Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


3 maart 2011

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Het afbouwen van structurele inkomenssubsidies wil zeggen: de helft eraf per 2020 en een geleidelijke afbouw tussen nu en dan. Dat lijkt mij een heel redelijk voorstel. Boerenbedrijven zijn namelijk vooral bedrijven en boeren geven zelf aan dat zij hun inkomen het liefst uit de markt halen. Daarnaast willen wij boeren uiteraard de mogelijkheid bieden, niet afhankelijk te zijn van die inkomenssteun. Bijzondere prestaties op het gebied van dierenwelzijn, milieu of natuur willen wij wel graag belonen, want dat zien wij als een werkelijk structureel betere toekomst voor boeren in Nederland.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een korte vraag aan de fractie van D66. Ik heb vaker het pleidooi gehoord voor beloning van bijzondere dierenwelzijnsprestaties en prestaties op het vlak van het milieu. Ik vraag me af of D66 daar een concreet beeld van heeft. Wanneer spreekt D66 van een prestatie die mag worden beloond? Wij zien in de praktijk dat het vaak minimaal is, maar dat er wel subsidies worden opgestreken.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Het gaat erom dat we de boeren belonen die echt een extra inspanning willen doen. Die extra inspanning moet dan wel dynamisch zijn. Een stofzuiger die tien jaar geleden het A-label kreeg, zou dat nu ook niet meer krijgen. D66 gaat het erom dat de koplopers, dus de boeren die echt een inspanning plegen die uitgaat boven wat je normaliter mag verwachten, worden gestimuleerd om verder te gaan. Ik steun van harte het pleidooi van de staatssecretaris dat je van boeren gewoon mag vragen om een bepaald basisniveau te realiseren, maar de boeren die bereid zijn, een stapje verder te gaan en die de toekomst van boeren in Nederland voor ogen hebben als groen, duurzaam en in goede harmonie met dieren, natuur en landbouwgrond -- de uitputting van de grond kwam net ook even aan de orde -- mogen wat mij betreft extra worden beloond. Zorgvuldig beheer van de grond is nodig, zodat we in Nederland niet alleen over vijf jaar, maar ook over 30 jaar nog voedsel kunnen produceren. Boeren die daar heel actief mee omgaan en daar echte voorlopers in zijn, worden wat D66 betreft extra beloond.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kunt u daar een voorbeeld van geven? Gaat het dan om comfort-classstallen? Waar moet ik aan denken als het aan D66 ligt?

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): Ik vind de rondeelstallen, een heel innovatief concept dat duidelijk voorloopt op een heleboel andere eierproductiemethoden, een mooi voorbeeld. Als rondeelstallen de Europese standaard zijn geworden, dan zijn er tegen die tijd wellicht andere concepten. Ik hoop dat dit een stimulans zal zijn voor het kennisland Nederland om te blijven innoveren, omdat je eigenlijk ook de mogelijkheid creëert om die concepten in Nederland af te zetten en om daarmee de kennispositie van Nederland op dit gebied te steunen.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook namens mijn fractie spreek ik ten eerste een bedankje uit voor het feit dat de staatssecretaris mijn motie heeft overgenomen over een vangstverbod op dioxinepaling. Mijn fractie bedankt de bewindspersoon op Landbouw en Visserij niet zo vaak, dus dit is vrij uniek. De staatssecretaris gaat dit verbod via de Visserijwet regelen. Ik vind dat prachtig, omdat het zo snel kan en wij ons niet afhankelijk maken van de behandeling door de Eerste Kamer van de Wet dieren. Ik dank de staatssecretaris dus voor die brief. De vorige bewindspersoon was al wel van mijn fractie gewend dat dit soort momentjes altijd maar kort duurden, dus nu komt mijn kritische inbreng weer.
Over de hervorming van het GLB heeft de PvdD al vaker laten doorschemeren dat zij het een enorm gemiste kans vindt. Nu is het moment om de landbouw structureel te hervormen en toekomstbestendig te maken, niet alleen voor de ondernemers die erin werkzaam zijn, maar ook en vooral voor de leefbaarheid van onze leefomgeving en van onze aarde, voor een gezonde en goede voedselvoorziening op de lange termijn, niet alleen voor de mensen hier in het Westen, maar ook voor de mensen in de rest van de wereld. We moeten iedereen kunnen voeden, maar dat gaat niet lukken als we de veestapel in Europa zo groot houden als die is, om maar wat te noemen. Over de klimaatuitdagingen en de biodiversiteitsuitdaging zouden deze hervormingen moeten gaan, maar zelfs de meest ambitieuze voorstellen die tot nu toe zijn gedaan, komen daar niet bij in de buurt, dus dit debat is lastig te voeren. Waar het heen moet, daar lijkt het in de verste verte niet op, dus waar zouden wij dit kabinet dan nog kunnen bijsturen? In elk geval wil ik nogmaals in overweging geven om bij de herziening van het GLB ook de kwantitatieve component mee te nemen. We kunnen wel alle gewenste innovaties stimuleren, maar als we deze hoeveelheid dieren in Europa willen blijven houden, krijgen we de veehouderij nooit duurzaam. En tegen D66 zeg ik nog even dat we de huidige eierproductie ook niet met rondeelstallen kunnen faciliteren; we zullen moeten krimpen. Ik hoop dus ook op steun van de groene fracties om dit kabinet aan te sporen, die component in overweging te nemen bij de vraag welke vergroeningsmaatregel we moeten stimuleren, faciliteren en subsidiëren omdat het anders dweilen met de kraan open is. Natuurlijk, de scherpste kantjes zijn er dan op de korte termijn een beetje af, maar op de lange termijn blijft het onhoudbaar.
Ik krijg hierop graag een reactie. Ik zou het ook zeer op prijs stellen als de staatssecretaris bereid is, die component in elk geval te overwegen.
We hebben gezien dat Ilse Aigner een interessant voorstel heeft gedaan. Zij wil namelijk van de koloniehuisvesting af. Ik heb gezien dat een aantal partijen daar in de media niet zo enthousiast over was, maar mij lijkt het een goed idee. Ik weet ook dat in Duitsland het verzet tegen kooihuisvesting enorm is. Of je het nu "kolonie" noemt of "Kleingruppen", het blijven kippen in kooien. Het lijkt erop dat de consumentenvoorlichting in Duitsland heel succesvol is en dat de consumenten daar zeggen: ik hoef die eieren niet. Dit lijkt mij van belang, ook voor Nederland, gezien de afzetmarkt die Duitsland nog steeds voor Nederland is. Ik zou dus zeggen: omarm het en trek samen met Aigner op. Laten we die kooien zo spoedig mogelijk afschaffen in Europa.
Mijn laatste vraag gaat over wat we op het NOS-journaal hebben gezien, namelijk dat bontfokkers wel eens een beter imago willen hebben. Dan denk ik: nertsen willen ook wel eens wat. Hoe dan ook, ik begreep dat de Europese Commissie het voorstel van bontfokkers voor een keurmerk bekijkt. Dat lijkt mij zo'n grote waanzin! Gelet op de aangenomen motie, die hier nog steeds ligt, met het verzoek aan het kabinet dat Nederland zich sterk maakt voor een Europees verbod op nertsfokkerijen, vraag ik de staatssecretaris om twee dingen te doen: tegen de Commissie te zeggen dat we niet aan een dergelijk keurmerk gaan beginnen en haar te vragen, haast te maken met de afschaffing van pelsdierfokkerijen in Europa. Ik hoor een zucht, maar de staatssecretaris zou ook kunnen zeggen: dat ga ik doen. Dat laatste zou mijn voorkeur wegdragen.

[...]

De heer Koopmans (CDA): Over het actief biologisch beheer en de beheervisserij heeft mevrouw Jacobi het ook al gehad. Wij vinden het een schande wat er gebeurt. Het Wetterskip Fryslân schrijft in haar brief dat de visstand moet worden gereset. Dat is geen Fries, maar wat een onmogelijke beeldspraak! Als sportvissers aan de gang gaan, staat iedereen hier te roepen dat het een schande is dat het gebeurt, maar als het wetterskip gaat resetten is het ineens groen beleid. Wij vragen de staatssecretaris om Rijkswaterstaat om het motto gelijke monniken, gelijke kappen te laten hanteren en om daarmee ook over de Kaderrichtlijn Water te praten. Het moet geen groene soep worden waarbij door het Rijk actief brasems uit het water worden gehaald.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij dat de CDA-fractie de uitkomst van de Partij voor de Dieren deelt als het gaat om biologisch beheer en het wegvangen van vissen. Wij zeggen tegen de sportvissers altijd: wat jullie doen, vinden wij ook niet leuk. Wat ons betreft is er dus op dat vlak geen sprake van hypocrisie. Ik ken de heer Koopmans als iemand die de procedures wel waardeert. Vindt hij vanuit die optiek niet ook dat aangenomen moties, zoals die over bont, gewoon moeten worden uitgevoerd?

De heer Koopmans (CDA): Ja, ik vind dat moties moeten worden uitgevoerd, maar ik heb wel eens meegemaakt dat de regering dat niet deed omdat het niet kon of omdat zij het niet wilde. Er zijn ook wel momenten geweest waarop ik blij was dat er een motie niet werd uitgevoerd, maar in principe vind ik wel dat moties moeten worden uitgevoerd. Uitroepteken!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hartstikke goed. Dat wilde ik horen. Ik hoop dat de staatssecretaris het ook heeft gehoord: de motie voor een Europees verbod op nertsenfokkerijen staat. Wij zien graag dat de staatssecretaris ermee aan de slag gaat, wetende dat ook de CDA-fractie zegt dat moties moeten worden uitgevoerd.

De heer Koopmans (CDA): De CDA-fractie heeft wel tegen die motie gestemd. Mevrouw Ouwehand belt mij maar op als de andere 26 landen het daarmee eens zijn. Ik heb mijn telefoon altijd bij me, zoals zij weet, dus ik hoor het wel.

[...]

Staatssecretaris Bleker: Mevrouw Snijder vroeg naar Bulgarije en de MKZ. De situatie in dat land lijkt op dit moment redelijk onder controle te zijn in de commerciële dierhouderij. Het virus wordt echter ook gevonden bij wilde zwijnen. Ik kijk even naar de PvdD. Tijdens de Grüne Woche heb ik contact met mijn collega's uit Letland, Polen enzovoort gehad. Die kunnen mevrouw Ouwehand precies vertellen hoe ver de Russische wilde zwijnen, die vervelende ziektes overbrengen, de grens van de EU genaderd zijn. Ik heb hun niet gezegd dat we in Nederland op zoek zijn naar alternatieve vormen van bestrijding van het wilde zwijn, want wat zij zeiden over hoe zij dat varkentje willen wassen, liet weinig aan duidelijkheid te wensen over, gelet op de grote gevaren voor mens en dier als die zich vrijelijk over de grens zouden bewegen. Misschien is dit een punt dat de PvdD wil heroverwegen. Hoe dan ook, het loopt op deze manier. We moeten dus erg alert blijven op de insleep van dierziekten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dit wel vermakelijk hoor, maar dit is al de tweede keer dat de staatssecretaris een beetje flauw doet over de PvdD. Dit is gewoon een aangenomen motie. Ik herhaal: ga die lekker uitvoeren.

Staatssecretaris Bleker: Over welke motie hebben we het nu?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Over de motie aangaande de zwijnenjacht.

Staatssecretaris Bleker: Die gaan we uitvoeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Met groot enthousiasme toch ook?

Staatssecretaris Bleker: Ik zeg alleen maar dat ik mijn collega's uit Roemenië en Polen binnen de Europese Commissie niet ga oproepen, de motie ook uit te voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee hoor, u voert de motie gewoon lekker hier in Nederland uit. Dan blijkt dat we de zwijnenpopulatie op die manier veel beter onder controle kunnen houden en kunt u met die prachtige uitkomst de boer op. Dat zie ik helemaal voor me.

Staatssecretaris Bleker: Prachtig. Dat gaan we samen doen.

[...]

Staatssecretaris Bleker: Het Europees Parlement heeft een amendement ingediend waarmee wordt gevraagd om een verplichte aanduiding als textiel deels uit dierlijke producten bestaat. Nederland steunt dit amendement in lijn met de motie-Gerkens. Wij gaan ons daarvoor dus inzetten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er waren nog andere vragen. De bontfokkers willen graag een keurmerk dat er met de spullen die zij hebben, niets aan de hand zou zijn. Wellicht klopt het bericht op het NOS-journaal niet, maar wij hebben begrepen dat de Europese Commissie zich over dat voorstel buigt. Omdat ik uit zijn eerdere opmerkingen opmaakte dat hij in Europa niet zo stoer durft te doen, vraag ik de staatssecretaris om duidelijk te maken dat het Nederlandse standpunt is dat we dat niet gaan doen, sterker nog, dat Nederland een verbod op de nertsenfokkerij in heel Europa wil. Die twee dingen zou ik graag willen horen. De staatssecretaris mag zelf de vorm kiezen.

Staatssecretaris Bleker: Ja. Ik mag mijn eigen vorm kiezen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): U gaat zich voor deze twee punten inzetten?

Staatssecretaris Bleker: Er is een Kamermotie. De vraag is wat ik doe als dit op Europees niveau aan de orde is. Dan handel ik naar de geest van de motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nu even scherper, want die motie ligt er al een poosje. Ik heb graag dat de staatssecretaris er ook echt mee aan de gang gaat. Verder vraag ik hem om het keurmerk waarom bontfokkers vragen, namens Nederland af te wijzen.

Staatssecretaris Bleker: Maar er is nog niet eens een voorstel voor een dergelijk keurmerk door bontfokkers gedaan! Ik ben er niet voor om, als ik het vermoeden heb dat iemand met een voorstel wil komen, dat bij voorbaat af te schieten. Het is veel effectiever om een voorstel te beoordelen en af te schieten zodra dat daadwerkelijk is ingediend. Misschien komt dat voorstel wel helemaal niet. Over de motie heb ik gezegd wat mijn handelswijze is. Ik houd vast aan de invoering van koloniehuisvesting als alternatief voor de verrijkte kooi. Dit is in lijn met de eerdere opstelling van de Kamer. Een deel van de Nederlandse bedrijven die nu een legbatterij hebben, heeft al voorbereidingen getroffen voor omschakeling naar koloniehuisvesting in de zin er vergunningtrajecten in gang zijn gezet of ze al zijn omgeschakeld. Deze voorbereidingen zijn hard nodig om de deadline van 2012 voor het verbod op legbatterijen te halen. Het Duitse verbod zal gepaard gaan met een ruime overgangsperiode om de bedrijven die vanwege het Duitse legbatterijverbod per 1 januari 2010 recentelijk geïnvesteerd hebben, de mogelijkheid te bieden, die investeringen af te schrijven. Zo werkt dat daar. Nu een verbod instellen zou de Nederlandse legsector op sterke achterstand zetten ten opzichte van Duitse en andere pluimveehouders, omdat in deze lidstaten de komende jaren kooisystemen nog zijn toegestaan. Het level playing field willen wij handhaven, dus dat doen wij niet. Hoewel de markt naar verwachting kleiner wordt, zal er een markt voor kooi-eieren in de EU blijven bestaan. De keuze voor kooihuisvesting moeten ondernemers individueel maken. Daarbij worden marktperspectieven afgewogen tegen andere factoren. Ik wacht de behandeling van het wetsvoorstel inzake de inwerkingtreding van het Legkippenbesluit af.
Over de forfaitaire aftrek van 1,7% van de bruikbare oppervlakte in het vleeskuikenbesluit …

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik word altijd heel erg droevig van de vleeskuikendiscussie en de millimeters die we al dan niet volgens de normen mogen optellen of aftrekken. Bij mijn weten is het besluit dat voorlag al besproken met de sector, maar ging de sector daarna nog miepen. Wil de staatssecretaris even stoer zijn en zeggen: nu is het wel genoeg geweest?
Over de motie waarmee een Europees verbod op de nertsfokkerij wordt beoogd, merk ik op dat ik het niet prettig vind als de staatssecretaris wacht tot het eens aan de orde komt en hij er dan toevallig iets over kan zeggen binnen Europa. Een iets actievere houding lijkt op zijn plaats, bijvoorbeeld bij de opstelling van het actieplan voor dierenwelzijn. Kan hij in elk geval dat toezeggen?

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Waar het gaat om de motie van de Kamer over een verbod op nertsfokkerijen, kan ik zeggen dat ik dat punt aankaart, zodra dat in Europa aan de orde is. Zodra het wetgevingstraject ter zake zodanig is afgerond dat het hier wettelijk is geëffectueerd, zal ik er als het ware een tandje bovenop zetten in mijn Europese interventie. Dat lijkt mij de goede volgorde der dingen. Als het nu aan de orde komt, zal ik het actief melden en zodra we een stap verder zijn in Nederland, zal ik het proactief aankaarten in Europees verband.