. Toen waren de biodiversiteit en de insectenrijkdom daar nog wel aanwezig. Gechargeerd gezegd: Inmiddels was er niks meer. Als je zo omgaat met de natuurlijke ecosystemen, terwijl wij daarvan afhankelijk zijn voor een duurzame productie van voedsel, ook in de toekomst, ben je niet goed bezig. Als je tegen problemen aanloopt en je opent een paar nieuwe insectenfabrieken, ben je op de verkeerde manier aan het redeneren. Ik ben erg benieuwd of de staatssecretaris inmiddels bereid is om de foute argumenten die de VVD steeds inbrengt, in die zin dat als wij onze vleesproductie niet intensiveren en dat we dan een voedselprobleem krijgen, te weerspreken. Ik heb de staatssecretaris al eerder gevraagd naar de rapporten van Olivier de Schutter, de speciale mensenrechtenrapporteur voor het recht op voedsel van de VN. Het heeft me zeer verbaasd dat zij stelde hem niet te kennen. Dat kan toch niet kloppen? Het kan toch niet dat hij op het ministerie niet bekend is? Aan de hand van zijn analyses zou de staatssecretaris de argumenten van de VVD moeten kunnen pareren en een andere koers moeten kunnen kiezen dan inzetten op de kweek van insecten voor het diervoederprobleem. We kunnen ook gewoon kiezen voor de consumptie van minder dierlijke eiwitten. Dan zijn we allemaal beter af.

Mevrouw Lodders (VVD): Als het aan mevrouw Ouwehand ligt, gaan we terug naar het tijdperk van Ot en Sien: iedereen een koe of een varken in de achtertuin en daar halen wij onze vleesconsumptie vandaan. Er wordt een steeds groter beroep op de land- en tuinbouwsector gedaan om duurzamer te zijn. Dat betekent dat bedrijven moeten innoveren en dat er nieuwe mogelijkheden moeten worden ontwikkeld. De weg van de insecten is volgens ons een nieuwe mogelijkheid, een nieuwe richting. Waarom wordt ook die deur dichtgegooid door de PvdD?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Omdat er een fundamentele wijziging nodig is in onze landbouw willen wij in de toekomst mensen op een duurzame manier kunnen blijven voeden, ook als de wereldbevolking blijft groeien. De PvdD gaat daarbij af op de analyses van onafhankelijke rapporteurs, zoals de eerdergenoemde mensenrechtenrapporteur van de VN. Hij kijkt niet vanuit zijn eigen achtergrond naar de landbouw. Bij hem is geen sprake van welke belangenverstrengeling dan ook. Hij heeft gewoon serieus gekeken naar wat er nodig is. Als je zijn analyses leest, kun je concluderen dat er een omschakeling nodig is, een radicale koerswijziging, waarbij het aanpakken van de consumptie van dierlijke eiwitten en de overconsumptie in het rijke westen de eerste stap zou zijn. Ik heb het donkerbruine vermoeden dat de staatssecretaris, die nog met een voedselvisie gaat komen, de kool en de geit wil sparen: verder intensiveren met de vleesproductie, wat we al in haar brief hebben kunnen lezen, en tegelijkertijd een beetje in de marge zeggen dat we misschien wat minder vlees moeten eten. Dat is echter niet genoeg. We moeten een keus maken. Een radicale koerswijziging is het wel het minste dat wij nodig hebben.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik constateer dat de VVD-fractie en de fractie van de PvdD een fundamenteel meningsverschil hebben. Dat is overigens niet nieuw, maar ik herhaal dat mevrouw Ouwehand iedere deur dichtgooit voor vernieuwing en ontwikkeling van producten. Vindt zij ook niet dat je moet beginnen bij de vleesconsumptie, dus bij de mensen zelf, en niet bij de ondernemers, de boeren die met veel passie en enthousiasme hun werk doen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De overheid, en wij hier, zijn als het ware uitgevonden om ervoor te zorgen dat mensen nu en in de toekomst in vrijheid een redelijke manier van leven kunnen opbouwen. De VVD is daar altijd voor. Als je die kaders niet bewaakt, als je niet zorgt voor een gezonde leefomgeving, ook voor je kinderen straks, verzaak je je taak als overheid. Zo zitten wij erin. De VVD zou zich dat kunnen aantrekken als men een beetje beter zou kijken naar de omstandigheden waaronder onze door de VVD veelgeprezen boeren werken -- eigenlijk gaat het over industriële fabrieken -- en als men daar kritischer op zou zijn en er sterkere kaders voor zou stellen. Een en ander mag echter niet betekenen dat voor toekomstige generaties onherstelbare schade wordt aangericht. Deze discussie is inderdaad niet nieuw, maar in de richting van de VVD is die aan dovemansoren gericht.

Ik ben benieuwd naar de voedselvisie van de staatssecretaris en naar haar inzet op de insectenkweek. In de stukken staat iets te lezen over hoe dit zich gaat verhouden tot de meer fundamentele keuze die wij van de staatssecretaris verwachten.

Dan de octrooien. We hebben vragen gesteld over de octrooien voor Syngenta als het gaat om peperplanten via klassieke veredeling. Die vragen zijn beantwoord, maar we zijn niet tevreden over de beantwoording. Er kunnen geen octrooien worden afgegeven voor plantenrassen, maar wel op planten. Dat is raar. Mij lijkt dat zeer onwenselijk. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris dat met ons eens is. In de antwoorden zie ik dat zij er nog niet zo veel over wil zeggen. De staatssecretaris wil het rapport van de EU over ontwikkelingen met betrekking tot het octrooirecht bij bio- en gentechnologie aangrijpen om haar standpunt over eventuele wijzigingen van de Bio-octrooirichtlijn kenbaar te maken. Bij het octrooirecht voor de peperplanten van Syngenta ging het juist niet om een plant die via bio- of gentechnologie is gemaakt, maar om een plant die klassiek veredeld is. Als die ook kunnen worden gepatenteerd, maakt de PvdD zich grote zorgen, want dit is een bedreiging voor onze voedselzekerheid. Erkent de staatssecretaris dit en is zij bereid om dit aan te kaarten in Brussel?

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Lodders (VVD): Voorzitter. Ik kom eerst bij de brief over de toepassing van insecten als eiwitbron voor diervoeders. De VVD is blij met de positieve grondhouding van de staatssecretaris om Europese belemmeringen bespreekbaar te maken bij de Europese Commissie. De staatssecretaris wijst terecht op de belemmeringen in de Nederlandse regels. Ik doel op de lijst voor productie gehouden dieren. Ik ben verbaasd dat de insecten nog niet op deze lijst staan. In mijn optiek worden die als het ware al gekweekt. Wat is hier de status van? Kan deze lijst naar de Kamer gestuurd worden en wanneer kunnen wij de aanvullingen tegemoet zien?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De VVD ziet het zitten om dieren die wij gebruiken voor het fokken van vlees insecten te laten eten, maar weet de VVD dat zo'n systeem allang bestaat? Ik wijs op de biologische kippenhouderij en de biologisch-dynamische kippenhouderij waar dieren buiten kunnen scharrelen en af en toe een wormpje kunnen pikken of een paar insecten.

Mevrouw Lodders (VVD): Daarom ben ik ook verbaasd dat dit nog niet is geregeld. Natuurlijk is dit mogelijk in de biologische tak van sport, maar zoals ook in de brief van de staatssecretaris staat, lijkt het mij heel goed om dit ook mogelijk te maken in de productiewereld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De VVD vindt het dus niet normaal om stappen te zetten naar een natuurlijke insectennuttiging door dieren die dat van nature ook doen. De VVD wil wel nieuwe fabrieken bouwen met insectenkwekerijen om die insecten via industriële weg op grote schaal aan dieren te voeren. Dat zou de VVD graag zien.

Mevrouw Lodders (VVD): Mevrouw Ouwehand vraagt naar de bekende weg, want zij weet heel goed dat, als de Nederlandse land- en tuinbouw zou moeten overgaan op het biologische systeem, wij een enorm voedselvraagstuk krijgen in Europa. Dan zie ik nog af van de situatie die ontstaat als men daar in Europa ook toe overgaat. Nederland heeft een vooraanstaande rol als het gaat om voedselproductie. De VVD-fractie wil die heel graag behouden. Ik moet er niet aan denken dat Nederland het beleid van de PvdD op dit punt zal volgen, want dat heeft desastreuze gevolgen voor onze exportpositie en voor de BV Nederland.

Beantwoording door de staatssecretaris:

Staatssecretaris Dijksma: De heer Van Gerven en mevrouw Ouwehand hebben gevraagd naar de uitgebreide kwekersvrijstelling. Ik ben daar niet geheimzinnig over, want in een vorig AO heb ik al gezegd dat er op korte termijn een brief naar de Kamer zou gaan. Daar staan twee zaken in. Er ligt een wetsvoorstel bij de Kamer over de beperkte veredelingsvrijstelling. Ik heb ervoor gekozen om door te gaan met dat wetsvoorstel, omdat dit winst op de korte termijn betekent. Daarmee kunnen we een korte klap maken. De vervolgvraag is: gaan we verder en zo ja, hoe? Ik heb mij voorgenomen te gaan werken aan een uitgebreide veredelingsvrijstelling, maar daaraan kleven nogal wat haken en ogen. Er is niet alleen Europees maar ook internationaal overleg nodig. Dat kan eventueel leiden tot het wijzigen van verdragen, dus dit is een kwestie van lange adem. Dat is echter wel de inzet. In de brief wordt daar ook op ingegaan. Ik stel de Kamer voor om het debat niet nu te voeren. Ik weet hoe de Kamer er in den brede over denkt. In het parlement bestaat er geen meningsverschil over. In het land overigens wel. In die zin wordt er verschillend over gedacht. De Kamer heeft de nota naar aanleiding van het verslag nog te goed. Daar doen wij een oplegbrief bij. Dat is een soort spoorboekje over wat wij van plan zijn. Dan begrijpt de Kamer waarom ik ervoor heb gekozen om door te gaan met het wetsvoorstel -- dat kunnen wij nu al regelen -- en hoe het staat met de agenda voor de lange termijn. Ik hoor graag of de Kamer dat wel of geen goed idee vindt. Het onderwerp staat niet voor vandaag op de agenda, maar het leek mij niet nodig om er geheimzinnig over te doen, want ik heb er een mening over, al wat langer dan vandaag; dat in de richting van de mensen die mij goed kennen.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd hoe het zit met het octrooi op klassiek veredelbare planten. Die kwestie moet worden bekeken in het licht van de biotechrichtlijn. Daarin is een afbakening met het octrooi- en kwekersrecht aangebracht. Ondertussen staat de techniek niet stil. We moeten steeds kijken of die afbakening nog voldoet. Ik heb zojuist al aangegeven hoe ik voor de lange termijn verder wil, maar dat debat voer ik graag op een ander moment met de Kamer.

De heer Van Gerven (SP): Even over het octrooi dat is verleend door het Europees Octrooi Bureau. De staatssecretaris heeft de route geschetst, maar vindt zij het niet onwenselijk dat dit octrooi is verleend?

Staatssecretaris Dijksma: Volgens mij is het niet verstandig om de discussie op die manier te voeren. We hebben nu regels. Die regels gelden. Er wordt gehandeld binnen de huidige regelgeving. De vraag is alleen of je het in de toekomst anders wilt regelen. Daar heb ik zojuist veel meer van geschetst dan de Kamer misschien had verwacht. Laten wij de discussie op basis van de brief en het wetsvoorstel verder voeren. Laten wij dat nu niet doen en marge van de Landbouwraad. Ik heb aangegeven dat ik met de Kamer wil toewerken naar een volledige kwekersvrijstelling. Dat geeft ook iets aan over hoe ik in deze discussie wil opereren.

De heer Van Gerven (SP): Ik concludeer dat de staatssecretaris ook vindt dat de klassieke veredeling van in dit geval planten onwenselijk is, maar om strategische redenen wil zij dat nu niet uitspreken.

Staatssecretaris Dijksma: Volgens mij moet de heer Van Gerven helemaal niets concluderen dan dat de Kamer met mij een heel interessante discussie tegemoet gaat, waar bijna alle fracties in dit huis al jarenlang om vragen. Laten wij dat vaststellen. Sprekend over strategie lijkt het mij dat wij vooral moeten nadenken over hoe wij op dit pad effectief kunnen zijn, want het vraagt nogal wat. Dit vraagt ook om internationale doorbraken. Ik zie daar goede mogelijkheden voor. Ook de Duitse minister van Landbouw heeft zich recentelijk vrij helder uitgelaten over dit domein. Ze zei ook dat een radijsje geen radio is, vrij vertaald. Ik zie de heer Geurts nu wat verward kijken, maar dat was een quote van de Duitse minister. Met andere woorden, er is veel gaande op dit terrein. Laten wij ervoor zorgen dat wij de verstandige dingen doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ook ik meen te proeven dat de staatssecretaris niet zegt: hoera voor die octrooien op planten die via klassieke veredeling tot stand zijn gekomen. Ik snap dat de staatssecretaris aangeeft dat wij de discussie nog moeten voeren, maar schat de staatssecretaris in dat zij op dit moment op geen enkele manier, ook niet in de wandelgangen door een collega aan te stoten en te vragen of deze zich ook zorgen maakt, duidelijk kan maken dat we een kans missen? Nu dit speelt, nu het octrooi is afgegeven, kan zij, als zij toch in Brussel is, niet tegen haar collega's zeggen dat we die kant niet op moeten en dat we dit moeten onthouden voor de discussie over de kwekersvrijstelling straks?

Staatssecretaris Dijksma: Het voordeel van Brussel is dat je soms in de wandelgangen dingen kunt zeggen, maar het is niet verstandig om daar ook in het openbaar over te spreken. Ik heb de Kamer zojuist een beeld geschetst van mijn inzet de komende jaren. Dat is echt een zaak van lange adem. Daarvoor geldt, en daarom ben ik zo scherp in de richting van de heer Van Gerven, dat je tijdens het spel de spelregels niet kunt veranderen, in ieder geval niet met terugwerkende kracht. Ik vind dat ook niet verstandig. Als hij het wel wil doen, en ik denk dat hij dat wil, moeten we de agenda opstellen en vaststellen. Die moet ook solide zijn, maar dat wordt nog lastig genoeg, want er is veel discussie over.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris zei nadrukkelijk dat zij trots is op de melkveehouderij. Ze keek mij daarbij aan en ze noemde mijn naam ook, in die zin dat ik dat wellicht niet zou waarderen. Ik ben vooral benieuwd of dat inhoudt dat de staatssecretaris ook trots is op het feit dat koeien voor een groot deel niet meer buiten komen en dat de koe niet in staat wordt gesteld haar pasgeboren kalf te zogen, om de melkproductie op peil te houden. Kijk je naar de natuurlijke behoefte van het dier, dan is het een groot drama dat je koe en kalf scheidt, omdat wij de melk willen hebben.

Staatssecretaris Dijksma: Wat betreft de weidegang weet mevrouw Ouwehand dat er sprake is van heel veel initiatieven, ook in de sector, om flinke stappen te zetten. Die initiatieven ondersteun ik. We zullen het niet over alles eens zijn, want mevrouw Ouwehand maakt soms andere keuzen, en dat begrijp ik, maar als zodanig wil de sector op het terrein van verduurzaming grote stappen zetten. Op het terrein van dierenwelzijn begrijpt men heel goed dat weidegang niet alleen in het parlement, maar ook in de samenleving zeer op prijs wordt gesteld. Dat moet overigens ook letterlijk op prijs worden gesteld en dan komen wij weer uit bij het verdienmodel. Dat betekent namelijk nog wel wat. Dat moet de boer ook terugzien in de prijs voor de melk. Er worden dus allerlei initiatieven genomen. Ik weet niet of het met mijn optimistische aard te maken heeft, maar dat zou kunnen. Mevrouw Ouwehand spreekt over gemiste kansen als het gaat om de hervormingen, maar ik zie dat anders. Dat geldt ook hiervoor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn vraag was simpel. De staatssecretaris zegt dat zij trots is op de sector. Zegt zij daarmee expliciet dat zij trots is op dat deel van de sector dat koeien niet meer toestaat om zelfs maar een uurtje per jaar buiten te lopen? Dat levert die dieren dus klauwproblemen op. Is de staatssecretaris daar ook zo trots op?

Staatssecretaris Dijksma: Ik vind dit geen goede manier van debatteren. Mevrouw Ouwehand weet dat er op het terrein van dierenwelzijn door het kabinet allerlei stappen worden gezet, ook door de sector. Als je deze kwestie zo versimpelt, doe je geen recht aan de goede dingen die er ook gebeuren.

(...)

Mevrouw Ouwehand heeft rapporteur Olivier de Schutter aangehaald. Het departement kende hem wel, maar ik niet. Dat lag aan mij. Daar mag zij mij boos over aan kijken als zij dat wil. In het regeerakkoord hebben wij een duidelijke lijn gekozen door de commissie-Van Doorn te volgen. Wij kiezen in Nederland niet voor de inzet om alle agrariërs biologische boeren te laten worden. Er zal in Nederland altijd intensieve veehouderij zijn. De vraag is hoe wij de randvoorwaarden voor de samenleving en de boeren zodanig organiseren dat dit een kans van slagen heeft. Dat is een politieke afweging. Ik ga die discussie graag met de Kamer aan, maar het lijkt mij niet dat wij dat vandaag moeten doen. De Kamer heeft er een brief over gekregen. Die is ongetwijfeld voer voor discussie. Laten we die discussie vooral voeren, want dat lijkt mij heel goed.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We gaan de discussie op andere momenten voeren, maar ik vond het tekenend om de staatssecretaris te horen zeggen dat er in Nederland altijd intensieve veehouderij zal zijn, dat die er eigenlijk bij hoort en dat het kabinet dat prima vindt. Als je ambities hebt voor dier, natuur en milieu en voor het veiligstellen van de voedselzekerheid op lange termijn moet je dat soort uitspraken niet doen. Maar ik ben de staatssecretaris in het kabinet-Rutte II niet. Wij komen er nog op terug.

Ik twijfel nog een beetje over de octrooien. Het hangt af van de beantwoording van de vragen van de heer Van Gerven of ik er wel of niet een motie over ga indienen. Ik snap wat de staatssecretaris heeft gezegd. Ik volg die lijn, maar misschien is het goed om er als Kamer nog een uitspraak over te vragen, wetend dat we niet veel verschillen met de inzet van de staatssecretaris. Ik heb het gevoel dat wij dit moment als parlement moeten markeren. Misschien moeten we duidelijk maken dat wij ons zorgen maken, maar ik twijfel er nog over. Afhankelijk van het al of niet doorgaan van het VAO wil ik een motie indienen.

De voorzitter: De staatssecretaris kan direct antwoorden.

Staatssecretaris Dijksma: Ik begin met het laatste punt. Ik reageer nu niet inhoudelijk, want dat doe ik later, maar het VAO gaat vermoedelijk door als ik de heer Van Gerven hoor. Hij stelt dat, als ik geen toezegging doe, hij een VAO aanvraagt. Ik ga die toezegging echter niet geven. Ik ga niet toezeggen dat er een extra instrument komt na het loslaten van de quota, bovenop de instrumenten die al in het voorstel zitten. Mijn stelling is dat dit geen toegevoegde waarde heeft. Ik ben er niet voor om dat allemaal te laten gebeuren. Ik vind dat ook geen eerlijke weergave van wat er in de voorstellen zit. Ik heb een aantal zaken genoemd, tot en met de opslag van melk om de markt, indien dat echt noodzakelijk is, in een crisissituatie te kunnen reguleren. Die voorstellen maken deel uit van wat nu voorligt. Daarnaast hebben wij in Nederland, maar die discussie voeren wij ook nog een keer, ook onze randvoorwaarden voor groei. Ik heb het dan over milieunormen, dierenwelzijnsnormen, en volksgezondheidsnormen. Wat de heer Van Gerven van mij vraagt, kan ik niet leveren. Daar speel ik geen verstoppertje over. Wat nu voorligt, biedt naar mijn mening de garantie dat wij kunnen ingrijpen. Als het echt nodig is, moeten wij dat ook doen. Misschien dat deze reactie de heer Van Gerven nog op andere gedachten kan brengen. Ik sluit dat nooit uit.

(...)

Wat de octrooien betreft verzoek ik mevrouw Ouwehand mij de gelegenheid te geven om bij de Kamer terug te komen met wat ik van plan ben. Ik heb de Kamer al een kijkje in de keuken gegeven. Als het de Kamer dan niet bevalt, kan zij weer een wereld aan moties indienen. Waarom zou de Kamer dat nu al doen, als er volgens mij iets aan komt dat de Kamer wellicht interessant vindt?