Bijdrage Ouwehand AO Bankieren: duurzaam, dienstbaar en divers


10 december 2014

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Landroof wordt gefinancierd met Nederlands geld. De Nederlandse bankensector is na de Amerikaanse de grootste investeerder ter wereld in de massaproductie van vlees, eieren en zuivel. Miljarden Nederlandse euro's gaan naar landen als China, Thailand en Brazilië voor gigantische megastallen. Nederlandse banken financieren de kolenmijnbouwindustrie. De bank maakt meer kapot dan ons lief is, nog altijd. Dat moet veranderen. Ik heb het gevoel dat de minister daar wel wat aan wil doen, maar werpt de route die we nu bewandelen voldoende vruchten af? Onderzoeken welke bank goed scoort, is erg moeilijk. Gelukkig is er de Eerlijke Bankwijzer, want anders kom je er al helemaal niet achter. Banken houden hun beleggingen, investeringen en belastinggedrag graag in nevelen gehuld, omdat ze aanvoelen dat deze niet op applaus kunnen rekenen in de samenleving. Hoe krijgen we de banken zo transparant dat we weten waar we aan toe zijn, zodat er echt sprake is van keuzevrijheid voor mensen die aan bepaalde zaken niet willen meewerken via hun eigen bankrekening? Dat laat maar één optie open: het verplichten van transparantie. We zien bij de Nederlandse Vereniging van Banken nog steeds geen voortgang op dit punt. De vrijwillige aanpak werkt dus niet. Ik stel voor dat de minister banken verplicht om verslag te doen over hun investeringen en beleggingen en verantwoording af te leggen over de impact daarvan aan de hand van de criteria van de Eerlijke Bankwijzer, inclusief, uiteraard, hun belastingbetaalgedrag.

Minister Ploumen sprak bij het in ontvangst nemen van de Eerlijke Bankwijzer dit jaar inderdaad uit dat ze binnen twee jaar een convenant over maatschappelijk verantwoord ondernemen wil. Ik voer al een aantal jaren landbouw- en milieudebatten in de Kamer en de conclusie is altijd dat convenanten niet werken. Laten we niet doorgaan op kansloze routes. Laten we kiezen voor een model dat wel het gewenste resultaat oplevert, ervan uitgaande dat ook het kabinet vindt dat we werk moeten maken van een duurzame samenleving waarin mensenrechten worden gerespecteerd. Zo'n convenantenaanpak en de vrijwillige aanpak hebben keiharde nadelen: greenwash. Dat krijg je als banken denken niet echt iets te hoeven doen, zolang ze maar laten zien dat ze aan mvo doen. Dat zie je bijvoorbeeld bij de Rabobank. Mensen worden daadwerkelijk misleid. Als je alleen maar etaleert wat je duurzaam doet, als een soort optie, en de punten achterhoudt waarop de drama's met jouw investeringen plaatsvinden, dan worden mensen op het verkeerde been gezet. Wat vindt de minister ervan dat grote banken een soort keuzemenu aanbieden aan consumenten die belang hechten aan duurzaamheid en mensenrechten en dan verbergen dat ze investeren in bijvoorbeeld wapens of mensenrechtenschendingen? De Kamer heeft moties aangenomen waarin verzocht werd om afscheid te nemen van onze huisbankier, the Royal Bank of Scotland. We, zowel de Kamer als het Rijk, vinden dat die bank niet voldoet. De minister zegt dat hij komt met duurzaamheidscriteria. Ik ben daar erg benieuwd naar. Ik hoor graag de voortgang op dat punt. Ik weet dat hij Europees moet aanbesteden. Het zou echter mooi zijn als onze waarden, op basis van de internationale verdragen die Nederland heeft getekend en het belang dat we hechten aan mensenrechten en duurzaamheid, ons wensenlijstje vormen. Parallel aan dat aanbestedingstraject kan de minister doen alsof hij een consument is die op zoek moet naar een bank die bij zijn eigen waarden past. Hij kan de Kamer dan informeren over de obstakels die hij daarbij tegenkomt. Is er überhaupt een bank die deze grote portefeuille aankan? Is er wel een bank waarbij je er zeker van kunt zijn dat er niet alleen maar een duurzaamheidsprojectje te kiezen valt, maar die in zijn geheel duurzaam is en mensenrechten respecteert? Zou dat geen aardige exercitie zijn? Dan kunnen we leren van de mogelijkheden die daar liggen. Aan de hand daarvan kunnen we bekijken waar we nog werk te doen hebben. Zou de minister daartoe bereid zijn?

Mijn volgende oproep betreft onze eigen staatsbanken. Daar zou de minister in elk geval wat meer in de melk te brokkelen moeten hebben. Hoe staat het met de gesprekken over het ethisch besef? Wat doet de minister om het ethisch besef bij de staatsbanken te intensiveren?

Om van de bankierseed een instrument te maken waarmee we wat kunnen, zou een goed register handig zijn. De minister stelt de spelregels daarvan op. Die betreffen het ethisch handelen en het naleven van alles wat Nederland ondertekend heeft, zowel binnen beleggingen als de reguliere portefeuille met betrekking tot wapenbeleid, kernwapens, landroof, mensenrechten, noem maar op. Als een bankier zich daar niet aan houdt, dan moet hij uit zijn ambt gezet kunnen worden. Wat vindt de minister van dat idee?

Interrupties bij andere partijen:

De heer Koolmees (D66): Er zijn meerdere keuzes voor de consument. Het ligt eraan wat de consument belangrijk vindt. Ik ben heel erg voor betwistbare markten. Je kunt je als bank onderscheiden door transparant te zijn over je investeringen en je beleggingsbeleid en door je investeringsbeleid aan te passen in een bepaalde richting. Er zijn banken die alleen maar duurzaam investeren. Nogmaals, ik juich dat van harte toe. Dat is een goede ontwikkeling. Keuzevrijheid is echter ook een belangrijk goed voor de consument. Transparantie is dan onderdeel van het verdienmodel of een aspect waarmee een bank zich positief kan onderscheiden van de concurrenten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp de positie van D66 ook niet helemaal. Je kunt van mening verschillen over de wijze waarop je moet omgaan met duurzaamheidseisen, alhoewel ik hoop dat D66 op dezelfde lijn zit als de Partij voor de Dieren. Als je verduurzaming van banken via de consument wilt spelen, dan moet je op zijn minst ervoor zorgen dat informatie transparant beschikbaar is. Anders is keuzevrijheid afhankelijk van de wijze waarop een bank zich in de markt weet te zetten. We weten van andere voorbeelden dat die keuzevrijheid in de praktijk relatief beperkt is, omdat je als consument enorm wordt gestuurd door de marketinggedragingen van banken.

De heer Koolmees (D66): Dat vind ik een verkeerde ontwikkeling. Ik hoop dat mensen bewust klant worden bij een bank en dan gemakkelijk kunnen overstappen als ze het niet eens zijn met het beleggingsbeleid of het bonussenbeleid. Het is een discussie over de nuances. Ik vind het positief dat er druk is op banken om te laten zien waarin ze investeren. Het is ook positief dat door country-by-country reporting dingen worden afgedwongen. Het is dan wel van belang dat de klant keuzevrijheid heeft. Banken moeten de keuze hebben voor een verdienmodel. Ik hoop dat mensen bewust kiezen en met hun voeten stemmen als datgene wat ze belangrijk vinden, niet gebeurt. Ik vraag me af of het uiteindelijk tot verbetering leidt als je dit van bovenaf afdwingt. Veel instellingen en bedrijven gaan pas bewegen als er druk komt vanuit de consument.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Precies. Op dat punt snap ik D66 niet. Neem de Rabobank. Die heeft een groene etalage. De Rabobank investeert in dingen die mensen leuk vinden. Stel dat de Rabobank besluit dat het een handig verdienmodel voor haar is om aan de voorkant mensen die duurzaamheid belangrijk vinden binnen te halen, terwijl ze investeringen die deze mensen afschrikken niet transparant maakt. Hoeveel keuzevrijheid is er dan? Ik snap dat je daarover van mening kunt verschillen. Moet de basisgedachte echter niet zijn dat transparantie gegarandeerd is?

De heer Koolmees (D66): Op dat punt ben ik het helemaal met mevrouw Ouwehand eens. Als je in je marketing zegt dat je duurzaam bent en duurzaam investeert, dan moet je kunnen laten zien dat je dat doet. Daarover zijn we het heel snel eens. Dan moet je het ook waar maken. Dan moet je ook transparant maken wat je met dat geld doet.

Beantwoording door de minister van Financien:

Minister Dijsselbloem: Voorzitter. Wij hebben een vrij brede agenda vandaag, maar het centrale thema is duurzaamheid. Sommigen leggen het accent meer op financiële duurzaamheid en anderen meer op duurzaamheid van de planeet. Naar mijn overtuiging liggen die zaken in elkaars verlengde. Er zijn heel veel initiatieven en er gebeurt heel veel, deels nationaal, deel Europees, deels vanuit niet-gouvernementele organisatie (ngo's) zoals de Eerlijke Bankwijzer, deels vanuit banken zelf en deels vanuit de overheid. Als je dit alles overziet, kun je niet stellen dat alles leunt op eigen initiatief van de banken en dat verder iedereen afwacht. Ik kom daar zo specifieker op terug.

De Eerlijke Bankwijzer is een van de samenwerkingsverbanden vanuit het maatschappelijk middenveld die daar veel druk op zet. Het werkt prima om van buitenaf druk te organiseren. Er is genoeg winst te behalen. Mijn beeld van de situatie is dat de Eerlijke Bankwijzer en de Nederlandse Vereniging van Banken met elkaar in gesprek zijn. De Nederlandse Vereniging van Banken neemt een actievere houding aan op dit thema en is bereid om met de Eerlijke Bankwijzer te bekijken op welke wijze transparantie verder verbeterd kan worden.

Het kabinet wil hetzelfde doen. Dat doen we parallel en dan schuiven we dat op enig moment in elkaar. Minister Ploumen heeft hierover een brief geschreven aan de Kamer vanuit haar verantwoordelijkheid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zij heeft aangekondigd dat ze met de banken een convenant wil sluiten. Ik kreeg de vraag wat de rol en betrokkenheid van het ministerie van Financiën is. We zijn positief en ondersteunend betrokken, maar het voortouw ligt bij minister Ploumen. Het streven is om het convenant in 2016 af te sluiten. Het kabinet gelooft wel in de kracht van convenanten in tegenstelling tot een enkeling in de Kamer die de hoop heeft opgegeven. Convenanten moeten wel goed in elkaar zitten en gedragen worden. Ze moeten geen papieren façade worden. (…)

De heer Merkies stelde een vraag over het stellen van duurzaamheidscriteria aan de huisbankier. We hebben daar een debat over gehad. We hadden een motie over de huisbankier bij het Rijk en later, via het Presidium van de Kamer, nog een motie over de huisbankier voor de Kamer. Ik heb toen toegezegd dat we mvo-criteria hanteren. De heer Merkies vroeg of die ook kunnen gelden voor andere overheden of andere rijksdiensten. Voor andere rijksdiensten kunnen we die ook laten gelden, voor zover dat nog niet het geval is. Ik ga echter niet over andere overheden. Dat is het meest onbevredigende antwoord dat ik kan geven. Ik ga er niet over. Als andere overheden geld over hebben, moeten ze dat onderbrengen bij de Staat in de vorm van schatkistbankieren. Daarmee komt het toch bij de mvo-bankier die wij gebruiken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik snap dat er Europees aanbesteed moet worden. Daarnaast moeten er duurzaamheidscriteria komen. Ik ben heel benieuwd op welke wijze de minister die zal stellen. Kan hij daarnaast deze exercitie gebruiken om te bekijken waar je tegenaan loopt als je vasthoudt aan je eigen waarden? Nederland heeft een heel aantal eigen waarden. Ik snap dat dat misschien een beetje eng is. Als we out of the box denken, dan kunnen we dat bijvoorbeeld formuleren als: idealiter bankieren we bij een bank die de mensenrechten respecteert, niet aan landroof doet, et cetera. Dan benoemen we alles wat we belangrijk vinden. De minister gaat vervolgens zo'n bank zoeken. We kunnen dan bekijken wat er wel lukt, wat niet en waar we tegenaan lopen. Dat zou een heel interessante exercitie zijn, want consumenten die hun steentje willen bijdragen aan een duurzame wereld en daarom een zoektocht doen naar een duurzame bank, moeten dat ook. Voor het Rijk gaan we dat nu proberen. We kunnen ongelooflijk veel leren als we de verplichte aanbesteding via de consumentenmanier aanvliegen, omdat we dan kunnen bekijken waar we tegenaan lopen.

Minister Dijsselbloem: Wij hanteren mvo-criteria. Hiermee krijg je echter een discussie over de eisen die je wilt stellen aan het niveau van maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Partij voor de Dieren heeft gezegd het niet maatschappelijk verantwoord te vinden als bankiers elders in de wereld intensieve veehouderij financieren. Toch zijn er Nederlandse banken die daar veel expertise in hebben en daar actief in zijn. Ze houden zich daarbij aan wet- en regelgeving. Moet ik die Nederlandse banken dan allemaal afstrepen en zeggen dat ze niet meer mogen meedoen omdat zij zich bezighouden met intensieve veehouderij? De discussie gaat niet over de vraag of je mvo-criteria kunt stellen, want dat kan. Daar zijn internationale standaarden voor, daar kun je in ontwikkelen. Ik vermoed dat we elkaar op het niveau van ambitie kwijtraken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De minister mag niet al te snel afhaken. Ik heb niet gezegd dat het het lijstje van de Partij van de Dieren moet zijn. Het gaat om de vraag wat Nederland belangrijk vindt. Daarvan heeft het kabinet toch wel een beeld? We hebben toch internationale verdragen getekend? We hebben daar toch opvattingen over? Zo willen we de regels die we hier voor onze boeren laten gelden, handhaven en ons niet laten overspoelen met producten uit China die daar ook nog eens gefinancierd zijn door Nederlandse banken. Wij hebben daarover dus wel degelijk opvattingen. Ik zeg nadrukkelijk dat het aan het kabinet is. Dat de Partij van de Dieren nog wel iets verder zou willen gaan, zien we dan wel, maar dat was de vraag niet.

Minister Dijsselbloem: Ik ontspan me volledig na dit antwoord. Zoals gezegd, hebben wij twee verschillende banken, één voor het reguliere betalingsverkeer van de departementen en een voor de Belastingdienst. Bij het ene contract zijn mvo-criteria gehanteerd, bij het andere gaan we dat de volgende keer ook doen. We informeren de Kamer daarover. We kunnen dan het debat voeren over de vraag of de definitie van mvo naar wens is. Ik begrijp dat mevrouw Ouwehand daar heel ontspannen mee zal omgaan.

De heer Merkies (SP): Ik ben blij met de toezegging van de minister om ook te kijken naar duurzaamheidscriteria bij andere rijksdiensten. Wanneer krijgen we een terugkoppeling daarover? Wanneer gaat een en ander bij de Belastingdienst in? Ik besef dat er voor lagere overheden het schatkistbankieren bestaat, maar zij hebben ook op andere manieren met banken te maken. Als deze minister niet met hen in gesprek gaat over duurzaamheidscriteria, kan een andere minister dat dan wel doen? Het gaat niet om het opleggen van criteria, maar om het stimuleren van lagere overheden om de criteria te hanteren.

Minister Dijsselbloem: Ik ben altijd heel bereidwillig om redelijke verzoeken van de Kamer ter hand te nemen, maar ik ga dit niet doen. Andere overheden zijn zelfstandig. Het is aan hun gemeenteraden om de colleges daartoe opdracht te geven of te stimuleren. De Kamerleden zijn allemaal vertegenwoordigd in de gemeenteraden: ga uw gang. Ik ga andere overheden niet aanspreken namens de Kamer. De Kamer spreekt mij aan op mvo-criteria voor onze huisbankiers, maar ik ga het niet op mij nemen om alle andere overheden in Nederland aan te sporen. Zo werkt onze democratie niet.

Ik heb op 5 november een brief aan de Kamer gestuurd waarin ik refereer aan de motie-Merkies. Ik stuurde die brief naar aanleiding van de brief van de Kamervoorzitter op dit punt. Ik kom in de tweede termijn nog terug op de vraag wanneer de aanbestedingen weer gaan spelen.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, u kunt op dit punt ingaan in uw tweede termijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar ik wil doorgaan op het punt van de heer Merkies en dat was een ander punt dan dat ik heb gevraagd. Ik snap dat de minister andere overheden niet actief wil aansporen. Kan hij echter andere overheden laten weten dat hij aan de slag gaat met de duurzaamheidscriteria en aanbesteding en dat ze kunnen meedoen als ze dat willen? Het is tamelijk eenvoudig om zo'n uitnodiging te versturen. Als gemeenten en provincies willen aanhaken bij het werk dat het ministerie van Financiën toch al doet, dan zou dat efficiënt en vriendelijk zijn.

Minister Dijsselbloem: Wij spreken ze natuurlijk regelmatig. Op het ministerie van Financiën hebben we regelmatig overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). We zullen hen informeren over wat wij doen. Het is dan aan hen om daarmee hun voordeel te doen. Ik ga niet als een verkoper met een folder door het land. (…)

Mevrouw Ouwehand vroeg of mijn verantwoordelijkheid voor de staatsbanken handvatten biedt om meer te doen en sneller te gaan. Ik houd stug vast aan de lijn dat ik gelijke eisen stel aan de staatsbanken en andere banken. Ik vind namelijk dat consumenten en bedrijven die klant zijn bij ene bank evenveel recht hebben op stabiliteit, consumentenbescherming en transparantie als cliënten die bij een andere bank zitten. Ik zou het gek vinden als aan SNS zwaardere eisen worden gesteld, omdat SNS toevallig door de crisis in de staatsportefeuille zit. Het gaat niet om SNS, het gaat om de cliënten van SNS. Het gaat om burgers en bedrijven die transparantie nodig hebben om te kunnen kiezen. Die eisen moeten voor alle sectoren gelden. Ik hecht zeer aan transparantie in de financiële sector. Daarvoor is een cultuuromslag nodig. De eerste keer dat ik daarover sprak met de sector en de toezichthouders, werd er nog buitengewoon terughoudend gereageerd. Ze zeiden dat dat niet kon vanwege bedrijfsvertrouwelijke en cliëntvertrouwelijke gegevens. Ze zeiden dat ze niet transparant konden zijn. Ik geloof niet dat dat waar is. Op allerlei manieren kun je gegevens en informatie aggregeren en anonimiseren. Instellingen kunnen wel degelijk inzage geven in hoe ze ervoor staan, welke activiteiten ze ontplooien en in welke landen en in waar belasting wordt betaald; eigenlijk in alles wat nu wordt uitgerold. De ontwikkeling naar meer transparantie gaat onverdroten voort. Daarvan ben ik overtuigd. Als mensen in de financiële sector denken dat een en ander voorbij waait of dat dit het wel is: dat is niet zo. De ontwikkeling naar meer transparantie laat zich niet stoppen. Veel ngo's graven zich steeds meer in om gegevens boven water te krijgen. Steeds meer onderzoeksjournalisten duiken erop. Op het thema belastingontwijking gebeurt hetzelfde. Dat is een goede ontwikkeling. Ik zal me daarvoor inzetten. De toezichthouders en DNB staan op dit punt aan onze kant.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik vind het een heel kabbelende commissie. Ik weet niet of dat een compliment is, maar ik ben andere sferen gewend. Je hoeft niet altijd ruzie te maken, maar het kabbelende staat in schril contrast tot de rol van grote financiële instellingen in de wereld bij het leefbaar houden van de aarde voor toekomstige generaties. Er kan wel wat meer pit in.

Ik dank de heer Merkies voor zijn initiatiefnota over duurzaam bankieren. We komen hierover nog te spreken. Ik dank de minister voor zijn antwoorden.

Als de minister met ons van mening is dat transparantie belangrijk en onvermijdelijk is, waarom is hij dan niet bereid om voor zichzelf een einddatum te stellen? De minister heeft het over de vrijwillige aanpak en het feit dat de sector dat zelf ook voelt en dat het moet. Wanneer zegt de minister dat het te lang heeft geduurd en dat hij het verplicht? Als de minister ervan overtuigd is dat zoiets onvermijdelijk is, dan hoeft dat ook niet erg te zijn.

Ik kom op het punt over overstappen naar een duurzame bank en de aangenomen moties over de bankier voor de Tweede Kamer en het Rijk. Heeft de minister mijn pleidooi niet helemaal begrepen of heeft hij expres niet geantwoord? Ik wil heel graag dat hij naast het traject dat hij moet volgen met Europees aanbesteden en het stellen van duurzaamheidscriteria, ook het wensenlijstje neerlegt. We komen via de duurzaamheidscriteria uit op een compromis tussen verschillende waarden, zoals betaalbaarheid en haalbaarheid en de vraag of zo'n bank het aankan. Ik wil heel graag leren op welke punten dit proces nog steeds niet voldoet. We gaan nu zo optimaal mogelijk duurzaam bankieren, maar er is misschien nog wel meer. De overheid probeert als superconsument de meest duurzame bank te zoeken. Als die nog niet voldoet aan alles wat we willen, dan is dat toch super leerzaam voor de rest van dit debat? Dan weten we waar we heen moeten met de banken qua duurzaamheid. Volg het Europese aanbestedingstraject, maar probeer daarnaast ook de Nederlandse waarden op het terrein van bijvoorbeeld mensenrechten en alles wat we internationaal belangrijk vinden daar naast te houden. Dan kunnen we eerlijk zijn over wat nog niet haalbaar is en dan kunnen we daarvan leren.

De heer Koolmees (D66): Ik heb geen vraag, maar een compliment aan mevrouw Ouwehand. Ik vind dat ook mevrouw Ouwehand een beschaafde inbreng heeft geleverd vandaag. Dat moest ik ook namens de heer Nijboer zeggen.

De voorzitter: En dat is ook namens de voorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is blijkbaar uniek.

Minister Dijsselbloem: Voorzitter. Kabbelen is niet goed, maar er zijn ook commissies waarbij men elkaar alleen maar in de haren vliegt en dat schiet ook niet op. Het gaat om het boeken van inhoudelijke resultaten.

Ik begin met de transparantie die wij verwachten van de financiële sector. Wij zullen stappen zetten de komende jaren, ook op het punt van wet- en regelgeving. Het zou mij een lief ding waard zijn als we dat in Europees verband doen. We hebben Europese normen voor jaarverslaglegging en voor hetgeen banken transparant en openbaar moeten maken, in ieder geval naar de toezichthouders toe, maar wat mij betreft ook naar het grote publiek. We moeten daarin verdere stappen zetten. Dat wil niet zeggen dat we daarop moeten wachten. Daarom is het convenant belangrijk, want dan kunnen we in Nederland, vooruitlopend op internationale stappen, al met de sector afspraken maken op het punt van duurzaamheid en transparantie over duurzaamheid. Dat is onze inzet.

(…)

Mevrouw Ouwehand zegt dat we een einddatum, een deadline, moeten noemen, want anders komt er geen druk op het proces. Minister Ploumen heeft gezegd dat het convenant er uiterlijk in 2016 moet zijn. Ik heb vandaag gezegd dat we het sneller doen als dat kan. Als het convenant er niet komt of er onvoldoende voortgang is, dan zijn we bereid om in wetgeving strengere normen te stellen als de meerderheid van de Kamer dat steunt. Ik hoop dat dat niet nodig is.

Mevrouw Ouwehand vroeg of we elkaar niet begrijpen of dat ik er niet op wil ingaan. Ik dacht dat ik erop ingegaan was. Haar bottum-up benadering is een andere: hoe ziet je ideale wereld eruit in temen van milieu, dierenwelzijn, et cetera en dan bekijk je of je daar een bank bij kunt vinden. Mijn reactie was dat mevrouw Ouwehand waarschijnlijk veel hogere eisen stelt aan dierenwelzijn dan het kabinet. Zij zou zeggen dat alle banken die zich wereldwijd ergens bezighouden met intensieve veehouderij, er niet meer in komen. Dat is niet onze ideale bank. Wij hebben een andere benadering. Wij formuleren mvo-eisen die sterk samenhangen met internationale afspraken op het terrein van mensenrechten of duurzaamheid. Op basis van die mvo-criteria besteden we aan. Dat is een andere route. Ik dacht dat ik daar al op was ingegaan, maar misschien praten we nog steeds langs elkaar heen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, dat doen we een klein beetje. Ik snap dat de minister de route met het stellen van die criteria in het kader van de verplichte Europese aanbesteding moet volgen. Het lijkt mij echter leerzaam om achteraf nog eens te bekijken wat we wilden. Ik kan me zomaar voorstellen dat we bepaalde vormen van mensenrechtenschendingen, landroof, kinderarbeid hadden willen uitsluiten, maar dat dat niet helemaal gelukt is met de bank die het uiteindelijk is geworden. Het kan leerzaam zijn om dat nog eens te bekijken. Je zou dan bijvoorbeeld zien dat we ons uiterste best hebben gedaan om zo duurzaam mogelijk te zijn, maar dat er nog een gat is omdat er op dit moment geen bank is die al onze financiële handelingen kan afwikkelen en ook nog voldoet aan datgene waar we uiteindelijk naartoe willen. Dat gat kunnen we goed gebruiken in het debat over duurzaam bankieren voor de toekomst. Ik geef de minister alle ruimte om daar zelf de processen voor te volgen die hij moet volgen. Dat is fijn. Houd ons op de hoogte van de duurzaamheidscriteria. We hebben al een opvatting over wat het kabinet, dus niet de Partij voor de Dieren, vindt dat er idealiter moet zijn. Het zou leerzaam zijn om dat naast het uiteindelijke resultaat te leggen en te rapporteren over wat er gelukt is. Dan kunnen we zien wat er nog te doen is in het verduurzamen van de bankensector. Zo bedoel ik het. De minister kijkt heel moeilijk.

Minister Dijsselbloem: Ja, ik probeer me voor te stellen hoe anders dat is dan wat we aan het doen zijn. Ik was op dit punt overigens nog een antwoord verschuldigd aan de heer Merkies. Hij vroeg wanneer de aanbestedingen plaatsvinden. De aanbesteding voor het Rijk is qua proces al begonnen. Deze begint met het formuleren van de mvo-criteria. Daarmee zijn we as we speak bezig. Zodra we die hebben opgesteld, zal ik de Kamer daarover informeren. We kijken nadrukkelijk naar internationale normen en verplichtingen die we onszelf hebben opgelegd of die we in internationaal verband zijn aangegaan. Het debat over de vraag hoeveel verder je wilt gaan, moet je voeren aan de hand van die criteria. Ik leg dan aan de Kamer voor dat we de aanbesteding, die inderdaad verplicht is, willen doen aan de hand van deze kwaliteitseisen op deze thema's. De Kamer kan dan vragen of dat echt mijn droomwereld is. Laten we dat debat aan de hand van de set mvo-criteria voeren. We informeren de Kamer daar binnenkort over. De aanbesteding voor de bankier van de Belastingdienst volgt in 2018/2019. Dan hebben we al geoefend met de huisbankier voor de rijksoverheid.

De voorzitter: De volgende keer dat dit onderwerp weer aan de orde komt, is bij de behandeling van de initiatiefnota. Mevrouw Ouwehand is dan ook uitgenodigd, zodat het weer goed pittig wordt.