Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


18 januari 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Nederland loopt allang niet meer voorop als het gaat om de dingen die de wereld echt nodig heeft: voorzichtig omgaan met het klimaat, de natuur en de dieren. De Partij voor de Dieren vindt het een enorme blamage als je in je regeerakkoord schrijft dat je in Nederland niks voor dieren gaat doen, maar dat je het dierenwelzijn wel in Europa gaat verbeteren. Vervolgens komt de staatssecretaris met een labbekakkerig briefje waaruit een labbekakkerige inzet blijkt. Ik spreek hier mijn teleurstelling uit over het uitblijven van steun van de PVV. Die fractie is nooit aanwezig bij dit soort debatten en steunen geen moties om te proberen in Europees verband ernstige .

De tweede teleurstelling heeft te maken met het feit dat wij in Nederland nog steeds legbatterijen hebben, terwijl was afgesproken dat die inmiddels de deur uit zouden zijn. Het zou ook zijn afgelopen met die heel kleine legbatterijen, want de verrijkte kooi is helaas ook niet veel meer dan een legbatterij met een behangetje, al is dat wel een stapje vooruit. Wat verwacht de staatssecretaris van de ingebrekestelling? Wat gaat dat kosten en naar wie wordt de rekening gestuurd?

Ik heb nogal wat visserijpunten. Eerst iets over het akkoord over de visserij in beschermde gebieden. De Partij voor de Dieren vindt dat je in beschermde gebieden niet moet vissen. Wij zijn wat dat betreft nog niet zo enthousiast over het akkoord. Wij vragen ons af waarom het verbod op bodemberoerende visserij afhankelijk is van de toelating van de pulsvisserij. Daar is heel veel kritiek op. Wat betreft het estuarium van de Theems hebben de Britten geconstateerd dat, als de Nederlandse pulsvissers langs zijn geweest, er sprake is van lege staandwantnetten en dat zij trawlen over een kerkhof. De Britse vissers vrezen dat de pulsvisserij te effectief is en de zeebodem zo ongeveer steriliseert. Engelse vissers halen veel dode jonge vis van postzegelformaat naar boven, zoals krabben, wormen en andere bodemdieren. Met dat pulsvissen zaagt men dus de poten onder het ecosysteem vandaan, omdat bodemdieren een belangrijke voedselbron vormen. Zo werkt het ecosysteem namelijk. Ik heb begrepen dat zelfs China, waarover de CDA-woordvoerder zojuist zei dat men daar helemaal geen rekening met duurzaamheid houdt, pulsvissen heeft verboden, omdat met net iets te veel stroom de zee daar opeens leeg was. Vindt de staatssecretaris het verstandig om pulsvisserij in plaats van bodemvisserij toe te staan, als dat zoveel
negatieve effecten heeft?

Dan het fonds. Er is 6,5 mld. beschikbaar. Daarna is er nog een mld. voor de visserijakkoorden, maar wat krijgen we ervoor terug?: Lege zeeën! De Partij voor de Dieren vindt dat je geen belastinggeld mag verspillen aan het uitbreiden en stimuleren van de visserij, maar dat gebeurt wel. Alles zou erop moeten zijn gericht om de vloot af te bouwen en de capaciteit te verminderen. Alleen dan is het verantwoord om er belastinggeld in te steken, maar dat zien wij hier niet gebeuren. Er zijn geen criteria opgesteld op basis van ecologische doelen. Er is alleen gekeken naar de werkgelegenheid in de visserij. Misschien wil een partij als de VVD zo langzamerhand ook erkennen dat het niet aangaat om van de belastingbetaler te vragen om een sector die niet levensvatbaar is met subsidies in de benen te houden. Ik hoop wat dat betreft op een omslag.

Ik kom bij de visserijprotocollen. Er was heel veel terechte kritiek op de protocollen met Marokko. De mensenrechten worden geschonden. Het kost Europa meer dan het oplevert. De Kamer heeft een motie aangenomen waarin dit wordt afgewezen. Ook het Europees Parlement wil niet dat er nog een nieuw akkoord met Marokko wordt gesloten, maar toch ziet de staatssecretaris wel wat in nieuwe onderhandelingen. Hij somt vervolgens een aantal bekende voorwaarden bij eerdere protocollen op. Moeten wij op basis daarvan geloven dat het nu wel goed gaat komen met de mensenrechten? De Partij voor de Dieren doet dat niet. Wij gaan wat ons betreft niet opnieuw de onderhandelingen in. Er moet nu een streep worden getrokken. Er moet worden erkend dat een en ander over een poosje in de evaluatie op dezelfde conclusie uitkomt, namelijk dat het geld heeft gekost, dat de mensenrechten zijn geschonden en dat er te veel is gevist. Wij moeten dat niet willen. Ik vraag de staatssecretaris om toe te zeggen dat hij het opnieuw starten van de onderhandelingen niet steunt. Wij hebben dezelfde bezwaren tegen de protocollen met Mauritius en Mozambique. Wat Mozambique betreft wijzen wij er nadrukkelijk op dat het gaat om het vangen van de geelvintonijn, de grootoogtonijn, de zwaardvis en de skipjacktonijn. Dat zijn niet bepaald soorten waar het goed mee gaat. Ze staan op de rode lijst. De staatssecretaris erkent dat het niet zo goed ging, maar de situatie lijkt te verbeteren, omdat de visserijinspanningen iets zijn verminderd. De stelling dat het beter lijkt te gaan, vinden wij geen argument om de visserijdruk nog verder te laten toenemen. Ik wil weten welke landen bij uitstek profiteren van de visserijprotocollen en of Nederland daar, ook als je het puur berekenend beziet, zijn steun aan moet verlenen.

Dan de viskweek in het algemeen. Ook wat dat betreft maken wij bezwaar tegen het Europese visserijfonds. Wij voorzien dat in de viskwekerij dezelfde problemen gaan ontstaan als in de bio-industrie met zoogdieren, het uitbreken van ziekten en de plannen om dieren grootschalig te ruimen. Wordt het geen tijd voor de conclusie dat we met de viskwekerij weer een nieuw bio-industrieavontuur gaan beginnen, terwijl we van te voren weten dat deze op dezelfde bezwaren gaat stuiten als het bio-industrieavontuur met varkens, kippen en koeien? Laten wij daarmee ophouden en er in elk geval geen belastinggeld insteken. Dat pleidooi brengen wij onder de aandacht van de staatssecretaris.

Dan nog een laatste positiever gekleurde opmerking over het verbod op het ontvinnen van haaien. Met de nu voorliggende verordening wordt een stap verder gezet. Ik hoop dat de controle scherp wordt en dat niet alleen op papier een betere bescherming van de haaien wordt geregeld, terwijl er in de praktijk niet veel van terechtkomt. Ik krijg graag de toezegging van de staatssecretaris dat hij zich daarvoor gaat inzetten.

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Ik ga verder met mijn tweede blok: de visserij. In december waren er gedurende tweeënhalve dag onderhandelingen over de visserij. Ik zal de resultaten daarvan duiden.

(…)

Ik kom op de visserij in landen als Mozambique en de visserijakkoorden met dit soort landen. Gisteren is er een ambtelijk overleg met de ngo's en de sector gehouden, als ik het wel heb; misschien was het niet gisteren, maar in ieder geval wel recentelijk. Wij hebben een dilemma. Aan de ene kant is het goed om akkoorden te sluiten; wij willen graag zo maatschappelijk verantwoord mogelijke akkoorden, die duurzaam zijn en rekening houden met de lokale economie en bevolking. Aan de andere kant heb je voor het sluiten van een akkoord een wederpartij nodig; dit zijn de betreffende landen. Het niet sluiten van een akkoord betekent niet dat er niet wordt gevist, want met name de Russen en Chinezen vissen ook in die gebieden. Het is een moreel dilemma. Als wij daar niet vissen, laten wij de zeeën vrij voor landen die zich minder zorgen maken om dit soort maatschappelijk verantwoorde aspecten dan Europa geneigd is te doen. Ik vind dus dat wij voor die akkoorden moeten gaan, al moeten wij wel erkennen dat wij dan soms niet het maximale kunnen realiseren voor een maatschappelijk verantwoorde visserij en duurzaamheid. Het alternatief is echter slechter, namelijk dat wij daar niet aanwezig zijn en dat anderen die het op dat punt minder nauw nemen, ruim baan krijgen. Zo staan wij daartegenover. Ik denk dat de inzet van het kabinet en de Kamer bij de Europese Commissie niet verschillend is. Vooral de Russen en Chinezen zijn daar actief, zo zeg ik in antwoord op de vraag van mevrouw Ouwehand.

(…)

Er is gevraagd of de zwaardvis uit de visserijakkoorden kan worden gehaald. Dat is geen optie op dit moment. Een en ander is uitonderhandeld en geparafeerd; er staat een handtekening onder. Datgene wat door mevrouw Ouwehand en de heer Van Gerven is benoemd, is wel een belangrijk punt. Ik zal daarom pleiten voor verantwoorde vangst op basis van adequate
beheerplannen.

(…)

Ik ben het eens met wat mevrouw Ouwehand heeft gezegd over het ontvinnen van haaien. Ik steun de Europese inzet. Niet ontvinnen, maar de vinnen eraan laten, maakt controle veel
beter mogelijk. Dat is in feite wat mevrouw Ouwehand ook bepleit. Het belang van de controle zal ik benadrukken in het overleg met de Commissie.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik laat de ironie rond de kafkaëske toestanden nu maar even onbesproken; dat komt op een later moment wel. Ik wil graag van de staatssecretaris weten welke Europese vissers baat hebben bij de visserijprotocollen. Ik hoef niet te horen dat China en Rusland ook graag in de desbetreffende wateren zouden willen vissen. Dat weten wij wel. Wie gaat er het meest profiteren van het belastinggeld dat aan de protocollen wordt uitgegeven? Graag een antwoord voor de verschillende protocollen. Wat betreft de pulskorvisserij wijs ik de staatssecretaris erop dat hij wel erg positief aankijkt tegen de resultaten daarvan, terwijl hij de negatieve berichten blijkbaar niet wil horen.

Staatssecretaris Bleker: Ik ben niet doof voor de negatieve berichten. Daarom vind ik dat wij zorgvuldig onderzoek moeten blijven doen naar de toepassing van de pulskor. Welke landen zijn vooral bij de visserijakkoorden gebaat? Welnu, dat zijn Spanje, Frankrijk, Portugal, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vroeg welke landen vooral profiteren. Mag ik concluderen dat dit Spanje, Frankrijk en Portugal zijn?

Staatssecretaris Bleker: Belangrijke landen als Spanje, Frankrijk en Nederland. Daarmee zitten wij toch in een respectabele lijst. Het zijn ongeveer de kandidaten voor het Europees
kampioenschap.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat kan minder kwaad dan op vissen jagen.

(…)

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter.

(…)

Ik kom op het punt van de heer Koopmans betreffende de rol van Nederland alshet gaat om internationale standaarden op het gebied van dierenwelzijn, ook buiten Europa. Nederland en de Europese Unie zijn zeer actief om de hoge EU-dierenwelzijnsstandaarden op mondiaal niveau geaccepteerd te krijgen, bijvoorbeeld in de bilaterale handelsakkoorden, met Mercosur, India en Zuid-Korea. Dat is wel onze inzet en dat is de rol die wij zien. Tegen mevrouw Snijder zeg ik: morgen presenteert de Europese Commissie, in de persoon van de heer Dalli, de EU-strategie dierenwelzijn. De EU-strategie dierenwelzijn. De inzet van het kabinet is opgenomen in de brieven van 31 mei en 3 oktober en in de brief aan eurocommissaris Dalli. Hierin zijn, ook naar aanleiding van de motie-Ouwehand/Koopmans, additionele punten opgenomen bovenop de inzet van mijn ambtsvoorganger mevrouw Verburg. De Kamer ontvangt na het verschijnen van de
strategie binnen zes weken de inzet van het kabinet. Normaal gesproken zal dat uiterlijk half maart zijn. Wij zetten meer dan voorheen in op specifieke regelgeving voor melkvee, vleeskuikens,

kalkoenen, konijnen en nertsen. Verder zetten wij in op de modernisering en de aanscherping van bestaande regels inzake transport, bedwelmingsmethoden, de huisvesting
van varkens enzovoort. Het is de Kamer bekend. De heer Van Gerven vraagt om een schriftelijke reactie op de EU-dierenwelzijnstrategie. Ik heb aangegeven dat die reactie zes weken na de presentatie van de voorstellen van de heer Dalli naar de Kamer komt.

Tweede Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het hele visserijbeleid met meer dan zeshonderd verschillende regels en verordeningen vraagt natuurlijk om kafkaëske toestanden. Deze regels en verordeningen zijn immers vaak met elkaar in strijd. Dat krijg je als je iets wilt doen, wat eigenlijk niet kan. Wij creëren met andere woorden onze eigen kafkaëske toestanden; ik hoop dat de staatssecretaris dat begrijpt. De visserijprotocollen. Ik zal daarover moties indienen. Ik vind namelijk dat Nederland niet mag instemmen met de voorliggende protocollen of met heropening van de onderhandelingen.

Het waterbad voor slachtkuikens stond geagendeerd voor het algemeen overleg over dierhouderij. Dat is de reden waarom ik er niet over begonnen ben. Ik geef de staatssecretaris nu wel mee dat het een wettelijke plicht is om de stress en pijn van dieren voorafgaand aan de slacht zo veel mogelijk te beperken. Dieren mogen hun eigen slacht niet meemaken. De staatssecretaris is verantwoordelijk voor de dieren in Nederland en hij heeft hierop dan ook goed beleid te voeren! Als die wettelijke plicht niet wordt nageleefd, dan slachten wij maar niet. Ik kom hier nog op terug bij het algemeen overleg over dierhouderij, maar de staatssecretaris komt dan niet weg met het misbaar dat hij vandaag maakte. Wij zijn het inmiddels van hem gewend dat hij tegen de Kamer zegt dat hij het écht heel erg vindt om vervolgens helemaal niets te doen. Dat is echt onvoldoende. Dat hij dat maar effe weet!

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Het waterbad. Ik heb aangegeven dat wij er veel druk op zetten om deze slachtmethode/dodingsmethode effectief te krijgen. Maar om nu uit te spreken dat wij eventueel met het slachten van kippens en kuikens gaan stoppen, is wat mij betreft een stap die te ver gaat. Maar hoe het ook zij: het moet snel beter.