Bijdrage Ouwehand AO EU-voor­stellen voor biolo­gische productie en etiket­tering


4 juni 2014

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De herziening van de biologische wetgeving op Europees niveau lijkt uit te draaien op een ramp voor de biologische sector. De Partij voor de Dieren maakt zich daar echt grote zorgen over. Gelukkig deelt de staatssecretaris een groot aantal van die zorgen. Wij begrijpen de principiële insteek van de Europese Commissie op de biologische landbouw heel goed. De Partij voor de Dieren wil ook af van de vele uitzonderingen, de derogaties, die nu nog mogelijk zijn in de biologische landbouw maar eigenlijk haaks staan op de principes. Wij willen zo snel mogelijk af van het onthoornen van kalfjes en het gebruik van niet-biologisch veevoer en niet-biologische ingrediënten. Wij moeten echt naar 100% biologisch uitgangsmateriaal. Dat moet natuurlijk wel allemaal mogelijk zijn en er niet toe leiden dat meer dan de helft van de biologische producenten niet meer door kan werken. De termijnen die de Commissie nu, zonder ondersteuning, hanteert, lijken daar wel op uit te draaien. Daar hebben wij de grootste zorg over.

De Commissie trekt verder onder andere via schimmige gedelegeerde handelingen tal van bevoegdheden naar zich toe, waarvan wij de inhoud nog niet kennen. Ook bij andere pakketten maken wij ons daar voortdurend zorgen over. Het onmogelijk maken van extra nationale regels, waardoor in Nederland bijvoorbeeld huisdierenvoer biologisch gecertificeerd kan worden, is een inbreuk op de beleidsvrijheid van lidstaten. Wij maken ons zorgen over de effecten van dit voorstel op biologische boeren in ontwikkelingslanden. Het systeem dat vier jaar geleden is opgetuigd met gelijkwaardige derde landen en gelijkwaardige controle-organisaties, wordt vervangen door een systeem op basis van handelsakkoorden en overeenkomstige controle-organisaties. Volgens mij worden producenten en exporteurs van bijvoorbeeld koffie, thee en bananen, producten die wij nu eenmaal niet produceren in de Europese Unie, hierdoor onnodig in de moeilijkheden gebracht. Het huidige systeem werkt volgens ons prima en hoeft dus niet gewijzigd te worden. Deelt de staatssecretaris die analyse?

De Partij voor de Dieren vindt het van groot belang om de biologische sector krachtig te ondersteunen, omdat die een duurzaam alternatief vormt voor de intensieve veeteelt en landbouw die ten koste gaan van mens, dier en milieu. Wij stellen daarom voor dat de staatssecretaris snel op pad gaat om een coalitie te smeden met andere landen die de biologische landbouw eveneens een warm hart toedragen, zoals Duitsland en Oostenrijk. Als zij samen een voorstel doen om de huidige verordeningen te moderniseren in plaats van geheel nieuwe wetgeving te introduceren, hebben wij de kans om onze innovatieve biologische sector vooruit te helpen in plaats van op een achterstand te zetten. Zo kunnen wij een aantal omissies in de huidige regels, bijvoorbeeld een duidelijke definitie van de grondgebonden teelt -- in volle grond dus en niet in substraat -- goed borgen op Europees niveau. Wij stellen voor dat de staatssecretaris met een goed voorstel komt. Laat de Commissie het voorliggende voorstel intrekken. Graag krijg ik hierop een reactie.

Tot slot is het ook van belang om het onderzoek in de biologische sector meer te ondersteunen. De ontwikkeling van biologisch uitgangsmateriaal heeft niet alleen meer tijd nodig, maar ook meer geld. Ik stel voor dat de staatssecretaris met de biologische sector een plan van aanpak maakt om zo snel mogelijk een einde te maken aan derogaties in de biologische landbouw. Daar kunnen harde deadlines in worden opgenomen. Ik hoop dat de termijnen die de Europese Commissie daar nu voor zet, gehaald kunnen worden. Het lijkt mij van belang dat de weg daartoe ondersteund wordt. Graag krijg ik een reactie op het voorstel tot een plan van aanpak en de oproep om het huidige voorstel van tafel te krijgen.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik heb geen aparte blokjes, maar ik zal proberen om mijn bijdrage echt kort en bondig te houden. Uiteraard zal ik de individuele vragen die zijn gesteld zo goed mogelijk beantwoorden. Maar misschien moeten we gewoon vaststellen dat we het inhoudelijk helemaal eens zijn.

Uit het BNC-fiche blijkt al dat het kabinet zeer kritisch is over de voorstellen van de Europese Commissie. Wij moeten ook vaststellen dat wij niet denken dat met deze voorstellen onze biologische sector en die in Europa een dienst bewezen wordt. Ik zeg het maar even heel hard. Ieder voor zich heeft, of het nu gaat over de innovatiekracht of over de vraag of je gangbaar en biologisch op één bedrijf mag houden, vastgesteld waarom we kritisch zijn. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben blij dat we het eens zijn over de inhoud, maar ik ben nog niet helemaal overtuigd van de strategie. Ik wil aan de staatssecretaris vragen om in elk geval duidelijkheid te verschaffen over het moment waarop we die gele kaart in haar ogen dan wel zouden kunnen trekken. Ik voel namelijk wel een beetje aankomen dat we dan terugkrijgen: we zijn nu al zover, als we nu nog nee zeggen, staan we met lege handen. Het zou niet voor het eerst zijn dat we dat terugkrijgen van het kabinet.

Ik heb verder nog gevraagd wat het betekent voor ontwikkelingslanden. We zijn niet gelukkig met dit pakket, maar de ambities die daarin staan, namelijk dat je af moet van de derogaties in de biologische landbouw, steunen wij wel. Als we niet ook ondersteuning regelen voor het uitfaseren van die derogaties, zie ik niet voor me dat we daar komen, met welke deadline dan ook. Graag nog een reactie van de staatssecretaris op die punten.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Het pièce de résistance is inderdaad de strategie. Het lijkt mij goed om, net als we nu met de Denen doen op het punt van de transporttijd in de Europese Unie -- daar maken we een soort position paper voor -- zo'n soort voorstel ook te maken met de landen die ik net heb genoemd om onze wijzigingsvoorstellen kracht bij te zetten. Geen van de partners die wij hebben, heeft op dit moment het voornemen om een gele kaart te trekken. Dat vind ik van belang, want als wij dat als enige land zouden doen, zouden we ons daarmee als het ware al een beetje buiten de onderhandelingen plaatsen.

Mevrouw Ouwehand is niet overtuigd. Zij is eigenlijk bang dat ze een soort tunnel in wordt getrokken en dat er aan het eind van die tunnel nog maar één afslag is. Mijn stelling is dat we aan het eind van die tunnel gewoon kunnen zeggen of we het goed genoeg vinden of niet. Dat zullen we dan ook samen moeten doen. Mijn idee is dat je altijd op het moment dat je de voorstellen niet gewijzigd krijgt, ook niet als je met zo veel lidstaten bent en vrij ferm optreedt, een positie kunt innemen waarbij je zegt: dit doen we niet op deze manier. Maar als we dat nu zouden doen, zou dat niet leiden tot een meerderheid en daarmee het verdwijnen van de verordening. Het voelt dan misschien wel goed, maar het levert niets op. Die afweging moeten we dan maken. Ik doe dat ook altijd, want ik denk meestal een paar stappen vooruit en ik wil graag dat we nog een stukje verder komen op dit dossier. Ik ga dan ook nu niet voor de kortetermijnopluchting, maar voor wat langer door ploeteren. Op het moment dat ik echt denk dat we dit niet kunnen dragen, moeten we dat met elkaar vaststellen en dan kan dat het eindoordeel zijn. Zo simpel is het voor mij dan ook wel weer. Ik zal dan de verschillende zaken die hier genoemd zijn, meewegen.

Wat betreft de rapportage lijkt het mij inderdaad goed om die, als er nieuws is, op te nemen in de geannoteerde agenda. Dat kan dus soms per kwartaal zijn, maar als het nodig is vaker en als het niet hoeft minder vaak. Dat is volgens mij de makkelijkste route.

Wat betreft een aantal wat meer technische vragen het volgende. Mevrouw Ouwehand vroeg wat het betekent voor ontwikkelingslanden. Dat moeten we nog verder verkennen. Het is te vroeg om daar nu al een eindoordeel over te geven. Ik denk wel dat het van belang is om met elkaar vast te stellen dat het niet nadelig moet zijn voor ontwikkelingslanden. Dit lijkt me, net als de kosten, een van de aspecten waar we het voorstel op zullen moeten toetsen.

Ik ben het met mevrouw Ouwehand eens dat we toe zullen moeten werken naar het uitfaseren van derogaties. Dat heeft echter tijd nodig en dat moeten we op een goede manier doen. Dus ook daarover verschillen we niet van mening.