Bijdrage inbreng verslag wijziging wet gewas­be­scher­mings­mid­delen en biociden


31 januari 2013

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de wijziging van de wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter uitvoering van de Verordening betreffende het op de markt aanbieden en gebruik van biociden. Zij willen graag nog enkele vragen stellen.

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dat het terugbrengen van het gebruik van gifstoffen die schade aan het milieu en de dier- en volksgezondheid en dierenleed met zich mee kunnen brengen, het uitgangspunt van wetgeving betreffende biociden moet zijn, deelt de regering die mening?

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn benieuwd naar de consequenties van de uitvoering van deze verordening voor het beschermingsniveau van mens, dier en milieu in Nederland. Kan de regering daar inzicht in geven? Op welke terreinen gaat deze bescherming omhoog, waar wordt deze verminderd en waar blijft deze gelijk? Kan de regering specifiek zijn in haar antwoord? Kan de regering uiteenzetten of deze verordening ook iets wijzigt aan de procedure rond het aanmelden als basisstof van een nieuw biocide, of dat de verordening alleen de toelating van toepassingen wijzigt?

Voorwerpen en materialen die biociden bevatten

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn blij dat nu ook met biociden behandelde voorwerpen onder de wet zullen vallen, en vragen de regering de consequenties daarvan te schetsen. Geldt dit dan nu ook voor geïmpregneerd hout, en is de verwachting dat er producten zijn die op basis van deze verordening van de markt gehaald zullen moeten worden?

Vereenvoudigde toelating

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag meer weten over hoe de vereenvoudigde toelating in zijn werk zal gaan. Kan de regering uiteenzetten hoe de verkorte procedure voor minder schadelijke biociden precies zal veranderen ten opzichte van de huidige procedure voor de toelating van deze stoffen? Kan de regering voorbeelden aangeven van biociden die in aanmerking komen voor de nieuwe, vereenvoudigde toelating? Op basis van welke criteria wordt bepaald welke biociden daarvoor in aanmerking komen? Kan de regering aangeven of dierenwelzijn ook een randvoorwaarde is aan de hand waarvan bepaald wordt of een vereenvoudigde toelating van toepassing kan zijn? Kan de regering uiteenzetten of in de vereenvoudigde procedure een stof alsnog getoetst wordt op dierenwelzijnscriteria? Zo nee, waarom niet en is het mogelijk om dat op nationaal niveau alsnog op te nemen, en zo ja, is de regering bereid om dat te doen? Op bijlage 1 wordt ook koolstofdioxide genoemd, dit zou dus in aanmerking kunnen komen voor een vereenvoudigde toelating. Kan de regering aangeven of het voornemen om koolstofdioxide toe te staan voor het massaal vergassen van ganzen, dan ook onder de vereenvoudigde toelating zou vallen? Zo ja, deelt de regering de mening dat vanwege het ernstige dierenleed dat met het vergassen van ganzen gepaard gaat, de stof niet zou moeten worden toegestaan, en al helemaal niet onder een vereenvoudigde toelating? Deelt u de mening dat op grond van overweging 37 van de Verordening het uitgesloten is dat CO2 wordt toegestaan voor het vergassen van ganzen, aangezien dit onnodig dierenleed veroorzaakt en vele diervriendelijke alternatieven zijn, zoals de Dierenbescherming in haar rapport “Zomerganzen” uiteen heeft gezet?

Geharmoniseerde toelatingsprocedures

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren maken zich zorgen over de effecten die de geharmoniseerde toelatingsprocedures zullen hebben voor mens, dier en milieu. Lidstaten kunnen in uitzonderlijke omstandigheden restricties opleggen aan EU-toelatingen of deze weigeren. Kan de regering nader aangeven hoe wordt bepaald of er sprake van een uitzonderlijke omstandigheid is, en welke bewijzen hiervoor aangedragen moeten worden? Welk effect zal dit hebben voor het beschermingsniveau voor mens, dier en milieu in Nederland?

Bepalingen over gegevens en gegevensbescherming

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag weten wat er nu exact gewijzigd is in de openbaarmaking van de gegevens die nodig zijn voor de toelating van biociden. Kan de regering bevestigen dat er nu, met de uitvoering van deze verordening, nog meer gegevens geheim gehouden worden dan tot nu toe het geval is? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn van mening dat dit niet bevorderlijk is voor het terugdringen van het proefdiergebruik en voor de gezondheid van mens, dier en milieu, en zij vinden het bovendien zeer bezwaarlijk dat de toelatingen niet toetsbaar zijn door onafhankelijke wetenschappers. Begrijpt de regering deze zorg? Wat gaat zij doen om ervoor te zorgen dat de gegevens wel openbaar worden gemaakt? Deelt de regering de mening dat de gegevens en studies op grond waarvan een biocide wordt toegelaten, in essentie milieu-informatie zijn, en dat deze op grond van het verdrag van Aarhus dus ook openbaar zouden moeten zijn? Zo nee, waarom niet, en hoe verhoudt zich dat tot de uitspraak van het Europese Hof bij de rechtszaak die een milieuorganisatie had aangespannen en waaruit bleek dat de studies van Bayer op grond waarvan een nieuw bestrijdingsmiddel werd toegelaten inderdaad openbaar gemaakt moesten worden? Zo ja, hoe verhoudt zich de nu nog uitgebreidere geheimhouding van deze gegevens zich daartoe? De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen ook op de aangenomen motie Schouw/Ouwehand (KS 27858-129) die volledige transparantie van het Ctgb verlangt ten aanzien van industriestudies, en de regering oproept zich in Europa ook in te zetten voor volledige transparantie. Deze motie wordt naar mening van de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren niet goed uitgevoerd, en zij willen de regering vragen zich hard te maken voor volledige openheid van industriestudies. Graag een reactie.

Uitwerkingsverordeningen

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag weten wat de planning van de uitwerkingsverordeningen is, kan de regering daar inzicht in verschaffen? Door wie worden deze opgesteld, dus wie is er bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de verordening over het bepalen wanneer er sprake is van hormoonverstorende eigenschappen?

Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag weten hoeveel en welke ruimte lidstaten nog hebben om aanvullende nationale regels te stellen na uitvoering van deze verordening, kan de regering daar inzicht in verschaffen? Graag krijgen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren ook meer inzicht in hoe we in Nederland de nieuwe regels zullen handhaven?

Uitvoeringslasten Ctgb

Het valt de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren op dat het Ctgb ‘leidend’ wil zijn in de Europese Unie. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vinden dit een bevreemdende doelstelling van een instelling die de gezondheid van mens, dier en milieu zou moeten bewaken, en vreest dat deze ambitie van het Ctgb ten koste gaat van de zorgvuldigheid en onafhankelijkheid van de beoordelingen van het Ctgb. Deelt de regering deze zorg, mede ook omdat uit de evaluatie van het Ctgb door PWC ook bleek dat er zorgen zijn rond de bescherming van het milieu en de volks- en diergezondheid, omdat er niemand kritisch meekijkt met de toelatingen op deze punten? Voor risicovolle stoffen is er nu een vergelijkende evaluatie verplicht. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren juichen dit principe toe, maar zijn bezorgd dat dit niet het gewenste resultaat zal opleveren. Wie voert deze vergelijkende evaluatie uit? Is deze evaluatie openbaar, zodat deze getoetst kan worden door onafhankelijke wetenschappers? Zo nee, waarom niet, en hoe wordt de kwaliteit van deze evaluatie dan geborgd? Het gevaar bestaat immers dat, omdat het Ctgb de kosten van deze evaluatie doorschuift naar de aanvrager van de nieuwe toelating, er een prikkel is om de de evaluatie zo te sturen dat de resultaten positief voor de nieuwe aanvrager zijn, deelt de regering die zorg? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen gaat zij nemen om dit risico in te dammen, en is zij bereid de evaluaties, evenals de toelatingsgegevens en –studies, openbaar te maken?

Advisering en consultatie

Het is de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren opgevallen dat er alleen nauw blijkt samengewerkt met het bedrijfsleven tijdens het opstellen van de verordening. Waarom is er niet ook voor gekozen om met milieu-, natuur- en dierenrechtenorganisaties samen te werken? Vanuit deze belangen lijkt er alleen inbreng gekomen te zijn van het RIVM. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren willen graag weten welke inbreng het RIVM en het Ctgb hebben geleverd gedurende de totstandkoming van de verordening, kan de regering daar details over geven, en kan zij ook aangeven in welke mate de respectievelijke inbrengen zijn verwerkt?