Bijdrage Ouwehand AO Afgha­nistan


10 april 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook ik mocht begin dit jaar deel uitmaken van de groep fractievoorzitters die een bezoek bracht aan de Nederlandse militairen in Afghanistan. Ik was onder de indruk van de professionaliteit en de inzet van onze mensen daar. Dat laat onverlet dat de vraag gesteld moet worden of dit een verstandige missie is. De Partij voor de Dieren denkt dat dat niet het geval is. Ik heb daar goede gesprekken gevoerd met zowel de militairen als met de trainers en een aantal andere mensen. Als de heer Van der Staaij de suggestie wil wekken dat iedereen in de missie gelooft, kan ik dat tegenspreken. Die indruk heb ik daar namelijk helemaal niet gekregen.
In het Advocatenblad van 25 februari vorig jaar schreef de heer Loorbach, algemeen deken van het Advocatenblad over de "Rutte-garantie". In dat artikel wordt de vraag opgeworpen of met de bevestiging van de gestelde voorwaarden ten aanzien van het karakter van de Kunduzmissie, in reactie op vragen van collega Sap, rechtsgevolg in privé of publiekrechtelijk is beoogd. De heer Loorbach gaf aan dat de minister-president persoonlijk dan wel de Staat der Nederlanden publiekrechtelijk aansprakelijk zou kunnen worden gesteld als de door de Nederlandse regering gestelde voorwaarden ten aanzien van het karakter van de missie op een gegeven moment niet volledig worden vervuld. In antwoord op vragen van collega Thieme daarover liet de minister-president weten dat hij met de door hem gegeven garantie zijn politieke intentie heeft bevestigd om er zorg voor te dragen en erop toe te zien dat aan de voorwaarden wordt voldaan. De minister-president gaf ook aan dat via deze garantie uiting werd gegeven aan zijn nauwe betrokkenheid bij de politietrainingsmissie en de wens om in zijn hoedanigheid van minister-president bij de
uitvoering van de gedane toezeggingen aan de Tweede Kamer betrokken te blijven. Hij liet het volgende weten: zoals te doen gebruikelijk, kunnen de leden van de Staten-Generaal mij op de naleving van deze intenties en toezeggingen aanspreken. De "Rutte-garantie" is niet meer dan een wassen neus gebleken. In de Volkskrant van 1 april jl. staat dat het ministerie van Defensie, anders dan beloofd, geen idee heeft waar de door Nederland opgeleide politieagenten in Kunduz naartoe zijn gegaan en wat ze precies doen. Defensie weet daardoor niet hoeveel agenten na de basiscursus hebben meegedaan aan vuurgevechten en of ze daarbij de regels hebben overtreden die met de Tweede Kamer zijn afgesproken: wel zelfverdediging, geen aanvalsacties. Ook de beloofde vervolgopleiding van tien weken blijft uit.
Wat zo overzichtelijk en eenvoudig leek, een playmobilopstelling van 500.000 euro per rekruut waarmee Afghaanse analfabeten in enkele weken zouden leren lezen, schrijven en op geweldloze wijze gezag en orde handhaven -- hen zou ook nog eens wat fundamenteel rechtsbesef worden bijgebracht, alsmede emancipatoir denken -- bleek natuurlijk een onmogelijke opdracht te zijn. Nieuwsuur en de Volkskrant toonden aan dat de scheidslijn tussen defensief handelen en offensief handelen door Afghaanse agenten flinterdun is, dat het Defensie in Kunduz ten enenmale ontbreekt aan overzicht en aansturing en dat de missie feitelijk onder valse voorwendselen een heel ander karakter heeft gekregen dan waarvoor in dit huis een mandaat is gevraagd en gegeven. Defensiedeskundige Ko Colijn betwijfelt ook of de gevechtshandelingen van de agenten voldoen aan de beloften die aan het parlement zijn gedaan. Hij zegt dat het onontkoombaar lijkt dat een jury van het Genootschap Onze Taal aan de missie Kunduz wordt toegevoegd om te bezien of de woorden hier stroken met de daden daar. Veel gekker zou het niet moeten worden.
Ik wil vandaag van het kabinet weten of het zelf vindt dat de "Rutte-garantie" ook maar één stuiver waard is gebleken. Waar is de minister-president vandaag die zegt dat we hem op de naleving van zijn intenties, zijn toezeggingen, kunnen aanspreken? Hij gaf de "Ruttegarantie" af aan met name collega Sap van GroenLinks. Van GroenLinks had ik vandaag eigenlijk een kritischer geluid willen horen. Of gaat het kabinet en daarmee de steun van de Kamer door in het oprekken? Wij hebben vandaag ook gehoord dat de PVV de missie afwijst. Dat betekent dat het kabinet opnieuw afhankelijk is van D66, GroenLinks en de ChristenUnie. Ik zou graag zien dat zij ons steunen in het oordeel dat deze missie Afghanistan niet verder helpt.
Het mag niet zo zijn dat het kabinet voor deze missie, waarin fout op fout gestapeld kan worden, kan blijven leunen op GroenLinks, D66 en de ChristenUnie. Er zijn garanties afgegeven die zo breed waren als de glimlach van de minister-president, maar ze zijn van nul, van generlei, waarde gebleken. Ik verzoek de minister van Buitenlandse Zaken om de beantwoording van de vragen niet met teveel omhaal van woorden te doen. Ik verzoek hem om klip en klaar duidelijk te maken wat juist is van de berichten in de Volkskrant en Nieuwsuur. Waar is het mis gegaan en welke consequenties verbindt het kabinet daar zelf aan?

[...]

2e termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb gewacht op kritische vragen van de partijen die deze missie steunen, maar ze kwamen nagenoeg niet. Als ze er al waren, kreeg ik sterk de indruk dat het kabinet en de Kamer naar elkaar toe praatten om vooral deze missie maar in de Haagse werkelijkheid te kunnen houden. Dat stelt me zeer teleur. Over de F-16 bestond volgens mij geen misverstand. De brief van 27 januari was heel duidelijk. Wat ons betreft schetste die toen al één van de cases op basis waarvan je zou kunnen weten en oordelen dat deze missie een onmogelijke opdracht is voor de militairen aldaar. De Kamer praat naar het kabinet toe en andersom. Het gaat dan om een Kamermeerderheid, maar die meerderheid is wel erg mager. Voelen de bewindslieden zich nog prettig bij een zo moeilijk te verantwoorden en te verdedigen missie waarop zoveel terechte kritiek is? Voelen zij zich nog prettig als zij onze mannen en vrouwen daarvoor moeten inzetten? Wanneer komt het moment dat het besef doordringt dat we dit niet hadden moeten doen?

Minister Rosenthal: Tegen mevrouw Ouwehand kan ik zonder omhaal van woorden zeggen dat ik mij goed voel bij deze missie, dat die een bijdrage levert aan de pogingen tot regionale stabilisering en verbetering van de situatie in Afghanistan. Er is een lange weg te gaan met allerlei obstakels, tegenslagen enzovoorts, maar we zetten met de internationale gemeenschap
door. Dat zullen wij ook doen na 2014.