Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en visse­rijraad


21 november 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Afgelopen maandag liet de slag om Brussel zien wat we eigenlijk al een beetje weten, namelijk dat Europees subsidiegeld wordt gebruikt om megastallen te financieren. In dit geval gebeurt dat in Roemenië, waar de grootste varkensproducent ter wereld, een Amerikaans bedrijf, voor het plaatsen van 50 megastallen tussen 2008 en 2010 €600.000 heeft gekregen. Dat was ten tijde van de bankencrisis; ik zeg het maar even. We hebben kunnen zien dat lokale boeren het loodje leggen en het niet aankunnen. Wat ik zeer schokkend vond, was dat de Europese ambtenaar aan wie werd gevraagd of dat wel klopte zei "ja, die €600.000 is prima, want dat gaat allemaal volgens de regels". Aan hem werd ook gevraagd of het dan niet erg was dat die kleine boeren door de komst van zulke veefabrieken het loodje legden. Daarop zei hij: "Nee, hoor, want dat is in Nederland en Duitsland ook allemaal gebeurd. Zo gaat het. Roemenië als geheel profiteert van deze ontwikkeling." Nou hoop ik dat wij allemaal wel een beetje weten dat er sinds de zeventiende, achttiende eeuw fundamentele kritiek is geuit op de theorie van het grootste goed voor de kleinste groep mensen, want daarmee laat je de mensen aan de onderkant gewoon keihard in de kou staan. Ik hoor graag van de staatssecretaris dat hij zich gaat inzetten voor het beëindigen van de subsidies aan megastallen, direct of indirect, via de Europese belastingpot.

De SP heeft al gesproken over het vossen- en chinchillabont. Het is onverteerbaar dat dit handelsverbod niet ingesteld zou kunnen worden. Ik wil de staatssecretaris vragen om een toezegging te doen op de vragen van de SP. Ik vraag hem ook te pleiten voor een Europees verbod op het fokken van dieren vanwege hun bont. Vanuit de gedachte van het level playing field zou de staatssecretaris dat moeten omarmen, want in Nederland houden we geen vossen en chinchilla's meer voor hun bont, en hopelijk houden we daarvoor binnenkort ook geen nertsen meer. Het zou een mooie opdracht kunnen zijn. Er ligt ook een aangenomen motie waarin de regering wordt verzocht in Europa te proberen om de handen voor een verbod in heel Europa op elkaar te krijgen. Ik ga in op de diepzeevisserij. Wij zijn er blij mee dat de staatssecretaris de voorgestelde reducties voor een aantal soorten accepteert en dat hij inziet dat kwetsbare diepzeesoorten bescherming nodig hebben, maar we hebben wel zorgen. De staatssecretaris schrijft namelijk dat de Europese Commissie in haar voorstellen de wetenschappelijke adviezen volgt, maar ons bereiken andere geluiden. Wij hebben gezien dat wetenschappers hebben geadviseerd om de visserij op sommige populaties zoals de rondneusgrenadier, de blauwe leng en de Japanse goudbrasem geheel te sluiten. De Commissie lijkt dat advies te negeren. De staatssecretaris erkent de cijfers. Met 60% waren de quota voor de diepzeevisserij hoger dan was geadviseerd. We hebben vaker gezien dat dit is gebeurd. Kan de staatssecretaris hier opheldering over geven? Als de Europese Commissie inderdaad de wetenschappelijke adviezen naast zich neerlegt, wil de staatssecretaris zich dan op het standpunt stellen dat die gewoon gevolgd moeten worden? Wij horen geluiden die erop wijzen dat illegaal gevangen diepzeehaaien via een maas in de wet toch worden gebruikt voor het winnen van leverolie.

De mazen in de netten zou je voor de vissen zo groot mogelijk willen hebben, maar helaas zitten er mazen in de wet waar zij last van hebben. Het lijkt erop dat leverolie wel gewoon op de Europese markt mag worden gebracht, maar de haaien niet. Is de staatssecretaris daarvan op de hoogte? Is hij net als wij van mening dat dit maas in elk geval moet worden gedicht? Het protocol met Madagaskar wordt genoemd in het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van oktober, maar het staat niet op de geannoteerde agenda van nu. Het gaat om een akkoord waarin vangstmogelijkheden voor tonijn zijn opgenomen, terwijl die soort ernstig onder druk staat. Ik wil graag weten of besluitvorming plaatsvindt, want dan willen wij er wel wat van zeggen. Wij maken ons nog steeds grote zorgen over Mauritanië, zeker gelet op het rapport van IMARES uit 2011. Andere woordvoerders hebben hier vragen over gesteld en de staatssecretaris geprezen voor de licht gewijzigde koers. Ik meen echter dat we helemaal geen protocol met Mauritanië moeten willen omdat het er niet goed gaat. Ik wil graag weten welke conclusies de staatssecretaris verbindt aan de notitie van IMARES.

[...]

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Allereerst mijn complimenten aan de staatssecretaris. Hij is voortvarend begonnen. Ik dank hem voor de brief over de uitvoering van de motie-Slob van 16 december 2010 over de geassocieerde soorten. We hebben er bijna twee jaar op moeten wachten, maar het is goed om te lezen dat wordt gewerkt aan een verbetering van de wetenschappelijke onderbouwingen voor bestandsschattingen. Ik wil eerst ingaan op de visserij en daarna op het GLB.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil even duidelijkheid over de positie van de ChristenUnie inzake de ecosystemen in zee. Wij mogen vaak horen dat de ChristenUnie het rentmeesterschap uitdraagt. Diepzeevissen zijn heel kwetsbaar. In een rapport over de Europese diepzeevisserij hebben we gezien dat het niet goed gaat. Ik ben dan toch wel erg teleurgesteld dat de ChristenUnie zich niet op het standpunt stelt dat de wetenschappelijke adviezen leidend moeten zijn. Zij neemt dus risico's met de kwetsbare ecosystemen van de diepzeevissen. Ik begrijp dat niet goed.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Laat ik vooropstellen dat ik hier het woord voer namens mijn collega Slob. Ik vind het lastig om hier specifiek op te reageren. In het algemeen kan ik zeggen dat wij het beheer van Gods schepping hoog in het vaandel hebben staan. De ecologische situatie van de diepzeevissen hoort daar absoluut ook bij. Tegelijkertijd is er een visserijsector met economische belangen. Beide belangen goed voor het voetlicht brengen en recht doen aan beide belangen vraagt voortdurend om een zoeken naar evenwicht. In dat spanningsveld opereren wij. Zonder de ogen te willen sluiten voor de belangen van de visserijsector kiezen wij voor de ecologisch waardevolle wateren. Daar staan wij voor, maar er is ook een economische realiteit. Het blijft een zoektocht.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken:

[...]

Ik maak even een sprongetje naar die €600.000 voor dat Amerikaanse bedrijf in Roemenië. Ter voorkoming van eventuele misverstanden: dat bedrijf heeft er ook 60 hectare grond bij. Dat is dus de grondslag voor die eventuele subsidie. Dat staat los van het feit dat het om
een multinational gaat of dat het een Amerikaans bedrijf is. Ik heb heel goed gehoord wat de analyse is. Volgens mij kunnen wij ons allemaal wel voorstellen dat dit in een land als Roemenië een ontzettende schokbeweging veroorzaakt. Ik heb tijdens de schorsing even
gevraagd hoe het precies zit. Het is echt de bevoegdheid van de lidstaat zelf. Lidstaten bepalen uiteindelijk of ze op deze manier zo'n bedrijf wel of niet faciliteren en een subsidie geven. Ik sta zelf op de lijn dat als je een land verder wilt brengen, het dan mooi zou zijn als je lokale agrariërs helpt om stappen vooruit te zetten. We kunnen het er hier wel over hebben, maar het is echt de bevoegdheid van de lidstaat Roemenië zelf. Wat mij betreft, mogen ze het anders doen. Ik wil ook niet net doen alsof ik daar geen opvatting over heb, want die heb ik wel. Ik zal maar eens beginnen met gewoon aan mijn Roemeense collega vragen hoe het nu precies werkt en waarom zij die keuze hebben gemaakt. Ik ga niet meteen zeggen: dat doen jullie niet goed. Dan weet de Kamer ook met welke houding ik daar naartoe ga. Ik houd ervan om eerst maar eens om een toelichting te vragen voordat ik zelf tot een oordeel kom.

[...]

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of leverolie op de EU-markt wordt toegelaten. Ik kan daar op dit moment niets over zeggen. Ik zal dat navragen.

[...]

Mevrouw Ouwehand heeft nog een vraag gesteld over het visserijprotocol tussen de EU en Madagaskar. Op grond van dat protocol krijgen EU-vaartuigen toegang tot de wateren bij Madagaskar. De EU trekt daar 1,5 miljoen voor uit. Een derde van dat bedrag is bedoeld voor de versterking van de lokale visserij. Er rijzen geen bezwaren als het gaat om de duurzaamheid. Er is op dit moment geen sprake van een te hoge druk op de tonijnsoorten in de Indische Oceaan. Er is wel een politiek knelpunt als gevolg van de staatsgreep in 2009. De EU heeft alle steun aan Madagaskar opgeschort tot de constitutionele orde is hersteld. In mei volgend jaar zijn nieuwe verkiezingen gepland.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We kunnen van mening verschillen over de duurzaamheid van het protocol met Madagaskar. Heb ik de staatssecretaris goed begrepen dat een verlenging van het protocol of een nieuw protocol niet aan de orde zal zijn totdat daar nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden? Dan hoeven we op dit moment namelijk niet in actie te komen.

Staatssecretaris Verdaas: Natuurlijk moet dat protocol met Madagascar uiteindelijk ook bijdragen aan een duurzame visserij. Het gaat dus niet alleen om het belang van de Nederlandse sector. Als een protocol wordt gesloten waar vervolgens geen gebruik van wordt gemaakt, zal het draagvlak binnen de Unie om dat protocol te handhaven, uiteindelijk wegvallen. Dat is ook wel terecht, omdat dan de vraag op tafel moet worden gelegd of je met die 70 miljoen per jaar niet beter andere duurzaamheidsdoelen zou kunnen realiseren. Het doel verdwijnt daarmee dus niet, het politieke draagvlak zal alleen wel verschuiven.

[...]

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of een verlenging van het protocol met Madagascar wordt opgeschort totdat nieuwe verkiezingen hebben plaatsgevonden. Ik krijg zojuist te horen dat dit dan terugkomt in de Raad. Dat is nog onder voorzitterschap van Cyprus, dus dat zal nog dit jaar gebeuren. Dan wordt bekeken hoe dat in de toekomst een vervolg krijgt. Dat wordt dus nog onderwerp van gesprek.

[...]

Staatssecretaris Verdaas: Er is gesproken over het verbod op de handel in vossen- en chinchillabont. Het verzoek van de Kamer om in Europees verband aandacht te vragen voor een verbod op het houden van vossen en chinchilla's voor de bontproductie dateert al uit 2008. In Nederland bestaat dit verbod al vanaf 1998. Dat is ook in gang gezet. De inwerkingtreding van dat handelsverbod is afhankelijk van de verplichtende notificatie van dat voornemen in EU-verband. Dat houdt met zoveel woorden in dat de in tien lidstaten en een aantal derde landen geharmoniseerde en bindende EU-normen voor dierenwelzijn geen ruimte laten voor een nationaal verbod op de handel in vossen- en chinchillabont. Daarmee is op dit moment dus geen generiek verbod mogelijk. Dat betekent dat er geen andere mogelijkheid is dan het schrappen van het handelsverbod. Dat leidt tot een infractieprocedure bij het Europese Hof van Justitie. De reacties op die notificatie zijn op 2 november vertrouwelijk ter inzage gelegd bij de Kamer. Er is dus nog wel enig perspectief in Europees verband, maar het loopt nog. Dat doet echter niets af aan onze inzet om dat verder te brengen. Er is voorts gesproken over een invoerverbod op chinchillabont. Gevraagd is of een onafhankelijk juridisch onderzoek nog iets kan toevoegen. Er is door deskundige juristen al zo veel op gestudeerd, dat een dergelijk onderzoek naar ons gevoel niets meer zal toevoegen. De inzet blijft gewoon hetzelfde, maar extra onderzoek zal niets bijdragen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Prima. Ik heb nog een vraag. Kent de staatssecretaris toevallig de motie-Ouwehand inzake een Europees verbod op het fokken van nertsen voor de bontproductie? Het lijkt me dat er op Europees niveau een algeheel verbod moet komen op het fokken van dieren voor de bontproductie. Wil het kabinet zich daarvoor inzetten?

Staatssecretaris Verdaas: Mevrouw Ouwehand heeft nog gesproken over de pelsdieren. Daarvoor geldt eigenlijk hetzelfde. Ik wil niet in de verleiding komen om nu te zeggen: dat gaan we ook wel even oppakken en regelen. Ik wil ook in dat opzicht bezien hoe het speelveld in Europa eruitziet en mijn energie richten op die gebieden waar ik kansen zie om stapjes vooruit te zetten. Ik heb de motie zojuist gelezen. Die is helder. Volgens mij is er al een algemeen overleg over de pelsdieren geagendeerd. Ik stel voor om er in dat kader wat uitgebreider met elkaar over te spreken, zodat ik ook wat beter voorbereid op dat onderwerp kan ingaan.