Bijdrage Ouwehand AO Behan­del­voor­behoud EU-voorstel: Oneer­lijke handels­prak­tijken in de voed­sel­voor­zie­nings­keten


11 september 2018

Bijdrage Ouwehand AO Behandelvoorbehoud EU-voorstel: Oneerlijke handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen

11 september 2018

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, dank u wel. Het is een interessant voorstel: de Europese Commissie die iets wil doen aan oneerlijke handelspraktijken. Natuurlijk is het sympathiek, maar we moeten wel even naar de fundamenten kijken. De Europese Unie is namelijk met haar hardcore liberale koers en haar «de markt is heilig» eigenlijk een oneerlijke handelsmachine. Daarbinnen zeggen we dan: o jeetje, nu komen de boeren, en ook de natuur, het milieu en de dieren, in de knel. Dat vinden we vervelend en dan proberen we dat op te lossen. Ik vraag me af of je dat voor elkaar krijgt als je niet in de fundamenten durft te kijken naar de systeemfouten. Zien we voedsel primair als iets wat we kunnen verhandelen, verkopen, exporteren, of beginnen we bij de vraag welke voedselbehoefte er is en hoe we onze landbouw en ons voedselsysteem kunnen inrichten? Natuurlijk, handel hoort erbij, maar dat is niet de belangrijkste drijfveer. Ik denk dat er dan meer kansen zijn om al die belangrijke waarden, natuur, milieu, dierenwelzijn en een goede inkomenspositie van de voedselproducent – dus niet de producent van handelswaar, maar de producent van voedsel – goed te regelen.

Dat gezegd hebbende, moet ik zeggen dat de Europese Commissie die fundamentele systeemfouten nog nooit heeft erkend. We moeten het dus doen met het voorstel dat er ligt. Beter iets dan helemaal niets. Er zitten een aantal goede elementen in, zoals het verbod, als ik het goed begrepen heb, op eenzijdige en retroactieve contractwijzigingen. Ik herinner me nog goed hoe het was na de verkiezingen in 2012. Ik was doodop. Ik had de radio aan en ik hoorde dat Albert Heijn eenzijdig een prijskorting van 2% aan de boeren had opgelegd. Dat was allemaal in het kader van de strategie die Albert Heijn voert, namelijk zorgen dat je overal winkels hebt, zodat je tegen de boeren kunt zeggen: ja maar, wij zitten overal, dus je mag blij zijn dat wij overal jullie spullen kunnen verkopen en in ruil daarvoor krijg je 2% minder voor je producten. Ik was er klaar mee. Ik heb het gevoel dat ik van alle mensen hier in de Kamer een eenzame boycot heb gevoerd, maar ik dacht: ik ga nooit meer naar Albert Heijn. Dat houd ik tot op de dag van vandaag zo goed als ik kan vol. In uiterste noodsituaties loop ik weleens een Albert Heijn binnen, maar het is een wolf in schaapskleren. Echt, ik ben er klaar mee. Hoe kunnen we Albert Heijn de pas afsnijden met hun mooie duurzaamheidspraatjes? Mensen wordt een goed imago voorgeschoteld, terwijl Albert Heijn ondertussen dit soort dingen doet. Ik houd er niet van. De Minister ook niet, gelukkig.

De voorstellen die er liggen zijn prima, maar we missen ook wel een aantal dingen. De Partij voor de Dieren is een warm pleitbezorger van de bewijslast bij de supermarkten, bijvoorbeeld bij Albert Heijn. Laat de supermarkten maar bewijzen dat ze een prijs hebben betaald die minstens de kostprijs is – je zou denken: dat is wel het minste – en een voldoende marge daarbovenop. Zouden er mogelijkheden zijn om zo’n eerlijke prijs-bewijs door te voeren of om daar steun voor te vinden in Europa? Hoe kijkt de Minister daartegen aan?

Een ander heikel punt wat ons betreft zijn de handelsnormen. We hebben nu een heel droge zomer gehad. Er zijn allerlei producten afgekeurd omdat ze vanwege de droogte net niet aan de minimumomvang voldoen. We hebben dankzij mevrouw Dik-Faber, die groot voorvechter is van de strijd tegen voedselverspilling, een aangenomen motie om de Europese handelsnormen op cosmetische wijze aan te passen. De Minister heeft op zich in het algemeen overleg van destijds gezegd dat te gaan doen. Maar ik ben een beetje in de war geraakt, want zij schrijft in antwoord op de Kamervragen die ik heb gesteld over de afgekeurde producten deze zomer: ik ga onderzoeken of en op welke punten er binnen de EU-handels-normen sprake is van puur cosmetische eisen. Ik hoop dat het een misverstand is. Ik zou graag van de Minister horen dat we weten dat dat zo is en dat de inzet is dat we die handelwijze gaan afschaffen en dat we niet nog hoeven te wachten op een onderzoekje. Want de bewijzen zijn talrijk. Er is sprake van handelsnormen die op basis van cosmetische eisen retailers en andere handelaren de gelegenheid geven om producten af te keuren. Daar moeten we gewoon echt van af. Graag de bevestiging van de Minister dat dat de route is en dat er niet eerst nog een onderzoek komt of die handelsregels er zijn, want dat is volgens mij aangetoond.

Mevrouw Bromet (GroenLinks): Ik vind het een aantrekkelijk pleidooi om de cosmetische eisen af te schaffen, maar horen daar wat de Partij voor de Dieren betreft ook de afmetingen bij? We hebben deze zomer gezien dat er massa’s pruimen afgekeurd werden omdat ze te klein waren vanwege de droogte.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, precies. Daar heb ik vragen over gesteld. Door de beantwoording ben ik een beetje in de war geraakt over wat de Minister nu bedoelt. De Minister had eerder naar aanleiding van de aangenomen motie gezegd te gaan kijken of de handelseisen kunnen worden afgeschaft, maar in het antwoord op de Kamervragen kreeg ik de indruk dat zij zei te gaan kijken welke eisen er precies zijn. Volgens mij is dat al duidelijk. Dus dat gaat er zeker over. Dat al die partijen pruimen worden afgekeurd – er waren meer voorbeelden – is onverklaarbaar en onbestaanbaar.