Bijdrage beleids­pro­gramma Kabinet Balke­nende IV


18 juni 2007

Voorzitter,

Zorgen dat er 100.000 fietsen minder gestolen worden. Een loffelijk streven, maar het is pijnlijk te moeten vaststellen dat het zo’n beetje de enige meetbare en concrete maatregel is die het kabinet tijdens de afgelopen 100 dagen bedacht heeft. Niets over de honderden miljoenen kippen, varkens en koeien in de bio-industrie. Niet omdat daar in het land niet over gepraat wordt, maar het lijkt het kabinet niet erg opgevallen te zijn. Meer dan 100.000 burgers lieten via het eerste burgerinitiatief uit de geschiedenis weten dat er werk gemaakt moet worden van het afschaffen van het dierenleed dat onze bio-industrie voortbrengt. Hoe duidelijker kan een roep uit de maatschappij zijn?! Die observatie komt in het 100 dagen rapport niet terug. De levensmiddelenkoepel (CBL) luisterde wel naar de burgers en zal vanaf 2009 geen vlees meer verkopen van onverdoofd gecastreerde biggen. Zelfs Unox en Hema sloten zich daarbij aan. 100 dagen praten met burgers bleken echter te kort om deze regering te bewegen tot het maken van concrete plannen om de misstanden van onverdoofde verminking bij varkens, kippen en kalveren en de andere uitwassen van de bio-industrie aan te pakken.

Respect voor het leven van mens, dier en natuur is het leidende beginsel. Woorden uit het regeerakkoord die ik van harte onderschrijf. Maar de retoriek in het 6 pijlerprentenboek lijkt meer bedoeld om duurzaam over te komen dan om daden te stellen. Misschien dat de opwarming van de aarde de ministers al heeft verleid tot een mediterrane houding. In één woord samen te vatten met: mañana. Morgen. Vooral de markt, burgers en het bedrijfsleven moeten het gaan doen. De regering staat erbij, kijkt er naar, en juicht als het wordt opgepakt. Maar ambities vertalen naar wetten en daadwerkelijk een trendbreuk maken naar een duurzame en humane toekomst, lijkt een brug te ver.

Het kabinet wil graag dat in 2011 5% van de stallen van productiedieren integraal duurzaam en diervriendelijk zullen zijn, maar maakt daar tegelijk mee duidelijk dat 95% van de stallen dat dus niet zal zijn. De inzet van de regering voor dierenwelzijn gaat niet verder dan wat onderzoek, innovatiegelden en het sponsoren van de bio-industrie (1). We hebben geen woord gezien over strengere regels aan huisvesting, een verbod op ingrepen of een reductie van de veestapel om de milieudruk te verminderen.

En wat zegt die 5% diervriendelijke stal nu eigenlijk concreet, maar vooral wat zegt het niet? In een eerdere beleidsdoelstelling (2), nog van een zeer dier- en milieuonvriendelijke kabinet Balkenende, wordt gestreefd naar een biologisch landbouwareaal van 10% in 2010. In 2006 blijkt het biologisch areaal slechts 2,5% van het totaal (3). Ook wordt het doel uitgesproken dat in 2010 5% van de consumptieve uitgaven aan biologische producten zou moeten worden uitgegeven. In 2006, is dat nog geen 2% van de totale consumentenbestedingen (4). Het wordt nog hard werken om in tweeenhalf jaar deze doelstellingen te halen. Percentages noemen doet het goed als je daadkrachtig wil overkomen, maar wie wordt er gestraft als ze niet haalbaar blijken of als de regering de inspanning om het te halen laat zitten? In dit geval de weerloze dieren, de natuur en onze leefomgeving.

Volgens het kabinet is de eerste uitdaging het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de versnelde overgang naar duurzame energiebronnen. Alles moet uit de kast en iedereen moet daarbij helpen, belooft het kabinet. Overheid, organisaties, burgers en bedrijven. En de 2e uitdaging zou zijn om spaarzamer om te gaan met grondstoffen en energie en ruim baan te maken voor eerlijke, sociaal verantwoorde producten.

Weer mooie woorden die vooralsnog zonder gevolgen lijken, behalve dat iedereen aan de spaarlamp moet. Een echt structurele oplossing lijkt deze regering buiten beschouwing te laten. Volgens de FAO (5) levert de veehouderij een grotere bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen dan transport (18% tegenover 13%). Dit wordt met name veroorzaakt door grootschalige ontbossing voor de uitbreiding van grasland en de productie van veevoer zoals soja en mais. Nederland is de op 1 na grootste afnemer ter wereld van dit veevoer. (85-90% van het veevoer komt uit andere landen (6).) De veehouderij is daarnaast verantwoordelijk voor 2/3 van de door de mens veroorzaakte ammoniak emissies, bekend van de zure regen en schade aan natuurgebieden (7).

Voormalig staatssecretaris van VROM noemde vlees het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket. De vorige minister van landbouw vatte het vastgelopen systeem van de Nederlandse intensieve veehouderij als volgt samen: ‘we importeren enorme hoeveelheden veevoer, we exporteren varkens en de rommel houden we hier’ (8). 4000 kg mest per persoon per jaar, in totaal de duizelingwekkende berg van 70 miljard kilo! De huidige minister van landbouw gaf onlangs in een brief aan de Tweede kamer ook toe dat er milieubezwaren kleven aan de consumptie van vlees (9). Toch wil zij niet ingrijpen op het consumptiepatroon en gooit ze de oorzaak van het probleem over de heg naar de bewindslieden op het departement milieu en zoekt ze het zelf in het bestrijden van symptomen.

Een gemiste kans, want het is beter voor het klimaat om 2 keer per week de vleesmaaltijd te vervangen door een plantaardig alternatief, dan je huis te voorzien van spaarlampen (10). De Engelse regering is al door haar eigen adviesorgaan geadviseerd om de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten te stimuleren (11).

Graag wil ik van het kabinet weten hoe ze de instandlating van de bio-industrie kan rijmen met haar voornemens tot meer respect voor dieren en natuur en met haar voornemen om het probleem van het broeikasgas versneld aan te pakken. Is het kabinet tijdens de 100 dagen tot andere conclusies gekomen? En waarom vinden we die dan niet terug in het nu gepresenteerde prentenboek?

De overheid wil in 2010 duurzaamheid als zwaarwegend criterium meenemen in haar inkoopbeleid, maar verzuimt ook op dit punt concreet te worden. Waarom wordt niet gekozen voor bijvoorbeeld 30% biologische producten in de supermarkten en 100% op alle ministeries, een verkoopverbod voor dieronvriendelijk geproduceerde producten of voor producten van bijna uitgestorven dieren zoals de paling (die nu nog gewoon op een broodje in het kamerrestaurant te verkrijgen is)? In welke zin zal de overheid kaderstellend, regulerend of stimulerend optreden om duurzame productie en consumptie te bevorderen?

Ook dit kabinet wil wederom niet z’n nek uitsteken in EU verband. De EU wordt gebruikt als schaamlap voor de morele blinde vlek van onze samenleving, en de enige inspanning die de minister zich wil veroorloven is zich in Europees verband sterk te maken voor een dialoog over de aanscherping van de wettelijke eisen voor dierenwelzijn. Gezien onze eerdere ervaringen lijkt dit streven niet verder te komen dan borrelpraat tijdens de maandelijkse landbouw- en visserijraden in Brussel. Kansen om koploper te worden in Europa op het gebied van dierenwelzijn blijven wederom liggen.

De dierenwelzijnsnota wordt niet alleen in dit beleidsprogramma, maar ook in nagenoeg alle brieven en antwoorden van de minister op kamervragen genoemd als het panacee voor de dierenwelzijnsproblematiek. Helaas wordt het verschijnen daarvan keer op keer naar achteren geschoven (nu eind van het jaar). Inmiddels is de stapel onderwerpen die in deze nota aan bod moet komen de honderd gepasseerd. Voor de dieren is er weer een jaar verloren en als het aan het kabinet ligt zal dat niet het laatste jaar zijn.

En voor wat betreft de huidige symptoombestrijding. In 2008 wordt er een schamele 2 miljoen Euro vrijgemaakt voor handhaving en dat loopt naar 2010 op naar niet meer dan 5 miljoen Euro. De kosten voor de bestrijding van dierziekten, de sociaalpsychische hulpverlening aan agrariërs bij uitbraken en dergelijke vallen onder de post dierenwelzijnsuitgaven! Wat hebben die met dierenwelzijn te maken? De post ‘uitgaven dierenwelzijn’ lijkt dus eerder op een verkapte ondersteuning van de sector die haar zaken zelf niet op orde heeft, dan op een daadwerkelijke verbeteringsslag voor dieren.

Goede voornemens van hoe het in 2011 een heel klein beetje beter kan worden kunnen nauwelijks inhoud geven aan de eerdere beloften van dit kabinet. Het spreekwoord zegt dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens, maar de weg uit de hel van de bio-industrie blijft een karrespoor vol kuilen en plassen, waaraan dit kabinet niets lijkt te willen doen!

(1) 15 miljoen euro subsidie voor luchtwassers voor de reductie van ammoniak. Brief v/d minister LNV aan de Tweede Kamer, 6 juni 2007

(2) LNV, Beleidsnota Biologische Landbouw 2005-2007 uit oktober 2004

(3) Biomonitor ’06. Biologica, pag 12

(4) Biomonitor ’06. Biologica, pag 4

(5) Livestock’s Long Shadow, FAO, 2006; pag XXI

(6) Livestock’s Long Shadow, FAO, 2006; pag XXI

(7) Livestock’s Long Shadow, FAO, 2006; pag XXI

(8) Boeren met toekomst, Milieudefensie. 2007. pag. 3

(9) Brief Min LNV, 15 juni 2007

(10) Berekend aan de hand van ecologische voetafdruk voorvoedsel(www.voedselvoetafdruk.nl). Deze is bij vermindering van de vleesconsumptie van dagelijks vlees naar 5 dagen vlees per week 30% lager. Verlichting maakt 2,3% uit van de totale energierekening van een gezin (bron: Volkskrant, 22 mei 2007). Spaarlampen leveren een besparing op van circa 50% (www.milieucentraal.nl). Belangrijk nadeel is dat ze zware metalen bevatten, dus ze moeten na gebruik bij het chemisch afval.

(11) Daily mail 28 mei 2007