Bijdrage debat over de speech van de Britse premier Cameron over de EU


5 februari 2013

Bekijk het debat hier terug op debatgemist.nl

Eerste termijn

Voorzitter. Dat je niet naar je eigen volk luistert, maar pas in beweging komt als een vriend en politicus aan de andere kant van de Noordzee een speech houdt, is eigenlijk iets waarvoor je je zou moeten schamen. Alhoewel, in beweging komen ... Vooralsnog lijkt het vooral op een schijnbeweging. De laatste keer dat wij de kiezer de gelegenheid gaven om zich uit te spreken over Europa, in een referendum dat exclusief ging over de Europese grondwet, zei bijna twee derde van de Nederlanders dat zij zo'n grondwet niet wilden. Maar omdat 85% van de politici die wel wilde, werd de uitslag van het referendum genegeerd en kreeg de grondwet alleen een andere verpakking. Wie dacht dat de Nederlanders die nee zeiden tegen een Europese grondwet, ja zeiden tegen een bankenunie, een politieke unie of zelfs een Verenigde Staten van Europa, heeft een wel heel romantisch beeld van de werkelijkheid.

Premier Cameron zegt: wie ons bij de volgende verkiezingen aan een meerderheid helpt, kan ervan verzekerd zijn dat er een referendum komt over Europa, over de sluipende overdracht van bevoegdheden die in een steeds grotere stroomversnelling lijkt te komen, en over de vraag of één munt wel een werkbaar model is voor een verdeelde Unie.

Ik wil graag van het kabinet weten of het, los van de initiatieven vanuit de Kamer, bereid is tot een volksraadpleging over de koers van Europa nu we op een kruispunt van wegen staan. Een debat over de rede van Cameron heeft geen zin zonder duidelijk uitsluitsel over de positie van de Nederlandse regering over de kern van zijn voorstel. Laat de bevolking zich uitspreken, benut the wisdom of the crowd, want we zien nu dat politici gebruikmaken van een ruimer mandaat dan ze hebben voor maatregelen die onomkeerbare problemen in gang hebben gezet en blijven zetten. Ja, we horen nu stoere taal die dan de onvrede zou moeten bezweren. Het lijkt er echter op dat CDA en Partij van de Arbeid van plan zijn om met een stofkam een mammoet te kammen. Dat is een redelijk therapeutische bezigheid. De fundamentele kwesties worden niet aan de orde gesteld.

De positie die het CDA inneemt, mag ook wel een bijzondere heten. Minder dan twee maanden geleden feliciteerde de CDA-fractie in het Europarlement de Europese Unie met het behalen van de Nobelprijs voor de Vrede. Daarmee feliciteerde het CDA eigenlijk zichzelf omdat het, zonder veel last van valse bescheidenheid, claimt de basis te hebben gelegd voor de huidige Europese Unie. Europa als christendemocratisch experiment met nota bene een vlag die volgens de ontwerper zelf een eerbetoon aan Moeder Maria en de Onbevlekte Ontvangenis zou zijn. Dat nu juist het CDA zich opwerpt als hoeder van de Nederlandse soevereiniteit is een gotspe. Het was het CDA dat zich het meest heeft ingespannen voor overdracht van bevoegdheden. Nu doet het een opzichtige poging om de kiezer een sigaar uit eigen doos te beloven: bevoegdheden terughalen naar Nederland, maar dan wel op voorwaarde dat het grote plan van een verenigde staten van Europa geen averij kan oplopen.

Europa is echter allerminst onbevlekt. Het Europese landbouwbeleid, waar 50 miljard euro subsidie wordt verstrekt aan een falend landbouwbeleid, is een karikatuur van zichzelf geworden. Omdat die karikatuur niet mag worden getoond, zijn er plannen om 2 miljoen euro uit te trekken om mensen die op Twitter kritisch zijn over Europa, de mond te snoeren. Erger nog, om de Europese democratie te beschermen is een voorstel gedaan om de Europese journalistiek monddood te maken. Er moet Europees toezicht komen op journalisten. Wie zich niet aan de gedragscodes houdt, krijgt straf. Zo lang deze beide voorstellen niet van tafel zijn, hebben debatten als deze over schijnbewegingen rond een onsje meer of minder overdracht van bevoegdheden geen enkele zin. Daarom zal het kabinet er wat de Partij van de Dieren betreft alles aan moeten doen om zowel de Twitterpropaganda uit Brussel als de Brusselse censuurmaatregel per direct te stoppen. Ik heb twee moties klaarliggen als we die toezeggingen niet krijgen.

Tweede termijn

Voorzitter. Ik ging het debat in met het vermoeden dat de stofkamoperatie vooral bedoeld is als grote afleidingsmanoeuvre, om de aandacht af te wenden van de grote, fundamentele vraagstukken waar we het over zouden moeten hebben als het gaat om Europese samenwerking. Dat is meer dan bevestigd, kan ik vertellen. De eenvoudige vraag wat het kabinet er eigenlijk mee denkt te bereiken, wordt niet eens normaal beantwoord, terwijl we bijvoorbeeld bij landbouw al kunnen zien dat vijf jaar praten over een herziening van één beleidspakket niet veel oplevert. We verwachten er weinig van, maar het kabinet kan jaren vooruit door tegen burgers te zeggen dat het de Europese regels gaat vereenvoudigen, in de hoop dat mensen er intrappen. Ik heb daar niet veel goede hoop op. Ik heb meer vertrouwen in het verstand van de Nederlandse burgers om daar doorheen te prikken.

Ik heb twee moties -- onder het motto: op tijd is niet vroeg genoeg -- over de voorgestelde plannen in de notitie die bij mevrouw Kroes op haar bureau ligt. De eerste luidt als volgt.

Motie

Mijn tweede motie gaat over de plannen om op Twitter de publieke opinie bij te sturen.

Motie

Interrupties

[...]

Voorzitter. Bij mij leeft ook na het lezen van de brief en de eerste beantwoording van de minister-president nog sterk de vraag: wat wil het kabinet hiermee bereiken? Het kabinet kan zich toch niet doof en blind houden voor de opvatting van een groot deel van de Nederlanders dat de voortgaande integratie, die forse stappen, naar een bankenunie en zelfs een politieke unie de kern van de onvrede is, niet het gerommel van de regeltjes en de richtlijnen die wij de afgelopen jaren met elkaar hebben afgesproken?

[...]

Voor de mensen thuis die dit debat bekijken en kijken naar wat de regering doet, is het dan wel van belang dat het kabinet duidelijk maakt dat de fundamenten blijven staan. Er wordt weliswaar voortdurend over een stofkam gesproken, maar dat blijft kammen in de marge. Het kabinet schrijft: we gaan de weeffouten in de eurozone herstellen, niet om de fout van de euro goed te maken, maar om stappen te zetten in de richting van verdere integratie richting een politieke unie. Dat moeten mensen wel weten. Zij moeten weten dat de fundamenten niet bekritiseerd mogen worden en dat de inspanningen van het kabinet alleen de randen zullen betreffen.

[...]

We concluderen dus dat de fundamenten, waarop fundamentele kritiek is vanuit de bevolking, niet ter discussie zullen staan bij dit kabinet. Dan zeg ik tegen de minister-president: prachtig, zo'n stofkam; je kunt kammen wat je wilt maar als het kapsel niet goed is, wordt het nooit wat.

[...]

Ik had zojuist een interruptiedebatje met de minister-president over fundamentele vragen die niet aan de orde worden gesteld. Minister Timmermans heeft veel ervaring in Europa. Daarom vraag ik ook aan hem wat het nut is van deze operatie. Hij begon zelf over landbouw. Dat is het belangrijkste terrein waarmee Europa zich bezighoudt. Dat doet Europa al heel lang. Al meer dan vijf jaar wordt er gediscussieerd over een herziening van het Europese landbouwbeleid, maar er verandert bijna niets. Iedere maand hebben we het erover. We spreken daarover in deze Kamer, er wordt in andere lidstaten over gesproken en de ministers van Landbouw vergaderen steeds met elkaar. Iedere maand draaien we in hetzelfde cirkeltje rond. Wat verwacht minister Timmermans van deze stofkamoperatie en van het lijstje dat hier straks voorligt?

[...]

Ik stel een eenvoudige vraag: wat verwacht deze minister van zijn stofkamoperatie? Zijn antwoord is in woorden in elk geval geen antwoord op mijn vraag, maar in illustratie wel: het is dus één grote afleidingsmanoeuvre, een afleidingsmanoeuvre om de terechte zorgen van mensen in Nederland over de Nederlandse soevereiniteit en de macht van Brussel -- men voelt zich daar niet prettig bij -- te maskeren met stoere kletspraat uit het kabinet, in de trant van "wij gaan effe de regels doornemen".

[...]

En waar mij standpunten aangewreven worden die ik niet inneem. Dat mag, maar dan wil ik de tijd hebben om het te duiden als de afleidingsmanoeuvre die het is. De minister durft immers niet te zeggen wat het resultaat zal zijn van zijn stofkamoperatie. Hij probeert snel een rookgordijn op te trekken, zodat mensen niet in de gaten hebben dat hier een serieuze vraag wordt gesteld. En laat dat nu net precies mijn vermoeden zijn over dit plannetje van het kabinet.

[...]

Minister president: Ik ontraad ook het aannemen van de motie op stuk nr. 735, omdat de regering hiermee niets kan. Dit is een zaak van het Europees Parlement. Ik kan mij voorstellen dat de Kamer zelf tot een uitspraak komt. Het kabinet gaat daarmee dan niets doen. Het is een zaak van parlementariërs onderling. Het Europees Parlement heeft initiatieven aangekondigd voor zo'n social-mediacampagne. Ik vind het ingewikkeld om als regering daarvan ook weer wat te vinden. We moeten al zoveel vinden. Laat de Kamer zelf een uitspraak daarover doen. Ik kan mij voorstellen dat de verschillende fracties dan spreken over de geest van de motie met hun geestverwanten in het Europees Parlement.

Ouwehand: Voorzitter. Ik denk dat ik de motie op stuk nr. 734 even aanhoud. Ik hoor echter graag van de minister-president dat hij zich wil verzetten tegen elke vorm van persbreidel vanuit de Europese Unie.

Minister president: Dat uiteraard.

Ouwehand: Mooi. In relatie tot de andere motie het volgende. De minister heeft zojuist gezegd dat hij graag de gevoelens van de regering en deze Kamer overbrengt aan het Europees Parlement. Die motie kan dus een ondersteuning van beleid zijn.

Minister president: Eens, maar hij zei ook al dat dat een zaak is waarover het Europees Parlement gaat. Wij kunnen allerlei signalen overbrengen, maar het is raar als wij als kabinet iets gaan vinden van een zaak die onder parlementariërs speelt. Is het dan niet beter dat de fracties dat zelf doen via bevriende families?

Ouwehand:De motie vraagt de regering om het even te regelen. Er wordt gevraagd om ervoor te zorgen dat het signaal overkomt dat wij hiervan niets moeten hebben. Deze minister-president voert wel vaker het woord over de gevoelens van deze Kamer en zijn regering zonder iemand het mes op de keel te zetten, toch?

Minister president: Er wordt mij nu gevraagd om als kabinet iets te vinden van een initiatief van het Europees Parlement. In de hele Lissabonsystematiek is sinds de laatste wijzigingen voorzien in een veel intensiever contact tussen nationale parlementen en het Europees Parlement. In dat kader ligt het voor de hand dat deze Kamer tot een weging komt van deze motie, dat ik mij daarbuiten houd en dat de fracties worden aangespoord om het te bespreken met hun geestverwanten in het Europees Parlement als de motie wordt aangenomen. Eerlijk gezegd kan ik mij daar alles bij voorstellen.

Ouwehand: Ik wijzig de motie zodat duidelijk wordt dat het een uitspraak van de Kamer is. De toezegging van de minister staat. Zo gaan er twee signalen uit: dubbel pret.