Bijdrage Ouwehand AO 62ste Inter­na­ti­onale Walvis­vaart Confe­rentie


21 april 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. We spreken vandaag over de walvisjacht, waarvan nog steeds sprake is ondanks alle afspraken die daarover zijn gemaakt. Een groot aantal landen, inclusief Nederland, heeft de walvisjacht illegaal verklaard. Desondanks zijn er sinds de totstandkoming van het moratorium 30.000 walvissen afgeslacht. Dat gebeurde door IJsland, Japan en Noorwegen. Ik begin het langzamerhand buitengewoon teleurstellend te vinden dat we daar niets aan kunnen doen. Het is zelfs zo ernstig dat we naar mijn oordeel moeten nadenken over het nemen van andere maatregelen. Een goede illustratie van het feit dat die afspraak niet wordt nagekomen, is dat er op dit moment zeven containers in de haven van Rotterdam staan met dertien vinvissen die in stukken zijn gesneden. Het is niet uit te leggen dat we meewerken aan de handel in illegaal walvisvlees, terwijl we de walvisjacht illegaal hebben verklaard, we ons daartegen hebben uitgesproken en dat we daarover afspraken hebben gemaakt. Wij hebben de minister verzocht om dat in een brief aan de Kamer uit te leggen. Zij verwijst naar de bepalingen die betrekking hebben op doorvoer en plaatst die tegenover de bepalingen ten aanzien van invoer. Ik vind dat te mager. Ik wil niet dat Nederland meewerkt aan de handel in walvisvlees en vraag de minister wat zij kan doen om ook die doorvoer aan te pakken.

Ik kom op de komende conferentie van de Internationale Walvis Commissie (IWC). Een ander hiaat in de afspraken met de IWC is dat 13 van de 85 walvissoorten worden beschermd. Dat zijn er te weinig. Wij hebben de minister dan ook regelmatig bevraagd over de afschuwelijke slachtingen van dolfijnen in bijvoorbeeld Japan en recent op de Faeröereilanden. De minister antwoordde op die vragen vandaag nog dat zij daarmee niet heel veel kan, omdat de IWC geen bevoegdheden heeft om ook de grienden te beschermen. Ik stel voor dat Nederland inbrengt, de beschermingsbevoegdheden van de IWC uit te breiden van de dertien grote walvissoorten naar alle walvisachtigen, dus de 85 soorten die in aanmerking komen voor bescherming. Om dat pleidooi kracht bij te zetten, heb ik vandaag een cadeautje voor de minister meegebracht. De documentaire The Cove heeft op alle internationale filmfestivals de publieksprijs gewonnen. Hierin wordt uiteindelijk de slachting getoond en dat is niet prettig. De mensen die zich sterk verzetten tegen deze praktijken zijn zo hartverwarmend activistisch dat ik de minister graag via de voorzitter een exemplaar uitreik. Voor al mijn collega's heb ik eveneens een exemplaar meegebracht. Het is een heel belangrijke film. Wat mij betreft is dat de film van het jaar, zo niet van het decennium. Graag wil ik dus de toezegging van de minister dat zij zich tijdens de komende IWCconferentie sterk gaat maken voor de bescherming van alle walvisachtigen, inclusief de dolfijnen. Ik verwacht dat de minister daarvoor dan voorstellen doet. De minister verwees terecht naar de inzet van vorig jaar. Zij merkte op dat wat Nederland betreft voor de komende drie jaar de lijnen zijn uitgezet voor de inzet ten behoeve van de IWC. Die lijnen zien er op zichzelf goed uit. Ik vraag mij wel af hoe het mandaat voor de EU wordt vastgesteld onder het Verdrag van Lissabon. Denemarken kan immers niet meer worden uitgezonderd. Wat verwacht de minister van het standpunt van de EU nu we Denemarken binnen boord moeten krijgen?

Ik maak mij nog altijd zorgen over de manier waarop de minister haar inzet formuleert. Ze zegt dat ze zal toetsen of deze bijdraagt aan het stoppen van de walvisjacht en het versterken van de IWC. Eerder in een debat hebben wij geconstateerd dat dit voor de
minister betekende dat de erkenning dat Japan in zijn economische zone op jacht mocht, bij haar niet op bezwaren stuitte. De minister was daar toen dus niet tegen. Ik ben er huiverig voor dat dit weer gebeurt. Uit de brieven maak ik op dat Nederland kritiek heeft geuit op het voorstel dat in Florida circuleerde. Dat leek op het door mij zojuist aangehaalde voorstel. Ik begreep van de maatschappelijke organisaties zelfs dat Nederland zich daartegen heeft uitgesproken. Dat zou goed zijn. Ik vraag de minister of dat klopt. Dat voorstel wordt op dit moment herzien. Desalniettemin kan ik mij niet voorstellen dat de Nederlandse regering haar handtekening daaronder plaatst. Ik voel veel meer voor het voorliggende voorstel van Australië. Kan de minister dat steunen?

Graag wil ik dat we wat stoerder zijn ten opzichte van Japan. Het is niet genoeg om te zeggen dat we het niet met de Japanners eens zijn over de walvisjacht en dat we daar enorm van balen. Vervolgens worden er immers toch weer zaken gedaan, welke dan ook.
Graag wil ik een reactie daarop van de minister. Uit de zojuist door mij aangeboden film blijkt ook dat de grootste activist tegen de dolfijnenjacht ter wereld -- hij is de ex-trainer van Flipper -- niet meer welkom is tijdens bijeenkomsten van de IWC, terwijl hij goed zicht heeft op de zaak. Wil de minister voorstellen om de beste man opnieuw spreektijd te geven tijdens de bijeenkomsten of kan zij iets anders doen? Dat zou ik zeer toejuichen. Die man heet Richard O'Barry.

Minister Verburg:
In Florida is inderdaad een bijeenkomst gehouden met een aantal walvisbeschermende landen en walvisjagende landen. De bedoeling van die bijeenkomst was om stappen vooruit te zetten ter bescherming van walvissen. Er is een voorstel gedaan en ik heb daarop een groot aantal punten van kritiek geuit. Dat was volstrekt in lijn met wat Australië daar deed. Ik noem de kritiekpunten. Het is een ondermijning van het moratorium op de commerciële walvisjacht door het toestaan van quota aan Japan, IJsland en Noorwegen. Dat zijn de drie landen waarover wij al jaren spreken. In het voorstel staat dat de walvisjacht moet worden toegestaan in erkende walvisreservaten. Het gaat om het jagen op kwetsbare populaties en het vaststellen van quota op basis van ad hoc adviezen in plaats van op basis van de binnen de IWC overeengekomen wetenschappelijke procedures. Het gaat over het laten betalen van monitoring op de walvisjacht, ook door de walvisbeschermende landen. Ik meen dat we wel eens hebben gesproken over het feit dat de IWC geen handhavende bevoegdheden heeft. Landen sluiten zich vrijwillig bij die commissie aan. Dat maakt de IWC inderdaad kwetsbaar, want landen kunnen ook zeggen dat ze het lidmaatschap opzeggen en dat zij zich vervolgens nergens meer iets van zullen aantrekken. Als je effectief wilt zijn, dan moet je ook iets doen aan de handhaving. Daarover is voorgesteld dat ook de walvisbeschermende landen dat bedrag moeten betalen. En artikel 8, waarin de wetenschappelijke jacht wordt behandeld, wordt niet herzien. Ook daarop hebben wij grote kritiek. Dat moet echt gebeuren. Niet alleen Nederland en Australië hebben dat naar voren gebracht, maar ook andere landen. In die zin is de Tweede Kamer goed geïnformeerd door de niet-gouvernementele organisaties. Wij staan er dus uitermate kritisch tegenover. Wij willen namelijk stappen voorwaarts zetten in plaats van achterwaarts. Het is onze bedoeling om te komen tot een volledige bescherming van de walvissen en het volledig stoppen van de jacht op walvissen en walvisachtigen.

De reacties op de voorstellen zijn meegenomen. Die zullen worden verwerkt in nieuwe voorstellen. Die nieuwe voorstellen zullen waarschijnlijk morgen worden gepubliceerd. Op basis daarvan zal in de voorbereidingsfase ook de eerste Europese bijeenkomst
plaatsvinden. Ik ben voornemens om namens Nederland strak vast te houden aan het commentaar dat ik in Florida heb gegeven. Ik zal dus mijn poot stijf houden en ervoor zorgen dat Europa zich sterk houdt en dat het de rug recht houdt.
(…)
De leden moeten zich wel realiseren dat we te maken hebben met het Verdrag van Lissabon. Op grond daarvan moeten we in Europa tot één standpunt komen. Zowel mevrouw Ouwehand als mevrouw Van Velzen sprak daarover. We gaan er voluit voor om Denemarken mee te krijgen en het aan afspraken te houden.
(…)
Mevrouw Ouwehand vroeg hoe het EU-mandaat wordt vastgesteld binnen de kaders van het Verdrag van Lissabon. Daarvoor moet overeenstemming worden bereikt in de Raad.
Denemarken is eveneens gehouden aan het Verdrag van Lissabon en dus ook aan het EUmandaat. Overigens neemt Groenland een uitzonderingspositie in, want dat heeft
zelfbestuur waardoor niet alle EU-verplichtingen daar van kracht zijn.
(…)
Mevrouw Ouwehand vroeg of wij het Australische voorstel steunen. Dat is een gezamenlijk voorstel. Wij overleggen veel met Australië. Dat land is actief en zoekt bondgenoten. Wij trekken vooralsnog samen op. Dat kan natuurlijk niet in EU-verband, maar wel waar het gaat om de vraag waar wij naartoe willen.
(…)
Mevrouw Ouwehand vroeg of de bereidheid bestaat om de IWC uit te breiden naar 85 walvisachtigen, dus ook de dolfijnen waar de heer Graus al eerder een pleidooi voor heeft gehouden. Hij heeft gelijk. Ik herinner me de discussie van toen nog. Daar zijn al vaker
voorstellen voor gedaan in de IWC, maar tot op heden is daar onvoldoende draagvlak voor. Op dit moment werkt België aan een voorstel om de kleine walvisachtigen op te nemen in de IWC, hoewel daar weinig steun voor is. Wij bekijken of wij ons hiervoor samen met België sterk kunnen maken in EU-verband en vervolgens in breder verband.
(…)
Mevrouw Ouwehand, de heer Dibi en mevrouw Van Velzen vroegen wat wij kunnen doen in de richting van Japan. Wij zitten daar voortdurend bovenop. Tijdens elke ontmoeting met Japan en bij elk bezoek aan dat land spreken wij ons zeer nadrukkelijk uit tegen de
wetenschappelijke vangst. Ook bilateraal gebeurt dat voortdurend. De minister-president heeft hierover vorig jaar tijdens een bezoek op bilateraal niveau gesproken en minister Verhagen heeft dat gedaan tijdens een werkbezoek. Er is een gezamenlijke verklaring van Nederland, Australië en Nieuw-Zeeland uitgebracht in december 2009. Wij hebben echter niet meer sancties in handen, niet in IWC-verband en evenmin in Cites-verband. Er zijn geen mogelijkheden in Cites-verband omdat het hier niet om handel gaat, maar om wetenschappelijk onderzoek, hoe onwetenschappelijk wij dat ook mogen beoordelen. Wij hebben dus niet zo maar een sanctie-instrument in handen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wij weten dat Japan zich niet aan verdragen heeft gehouden. Ik weet wat het kabinet de Kamer liet weten, namelijk dat in ieder contact met Japan wordt gezegd dat Nederland tegen de zogenaamd wetenschappelijke vangst van walvissen is. Ik heb echter sterk de indruk dat de minister-president tijdens zijn bezoek aan Japan -- dat was een duidelijke handelsmissie -- kort heeft gezegd dat Nederland tegen deze jacht is en dat hij vervolgens is overgegaan tot de orde van de dag om zaken te doen. Ik kan mij voorstellen dat wij wat minder aardig zijn tegen Japan, dat wij zeggen: die handelsbetrekkingen zijn allemaal leuk en aardig, maar het is ons menens met die walvisjacht. Liggen daar geen mogelijkheden? Een fractiegenoot van mevrouw Snijder heeft in het televisieprogramma Pauw & Witteman al gesuggereerd dat wij wel een keer handelssancties kunnen overwegen. De optie van Australië is een andere. Die houdt in dat er een juridische procedure wordt gestart zodra Japan komend seizoen op walvisjacht gaat. Kan de minister die procedure steunen?

Minister Verburg:
In tegenstelling tot wat mevrouw Ouwehand suggereert, zijn die politieke en diplomatieke ontmoetingen geen gezellige theekransjes en onderonsjes. Het gaat er tamelijk hard aan toe, in diplomatiek en politiek opzicht. In mijn tweede termijn kom ik kort terug op de juridische procedure die Australië zou overwegen. Daarmee ben ik niet bekend. Ik heb de informatie daarover niet paraat. Ik zal daarop in mijn tweede termijn of aan het eind van mijn eerste termijn terugkomen. Ik vraag mijn ambtenaren om daarover kort iets op papier te zetten.

Mevrouw Van Velzen (SP):
Voor zover ik weet -- ik zie de brief van de minister echter tegemoet -- gaat het Australië specifiek om het jagen in beschermde gebieden, in de reservaten in de zuidelijke oceanen. Je kunt wel zeggen dat het mag omdat het
wetenschappelijk is, maar volgens mij druist dat in tegen andere delen van de IWC. Ik vind het goed dat de minister nagaat in hoeverre wij deze procedure kunnen ondersteunen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb een aanvullende vraag op dit punt. Ik grijp even terug op de incidenten tussen de boot van Sea Shepherd die onder Nederlandse vlag voer en de Japanse walvisvloot. Het heeft mij teleurgesteld dat daarnaar geen gerechtelijk onderzoek is gedaan. Daarmee zou goed kunnen worden vastgesteld wie in dat gebied mag zijn en wie niet. Ik begrijp wel dat de minister niet tegen het Openbaar Ministerie kan zeggen dat het zo'n onderzoek moet doen. Ik vraag haar echter toch of zij mogelijkheden ziet tot het doen van een dergelijk onderzoek en, in het verlengde hiervan, wat wij kunnen doen tegen het voortdurend schenden van de afspraken door Japan. Ons bereiken signalen dat, als Japan Nederland ontmoet, er direct wordt geklaagd over de actievoerders die tegen de walvisjacht strijden. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat Nederland heel snel zegt dat het daaraan iets gaat doen omdat veiligheid op zee belangrijk is, bladiebla. Ik kan mij voorstellen dat Nederland zijn toon ten opzichte van Japan als volgt wijzigt: wat hebt u daar te klagen? U zorgt er eerst maar voor dat u met uw boten wegblijft uit de gebieden waar u niet mag komen.

De voorzitter:
Ik heb nu een probleempje. Het onderwerp Sea Shepherd is uitgebreid besproken. Op deze manier worden de interrupties bovendien veel te lang. Op deze wijze komen wij er niet goed uit. Ik denk dat het van belang is dat de minister scherp en snel
antwoord geeft op alle vragen. Dan komen wij tenminste verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben het met u eens, voorzitter. Ik rond af, maar ik vind dit punt wel relevant nu wij spreken over de komende IWC-conferentie. De vraag wat wij kunnen doen om Japan aan de afspraken te houden, is relevant. Ik zou graag zien dat Nederland zich niet meer op deze wijze opstelt waar het gaat om het aanpakken van Sea Shepherd. Ik wil graag een toezegging van de minister op dit punt.

Minister Verburg:
Ik heb al toegezegd dat wij gaan kijken naar het voorstel van Australië. Ik zal de Kamer daarover informeren.
Mevrouw Ouwehand vroeg of ik de ex-trainer van Flipper spreektijd wil bezorgen tijdens de IWC-conferentie. De voorzitter van de jaarvergadering bepaalt echter wie er spreektijd krijgt. Daarop hebben wij geen invloed. Wij overleggen heel goed met ngo's. Ik neem aan dat deze man ook lid is van een ngo. Laten wij eens nagaan of hij daar internationaal aanwezig kan zijn, want dan kan er in elk geval in de wandelgangen heel veel gebeuren. Wij proberen andere landen aan te moedigen om op dezelfde wijze om te gaan met hun ngo's als wij met die van ons. De manier waarop wij dat doen, wordt internationaal als heel bijzonder ervaren. Men vindt het bijzonder dat wij open en breed opereren met onze ngo's en dat wij die zo nadrukkelijk betrekken bij de voorbereiding van de agenda. Dat hebben wij ook dit maal gedaan. Ik ga in op de doorvoer van het IJslandse walvisvlees. Er is geen sprake van een overtreding. Het is legaal omdat IJsland en Japan een voorbehoud hebben gemaakt bij het Cites-verbod op de handel in deze soort. Nederland moet zich als verdragsstaat van Cites aan de regels houden. Zolang de bestemming van het vlees Japan is, zijn de papieren in orde en is er dus geen mogelijkheid om in te grijpen. De douane, de Nederlandse beheersautoriteit voor de Cites, de Algemene Inspectiedienst en de Voedsel en Waren Autoriteit houden de zaak goed in de gaten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik herinner me dat ik de minister eerder filmkaartjes heb gegeven, maar dat zij toen niet in de gelegenheid was om daarvan gebruik te maken. Nu heb ik haar de documentaire op dvd gegeven. Ik hoop dat die inspireert. Ik dank de minister voor haar antwoorden. Wij danken haar en het kabinet voor de voortdurende afwijzing van de walvisjacht, maar wij blijven worstelen met de vraag hoe wij de walvissen zo goed mogelijk kunnen beschermen nu er drie dermate onwillige landen zijn. Ik heb ook gememoreerd dat de IWC slechts over dertien walvissoorten gaat. Ik begrijp van de minister dat België werkt aan een voorstel met als doel om de werkingssfeer van de IWC uit te breiden en dat Nederland daaraan meedoet. Kan de minister toezeggen dat, als België niet opschiet, zij het initiatief overneemt? Ik zou namelijk graag willen dat dit voorstel tijdens de eerstkomende vergadering van de ICW behandeld werd.

Over het toelaten van ngo's heb ik in een van de eerdere brieven van de minister, uit 2008, gelezen dat Nederland een groot voorstander is van vrijheid van meningsuiting, dat het de rechten van ngo's benadrukt en het wijst op de relevantie van hun deelname in de IWC. In dat licht vind ik dat iemand die een dermate belangrijke rol speelt bij de bescherming van dolfijnen, zoals de genoemde mijnheer, gewoon terugmoet.

De voorzitter: Het punt is duidelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ga afronden, voorzitter. Hem is de toegang ontzegd. Ik zou graag zien dat de minister zich er sterk voor maakt dat hij kan terugkomen. Wat de Nederlandse inzet betreft wil ik de toezegging van de minister dat zij op geen enkele manier voorstellen of compromissen steunt die op welke manier dan ook de walvisjacht vergroten, zoals wij twee jaar geleden hebben gezien. Die angst heb ik nog een beetje. Die richting moeten wij niet op gaan.

Minister Verburg:
Mevrouw Ouwehand vroeg of wij het initiatief willen overnemen dat tot doel heeft om de werkingssfeer van de IWC uit te breiden. Dat is niet sjiek, dat doen wij niet. Zo doen wij dat niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vraag was of Nederland het initiatief overneemt als België treuzelt of als het niet opschiet.

Minister Verburg:
Wij werken op de meeste dossiers heel goed samen met onze Belgische collega's en dat zullen wij blijven doen. Morgen is de deadline voor voorstellen voor de IWC. Dit voorstel van België zal niet morgen gereed zijn. Ik zal nagaan hoever België daarmee is. Ik heb begrepen dat België nog niet zal voorstellen om de werkingssfeer uit de breiden van 13 naar 80 of 85 soorten walvisachtigen. Ik zal mijn Belgische collega's hier ook in EUverband op aanspreken en bezien wat wij vanuit Europa de komende tijd in elk geval kunnen doen. Concrete voorstellen voor deze IWC-vergadering zullen er dus niet zijn. Het lijkt me goed om de Kamer daarvan op de hoogte te stellen. De ex-trainer van Flipper moet echt op een andere manier op de conferentie zien te komen. Ik neem aan dat er heel goede ngo's zijn of goede connecties. Ik kan de Kamer dat niet toezeggen.