Bijdrage Ouwehand AO Biotech­no­logie en kwekers­recht


30 april 2014

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Helaas moet ik dit algemeen overleg voortijdig verlaten, maar mijn medewerker luistert mee. Uiteraard zijn wij zeer geïnteresseerd in alle antwoorden.

Bij een algemeen overleg is het altijd de vraag of je positief begint of positief afsluit. Voor het kabinet is dat laatste altijd het leukst en voor de oppositie het eerste. Ik begin dus positief maar ik ben bang dat het dan allengs alleen maar negatiever wordt.

Ik ga eerst in op het kwekersrecht. De Partij voor de Dieren is fel gekant tegen patenten op leven. Wij zijn er dan ook blij mee dat de staatssecretaris zich inzet voor de brede veredelingsvrijstelling. Dat is een Kamerbrede wens. Wij hebben met elkaar besloten om het wetsvoorstel dat daarvoor is ingediend, als hamerstuk af te doen opdat wij geen tijd zouden verliezen, en dat wij eventuele opmerkingen in het algemeen overleg van vandaag zouden maken. Ik ben blij dat wij daar in elk geval in de Kamer eensgezind over zijn.

Het is erg belangrijk om de vrije veredeling van gewassen te bevorderen en te voorkomen dat een handjevol bedrijven de controle over ons voedsel krijgt. De staatssecretaris heeft tijd gewonnen doordat zij niet met ons in debat hoeft. Ik hoop dat is geïnvesteerd in het realiseren van een brede vrijstelling op Europees niveau. Duitsland en Frankrijk zien de noodzaak hiervoor. Als het aan de Partij voor de Dieren ligt, moet de staatssecretaris aan de slag om te bekijken of zij in een brede coalitie samen met deze landen kan optrekken om de bio-octrooirichtlijn aan te passen. Heeft zij al stappen gezet in die richting of kunnen wij die verwachten? Ik moedig haar daar graag toe aan.

Er zijn zeker zorgen. Uit antwoorden op mijn Kamervragen over een patent van Monsanto blijkt dat de brede veredelingsvrijstelling niet genoeg is om de monopolisering van de productie van ons voedsel tegen te gaan. De technieken voor het vinden van gewenste eigenschappen worden ook gepatenteerd en ook dit zal andere veredelaars belemmeren in hun werk. Onderschrijft de staatssecretaris die analyse en wat gaat zij daaraan doen?

We hebben gezien dat in Duitsland een wet is ingevoerd die het patenteren van eigenschappen van planten en dieren inperkt. Dat lijkt ons een goede zaak. Is de staatssecretaris bereid om dat ook hier in te voeren? Kan zij misschien faciliteren dat het wetsvoorstel dat in Duitsland is aangenomen, naar de Kamer wordt gestuurd? Misschien kan het zelfs worden vertaald, want mijn Duits is niet al te best. Dan kunnen wij er allemaal kennis van nemen en bekijken wat wij daarvan kunnen leren. Als wij die wens toch met z'n allen hebben, lijkt mij dat wel zo constructief.

Nederlandse kabinetten hebben biotechnologie tot nu toe benaderd vanuit de belofte dat daarmee mondiale vraagstukken zoals het vraagstuk van de voedselzekerheid zullen worden opgelost, en ook dit kabinet begint zijn langverwachte visie op biotechnologie daarmee. Wij horen dat al ruim 30 jaar, maar in de praktijk is er niet veel van waar geworden. Gentechgewassen op het veld zijn of resistent gemaakt tegen gif of produceren zelf een gifstof. Daardoor wordt juist meer landbouwgif gebruikt op akkers met gentechmais of soja en kampen veel landen juist met een hoge resistentie tegen landbouwgif, waardoor er weer meer oude en giftiger stoffen worden gebruikt. Het werkt monoculturen in de hand, waardoor je geen veerkrachtige landbouw overhoudt die juist zelf makkelijker ziektes en plagen kan weerstaan.

Ik vind het jammer en opmerkelijk dat de discussie over de sociaal-economische gevolgen van genetische manipulatie zo lang duurt. Het valt mij ook op dat het kabinet in de brief alleen een korte schets geeft van het Europees proces hierover en niet ingaat op de eigen rol, wensen en verwachtingen hierbij. Wij zijn daar heel benieuwd naar. Juist in een landbouwland als Nederland heeft een eventuele introductie van de commerciële teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen grote sociaal-economische consequenties. Wij kunnen nu al zien dat de gewone gangbare landbouw onder druk staat vanwege het grote gifgebruik en de enorme fraude met mest. Biologische boeren in ons land staan met hun manier van teelt onder druk. Een biologische teler met een buurman die zijn grond heeft verpacht aan een lelieteler, loopt groot gevaar zijn oogst niet meer als biologisch af te kunnen zetten omdat het landbouwgif van zijn buurman ook op de biologische gewassen terechtkomt. De biologische aardappelteler wiens buurman gentechaardappels gaat telen, loopt ook het risico dat hij zijn gewassen niet meer als biologisch kan verkopen vanwege de gevaren van vermenging.

De co-existentieregels zijn nog absoluut onvoldoende om dit risico te beheersen, omdat de COGEM (Commissie Genetische Modificatie) kennelijk nog nooit bloeiende aardappelplanten heeft gezien en denkt dat na de oogst werkelijk geen enkele aardappel in de grond achterblijft. Zij raden immers een isolatieafstand van vijf meter aan. Dat is dus onvoldoende. Hoe wil het kabinet de Nederlandse biologische en bovendien gangbare boeren beschermen tegen vermenging met ggo's en hoe wil het de keuzevrijheid garanderen?

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, u hebt nog één minuut.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is kort.

Ik moet zeggen dat de opmerkingen over keuzevrijheid in de brief mij tegen de borst stuiten. Eigenlijk zegt het kabinet dat je maar voor biologisch voedsel moet kiezen als je gentechvrij wilt eten. Is dat echt wat het kabinet bedoelt? Het lijkt mij niet dat dit een invulling van keuzevrijheid kan zijn.

Ik ga nog even kort in op het klonen van dieren en het teeltvoorstel. Wij zijn het in de Kamer met elkaar eens dat wij geen gekloonde dieren op onze markt willen. Toch lijkt het kabinet akkoord te gaan met het voorstel van de Europese Commissie, waarin de nakomelingen van gekloonde dieren niet worden verboden en het reproductiemateriaal evenmin. Ja, zo stelt het natuurlijk niet veel voor. Kan het kabinet zeggen hoe het dit voorstel gaat beoordelen?

Over het teeltvoorstel heeft de heer Van Gerven al veel gezegd. Ik vind het bezwaarlijk dat het bedrijf dat een genetisch gemanipuleerd gewas in Europa wil telen, moet beoordelen of een lidstaat daarvan kan worden gevrijwaard. Waarom mogen de bedrijven dat in eerste aanleg bepalen? Stel dat een lidstaat die aanvankelijk geen bezwaren heeft gemaakt tegen de komst van een bepaald genetisch gemanipuleerd gewas op zijn grondgebied, zich later toch bedenkt. Hoe ziet de procedure er dan uit?

Ik sluit mij aan bij de opmerking dat het voorstel juridisch houdbaar moet zijn. Daar zijn nog veel zorgen over.

...

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil graag weten of de Partij voor de Arbeid vindt dat dit ook zou moeten gelden voor cisgenese. Het kabinet is voornemens om de vergunningplicht en dus ook de labelingsplicht bij cisgenese af te schaffen. Ik wil best weten of de dingen die ik koop, al dan niet via cisgenese gemanipuleerd zijn. Geldt dat voor de fractie van de Partij van de Arbeid ook als een recht op goede informatie en keuzevrijheid?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Van mij mag alles op het etiket. Mijn voorliefde voor een zo uitgebreid mogelijk etiket is bekend. Dit valt naar mijn mening echter niet onder de etikettering omdat cisgenese een andere techniek is. Het is soorteigen materiaal. Dat is voor ons een verschil met niet-soorteigen materiaal. Mevrouw Ouwehand kijkt hier heel moeilijk bij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die discussie kunnen wij wel voeren, maar het gaat er natuurlijk niet om wat de Partij van de Arbeid vindt van het verschil tussen cisgenese en andere genetischemanipulatietechnieken. Stel dat je dat als consument wilt weten. De Partij van de Arbeid zegt dan eigenlijk: wij vinden dat het niet uitmaakt, dus u hoeft het niet te weten. Daar komt het dan toch op neer.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Die constatering is helemaal voor rekening van mevrouw Ouwehand. Daar hoorde ik geen vraag meer in.

...

Staatssecretaris Dijksma: (...) Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd waarom wij het inperken van de patentering van eigenschappen niet net als Duitsland doen. Ik denk dat hier sprake is van een misverstand, want wij hebben in antwoord op schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren, die nog niet zo lang binnen zijn, over het Monsanto-octrooi aangegeven dat Nederland de wijziging in de Rijksoctrooiwet al heeft doorgevoerd, eerder dan Duitsland dat heeft gedaan. Andere, recente wijzigingen in de Duitse wetgeving op dit punt zijn ons niet bekend. Ik ga dat uiteraard wel navragen en ik zal de Kamer daarover informeren.

...

Staatssecretaris Dijksma: (...) Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd hoe wij nu waarborgen dat er geen vermenging van teelten plaatsvindt met bijvoorbeeld conventionele of biologische landbouw. Daar zijn de co-existentieafspraken voor, die ook waarborgen dat conventionele, ggo- en biologische teelt naast elkaar kunnen bestaan zonder dat de ene teelt schade ondervindt, ook in economisch opzicht, van de andere. Veiligheid is bij de co-existentie niet aan de orde. Immers, het gaat alleen maar over gewassen die op basis daarvan al zijn beoordeeld. Er zijn ook eind 2004 door betrokken partijen afspraken over gemaakt. Er zijn ook isolatieafstanden vastgelegd in de productschapverordening co-existentie.