Bijdrage Ouwehand aan debat over de formatie


7 september 2021

Voorzitter. Bijna vier maanden geleden hadden we hier het debat met de vorige informateur, Herman Tjeenk Willink. Toen heeft de Partij voor de Dieren gezegd: we kunnen niet verder, dat kan alleen als er vertrouwen is. Dat vertrouwen was er toen niet. Maar het moest en zou over de inhoud gaan, zodat de aandacht er fijn van werd afgeleid dat de nieuw gekozen Tweede Kamer was voorgelogen door de leider van de VVD. Dat was niet de eerste keer. Het was ook niet de eerste keer dat die zich dat plotseling niet meer kon herinneren. Dat was een heel fundamentele vertrouwensbreuk.

Daar, voorzitter, zat de echte crisis. Maar we zouden het oplossen, het probleem omzeilen, door over de inhoud te gaan praten. En vier maanden later blijkt uit het verslag van de nieuwe informateur dat daar geen enkele bereidheid toe was. Dus de VVD heeft deze Tweede Kamer opnieuw gegijzeld door gewoon voor haar eigen partijpolitieke belangen te doen alsof het over de inhoud zou gaan, terwijl het alleen maar het doel diende om tijd te kopen, zodat Mark Rutte zou worden schoongewassen van zijn zonden en niemand het daar meer over zou hebben.

Voorzitter. Dat werkt misschien in de beeldvorming, maar bij de Partij voor de Dieren niet. Want we zijn allemaal gekozen en — de heer Klaver sprak er zojuist ook al over — hebben trouw gezworen aan de Grondwet. Dat betekent dat de Tweede Kamer de taak en de plicht heeft om een regering te vormen die binnen de grenzen van de rechtsstaat opereert. Dat is voorwaarde één. Dus de crisis is niet zozeer dat we geen kabinet hebben. Nee, de crisis is dat we geen kabinet kunnen vormen waar Nederland op kan vertrouwen en dat blijft binnen de grenzen van de rechtsstaat. Dat had gekund als de VVD, en ik kijk ook naar het CDA, een beweging hadden gemaakt. Want een proeve voor een aanzet tot een regeerakkoord is voor de Partij voor de Dieren vooral goed kijken wat partijen die willen regeren, die het land willen blijven leiden, op dit moment doen. In demissionaire status was dat geen haar beter dan onder Rutte III. De rechtsstaat wordt keer op keer aan de laars gelapt. De grenzen worden opgezocht en, aldus een van de duidingen, het morele kompas is zoek.

Voorzitter. Er zou wel een kabinet gevormd kunnen worden, maar de verantwoordelijken voor die grote politieke vertrouwenscrisis zullen moeten bewegen. En dat hebben wij nog niet gezien. Mijn vragen aan de informateur heb ik de vorige keer eigenlijk ook al gesteld. Je zou vooruit kunnen komen als er reflectie is, als er een analyse is van wat wij — dus niet een vaag systeem, maar wijzelf — verkeerd hebben gedaan zodat het heeft kunnen komen tot dat ongelooflijke toeslagenschandaal, waarbij mensen kapot zijn gemaakt. Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Die reflectie zou kunnen leiden tot een oplossing. Hoe heeft het kunnen gebeuren, wat hebben wij verkeerd gedaan dat Nederland uitspraken van de rechter aan zijn broek heeft als het gaat om de bescherming van natuur en van klimaat? Dat is niet zomaar een hobby van groene partijen. Daarbij staan de mensenrechten op het spel. Zo'n reflectie zou vertrouwen kunnen geven in stappen naar de toekomst. Maar volgens mij — ik vraag het opnieuw aan de informateur — heeft die reflectie niet plaatsgevonden. De vorige keer zei ze: nou ja, ik heb gehoord dat partijen bereid tot zijn tot een oplossing. Dat is wat mij betreft ook een vorm van reflectie. Maar nu lees ik in haar verslag dat die bereidheid er helemaal niet was, en de reflectie dus ook niet.

Voorzitter. We kunnen niet verder als we niet het vertrouwen hebben dat er een kabinet te formeren valt dat de rechtsstaat respecteert. Om het in de woorden van Tommy Wieringa te zeggen, die over Mark Rutte en de gevolgen van de kabinetten-Rutte afgelopen zaterdag een hele goeie column heeft geschreven in NRC: werkelijk, je zou die man nog niet het beheer van een kinderboerderij toevertrouwen. Nee, voegt de Partij voor de Dieren daaraan toe, laat staan de leiding van het meest veedichte land ter wereld.

Interrupties bij de VVD

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tommy Wieringa schreef afgelopen zaterdag in de NRC over de formatie en over waar we staan na drie kabinetten-Rutte. Drieënhalf, moet ik zeggen. De conclusie was: zo veel macht en invloed, en zo weinig verantwoordelijkheidsgevoel. Dat is precies het beeld dat vandaag blijft hangen. De doorbraak die nodig is, is niet: kunnen we een beetje bestuurbaar land krijgen zodat de VVD weer haar machtspolitiek kan uitoefenen. De doorbraak die nodig is, is dat we eindelijk een regering krijgen waar Nederlanders weer vertrouwen in kunnen hebben en die de rechtsstaat respecteert. De heer Rutte vertelt hier eigenlijk met droge ogen dat hij het nog even een beetje gaat rekken. Er komt voorlopig geen kabinet. Dat die kabinetsformatie nu vijf maanden duurt, presenteert hij opnieuw als een soort natuurverschijnsel, zoals we het van hem kennen. "Het is gebeurd", alsof hij daar zelf niet hoofdverantwoordelijk voor is.

Voorzitter. Ik wil een vraag stellen over de tussenliggende periode. Want het lijkt er dus op dat Rutte de langstzittende demissionaire premier van Nederland wil worden. We wisten allemaal dat hij de langstzittende premier wilde worden, maar blijkbaar staat deze ook nog op zijn politieke bucketlist. Als dit duurt en duurt en duurt, wat gebeurt er dan met het nakomen van de verplichtingen die de rechtsstaat gewoon oplegt? Is de heer Rutte het met de Partij voor de Dieren eens dat je, ook als je demissionair bent, als regering niet kan zeggen "dan schakelen we de rechtsstaat gewoon eventjes uit"? En wat betekent dat voor bijvoorbeeld het klimaatbeleid?

De heer Rutte (VVD):
Eerst iets over de afgelopen jaren, want het is nogal een verwijt. Ik ben heel erg trots op wat we in Nederland met elkaar tot stand hebben gebracht. Ik was er in die tijd trots op het kabinet te mogen leiden. Ik heb dat zeker niet zelf gedaan; dat hebben we met 17 miljoen mensen gedaan. We zijn uit een van de grootste economische recessies gekomen en we zijn op dit moment een van de best presterende economieën van de westerse wereld. Ons aanzien in de wereld is goed. We staan goed op de kaart bij heel erg veel landen, ook in Europa. Daar ben ik ook trots op. Ik ben trots op wat we bereikt hebben. Die financiële, economische uitgangspositie maakt het mogelijk om een aantal heel grote vraagstukken de komende jaren op te lossen, rondom de woningmarkt, stikstof, klimaat en onderwijs, maar ook rondom veiligheid en defensie. Het zijn vraagstukken die we moeten oppakken, gezien de situatie in de wereld en de instabiliteit om ons heen. Ik zou bijna zeggen: we leven in een gaaf land. Dat zou ik hier nog eens willen herhalen.

Nu over de rechtsstaat. Die rechtsstaat is niet onderhandelbaar, voor niemand hier, voor mij zeker niet en ook niet voor mevrouw Ouwehand. Die is voor niemand onderhandelbaar. Ook een demissionair kabinet heeft zich uiteraard te verhouden tot rechterlijke uitspraken en moet proberen daar zo goed mogelijk mee om te gaan.

Dan het veel bredere vraagstuk van het klimaatbeleid. Daar liggen een aantal enorme kansen de komende jaren. Ik bedoel kansen om het gat te dichten naar de 49% in 2030, om ervoor te zorgen dat wij in Europa toonaangevend zijn in de discussie over de 55%-doelstelling, ook in 2030, en dat we naar klimaatneutraal gaan in 2050, om de komende jaren hier niet alleen zo goed mogelijk invulling te geven aan Urgenda-uitspraken, maar ook om met elkaar de groenewaterstofeconomie te bouwen die nodig is om de grootste vervuilers in dit land te houden en ze niet te laten vertrekken en ergens te gaan vervuilen en die banen mee te nemen. Al die dingen kunnen we met elkaar doen. Vervolgens kunnen we ook nog het stikstofprobleem oplossen.

Dit zijn de grote vraagstukken die het komende kabinet, naast veiligheid, defensie, onderwijs en de huizenmarkt, moet aanpakken. Ik ben daarvoor ontzettend gemotiveerd. Dit wordt een van de grootste verbouwingen van Nederland die we na de oorlog gehad hebben. Ik zie daar zeer naar uit, uiteraard zoekend naar breed draagvlak in de Kamer, mocht ik door mogen gaan als minister-president. Dat is nog zeker geen gegeven; we kunnen ook in de oppositie eindigen. Maar mocht dat zo zijn, dan zou ik dat van harte doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister-president, demissionair minister-president, maar nu eventjes de leider van de VVD, zou bíjna zeggen dat het een gaaf land is. Nou, dat is alvast een stapje vooruit, want zo goed staat Nederland er helemaal niet op. We bungelen onderaan de lijstjes met de transitie naar groene energie en het halen van de klimaatdoelen. Ik wil graag hom of kuit. De heer Rutte zegt hier — en ik ben blij dat hij het tenminste zegt — dat je ook als je demissionair bent de rechtsstaat niet aan je laars kunt lappen. Waarom zegt hij dan even zo tussen neus en lippen door: aan de Urgenda-uitspraken moeten we "zo goed mogelijk" voldoen? Er is gewoon een keihard rechterlijk vonnis. Er loopt een nieuwe procedure, omdat de kabinetten-Rutte hebben geweigerd om de minimale klimaatdoelen te halen. Ik wijs er met nadruk op, omdat het schandalig is dat een maatschappelijke organisatie daarvoor naar de rechter moet. Die rechter is heel duidelijk geweest. Het kabinet schendt de mensenrechten. Mensen hebben er recht op om beschermd te worden tegen gevaarlijke klimaatverandering. De heer Rutte zegt hier "ja, de rechtsstaat is heel belangrijk, maar Urgenda hoef je alleen maar zo goed mogelijk te doen", in plaats van "we moeten ons kapot schamen dat we het niet gehaald hebben en nog dit jaar, nog dít jaar, zetten we alles op alles om aan dat vonnis te voldoen".

De heer Rutte (VVD):
Ten eerste is de rechtsstaat niet onderhandelbaar. Daar zijn we het denk ik over eens. Ten tweede heb ik zelf ook heel plezierige gesprekken gehad met mevrouw Minnesma, de naam achter Urgenda, zowel over de vraagstukken op korte termijn als, wat zij noemt, de moonshotprojecten, de "Woman on the Moon"-projecten voor 2030 en daarna. In die gesprekken hadden we een heel grote mate van overeenstemming over hoe we denken dat we in Nederland een aantal dingen moeten oppakken. Dit kabinet, van deze vier partijen, voelt zich zeer verplicht om de Urgenda-uitspraak uit te voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar die plezierige gesprekken met mevrouw Minnesma hebben ertoe geleid dat mevrouw Minnesma heeft geconcludeerd: dit gaat weer niet goed, dus ik moet opnieuw naar de rechter. Ik wil de heer Rutte eraan herinneren dat de VVD en het CDA — zijn kabinetten, maar ook CDA-kabinetten — zo ongeveer een abonnement hebben op vernietigende uitspraken van de rechter. Zij kunnen hun werkkamers behangen met vernietigende uitspraken van de Raad van State. Nu alleen maar zeggen "ik heb gezellig koffie met haar gedronken en we hebben er alle vertrouwen in dat we dat goed gaan doen", is onvoldoende. Dit is meer van hetzelfde, het voortzetten van hetzelfde schandalige, destructieve beleid. Dat zorgt ervoor dat er, als er op een zeker moment wel een regering komt waar Nederland vertrouwen in kan hebben en die wel gaat doen wat er nodig is, ongelofelijk veel puin te ruimen is. Dat zien we nu al in de stikstofcrisis. Ik vind het onbestaanbaar dat de grootste partij van Nederland dit blijft volhouden met de figuur van de heer Rutte.

De heer Rutte (VVD):

Hoe mevrouw Ouwehand dit uit mijn antwoord kan afleiden, is mij een raadsel. Echt. Er is geen link tussen antwoord en haar reactie. Ik kan die ook niet vinden.

Interrupties bij D66

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik wil me wel graag aansluiten bij de verbazing van mevrouw Marijnissen dat we hier dan een beetje het Ruttetrucje terugkrijgen van "wat zijn jullie reacties dan op dat stuk?". Dat stuk hebben we natuurlijk heel lang niet gezien, die "proeven tot een aanzet" of de "bouwstenen". Dus onder die disclaimer wil ik er wel graag iets over zeggen. Dank voor de uitnodiging.

Wij van de Partij voor de Dieren misten natuur, biodiversiteit en de aanpak van de stikstofcrisis. En in alle eerlijkheid: wat er stond over het klimaat is maar een heel kleine aanscherping, en dat na het IPCC-rapport. Dat lijkt me een beetje weinig.

Ik heb een vraag aan mevrouw Kaag. Ik heb de lezing die zij gister heeft uitgesproken ook goed gelezen. We hadden deze zelf kunnen schrijven en uitspreken: zo veel mooie woorden over het belang van het beschermen van onze leefomgeving en zo veel analyses ook over dat "haalbaar" en "betaalbaar" argumenten zijn om niets te doen. De vraag gaat over het volgende. Dit kabinet is demissionair, maar de heer Rutte heeft net ook toegegeven dat ook een demissionair kabinet zich aan de rechtsstaat moet houden. Dan kom ik op het Urgendavonnis. Dit kabinet is daar ver vanaf. En D66 maakt nog steeds onderdeel uit van dit kabinet. Dus ik vraag me in alle oprechtheid af: is het verstandig om Rutte drieënhalf nog steeds in het zadel te houden, terwijl dit kabinet aantoonbaar die Urgenda-uitspraken aan zijn laars lapt?

Mevrouw Kaag (D66):
Twee dingen. Mevrouw Ouwehand merkt terecht op dat het een document op hoofdlijnen is. Er zijn echt elementen die er nog niet in staan. Ik denk dat ze ook terecht verwijst naar het belang van het IPCC-rapport. Ik denk dat we gedacht hadden dat het wél voldoende was meegenomen. Als dat niet zo is, dan ben ik het ermee eens dat dat veel belangrijker is, want het moge helder zijn dat er sprake is van urgentie en gebrek aan tijd. Het is ook zo dat een demissionair kabinet natuurlijk gehouden is aan het uitvoeren van het Urgendavonnis. Dat gaat over de rechtsstaat. Rechterlijke uitspraken moeten uiteindelijk worden nageleefd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben blij dat mevrouw Kaag dat zegt. Maar dan komen we toch op een moeilijk punt en daar moeten we steeds heen. Want mooie woorden uitspreken, kunnen we hopelijk allemaal, maar het is de vraag wat je dan doet, zeker als het er ook steeds over gaat dat de bestuurscultuur moet veranderen en dat we moeten werken aan het herstel van vertrouwen, zodat mensen ook echt weer vertrouwen kunnen hebben in Den Haag. Aan de ene kant zeg je dat klimaatverandering hier en nu is, dat die een existentieel gevaar is en dat we het ons niet kunnen veroorloven om daar niet op te handelen; we hebben nota bene dat vonnis. Maar aan de andere kant blijf je steun verlenen aan de VVD. Ik kan me zomaar voorstellen dat de VVD en het CDA samen beleid hierop echt tegenhouden. De vraag is dan of dat helpt om het vertrouwen van mensen in de politiek en de nieuwe bestuurscultuur te herstellen of dat het eigenlijk meer van hetzelfde is. Mevrouw Kaag zegt terecht van dat we daar nou juist vanaf moeten.

Mevrouw Kaag (D66):
Ik weet niet precies waar mevrouw Ouwehand naartoe wil. Er zijn verkiezingen geweest. We betreuren het met z'n allen dat we nog steeds in deze impasse zitten. Mijns inziens ligt er wel een goed document op hoofdlijnen. En tegelijkertijd moet het demissionaire kabinet inderdaad de rechterlijke uitspraken uitvoeren. Ik weet niet waar zij verder nog naar zoekt of welke suggestie ze impliciet misschien doet. Die mis ik misschien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil het graag verhelderen. Dit kabinet — mevrouw Kaag bevestigt dat ook, demissionair als ze is — is wel gehouden aan het uitvoeren van rechterlijke uitspraken, maar dat gebeurt niet. En D66 zit er nog steeds in. Maar ik zou denken: een kabinet onder leiding van de VVD, van Rutte, dat weigert om die uitspraken uit te voeren … Die VVD, die demissionaire minister-president verdient eigenlijk geen politieke vrienden meer, en al helemaal niet de vriendschap van een klimaatpartij als D66. Dus dat is mijn vraag. We zien dat dit demissionaire kabinet met steun van D66 die klimaatvonnissen nog steeds niet uitvoert. Dan vraag ik gewoon het volgende, ook gelet op die lezing, waar ik het mee eens ben. We hebben een existentieel gevaar. Er is een grote verantwoordelijkheid. Maar draagt het dan bij aan die nieuwe bestuurscultuur, aan het herstel van vertrouwen als je zegt: als we ons in de tussentijd niet aan de rechtsstaat houden, is dat jammer-de-pammer, maar we blijven toch Rutte steunen? Dat lijkt mij een beetje gek.

Mevrouw Kaag (D66):
Er zijn verkiezingen geweest. Er moet zo snel mogelijk een nieuw kabinet zijn. In de tussentijd zullen de rechterlijke uitspraken uitgevoerd moeten worden. Ik weet niet of mevrouw Ouwehand iets anders suggereert, namelijk dat wij uit een demissionair kabinet zouden moeten stappen. Ik weet niet precies wat zij bedoelt.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, misschien nog even een concrete vraag tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik kan me voorstellen dat je zegt: dan halen we onze bewindslieden terug, want wij gaan geen politieke steun verlenen aan een kabinet dat die Urgendavonnissen en die uitspraken van de rechter niet gaat naleven.

Mevrouw Kaag (D66):
Ik denk dat we met z'n allen, demissionair, alles op alles moeten zetten om de uitspraken wel uit te voeren. Dat is niet of-of. Verder zou ik het heel onverstandig en destabiliserend vinden om dat te doen. Er moet zo snel mogelijk een nieuwe kabinetsploeg aantreden. Natuurlijk moet de uitvoering van de rechterlijke uitspraken, inclusief het Urgendavonnis, topprioriteit hebben.

Interrupties bij de informateur

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Om te beginnen heb ik in mijn bijdrage vergeten te zeggen: dank voor uw inspanningen en uw geduld. Ik had gevraagd — ik kan het antwoord wel raden, maar ik wil het toch graag van u horen — of er in het hele proces sprake is geweest van reflectie op de grote problemen waar we voor staan. Is er een analyse gemaakt of een poging tot een analyse gedaan hoe dat nou zo is gekomen en wat we anders zouden kunnen doen?

Mevrouw Hamer:
Ik meen eerlijk gezegd dat ik daar de vorige keer al iets over heb gezegd. U heeft de vorige keer, overigens op basis van gesprekken met u allen, een agenda voor de democratische rechtsorde ontvangen. Daar zat ook een analyse bij. Uit die analyse mag je opmaken dat er reflectie is. Als ik kijk naar de tweede fase, dan heb ik die zeker gezien in het gesprek dat gevoerd is tussen jong en bevlogen. Ik weet niet of dit qua leeftijd allemaal helemaal klopt, maar in ieder geval vanuit mijn perspectief is het zeker jong en bevlogen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank. Toen de informateur dat zojuist zei, dacht ik bij "de jonge, nieuwe generatie politici": ze bedoelt toch niet de heer Rutte en mevrouw Kaag? Of wel? De nieuwe generatie politici, dat waren de secondanten?

Mevrouw Hamer:
Ik heb in mijn eindverslag uitgebreid omschreven wie de schrijfgroep was. Daar doel ik op.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
U doelt op die mensen. Oké, dan begrijp ik het weer. Dank u wel.