Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


22 juni 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Mijn fractie heeft een aantal zorgpunten. Ik begin met de verlenging van het visserijakkoord met Marokko. We lezen dat de staatssecretaris van plan is om daarmee in te stemmen, omdat niet instemmen zou betekenen dat er geen overeenkomst gesloten zal worden en niemand daar belang bij heeft, ook de lokale bevolking niet. Dat is een krasse uitspraak, zeker omdat er meer dan 100 VN-resoluties en een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof liggen die het recht op zelfbeschikking toekennen aan het volk, en daarmee het recht op soevereiniteit over zijn natuurlijke rijkdommen. We hebben hier al eerder over geruzied en ik snap echt niet dat Nederland zich niet gewoon aansluit bij de Zweden en de Ieren, die zeggen dat dit akkoord in strijd is met het internationale recht. De vorige keer begreep ik uit de terugkoppeling dat het op Nederland hing, dus het maakt nogal wat uit wat de staatssecretaris doet. Ik vraag hem om het internationale recht te respecteren en tegen de verlenging te stemmen. Ik heb al aangekondigd dat ik hierover een motie wil indienen als we de toezegging niet krijgen. Daar zullen we dan morgen over moeten stemmen.

Dan de akkoorden in het algemeen. Die moeten natuurlijk onafhankelijk worden geëvalueerd en de resultaten moeten openbaar worden gemaakt. Ik vraag me af waarom dat nu niet het geval is. Mijn volgende punt is de inperking van vangstmogelijkheden. Deze commissie heeft een bezoek gebracht aan Brussel en kennis gemaakt met de Commissaris voor visserij, mevrouw Damanaki. Ik heb haar beloofd dat ik de Nederlandse regering zou vragen om goede voorstellen van haar met betrekking tot bescherming van de zeeën, te steunen. Dat ga ik dus doen en dat blijf ik doen. Zij wil, als er onvoldoende gegevens zijn om een wetenschappelijk advies uit te brengen -- dat ligt vaak aan de lidstaten zelf – de vangstmogelijkheden met 25% naar beneden brengen. Dat moet de staatssecretaris steunen, vind ik. Ook daarover kan hij een motie tegemoetzien als hij het niet toezegt. Nogmaals, de verantwoordelijkheid ligt bij de lidstaten zelf.

Ik wil kort stilstaan bij de IWC, die in juli zal plaatsvinden. Ik heb eerder het pleidooi gehouden om de bescherming door de IWC, hoewel de afdwingbaarheid natuurlijk bar tegenvalt, uit te breiden naar kleine walvisachtigen. Toenmalig minister Verburg zei daarop dat zij zich zou aansluiten bij het voorstel waar België aan werkte. Ik wil graag de stand van zaken weten, want als België het voorstel niet doet, vind ik dat Nederland het moet inbrengen. Wij maken ons grote zorgen over de geluiden die ons bereiken over de cosmeticarichtlijn. De cosmetische industrie zegt een verbod op handel in producten die op dieren zijn getest, in 2013 niet te zullen gaan halen. Ik vind dat larie en ik hoor graag van de staatssecretaris dat hij zich aansluit bij Zweden en België, die al ferm hebben gezegd: afspraak is afspraak; in 2013 doen we het niet meer.

Mijn laatste punt betreft het regeerakkoord en de belofte dat we het dierenwelzijn gaan verbeteren in Europees verband. Ik vind het op zichzelf betreurenswaardig als je in Nederland zelf niet bereid bent om iets te doen. Maar goed, als dat in het regeerakkoord staat, vind ik het briefje dat we hebben gekregen erg teleurstellend. Er staan heel veel dingen niet in die we onder het vorige kabinet, dat toch ook niet uitblonk in diervriendelijkheid, wel hebben gezien. Ik wil dus graag een nieuwe brief van de staatssecretaris, waarin hij serieus uitvoering geeft aan de punten in het regeerakkoord: we gaan dierenwelzijn verbeteren en we doen het op Europees niveau. Ik vind de brief te mager. Er zijn allerlei dingen niet in opgenomen die wel zijn toegezegd, zoals verdoven van biggen en stoppen met castratie van biggen, regelgeving voor het welzijn van melkvee, een importverbod op veren van levend geplukte ganzen en oormerken van melkvee. We zouden op al die punten de kabinetsinzet horen. Dat lijkt de staatssecretaris nu te hebben losgelaten en dat lijkt me, zeker gezien de gedoogpartner, geen gewenste zaak. Ik krijg graag binnen twee weken een nieuwe brief en verwacht een scherpere inzet in Europa.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is me opgevallen dat de heer Koopmans regelmatig spreekt namens de PVV-fractie. Dan gaat het vaak om de technische en de vervuilende kanten van het landbouwdossier, bijvoorbeeld de gewasbeschermingsrichtlijn. Bij dierenwelzijn is dat niet het geval, maar de PVV-fractie is hier niet aanwezig, dus ik vraag het toch maar: vinden de coalitiepartijen, die dit toch duidelijk in het regeerakkoord hebben geschreven, de brief die er nu ligt over de inzet die de staatssecretaris in Europa wil plegen op het gebied van dierenwelzijn, niet te mager? Misschien weet de heer Koopmans ook namens de PVV-fractie het antwoord daarop.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat zal ik zeker niet doen. Ik zal de vraag aan de CDA-fractie stellen. Vindt zij ook dat minimaal wat onder het vorige kabinet is afgesproken, bijvoorbeeld bij motie, op de agenda moet staan en dus moet fungeren als inzet voor Nederland op het gebied van Europees dierenwelzijn? Een heel aantal van die punten is namelijk nog niet aan de orde geweest. Vindt de CDA-fractie met de Partij voor de Dieren dat dit minstens moet gebeuren?

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik krijg graag de toezegging dat de staatssecretaris zal pleiten voor het openbaar maken van de visserijakkoorden. Dat lijkt me goed voor de controle. Ik ben teleurgesteld in de beantwoording van de staatssecretaris over het akkoord met Marokko. Er komt dus een motie aan. Ik doe nog een beroep op de staatssecretaris om het niet zover te laten komen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik snap dat er een keuze wordt gemaakt bij de prioritering, maar er komt een nieuwe strategie. Daarvoor moet je als lidstaat eigenlijk gewoon een soort partijprogramma aanleveren. Ik heb een mooi partijprogramma dat de staatssecretaris zo onder zijn arm mag steken, namelijk dat van de Partij voor de Dieren. Ik zie de heer Koopmans al een beetje hoesten! Het kan ook een ander programma zijn, maar je moet niet op voorhand zeggen: we hebben straks maar tijd voor twee dingen en ik kan niet overal mijn aandacht aan besteden. Nee, je moet aangeven wat je wilt, bekijken wat ervan overblijft en daar hard voor werken. Je moet niet op voorhand al zeggen dat je misschien maar twee dingen kunt doen. Er komt een actieplan. Ik zou zeggen: huppekee, de aangenomen moties die er nog liggen, moeten er natuurlijk in!

Staatssecretaris Bleker: Aangenomen moties die hier liggen, zullen, zelfs als de heer Koopmans die onverstandig vindt, deel uitmaken van de inzet. Dit punt komt later terug, op het moment dat de strategie bekend is en op de agenda staat van de Landbouwraad, die erover gaat. Ik kan mevrouw Ouwehand nog iets vertellen waar zij misschien blij van wordt. Ik heb dit weekend een echte CDA-boer ontmoet, die zei: ik ben het nooit, maar dan ook nooit eens met de Partij voor de Dieren, maar op één punt wel! Ik zal niet verklappen wat dat punt was. Het kan dus gebeuren dat we heel hard gaan strijden voor een aantal punten die in het PvdD-programma staan, omdat ze namelijk redelijk en goed zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik snap misschien het systeem niet, want ik denk toch dat het anders zit. De staatssecretaris zegt: we komen er nog op terug als de strategie er is. Dan ben je echter te laat. Je gaat toch met elkaar in gesprek? Wat wil Nederland? Wat wil Zweden? Waar kunnen we de krachten bundelen? Vervolgens komt dan de strategie.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan krijg ik nu graag van de staatssecretaris de toezegging dat hij bij België navraag doet; hij heeft volgens mij een hotline met dat land. En als België het niet doet, doet de staatssecretaris namens Nederland het voorstel om kleine walvisachtigen onder het beschermingsregime van de IWC te brengen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, ik wil het VAO dat ik heb aangekondigd graag door laten gaan. Ik heb even een andere constructie bedacht voor de IWC-kwestie. Er is volgende week een AO over visserij. Ik verzoek de staatssecretaris om ervoor te zorgen dat hij dan weet hoe ver België met het voorstel is.