Bijdrage Ouwehand aan debat over de ontwik­ke­lingen rondom het coro­na­virus


20 mei 2020

Voorzitter, dank u wel. Het kabinet heeft verdere stappen gezet op de routekaart uit de intelligente lockdown. De zorg maakt zich zorgen over of het niet te snel gaat. Wij hebben al in het vorige debat die zorg met het kabinet gedeeld. Gaat het niet te snel? De zorg is bang voor een tweede golf, die ze dan niet aankan. Het antwoord van de premier is dan steeds: alleen als het kan. Met alles wat we van het virus weten, zegt de logica echter toch het volgende. Na twee weken vertonen mensen pas ziekteverschijnselen. Om die reden wacht je steeds twee weken om te kijken wat het effect van de eerdere versoepeling is geweest. Op 11 mei zijn de scholen opengegaan en de contactberoepen weer begonnen. Ik zie dat de minister-president naar de kapper is geweest. Dat is hartstikke goed. Moet je niet twee weken wachten om te kijken wat het effect is, voordat je de volgende stap zet? Wij begrijpen namelijk de zorgen van met name de ziekenhuizen in Brabant.

Voorzitter. Het kabinet zegt steeds: de volksgezondheid staat voorop. We hopen dat dat waar is. Het kabinet zegt ook steeds: we luisteren naar wetenschappers. Wetenschappers, 1.600 wetenschappers maar liefst, zeggen dat het misschien een goed idee is om de leefomgeving van mensen gewoon gezonder te maken. Dat is niet alleen goed voor de mensen zelf. Als je gezonder bent wanneer je het virus krijgt, dan is je eigen immuunsysteem beter in staat om het op te vangen. Dat betekent dus ook dat je, hopelijk, niet naar het ziekenhuis hoeft en de zorg belast. Gaat het kabinet aan de slag met preventie, waar die wetenschappers om vragen?

Voorzitter. Dan de grote test: staat de volksgezondheid wel voorop? De grote test is altijd: wat gebeurt er als de vleesindustrie een belang heeft dat in de weg zit? We hebben het kabinet niet zelfstandig gehoord over de slachthuizen. De Partij voor de Dieren heeft al vanaf het begin gewaarschuwd dat je daar de maatregelen niet kunt naleven. Dat wordt een risico voor de mensen daar. Dat wordt een brandhaard. We zien dat nu dus ook. Keer op keer hebben wij daarover vragen gesteld. Vanochtend hebben we nog antwoorden gekregen, waarbij het ministerie van LNV nog steeds een toon aansloeg van: nou, het valt allemaal wel mee. Twee uur later heeft de minister van LNV alsnog een brief moeten sturen waarin stond dat ook in Nederland een groot slachthuis dicht moest, omdat daar een explosie van besmettingen is. Ik wil de minister-president daar echt op wijzen, omdat ook hij de Kamer niet goed geïnformeerd heeft. Twee weken geleden zei hij nog: de NVWA grijpt in. Dat is helemaal niet gebeurd. Toen de vakbonden aan de bel trokken, heeft ook de Arbeidsinspectie gezegd: nou, nou, dat waren wel een beetje grote woorden. De rol van de Arbeidsinspectie is hier dus ook niet helemaal zuiver. Ik vind dat het kabinet meteen in actie moet komen. We kunnen ons die brandhaarden niet veroorloven. Dat kan niet vanwege die mensen zelf, maar ook omdat je geen nieuwe brandhaarden wil in de verspreiding van deze epidemie.

Voorzitter. Dan de kern van het probleem. Ik herinner me nog dat toen ik er in een vroeg stadium over begon, de minister van VWS vroeg wat een zoönose eigenlijk was. Nou ja, inmiddels is dat voor bijna iedereen basiskennis. Dat schrijft ook De Groene Amsterdammer. Veel epidemieën beginnen als een zoönose. Dat is dus een ziekte die in een dier begint en overspringt op de mens. Driekwart van de infectieziekten komt bij dieren vandaan. Daar kunnen die dieren niks aan doen, maar dat komt doordat mensen zo nodig dieren willen fokken, vangen en doden. Europa kent maar twee grote uitbraken van ziekten die vanuit de moderne, intensieve veehouderij oversprongen op de mensen. Wat echter niet tot de basiskennis behoort, is dat die uitbraken zich de afgelopen twintig jaar allebei voordeden in Nederland. In 2003 waren er 1.000 mensen ziek door de vogelgriep en is er een dierenarts overleden.

Daarna kwam het grote drama: Q-koorts. Nu heeft Nederland nog een primeur. We zijn het eerste land ter wereld waar corona is uitgebroken onder gehouden dieren. Dat was in de nertsenfokkerij. Ook daar zagen we dezelfde dynamiek, waarvoor we gewaarschuwd zijn. De boel wordt verdoezeld en er wordt gezegd dat er niets aan de hand is. Er wordt niet ingegrepen, niet gehandeld op basis van het voorzorgsbeginsel en de minister van LNV mag de knopen doorhakken. Uit de evaluatie van de Q-koorstuitbraak is echter gebleken dat er twee belangrijke adviezen waren: het voorzorgsbeginsel voorop, en de doorzettingsmacht, de baas, moet de minister van VWS zijn. Die twee punten wil de Partij voor de Dieren vandaag met het kabinet afspreken. De nertsenfokkerijen moeten worden stilgelegd en de minister van VWS wordt de baas bij het voorkomen en bestrijden van dierziekten.