Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


6 juni 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Afgelopen zondag was het World Ocean Day. Zoals de staatssecretaris weet, bestaat het grootste deel van het aardoppervlak uit water. Al veel eerder is de noodklok geluid en de boodschap is: wij gaan naar de haaien. Wij zullen in actie moeten komen en heel snel ook. Voor de haaien is die boodschap misschien al geen optie meer, omdat de meeste al zijn opgevist en de soort over de rand van uitsterven is geduwd. Tijdens het vorige algemeen overleg hebben wij gesproken over het EU-actieplan voor haaien. De staatssecretaris heeft toen gezegd dat hij namens Nederland zou pleiten voor volledige uitvoering van het EUactieplan. Dat is mooi, maar wij lezen nu dat het stapsgewijs wordt uitgevoerd. Welke concrete stappen worden op welke termijn gezet? Wij kunnen hiervoor geen jaren uittrekken. Een belangrijk punt dat ik nog steeds mis, is dat er geen vangstlimieten voor tal van haaiensoorten zijn, bijvoorbeeld voor de blauwe haai. Zo'n 80% van de Spaanse en Portugese haaivangsten bestaat uit blauwe haai. Die vangstlimieten moet dus op korte termijn worden opgesteld. Ik krijg graag de toezegging van de staatssecretaris dat hij zich daarvoor sterk zal maken.
Een belangrijk pijnpunt is het visserijakkoord over de Salomonseilanden. Wij hebben daar al eerder over gesproken. Wij hebben erop aangedrongen dat Nederland zich daartegen zal verzetten. De staatssecretaris heeft toen geantwoord dat hij geen beslissing zou nemen voordat hij de evaluatie zou kunnen beoordelen. Het is ons echter niet duidelijk of er al een evaluatie is. Ik heb een motie ingediend en die leek op steun te kunnen rekenen, maar ik heb haar aangehouden omdat de evaluatie nog zou komen. Het akkoord staat nu als een hamerstuk op de lijst. Wat is er in het voortraject al gewisseld in Coreper? Hoe heeft Nederland zich opgesteld? Ik krijg graag duidelijkheid op dit punt, anders zal ik de motie in stemming brengen. Ik kan mij niet voorstellen dat Nederland hiermee kan instemmen.
Het volgende punt betreft de basisverordening. Het belangrijkste gemis bij de herziening van het GVB is dat de overcapaciteit van de visserijvloot niet wordt aangepakt. Die overcapaciteit is een van de belangrijkste redenen van de overexploitatie van de visbestanden. Die overcapaciteit van de vloot wordt niet aangepakt met de maatregelen die worden voorgesteld. Sterker nog, met de visserijconcessies wordt koers gezet naar een vrijwel volledige privatisering van visbestanden. Een paar mensen zullen daar blij mee zijn, maar het grootste deel van de wereldbevolking niet. Wat zal de staatssecretaris doen om de overcapaciteit wel aan te pakken? Worden er duurzaamheidscriteria gesteld aan de toegang tot visbestanden? Moeten de vissers daarvoor betalen? De zee is van ons allemaal en het lijkt mij waanzin om mensen daaruit gratis grondstoffen te laten halen en dan nog op een manier die op lange termijn voor heel grote problemen gaat zorgen.
De staatssecretaris schrijft dat hij graag een ambitieuzere aanpak zou zien dan het compromis van het voorzitterschap voor MSY. Toch zal hij instemmen met het compromis. Ik stel voor dat Nederland de ambities zo hoog mogelijk houdt. Wij mogen geen water bij de wijn doen en wij moeten ons verzetten als de maatregelen te zwak zijn. Ik krijg graag een toezegging op dat punt.
Dan de aanlandingsplicht. Het telt mij teleur dat de Kamer eerst een motie van de Partij voor de Dieren heeft gesteund onder het motto "wat je vangt, moet je aanlanden", maar daarop nu in grote meerderheid lijkt te willen terugkomen. Je krijgt de zee niet gezond als je bijvangsten accepteert. Het gaat dan niet alleen om vissen, maar ook om allerlei andere diersoorten. Kan de staatssecretaris uitleggen waarvoor Nederland nu pleit in Brussel? Is dat aanlanding van gequote vissoorten of aanlanding van alle gevangen dieren? Hier ligt ook een morele plicht. Ook dieren die geen marktwaarde hebben, leggen wel het loodje als wij dit niet aanpakken.
Mijn laatste punt betreft de pulsvisserij. Ik heb vaker met de staatssecretaris over dit onderwerp van gedachten gewisseld. Er wordt sterk betwijfeld of dit een duurzame techniek is. Ik krijg e-mailberichten berichten van vissers die zich zorgen maken. Zij sturen mij foto's van vissen met grote beschadigde plekken als gevolg van de pulskorvisserij. Wat doen wij daarmee? Zeggen wij dat dit een duurzame techniek is en dat iedereen daar maar op moet overstappen? Ik zal de foto's ook aan de staatssecretaris laten zien. Nota bene de visserijsector, die toch niet op de Partij voor de Dieren zal stemmen, trekt bij ons aan de bel omdat hij hier een probleem ziet. Ik dring aan op een stop op de pulskorvisserij totdat zeker is dat dit een duurzame techniek is. Dat is op dit moment nog helemaal niet bewezen.

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Ik heb mijn antwoord in vier blokken ingedeeld. Ik begin met het gemeenschappelijk visserijbeleid en de aanlandingsplicht die daarvan onderdeel uitmaakt, dan volgen de pulsvisserij, de derdelandenakkoorden en varia. Ik zeg toe dat de kwartaalrapportage over het gemeenschappelijk visserijbeleid voortaan eerder aan de Kamer zal worden toegezonden. De volgende komt in ieder geval begin september. Zodra het rapport van het Europees Parlement beschikbaar is, zal ik dit aan de Kamer toezenden en ik zal het zo spoedig mogelijk van een reactie voorzien.
Het speelveld in Europa is als volgt. Nagenoeg geen enkel land wijst de aanlandingsplicht af. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zouden dat mogelijkerwijs kunnen doen, maar ook dat is geconditioneerd. Dit betekent dat er absoluut geen blokkenderende meerderheid tegen een voorstel van de Commissie voor een aanlandingsplicht te verwachten is. Dit betekent ook dat de discussie en de inzet van andere landen zich toespitsen op de vraag naar de condities waaronder de aanlandingsplicht zou kunnen worden geïntroduceerd. Nederland zou zich helemaal buiten de discussie plaatsen als het zou zeggen: wij zijn er gewoon tegen. Ik ben het daarom met de heren Houwers en Van Gerven eens als zij zeggen dat wij niet de suggestie moeten wekken dat het er niet van komt. Het komt ervan en ik vind dat ook heel verstandig, want het gaat over de timing, de soorten, de condities, de controle en al dat soort zaken meer. Ik ben blij dat ook de sector bereid is om over de condities te spreken. De sector heeft lange tijd gezegd: "Aanlandingsplicht? Nee". Dan is een gesprek over dat onderwerp niet zo handig. Je moet met elkaar spreken over de condities en uitgaan van het gegeven dat die plicht er komt. Als de Kamer mij of de ambtelijke vertegenwoordigers bij de Commissie via een motie op pad zou sturen met de boodschap: "Nee of misschien nee", kunnen wij redelijkerwijs niet meespreken over de condities waaronder een aanlandingsplicht wordt geïntroduceerd.
Over de condities bestaat een redelijke consensus in de Kamer. Het doel is niet de aanlandingsplicht maar het tegengaan van het overboord gooien van vis. De discards moeten tot nul of nagenoeg nul worden gereduceerd. De aanlandingsplicht is het laatste middel, maar wel een middel dat nodig is. Daarnaast zijn er nog veel andere maatregelen als selectieve visserij, technologie, enzovoorts. Al die mogelijkheden moeten maximaal worden ingezet. Dan is de last van de aanlandingsplicht voor de sector ook zo beperkt mogelijk.
Wij zullen samen met andere landen aan de Commissie vragen om ondersteuning en ruimte, ook in de timing, om ook al die andere instrumenten te beproeven en toe te passen om de discards te reduceren. In beginsel moet voor de aanlandingsplicht worden uitgegaan van alle soorten en dat moet zo werkbaar mogelijk worden gemaakt. Langs die lijn zullen wij werken. Als wij het zo formuleren, kan de besluitvorming eind van dit jaar plaatsvinden. Ik kan de Kamer in de tussentijd informeren over de invulling van de condities. Dat wil ik doen in elke kwartaalrapportage en zo vaak als dat overigens nodig en mogelijk is. Ik zal ook met de sector over die condities spreken, ervan uitgaande dat die ook uitgaat van het gegeven dat de aanlandingsplicht uiteindelijk onderdeel zal zijn van het nieuwe GVB. Zo zie ik het.

Staatssecretaris Bleker: Ik zeg de Kamer toe dat wij in de septemberrapportage melden hoe het ermee staat. MSY wordt uitgedrukt in vissterfte. Ik zie deze als een limiet. Zolang wij daar op of onder zitten, zitten wij dus goed en hebben wij ruimte om quota op te hogen. Mevrouw Ouwehand heeft ook een vraag over MSY gesteld. Het compromis dat het voorzitterschap bereikt heeft,
voldoet aan de Johannesburg-afspraken: bereiken van MSY in 2015 waar mogelijk en voor het overige uiterlijk 2020. Er is dus een inspanningsverplichting om 2015 te halen, met een uitloop voor onderdelen. De heer Van Gerven wil vasthouden aan 2015. Ik heb al gewezen op het feit dat het huidige compromis van het voorzitterschap voldoet aan de Johannesburgverklaring. Ik steun dat. Er is dus een mogelijkheid om 2020 te hanteren.
De heren Koppejan en Van Gerven hebben gevraagd of de visserijbelangen niet leidend moeten zijn. Bij de bepaling van quota gaan wij uit van een ecosysteembenadering en dat is verstandig. Dat betekent immers een balans tussen economische en ecologische belangen. Ik kan niet zeggen dat een bepaald belang, bijvoorbeeld het visserijbelang, bij voorbaat leidend moet zijn. Ik vind dat principieel niet de juiste keuze als je uitgaat van het ecosysteemdenken en ik vind het ook niet verstandig.
Mevrouw Ouwehand vroeg naar de capaciteit. De basis voor het visserijbeheer is de regulering van de vangstmogelijkheden. Dat doen wij op Europees en voor een deel ook op nationaal niveau, met quota en visserijinspanning. Essentieel zijn de vangstmogelijkheden, die wetenschappelijk onderbouwd moeten zijn en afgestemd op de beschikbare hoeveelheid vis, die onder adequaat toezicht worden gebracht en die kunnen worden nageleefd. De vangstcapaciteit zal zich hiernaar moeten schikken en dat is een ondernemersactiviteit. De overheid gaat niet over vangstcapaciteit, maar over vangstmogelijkheden. Als men meer capaciteit heeft dan de visserijmogelijkheden die wij bieden, dan blijft die capaciteit onbenut op het niveau van de ondernemer of de vloot. Daar is de handhaving op gericht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is een iets te pastelkleurige werkelijkheid; zo gaat het natuurlijk helemaal niet. Wij hebben de analyses gezien. Je kunt het ook zelf opmaken uit de bijdrage van partijen die de vissers juist meer ruimte willen geven. Er is een heel net aan regels, gedoe en handhaving opgebouwd. Als je met een structurele overcapaciteit zit, moet je er veel tegenaan gooien om het binnen de perken te houden. Wij weten dat het niet werkt. Wij horen nota bene berichten dat de mensen die de quotering moeten handhaven, worden geïntimideerd, bedreigd of, als ze geluk hebben, omgekocht. Wij weten dat met een te grote hoeveelheid schepen de lidstaten of de Unie zo ongelooflijk veel inspanning moet verrichten om het binnen de perken van de ecologische draagkracht te houden, dat het onverantwoord is. Het lukt dan ook niet.

De voorzitter: Wat is de vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil graag dat de staatssecretaris reëler is, dat hij erkent dat wij, als wij de overcapaciteit laten voortbestaan, niet tot een duurzaam beheer van de visserij kunnen komen.

Staatssecretaris Bleker: Als inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of een andere autoriteit worden geïntimideerd of wat dan ook, dan zijn de rapen gaar. Dan wordt er opgetreden zoals er opgetreden moet worden, of het nu om vissers of om milieuorganisaties gaat. Het capaciteitsbeleid waar mevrouw Ouwehand aan refereert, is er in het verleden geweest. De Europese Commissie zelf zegt dat sanering van de capaciteit niet werkt. Dat is niet de manier om tot adequaat visbeheer te komen. Wij moeten het langs andere weg doen, namelijk de weg van het reguleren van quota, visserijinspanningen etcetera door de Commissie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): The Guardian heeft een onderzoek gedaan. Daaruit is gebleken dat mensen die moeten handhaven, worden geïntimideerd en omgekocht. Ik stel mij zo voor dat dit niet bij de NVWA aan de orde is geweest, maar het is wel een Europees probleem. Wij moeten onder ogen zien dat het gebeurt. Misschien kan de staatssecretaris nog eens kijken naar het onderzoek en zijn reactie hierop aan de Kamer doen toekomen.

Staatssecretaris Bleker: Als ik aanleiding zou hebben om vanwege ervaring met Nederlandse handhavers op het onderzoek te reageren, dan zou ik dat doen. Die aanleiding heb ik niet. Ik ben ervan overtuigd dat mijn collega's in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, enzovoorts net zo'n strakke lijn hanteren als wij. Mensen die zich intimiderend gedragen jegens inspecteurs die hun vak uitoefenen namens de overheid, krijgen, of het nu gaat om vissers of milieuactivisten, te maken met lik-op-stukbeleid; gelijke monniken, gelijke kappen. Er is gevraagd naar het overleg met de sector. Ik heb hier wel een lijstje van overlegmomenten, maar ik vind dat niet zo relevant. De Kamer heeft het signaal opgevangen dat het overleg geïntensiveerd moet worden. Dan doen wij dat, klaar. Ik heb overigens zelf zopas om een lijstje gevraagd. Ik hoorde wat de leden zeiden en dacht: verdraaid, hebben wij dan vier maanden in een ivoren toren zitten werken? Dat was niet het
geval, maar kennelijk moet er nog intensiever worden overlegd. Dan doen wij dat gewoon; ik ben altijd voor het overlegmodel.
Dan kom ik bij het GVB-budget. Wij benutten het huidige Europees Visserijfonds volledig. Wij verzetten ons tegen een bepaling in de nieuwe regelgeving op Europees niveau waarin een soort privilege wordt toegekend aan kleinschalige visserij. Dat is net zoiets als een regeling voor kleine boeren. Het gaat om de vraag wat de visser of de boer presteert en of hij vanwege deze prestatie -- innovatie, verduurzaming -- in aanmerking komt voor middelen uit het Europees Visserijfonds. Het gaat er niet om of je groot bent of klein, het gaat om wat je doet. Over de exacte verdeling is nog niets gezegd. De besluitvorming vindt later plaats, in het kader van het financieel meerjarenkader van de Europese Unie. Er is gevraagd naar een zo groot mogelijk budget voor het Europees Visserijfonds. De bijdrage van Nederland is nog niet bekend. Er is ooit een motie aangenomen over continuering van het huidige budget voor het GLB. Het kabinet heeft daarover ook een brief geschreven. Ook voor het GVB willen wij een stevig Europees budget houden, juist met het oog op innovatie. andere belangen waren, onder andere van het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk, waardoor dit punt werd ingeleverd. De discussie over een toekomstige aanpassing van het kabeljauwherstelplan en het zeedagensysteem loopt nog. Met de sector vindt overleg plaats
over de manier waarop men zelf tot een zorgvuldig en zuinig beheer kan komen, waarbij een maximale benutting van de zeedagen gegarandeerd is. Ik zie mogelijkheden om tot een pragmatische oplossing te komen. Ik zie weinig of geen mogelijkheden om te komen tot een heropening van de discussie hierover met de Europese Commissie; daar moet ik heel nuchter in zijn, mede gelet op het genoemde krachtenveld.
Ik ben blij met een positief advies over de pulsvisserij. Over het algemeen is de Europese Commissie, ook op DG-niveau, positief gestemd over de effecten, inclusief de ecologische.
De huidige regelgeving laat een uitgebreidere toepassing nog niet toe. Wij hebben de Commissie nodig. Dat gaat de goede kant op. De Commissie is ons welgezind geweest met de uitbreiding naar 42 vergunningen. De Commissie reageert positief op de onderzoeken tot nu toe. Wij hebben echter ook de lidstaten nodig. Samen met België en Duitsland zijn wij voorstander van het algemeen acceptabel verklaren van de pulstechniek. Aangezien wij ook de andere lidstaten nodig hebben, wordt er op Europees niveau dit najaar een EUconferentie belegd om onder de andere lidstaten draagvlak te creëren voor pulsvisserij. Ik heb van mevrouw Ouwehand de foto's ontvangen. Die zien er inderdaad niet vrolijk uit. Ik sluit niet uit dat uit het onderzoek naar de precieze effecten op de vissen blijkt dat misschien bij een heel klein percentage dit soort verschijnselen voorkomt. Uit de onderzoeken komt over het algemeen echter een positief beeld naar voren. Ik heb het dan over de ecologie, de bodemberoering, de vistechniek en de kwaliteit van de vis. Bovendien dringt deze manier van vissen het brandstofverbruik sterk terug. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is dat ook positief. De pulsvisserij heeft dus ongeveer hetzelfde effect als de reiskostenaanpak: minder brandstofverbruik door minder rijden. Dat zeggen sommigen althans; ik zeg het heel genuanceerd. Ik denk dat de pulsvisserij meer bijdraagt aan duurzaamheid dan velen die gesproken hebben over de reiskostenproblematiek, vermoeden. Ik mag mij echter niet op dit
terrein begeven; altijd gaat er wel iets mis ... Ik kom bij de Salomonseilanden. Ik ben het met mevrouw Ouwehand eens. Wij stemmen pas in met een mandaat als er een evaluatie ligt, klaar. Wij willen eerst de evaluatie hebben. Die zal half juni komen en dan zien wij wel. Dat is de volgorde der dingen. Nederland heeft samen met Zweden een voorbehoud gemaakt en dus niet ingestemd. Wij zullen pas op basis van de evaluatie een positie bepalen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben heel verbaasd. Het staat op de hamerstukkenlijst. Heeft de rest van de lidstaten er lak aan dat die evaluatie er nog niet is?

Staatssecretaris Bleker: Het is ons ook opgevallen dat het op de hamerstukkenlijst staat. Ik wil niet zeggen dat andere landen er lak aan hebben. In Nederland is er altijd al heel veel aandacht voor de lokale belangen van bijvoorbeeld deze gebieden als het gaat om visserij door de Europese vloot.

De heer Van Gerven (SP): Ik wil hier nog even op doorgaan. Als twee landen een voorbehoud maken, hoe kan het dan een hamerstuk zijn? Dat is niet gebruikelijk in de Kamer. Naar ik begrijp, komt er half juni een evaluatie. Wanneer vindt de finale besluitvorming over de Salomonseilanden plaats?

Staatssecretaris Bleker: Nu ligt het conceptmandaat voor. Wij zullen aangeven dat dit niet als een hamerstuk kan worden behandeld. Ik hoop dat mijn Zweedse collega Eskil Erlandson dat ook doet.

De heer Van Gerven (SP): Ik begrijp nog steeds niet hoe iets een hamerstuk kan zijn als landen een voorbehoud maken.

Staatssecretaris Bleker: Dat wordt het ook niet.

De heer Van Gerven (SP): Nee, maar het zou toch überhaupt nooit een hamerstuk moeten zijn als landen een voorbehoud maken?

Staatssecretaris Bleker: Dat gaat als volgt. Ik leer ook iedere week weer. Het voorzitterschap hoopte dat wij ons voorbehoud politiek zouden intrekken. Dat doen wij niet. Op dat moment is het idee van tafel dat het een hamerstuk wordt. Zo is er nog een ander onderwerp waarbij men ook hoopt dat Nederland van positie zal veranderen; daarover zal ik de Kamer nog informeren.
De fracties van de VVD en de SP hebben vragen gesteld over de 15 mijlskustzone. Het beleid van de visserijakkoorden is vastgelegd in de Raadsconclusies van maart jongstleden. De Kamer is hierover destijds geïnformeerd. Hierover is op dit moment geen nieuws te melden.
Dan kom ik bij de externe dimensie. De heer Houwers sprak over een slechte onderhandelingspositie door de hoge eisen van de Europese Unie, een pragmatische aanpak en de belangen van China. De Europese Unie heeft haar mondiale verantwoordelijkheid ten aanzien van duurzame visserij duidelijk geformuleerd. Het principe is dat de Europese vloot buiten Europese wateren onder dezelfde voorwaarden ten aanzien van duurzaamheid et cetera valt als binnen de Europese wateren. Dat is de lijn die wij kiezen. Bij akkoorden met derdelanden gaan wij uit van afspraken die voldoen aan de Europese criteria.
Ik kom bij het blokje Varia, te beginnen bij de blauwe haai. Deze is nu beschermd via de TAC- en de quotumverordening. Het is aan lidstaten om op het verbod te controleren op basis van de bepalingen uit de controleverordening. Dat geldt dus ook voor Spanje en Portugal. Over de bescherming van de haai overleggen wij met ngo's. Kwetsbare soorten worden erkend. Ik steun de Commissie ten volle in haar inzet om de haai te beschermen. Er is geen concreet stappenplan van de Commissie. Wel is aangekondigd dat per 2013 een extra waarnemer verplicht is.
Mevrouw Jacobi en de heer Van Gerven vragen in het kader van de Visserijmaatregelen in Beschermde Gebieden (VIBEG) naar de sportvisserij en gesloten gebieden. Het plan is duidelijk: de gebieden zijn gesloten om het ecosysteem in die gebieden te beschermen en de kans te geven om sterker te worden. Dus gelden er visserijverboden voor alle vormen van visserij, of het nu gaat om beroepsmatige, semi-beroepsmatige of recreatieve visserij. Als de sector behoefte heeft aan nader overleg of aan informatie, dan ben ik daartoe graag bereid.
Het volgende punt betreft het betrekken van de Dierenbescherming bij de aquacultuur. De Dierenbescherming wordt nu al uitgenodigd bij het stakeholdersoverleg gemeenschappelijk visserijbeleid. Dierenwelzijn wordt meegenomen. Overigens omarmt de Commissie dit. Ik zeg de Kamer toe om de Dierenbescherming te betrekken bij het eerstvolgende overleg.

Tweede termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er is natuurlijk niet zo veel eerlijks aan als de natuurlijke hulpbronnen, die van niemand specifiek zijn maar van ons allemaal, worden geplunderd en vervolgens wegvallen voor toekomstige generaties. Maar dat moet de SGP maar intern oplossen. Bijvangst is iets waarvoor je je moet schamen. Wij hebben een sector opgetuigd en wij hebben geaccepteerd dat er levende wezens uit de zee werden gehaald waarvan vervolgens gezegd werd -- in het extreemste geval met betrekking tot 90% van de vangst -- "dat heb ik niet nodig want daar krijg ik geen geld voor, dus dat gooi ik dood overboord". Ik wil de staatssecretaris aansporen om zich vooral sterk te maken voor een goede aanlandingsplicht. Dat is de enige juiste route.
Wat MSY betreft: ik wil dat Nederland vasthoudt aan de eerdere belofte dat wij in 2015 op dat niveau zitten. Hoezo "waar mogelijk met een uitloop naar 2020"? Dan is er weer acht jaar de tijd om een beetje aan te "frutten". Ik ontvang graag een toezegging. Over de Salomonseilanden en de tonijnakkoorden ben ik blij te horen dat Nederland een voorbehoud zal maken en vasthoudt aan de eis dat eerst de evaluatie wordt afgewacht. De motie hierover staat nog steeds. Ik denk dat wij ons uiteindelijk tegen het akkoord moeten verzetten omdat tonijnvangst nooit duurzaam is. Ik wacht echter de reactie van de staatssecretaris af. Ik hoop dat dit onderwerp de komende Visserijraad niet wordt afgehamerd.
Mijn volgende punt is de toegang tot de visbestanden. Ik heb gevraagd of hieraan criteria gesteld worden. Volgens mij is de staatssecretaris niet ingegaan op deze vraag. Kan hij dat alsnog doen?
Wat de pulsvisserij betreft: bezint eer je begint, geen ruimere toelating. Er is nog veel onduidelijk. Straks zitten wij weer met schepen waarover van alles te zeuren valt.