Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad 10 en 11 november


5 november 2014

Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visserijraad 10 en 11 november

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over de Raadsverordening voor de diepzeebestanden. De staatssecretaris schrijft dat er wordt gestreefd naar het bereiken van de maximum sustainable yield (MSY). Als er weinig gegevens voorhanden zijn, wordt de benadering voor gegevensarme bestanden gevolgd. Pas als de bestanden een zorgelijke toestand hebben, volgt de nul-TAC. Dat betekent dat er niet wordt gevangen. Ik vind streven naar een duurzaam niveau te minimaal. Wat betekent "de benadering voor gegevensarme bestanden"? Die diepzeevissen zijn extreem kwetsbaar. Ik vraag de staatssecretaris om in te zetten op een "niet vangen tenzij"-benadering.

Ik schrik ook van de gematigde en stapsgewijze ophoging van de vangstmogelijkheden voor de blauwvintonijn, die de Europese Commissie voorstelt. Die zou verantwoord en gerechtvaardigd zijn. Ik heb daar bijgeschreven: nee. Toen ik las dat de staatssecretaris dit kon steunen werd het: nee-ee-ee, dat moeten we niet doen. Dank voor de inzet om een bestandsbeoordeling in 2015 voor elkaar te krijgen. Tot het zover is, is het niet verstandig, verantwoord en gerechtvaardigd om ophoging van de vangst van de blauwvintonijn te steunen.

De Europese Commissie heeft een voorstel gedaan voor de haringbestanden. De Raad heeft ingestemd met een geringere verhoging van de TAC dan voorgesteld. Ik heb begrepen dat het om een verhoging van 32% gaat. Ik vind dat niet gering en ik vraag me af of het verantwoord is als het klopt. Kan de staatssecretaris hierop reageren?

Over het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) heb ik ook een opmerking. De staatssecretaris zou de visserijcapaciteit van de Nederlandse vloot bekijken. Wanneer krijgen we daar meer informatie over? Uit een rapport van Greenpeace blijkt dat er overcapaciteit is. Kan de staatssecretaris dit bevestigen? Heeft zij al een actieplan? We zijn ook benieuwd naar de invulling van artikel 17 van het GVB, de criteria voor vangstmogelijkheden. Dat artikel wordt veranderd. Welke ecologische criteria worden daaraan verbonden? Op welke manier worden de vangstmogelijkheden vanaf volgend jaar vastgesteld?

Het is heel goed dat de staatssecretaris een dierenwelzijntop gaat organiseren. Wij horen graag dat het over dierenwelzijn gaat en dat het geen verkapte promotie van de Nederlandse vee- en vleesindustrie wordt. Dan kunnen we toekomstige moties uit deze Kamer die daarom vragen, misschien alvast terugduwen.

Iedereen vindt het erg dat er legbatterijeieren uit Oekraïne komen. In het EP hebben de Partij van de Arbeid, het CDA, de VVD, D66 en GroenLinks echter gewoon voor het vrijhandelsakkoord gestemd, dat juist zorgt voor de import uit Oekraïne. Ik stel voor dat we dit niet meer doen. De staatssecretaris maakt zich zorgen over het gelijke speelveld en wil in de akkoorden inzetten op dierenwelzijn. In het kader van de WTO moet worden ingezet op dierenwelzijn als non-trade concern (NTC). Dat is mooi. We steunen die inzet, maar de WTO gaat over niet-gereguleerde wereldhandel en vrijhandelsakkoorden reguleren juist de handel tussen twee of meer landen. Ook als het staatssecretaris zou lukken om dierenwelzijn als NTC op te nemen binnen de WTO, hoe zit het dan met de akkoorden die bilateraal worden gesloten? Kan ze dit illustreren aan de hand van hetgeen nu speelt in Oekraïne, in het licht van de inzet in WTO-verband?

Het EP stemt volgende week over het gentechvoorstel, dat lidstaten in theorie de mogelijkheid zou moeten geven om teelt van gengewassen te verbieden. In de praktijk houden de gentechbedrijven de macht en zal een juridisch verbod geen stand houden. De rapporteur roept op om de verbodsgronden uit te breiden, precies wat de Kamer ook al heeft gevraagd in de aangenomen motie van de Partij voor de Dieren. Die motie wordt niet helemaal goed uitgevoerd. Ik zou het op prijs stellen als het kabinet een appreciatie stuurt van de stemmingen in het EP. Die mag ook van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu komen.

Voor de biologische regelgeving heb ik nog een halve minuut. De VVD sprak er zonet ook over. Dat is fijn, want we zijn bondgenoten op dit dossier. Dat gebeurt niet zo vaak. Dank voor de stand van zaken. We zijn het in grote lijnen eens dat de voorstellen van de Commissie de biologische landbouw op een achterstand zetten, omdat die niet proportioneel zou zijn. De voorstellen zullen een grote negatieve invloed hebben op de innovatieve biologische landbouw. Andere lidstaten zijn ook kritisch. Dat is goed. De staatssecretaris heeft beloofd de effecten van het voorstel op ontwikkelingslanden in kaart te brengen. Kan zij daar al meer over zeggen? Het is goed nieuws dat de staatssecretaris intussen al bijna bereid is om er bij de Europese Commissie op aan te dringen om het huidige voorstel in te trekken. Daar had ik haar eerder met steun van nota bene de CDA-fractie toe opgeroepen. Houd dat vol.

Tot slot de WTO-uitspraak over zeehondenbont. We hebben gelezen dat minister Ploumen meent dat de EU haar regime met betrekking tot de handel in zeehondenbont moet aanpassen. Wat betekent dat? Betekent dat dat de uitzondering voor inheemse jagers ongedaan wordt gemaakt? Heeft de Europese Commissie een herziening in voorbereiding? Wat zijn de volgende stappen in het proces? Wat betekent het als Europa zijn standpunt vasthoudt en het regime niet aanpast? En wat is de inzet van Nederland?

Interrupties bij andere partijen

De heer Bosman (VVD): Voorzitter. Mijn eerste punt betreft de Russische boycot. Deze boycot heeft voor veel boeren en tuinders grote gevolgen voor hun bedrijfsvoering. Wij zijn het er in dit huis over eens dat we de Nederlandse agrosector moeten steunen bij het opvangen van de klap. Aangezien we niet weten hoe lang deze boycot duurt, moeten we onze Nederlandse boeren en tuinders ondersteunen bij het vinden van alternatieve afzetmarkten. Geef een ondernemer subsidie en hij heeft inkomen voor één dag. Open nieuwe afzetmarkten met hem en hij heeft een eigen inkomen voor langere tijd. Een mooi voorbeeld is de Nederlandse peer in China.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat een verrassend inzicht bij de VVD-fractie. Kunnen we concluderen dat de VVD voortaan altijd aan de kant staat van de partijen die die subsidies, ook in de land- en tuinbouw en visserij, niet willen omdat ze de markt verstoren? Voert de VVD dit consequent door? Zegt de partij het niet alleen in verkiezingstijd als het over dat slechte Europa gaat?

De heer Bosman (VVD): Ik wil het best herhalen, want het is een prima punt voor de VVD. Wij zijn altijd tegen subsidies. Dat weet mevrouw Ouwehand. Wij zijn ook voor een gelijk speelveld. Dat moet je altijd in ogenschouw nemen. Als het speelveld wordt scheefgetrokken als we in Nederland eenzijdig andere stappen zetten, dan moeten we dat niet doen. Dat moeten we gezamenlijk doen. Dan is het belangrijk dat je afspraken maakt en in gezamenlijkheid verdergaat. Dan komen we tot de beste oplossing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Superfijn. We hebben dus de VVD-fractie aan onze kant als we dit kabinet vragen om een einde te maken aan alle subsidies voor landbouw en visserij in Europees verband, dus niet alleen in Nederland. Die fractie heeft dus geen last van tijdelijk geheugenverlies als het op de stemmingen aankomt.

De heer Bosman (VVD): Volgens mij werkt dit kabinet aan het afbouwen van subsidies. Dat is ondersteuning van beleid. Mevrouw Ouwehand kent het standpunt van de VVD over moties.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken

Staatssecretaris Dijksma:

Een aantal woordvoerders hebben gevraagd naar de voorstellen van de Europese Commissie inzake de biologische landbouw. Mevrouw Ouwehand heeft het verschil in appreciatie van wat er voorligt en het proces goed verstaan. Ik zeg daar zo nog iets over. In juni heb ik al met de Kamer gesproken over de voorstellen van de Europese Commissie inzake de biologische productie en de etikettering. Ik heb toen gezegd dat ik de Kamer ook schriftelijk zou informeren over de voortgang. Nederland heeft vanaf het begin een heel kritische lijn gevolgd. Wat nu voorligt, is voor ons niet acceptabel. Als dit het zou zijn, stemmen we tegen. Dat is helder. Maar dit moet het natuurlijk niet worden. De vraag is steeds hoe we dat kunnen bereiken. Een deel van de Kamer, een bijzonder verbond van de leden Geurts en Ouwehand, zei dat het moest worden ingetrokken. Ik weet dat nog lang niet alle kritische lidstaten dat standpunt uitdroegen. Ik heb dus steeds gezegd daarmee te wachten. Zo zal Slowakije als voorzitter van de Visegrádgroep dit onderwerp met Roemenië, Bulgarije en Slovenië aan de orde stellen onder Diversen. Dat is niet omdat ze het allemaal geweldig vinden. Ik heb tijdens de Landbouwraad in Milaan hierover informeel gesproken met de Duitsers, de Oostenrijkers, de Fransen en de Belgen. Dat heb ik ook schriftelijk gemeld. We hebben toen twee dingen vastgesteld. Wij zijn erg kritisch en zoals het nu voorligt, mag het niet worden. De Commissie moet het voorstel heel drastisch aanpassen. Ik heb in de schriftelijke verklaring aangegeven om welke punten het ons gaat. Het zijn er veel. Mocht het zo zijn dat men eigenlijk geen aanpassing wil en het onder het Italiaanse voorzitterschap wil afhameren, dan doe ik het voorstel om het in te trekken. We komen er dan niet uit en moeten een andere route bewandelen. Dat is mijn strategie. Die strategie heb ik met een aantal collega’s besproken. Het gaat te ver om te zeggen dat ze dit al steunen, maar ik ben bezig om de geesten rijp te maken voor zo’n stap. Ik leg al mijn kaarten hier op tafel. Afhankelijk van de vraag of we wel of niet verder komen met dit dossier blijf ik op een goede manier meepraten. Ik wil mezelf niet buiten spel zetten door als enige te zeggen "laat maar zitten". Dat zou jammer zijn. Als het echt de verkeerde kant op dreigt te gaan beloof ik dat ik tijdig aan de noodrem trek, met alle kracht die ik heb.

(…)

Diverse woordvoerders spraken over de eieren uit Oekraïne. Mevrouw Ouwehand stelde daarbij terecht vast dat het associatieverdrag en het vrijhandelsakkoord in 2015 in werking treden. Dan is Oekraïne ook gebonden aan aanpassing van de dierenwelzijnswetgeving. Dat is van belang. Inderdaad hebben niet alleen mijn partij, de Partij van de Arbeid, maar ook het CDA en de VVD voorgestemd in de Europese Raad. Dat moeten we als uitgangspunt nemen. Dat is niet voor niets, want het verhaal is natuurlijk groter dan dit punt. Daarmee wil ik dit punt niet wegpoetsen. Het is voor mij een principieel punt. Ook in de afgelopen Raad heb ik ervoor gepleit dat we bij Oekraïne aandringen op het op een lijn brengen van de wetgeving, ook op het terrein van dierenwelzijn. Nederland heeft bij de definitieve stemming over dit onderwerp in het beheerscomité van 29 oktober, als enige tegen het liberaliseren van de tarieven voor eieren die niet aan de EU-welzijnseisen voldoen gestemd. Omdat we alleen stonden, heeft het uiteindelijk geen verschil gemaakt. We moeten op dit onderwerp dus steun zoeken. We moeten elkaar in Nederland niet de maat nemen op wie er op de bres staat voor de eierproducenten in ons land, wat toch een beetje dreigde te gebeuren, want de grote partijen hebben in Brussel eensgezind voorgestemd. De Kamer, in ieder geval deze commissie, zegt eensgezind dat ze het op dat ene punt graag anders had gezien. We kunnen vaststellen dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, behalve mevrouw Ouwehand. Die heeft echt een andere positie, ook Europees. Dat is niet erg, maar dan hebben we de omgevingskleur weer even verkend. Ik hecht eraan om dit te zeggen. Ik zie de heer Geurts lachen. Hij wil ook nog wat zeggen. Dat hoopte ik al.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb de staatssecretaris gevraagd te schetsen hoe de inzet om in WTO-verband dierenwelzijn als NTC erkend te krijgen zich verhoudt tot individuele bilaterale vrijhandelsakkoorden, zoals met Oekraïne, Canada en de VS. Daar zien we dat de druk wordt opgevoerd over het feit dat dierenwelzijn geen reden mag zijn om handel te weigeren. Ik kan me voorstellen dat de staatssecretaris dit niet zo in een algemeen overleg uiteenzet. Een nadere duiding daarvan op papier zou ik fijn vinden. Kan ze dit toezeggen?

Staatssecretaris Dijksma: Ik zeg nog iets over dit thema in het derde blok. Waarschijnlijk zal het antwoord niet bevredigend zijn voor mevrouw Ouwehand. Het lijkt me goed nu al te zeggen dat ik er in het verslag van Landbouwraad nader op in zal gaan. Het voert wat verder dan wat we nu uit onze mouw kunnen schudden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Prima. Als het op schrift staat, kunnen we het nauwgezet nalezen. Dat is misschien nog wel een betere oplossing. Dank daarvoor.

(…)

Staatssecretaris Dijksma: Hoe zitten de ecologische criteria voor de vangstmogelijkheden in de regelgeving en wat wordt volgend jaar vastgesteld? Dit betreft de verdeling van de Nederlandse quota over de vissers. Daarbij moeten we onder andere rekening houden met ecologische criteria. Dat speelt in 2015. Mijn voorstel is om daarover te zijner tijd een brief te sturen aan de Kamer. Ik begrijp dat mevrouw Ouwehand alles graag op papier naleest. Daarin kom ik haar dus tegemoet.

Mevrouw Ouwehand sprak met zorg over de blauwvintonijn. Toen ze de brief las was haar gevoel eerst "nee" en vervolgens "nee-ee". Dat gevoel had ik toen ik hoorde dat het voorzitterschap erop uit is een compromis voor te leggen waarbij de vangstmogelijkheden verder worden verruimd dan het voorstel van de Europese Commissie. De kans dat dit voorstel het haalt is groot. Toen riep ik "nee-ee". Mijn voorstel is dat ik me daartegen verzet, maar deze kant gaat het wel op. De Nederlandse positie is er een van voorzichtigheid. Ik heb geanalyseerd wat de Commissie zegt. Het is lastig wanneer er een advies op basis van wetenschappelijke modellen voorligt. Daar heeft mevrouw Ouwehand gelijk in. Wij zijn altijd degenen die ons baseren op wat er aan wetenschap is. Juist daarom heb ik gezegd dat er van de beschikbare modellen meetgegevens moeten worden gemaakt, en sneller dan men van plan was. Dan weten we precies waar we het over hebben, dus dat is onze inzet.

De diepzeevisbestanden zijn kwetsbaar. We kiezen wel een level playing field tussen alle regio’s. We volgen daarin altijd de wetenschappelijke benadering. Onze inzet is dat het speelveld niet zozeer op basis van modellen maar op basis van reële meetgegevens wordt beoordeeld. Het Europese speelveld gaat nu richting een verruiming van de vangstmogelijkheden op de blauwvintonijn. Daar zal ik me tegen verzetten. Ik zal precies uitleggen waarom, net zoals ik dat hier doe, en nog eens proberen om de gegevens sneller te verkrijgen. Dat lijkt mij zeer noodzakelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De ontwikkelingen rond de blauwvintonijn zijn zorgelijk. Ik begrijp dat het geen enkele zin heeft dat de staatssecretaris zich inzet voor een verlaging. Ze moet zich met alles wat ze in zich heeft verzetten tegen een verhoging. Klopt dat? Misschien zou een motie helpen. Heb ik goed begrepen dat ik geen antwoord heb gekregen op mijn zorgen over de diepzeevisbestanden? Mevrouw Dikkers had daar ook vragen over. Wat betekent het "te zijner tijd naar de Kamer sturen" van de nieuwe criteria voor het vaststellen van de vangstmogelijkheden? Wanneer krijgen we die?

Staatssecretaris Dijksma: Dat laatste moet ik navragen. Dat weet ik niet uit mijn hoofd. De insteek is dat wij de Kamer informatie sturen op een moment dat de Kamerleden er nog iets over kunnen zeggen. Ik heb al iets gezegd over de diepzeebestanden. Die zijn zeer kwetsbaar en er zijn te weinig gegevens. Daarom worden TAC’s gelukkig vaak gereduceerd. We hebben die gegevens wel nodig. Onze inzet is ervoor te zorgen dat we die krijgen. Het probleem is dat een level playing field voor alle regio’s ook een gelijke benadering van gegevensbestanden met zich meebrengt. We kunnen dat bij de Middellandse Zee niet opeens anders aanpakken. Dat is het lastige ervan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp het niet goed. Ik weet niet of het door de beantwoording van de staatssecretaris komt, maar in mijn beleving zijn nu de antwoorden over de International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas (ICCAT), de jaarvergadering over de blauwvintonijn, verweven met de antwoorden over de diepzeebestanden, waarover we in de Landbouwraad spreken. Kan dat kloppen of zit ik er helemaal naast? De staatssecretaris begon met antwoorden over de blauwvintonijn en toen ging het ineens over de diepzeebestanden. Volgens mij zijn dat twee verschillende routes.

Staatssecretaris Dijksma: Ik weet niet waarom dat per se twee verschillende routes zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): In de Raad spreken we onder het Italiaanse voorzitterschap over een politiek akkoord over de vangstmogelijkheden van EU-schepen op diepzeevisbestanden. Daarnaast is er een internationale vergadering over de blauwvintonijn. Ik heb begrepen dat we daarin twee verschillende routes hebben.

Staatssecretaris Dijksma: Bij een ICCAT-vergadering komt Europa met een standpunt. Dat standpunt wordt in de Raad bepaald. Het komt er dus op aan in de Raad tot een verstandig standpunt te komen. Nederland en alle andere lidstaten komen met één standpunt. Zo werkt het; vandaar de koppeling.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik duik er nog even in. Dan kan ik in mijn tweede termijn desgewenst een verhelderende vraag stellen.

Staatssecretaris Dijksma: Dat is goed. Bij dit soort gremia werkt het nu eenmaal zo.

Ik heb al kort gesproken over de import van buiten de EU, in het kader van de Oekraïense eieren. De heer Geurts vroeg in relatie tot de dierenwelzijntop welke medestanders Nederland heeft. Medestanders zijn er genoeg. Dat zijn landen in Noordwest-Europa, Duitsland en Denemarken, de landen waarmee we de top organiseren. Ook Zweden kunnen we zeker tot de bondgenoten rekenen. Het gaat niet zo ver dat men producten uit derde landen wil weren die niet aan de dierenwelzijnseisen van de EU voldoen. Als we dat aan de orde stellen, gaan we in eenzaamheid ten onder. Daarvoor moeten we steun verwerven. Dat ben ik aan het doen.

(…)

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de herziening van de regels over zeehondenbont en het handelsverbod. De Europese Commissie is bezig met een analyse van de uitspraak en gaat na hoe ze hieraan gevolg kan geven. Mevrouw Ouwehand vroeg om een reactie op een uitspraak van de minister van Buitenlandse Handel. Het is beter als zij de discussie voert met de betreffende bewindspersoon.

Tweede Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dank voor de toezegging van de staatssecretaris om goed uiteen te zetten hoe de WTO, de NTC’s en de inzet zich verhouden tot trajecten op het gebied van vrijhandelsverdragen. Ik kan me voorstellen dat we dit inderdaad moeten oppakken met de minister voor Buitenlandse Handel. Die begrotingsbehandeling is over twee weken. Kunnen we de informatie voor dat moment ontvangen? De staatssecretaris zei dat ze er in het verslag van de Landbouwraad op in gaat. Als dat op tijd is, is dat prima. Anders kan het misschien in een aparte brief, zodat we het debat meteen met minister Ploumen kunnen voeren.

Het lijkt me goed dat het rapport over de Nederlandse vloot snel naar de Kamer komt. Dan kunnen we het naast de bevindingen van Greenpeace leggen en zelf kijken wat we ervan vinden.

Dan toch het misverstand. Ik heb de indruk dat de antwoorden van de staatssecretaris door elkaar liepen. Er ligt op deze Landbouwraad een voorstel voor over de diepzeebestanden en een voorbereiding van het Europese standpunt voor de jaarvergadering ICCAT, over de blauwvintonijn. Waar had de staatsecretaris het over toen ze zei dat het nog erger leek te worden, omdat het voorzitterschap komt met een compromis? Gaat dat over de diepzeebestanden of over de blauwvintonijn? Ah, de blauwvintonijn. Dat is ernstig. Ik had de staatssecretaris willen vragen om in te zetten op helemaal niet vissen, maar ik begrijp dat dat kansloos is. Ik hoor alsnog graag een antwoord op mijn vraag over de diepzeebestanden. Wij vinden het te vrijblijvend om alleen maar te streven naar een MSY. Ik wil ook weten wat bedoeld wordt met de benadering voor gegevensarme bestanden als er weinig gegevens voorhanden zijn. Mijn benadering zou zijn niet vissen, omdat die diepzeebestanden zo kwetsbaar zijn. Wat moeten we hierin zien?

Tot slot wil ik graag de bevestiging van de staatssecretaris dat de dierenwelzijntop echt een dierenwelzijntop wordt en dat we die niet gaan vervuilen met allerlei aanpalende onderwerpen die niet over dierenwelzijn gaan.