Bijdrage Ouwehand AO Confe­rentie Rio+20 en klimaat­beleid


12 juni 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het jaar 1972 was van groot belang voor het begin van de internationale milieudiscussie. In dat jaar verscheen het rapport van de Club van Rome met daarin een alarmerende boodschap over de bevolkingsaanwas, industrialisatie,
vervuiling, uitputting van grondstoffen en hun onderlinge samenhang. Was getekend: de Nederlandse regering, 8 maart 1991. Na het rapport van de Club van Rome in 1972 heeft het dus 20 jaar moeten duren voordat er een grote, belangrijke conferentie werd gehouden waarop afspraken werden gemaakt: Rio 1992. Weer twintig jaar later gaan we er nog een keer heen. De Partij voor de Dieren heeft al vaker gezegd: Stuur onze eindbaas, stuur Mark Rutte erheen. Dat scheelt weer een vliegtuigticket en een, naar ik heb begrepen nogal dure, hotelkamer.

Ik stel voor dat we in Rio een speech houden die wél wat bereikt. Dat we daar zeggen dat we in 1992 hebben afgesproken dat we de klimaatverandering zouden bestrijden, dat we land resources, hulpbronnen, zouden beschermen en beheren door ontbossing te bestrijden en door woestijnvorming en droogte tegen te gaan. Ik stel voor dat we zeggen dat we destijds hebben afgesproken dat we biologische diversiteit, soortenrijkdom, zouden behouden. Dat we hebben afgesproken en beloofd dat we de oceanen, zeeën en kustgebieden zouden beschermen. Ik stel voor dat wie daar ook zit namens Nederland -- en als de heren zelf gaan, zou ik willen voorstellen om het woord dan maar te geven aan de VN-Jongerenvertegenwoordiger -- zegt dat we daar zitten met het schaamrood op de kaken.

Kijk naar de beloftes die we hebben gedaan en kijk naar wat we in de twintig jaar daarna hebben gedaan, zou ik zeggen. Nederland en Europa hebben 88% van de visbestanden overbevist weten te krijgen, terwijl we wisten en beloofd hadden dat we dat niet zouden doen. We hebben niets gedaan aan de klimaatverandering; we stoten nog steeds veel te veel broeikasgassen uit. Ik stel voor dat we namens Nederland zeggen: wij zitten hier in Brazilië, het land dat van oorsprong het grootste aandeel tropisch regenwoud heeft, maar inmiddels ook het grootste oppervlak aan sojawoestijnen. We hebben ervoor gezorgd dat meer dan tienmaal de oppervlakte van Nederland in die twintig jaar is gekapt. En waarom?

Uit lijfsbehoud, omdat we het hier zo nodig hebben met zijn allen? Nee, lekkere trek en hebzucht hebben ons gedreven. Ik schaam mij diep, zou ik daar zeggen. Ik zou daar zeggen dat we weigeren om deze generatie de geschiedenis in te laten gaan als de stomste mensen ooit. Wij weten immers dat het niet houdbaar is en dat het zo niet verder kan. We weten ook dat de wereld niet maakbaar is, maar dat hij wel kapot gaan. Nederland gaat dus het goede voorbeeld geven, wat de uitkomsten van Rio ook zijn. En dat gaan we daar aankondigen. We gaan zeggen dat we samen met landen die het probleem met ons onderkennen en onderschrijven een einde gaan maken aan de roofbouw op de aarde en dat we zelf het goede voorbeeld gaan geven. We houden op met de sojawoestijnen, we houden op met het eten van zo veel vlees. We werken samen met Zweden en België, waar ze die stap al wel durven te zetten. We houden op met het kappen van tropisch regenwoud voor palmolie omdat dat zo'n goedkope grondstof is voor onze Magnum-ijsjes. Zijn we soms gek geworden? We houden ermee op! Wie doet er mee? Dát moet het pleidooi zijn dat Nederland inbrengt. Anders, voorzitter, loopt het niet goed af.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Ik heb waardering voor het pleidooi van de Partij voor de Dieren, tot het moment waarop er wordt gezegd "we houden op met": we houden op met vlees, we houden op met kappen, we houden op met vissen, we houden op, eigenlijk met het voldoen aan onze lekkere trek en hebzucht. Ik neem aan dat ik het op die manier goed samenvat. Acht mevrouw Ouwehand het mogelijk dat met al onze kennis, met de inzet van bedrijven op dit moment, met onze wetenschappers en ons eigen creatief en intellectueel
vermogen, het mogelijk is dat we die producten wel beschikbaar houden voor de wereld maar dan op een manier die duurzaam is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, voorzitter, en dat weten we allang. En we weten ook dat iedereen die verstand heeft van klimaat en biodiversiteit van mening is dat onze consumptie onhoudbaar is, welke vooruitgang je ook boekt. Mevrouw Van der Werf kan er de rapporten op nalezen; ze staan keurig genoemd in de monitor Duurzaam Nederland. De wereld zal alleen gevoed kunnen worden met behoud van natuurlijke hulpbronnen en een klimaat waarin we normaal kunnen leven -- dus zonder dat we hier wegspoelen terwijl in
ontwikkelingslanden de droogte alleen maar toeneemt -- als we bijvoorbeeld ons menu aanpassen. Het is gratis; minder vlees eten kost niks, maar je krijgt er wel ongelofelijk veel voor terug, namelijk dat mensen in ontwikkelingslanden ook een kans krijgen op een
bestaan en dat we onze natuurlijke hulpbronnen niet uitputten.

[...]

Interrupties bij andere partijen:

De heer Leegte (VVD): In China leven nog zo'n 400 miljoen mensen onder de armoedegrens. Dat zijn ongeveer net zoveel mensen als in de Europese Unie wonen. De CO2-uitstoot stijgt daardoor; dat is niet anders. Als je dat wilt verbieden, moet je een kanonneerboot ernaartoe sturen en zeggen dat ze niets meer mogen. Dat doen wij echter niet. Het beste wat wij kunnen doen, is stoppen met te zeggen dat biologische landbouw duurzaam is. Wij moeten stoppen met flauwekulmaatregelen die geen oplossing zijn en nuchter bekijken wat er gebeurt. Wij moeten anticiperen en ervoor zorgen dat de economie weer gaat groeien. Op die manier groeien wij namelijk uit de crisis.

De heer Paulus Jansen (SP): Ik heb een simpele vraag gesteld: hebben de Chinezen een gelijk recht op een ecologische voetafdruk die even groot is als die van de Nederlanders?

De heer Leegte (VVD): Ja, natuurlijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een heel korte vraag: weet de heer Leegte wie het wereldrecord aardappeloogsten op z'n naam heeft staan?

De heer Leegte (VVD): Nee.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Een biologische aardappelboer uit India.

De heer Leegte (VVD): Mevrouw Ouwehand weet vast ook dat biologische bemesting mogelijk is bij de gratie van meer grondgebruik. Biologische landbouw zorgt voor meer grondgebruik. Eén boer kan het goed doen, maar uiteindelijk wordt er meer grond gebruikt en is de ecologische voetafdruk groter. Als wij doen wat de Partij voor de Dieren wil, hebben wij vier planeten nodig. Als wij doen wat de VVD wil, een kerncentrale erbij voor goedkope energie, kunnen wij met één planeet meer dan 9 miljard mensen voeden; dat is geen enkel probleem.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik nodig de heer Leegte graag uit voor wat bijscholing in de landbouwcommissie. Dit is namelijk klinkklare onzin.

[...]

Staatssecretaris Knapen: [...] Een aantal dingen is wel degelijk bereikt. Op het vlak van de millennium development goals, met name op het gebied van duurzaamheid, zijn er een paar dingen gebeurd die wel degelijk succes hebben opgeleverd. Het aantal mensen dat geen toegang heeft tot schoon drinkwater is gehalveerd, ondanks de enorme groei van de wereldbevolking. Dat is door effectieve programma’s en economische groei gekomen, maar ook door dingen die autonoom gebeurd zijn. Het zou aanmatigend zijn om te suggereren dat dit allemaal door de besluiten van een conferentie is gebeurd. Het is echter wel een feit dat die een bijdrage heeft geleverd. Bovendien is het aantal sloppenwijken gereduceerd, hoewel de definitie van een sloppenwijk kritischer is geworden. Ik vermeld dit voordat iemand zegt dat dit een kwestie van definiëren is. De reductie is ongeveer 15%. Dit heeft ook te maken met de normen die op de conferentie zijn afgesproken en die vervolgens zijn losgelaten op ontwikkelingsplannen.

Er is ook een aantal zaken misgegaan of niet goed gegaan. De uitstoot van CO2 stijgt nog steeds. Het kappen van tropisch regenwoud gaat door, hoewel vertraagd. Wij hoeven elkaar dus niets wijs te maken, maar het beeld is gemengd. Ik trek niet de conclusie dat het een doorslaand succes is en dat het gemakkelijk geregeld is. Het te laten zitten, omdat het toch tot niets leidt, is echter een te pessimistische en cynische conclusie die niet gerechtvaardigheid is.

[...]

Staatssecretaris Atsma:[...]

Ik heb weinig toe te voegen aan wat staatssecretaris Knapen zei over Rio+20. Mevrouw Ouwehand begon en eindigde haar betoog met de opmerking dat wij ons diep zouden moeten schamen. Ik vraag mij af of de wereld zich diep moet schamen over datgene wat er
de afgelopen twintig jaar is bereikt. Je kunt blijven hangen in doemdenken en zeggen dat het allemaal niks is geworden, maar je kunt ook een aantal argumenten aanleveren die aantonen dat er wel veel is bereikt. Collega Knapen heeft een paar voorbeelden daarvan
gegeven. Het is goed om vast te stellen dat er gelukkig wereldwijd heel veel is gebeurd tussen de eerste en de tweede conferentie in Rio. Productieprocessen zijn nu anders, efficiënter en lopen beter. Verder zijn wij anders gaan kijken naar het gebruik van natuurlijke
hulpbronnen. Dat zijn gegevens. De consumptie van ozonafbrekende of ozongerelateerde stoffen is heel fors gedaald sinds het eind van de jaren tachtig. Die kan niet met 100% dalen, maar de consumptie is met meer dan 90% teruggedrongen. Daardoor kom je het gat in de ozonlaag, dat twintig jaar geleden hét onderwerp van gesprek was, nu niet of nauwelijks meer tegen in de discussies, alleen nog in een heel andere setting. Ik vind het in dit licht te gemakkelijk om te zeggen dat wij ons diep moeten schamen. Mijns inziens doe je daarmee geen recht aan iedereen die in de afgelopen twintig jaar stappen heeft gezet. Tegelijkertijd vind ik het niet terecht om te zeggen dat er niets meer hoeft te gebeuren, integendeel. Dat heeft dan ook niemand gezegd.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er was een lijsttrekkerverkiezing bij het CDA. Een van de kandidaten zei dat er helemaal geen ecologische crisis is. Een van de CDA-prominenten heeft over die kandidaat gezegd dat hij beter af is als hij gewoon bij zijn pony's blijft. Graag hoor ik van de staatssecretaris die lid is van dezelfde partij, in welk kamp hij zit. Erkent hij de ecologische crisis of schaart hij zich in het kamp van de ponyfokkers? Staatssecretaris Atsma: Ik ben gek op pony's. Ik ben gek op paarden. Ik ben gek op dieren in het algemeen. Dankzij dieren kunnen er ook heel veel monden gevoed worden. Je kunt dieren voor meerdere doelen gebruiken en daarenboven zijn het ook nog eens prachtige beesten. Het is een genot om naar dieren te kijken. Ik vind het wel jammer dat er in de regio waar ik woon, steeds meer paarden in de wei staan in plaats van koeien, maar dit is slechts een opmerking terzijde. Mevrouw Ouwehand vraagt mij iets over wat lijsttrekkers of potentiële lijsttrekkers in een debat hebben gezegd. Ik heb die debatten, met alle respect, niet eens gevolgd. Ik heb alleen geconstateerd dat de heer Van Haersma Buma de lijsttrekker voor het CDA is. Ik kan mevrouw Ouwehand verzekeren dat ik het daar van harte mee eens ben. Ik heb echter geen oordelen over de individuele standpunten in de afzonderlijke debatten. Als mevrouw
Ouwehand vraagt wat ik vind van de hobby van sommigen, namelijk het houden en fokken van pony's, kan ik alleen zeggen dat ik die van harte ondersteun. Ik hoop dat zij dit ook doet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is allemaal leuk, maar dat vroeg ik helemaal niet. Ik vroeg vooral of deze staatssecretaris de ecologische crisis erkent. Het is wel heel erg gemakkelijk om te zeggen dat de Partij voor de Dieren zou doemdenken. Wij zien echter de cijfers.
Twintig jaar geleden zeiden wij al dat wij de biodiversiteit moeten redden en de klimaatverandering moeten bestrijden. Twintig jaar later zien de cijfers er echter niet goed uit. Je kunt nog wel een keer mooie afspraken maken, maar als wij hier over twintig jaar weer zitten, gaat het waarschijnlijk helemaal niet goed met de wereld.

Staatssecretaris Atsma: Je kunt kijken en beoordelen of het glas halfleeg is of halfvol.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er zit helemaal niets in het glas.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, u hebt het woord niet.

Staatssecretaris Atsma: Als mevrouw Ouwehand fair is en aan de hand van de feiten vaststelt wat er van de conclusies van het rapport van de Club van Rome is geworden, kan zij alleen maar concluderen dat het gelukkig is meegevallen. Ik zeg daarmee niet dat er niet
heel veel moet gebeuren. Ik zeg alleen dat het veel erger had gekund en dat het minder erg is geworden dan sommigen veertig of twintig jaar geleden hebben voorspeld. Laten wij daar vooral blij mee zijn. Daarom is het glas mijns inziens halfvol. Dat ontslaat ons echter niet van de verplichting om te bezien wat er nog meer moet en kan gebeuren. Wij moeten dit met z'n allen doen. Daar ben ik het van harte mee eens. De biodiversiteit neemt inderdaad fors af. Als je echter de voorspellingen bekijkt, mag je de conclusie trekken dat het zeker voor het deel van het Westen minder ernstig is dan men had voorspeld. Dit wil niet zeggen dat het niet erg is en dat er niet veel hoeft te gebeuren. Dat zeg ik helemaal niet. Mevrouw Ouwehand moet echter haar scope een beetje verleggen en vaststellen dat wij ook dingen
bereikt hebben. Wij moeten naar Rio gaan en daar bekijken welke kleine stappen wij kunnen zetten. In die kleine stappen kan Nederland een rol spelen. Nederland heeft bij de voorbereiding al een rol gespeeld. Ik zeg dit tegen de afgevaardigden die hebben aangegeven dat Nederland eigenlijk niets in Rio te zoeken of bij te dragen heeft, omdat het hier niet allemaal echt op orde zou zijn. In die zin ben ik er wel trots op dat Nederland ...

De voorzitter: Dit is een lang antwoord op een interruptie. Ik heb de Kamerleden zo ver dat ze korte vragen kunnen stellen. Ik weet zeker dat de staatssecretaris ook kort kan antwoorden.

Staatssecretaris Atsma: In die zin ben ik er trots op dat Nederland voor Europa een van de belangrijke penvoerders is geweest bij de ambitie om te streven naar een verdere uitbouw van de groene economie.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Als ik de vrouw van een van deze twee staatssecretarissen was, zou hij van mij helemaal niet meer thuis hoeven komen, tenzij hij in Rio nog voor een goede verrassing zou zorgen. Die uitdaging zou ik hem meegeven. Mensen zijn tot veel in staat. Wij vinden onszelf vaak intelligent en erg veel verder ontwikkeld dan dieren. Het klopt dat wij verder ontwikkeld zijn, want wij zijn in staat tot morele reflecties en tot vooruitzien. Wij zijn echter ook in staat om onszelf van alles en nog wat wijs te maken. Dat heet "cognitieve dissonantie." Dat is een ingewikkelde term, maar het lijkt erop dat daarvan in deze zaal veel sprake is. Laat nu juist dat een destructieve uitwerking hebben bij het echt onder ogen zien van wat ons te doen staat. Ik stel voor dat wij niet naar mensen als de heer Leegte luisteren, maar naar mensen als de VN-rapporteur voor het recht op voedsel. Hij zegt dat agro-ecologische landbouw voor ontwikkelingslanden en voor voedselzekerheid op de lange termijn de beste weg is. Wij hoorden zojuist een VVDwoordvoerder zeggen dat biologische landbouw een slechte zaak is. Ik doe een laatste dringende oproep. Maak er alsjeblieft wat van in Rio. Laat Nederland naar Rio+20 gaan met het voornemen om het goede voorbeeld te geven. Alleen dan kunnen we van Rio+20 een succes maken in plaats van een feestje van valse hoop.

[...]

Interessant voor jou

Bijdrage Ouwehand Debat Visserijraad

Lees verder

Inbreng Verslag Verbod pelsdierhouderij

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer