Bijdrage AO ontwerp-Nationaal Waterplan


11 maart 2009

Voorzitter, ik spreek mijn zorg uit over de benadering die het kabinet kiest en de zaken die het vooral niet uitspreekt en niet wenst te concretiseren, met name waar het gaat om de bescherming van de kwetsbare natuur in de Noordzee.

Op de ruimtelijke kaart van het ontwerp-Nationaal Waterplan is te zien dat het druk is met alle plannen die wij hebben voor de Noordzee. Het kabinet zegt wel keurig uit te gaan van de ecosysteembenadering, waarbij steeds een deugdelijke toets moet worden uitgevoerd op de economische activiteiten en de vraag wat de ecosystemen in de zee aankunnen. Vervolgens laat het kabinet het daar we een beetje bij zitten. Er zijn mooie woorden en mooie kleurenfolders, maar er wordt voorbij gegaan aan de internationale verplichtingen die Nederland jaren geleden al heeft onderschreven. Mijn fractie mist in deze structuurvisie een goede definitie van de ecosysteembenadering, duidelijke keuzes en duidelijke ambities, zodat de mooie woorden kunnen worden omgezet in concreet beleid.
Kan de staatssecretaris daar in algemene zin op reageren?

De plannen liggen nu voor, dus wij moeten concreet kunnen aangeven waar, in hoeverre en onder welke voorwaarden de economische gebruiksfuncties verenigbaar zijn met de doelstellingen voor het mariene ecosysteem. Wij hebben daar zorgen over. Er worden, zoals gezegd, mooie woorden gesproken over dat de ecosysteembenadering voorop staat. De definitie die het kabinet wil hanteren, is: een geïntegreerd beheer van de menselijke activiteiten, gebaseerd op kennis van de dynamiek van het ecosysteem die tot doel moet hebben het duurzame gebruik van ecosysteem producten en diensten, en behoud van de integriteit van het ecosysteem. Er is een internationale definitie waar Nederland zijn handtekening onder heeft gezet. Daar staat nog een schuin gedrukt zinnetje bij. Het kabinet heeft dat welbewust weggelaten. Dat zinnetje is dat dit geïntegreerde kader ertoe moet leiden dat als wij zien dat bepaalde invloeden nadelig uitpakken voor de mariene ecosystemen, daarop actie wordt ondernomen en dat die invloeden worden geëlimineerd. Dat het kabinet dat zinnetje heeft geschrapt terwijl die definitie al jaren is erkend, gaf ons een beetje buikpijn. Wij hebben in de schriftelijke voorbereiding gevraagd waarom het dat heeft gedaan. De staatsecretaris schreef dat dit niet de bedoeling was en dat het zinnetje alsnog toegevoegd zou worden.
De vraag aan de minister is hoe wij de concrete vertaling van de volledige ecosysteembenadering terugzien in het vervolg van de plannen.

Het kabinet schuift de plannen voor de bescherming van de natuur op de lange baan. Elf jaar geleden heeft Nederland zijn handtekening gezet onder het OSPAR-verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan. Daarin staat heel duidelijk dat de natuur op zee moet worden beschermd en dat wij in actie komen waar wij zien dat het fout gaat. In het Nederlandse deel van de Noordzee zijn er op grond van OSPAR en op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn wel tien gebieden aan te wijzen die bescherming verdienen. Het kabinet wijst er slechts drie aan en gaat er naar eentje onderzoek doen. Dat had al gebeurd kunnen zijn. Onze stellige indruk is dat het kabinet dat vertraagt om nu met structuurvisies te kunnen komen die in ijzer en beton worden gegoten en vervolgens de bescherming van natuur over te laten aan een polderoverlegje tussen natuurbeschermingsorganisaties en mensen met economische belangen. Dat kan natuurlijk niet. Wij hebben de verplichting om de natuur te beschermen. Wij hebben handtekeningen gezet onder verdragen die daartoe strekken. Het kabinet had die handelingen al moeten uitvoeren in het kader van de presentatie van de structuurvisie over de inrichting van de Noordzee, zodat wij duidelijke beleidskeuzes kunnen maken. Die keuzes missen wij.
Wij nodigen de staatssecretaris daarom uit deze keuzes alsnog te concretiseren. Wij zien bijvoorbeeld niet of er ambities zijn om de biodiversiteit in de Noordzee te herstellen. Gaan wij uit van behoud of moet het herstel worden? Dat is niet als beleidskeuze erkend. Wel is in de beleidsnota Noordzee genoemd dat de implementatie van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie het mogelijk moet maken dat herstel van de biodiversiteit van de gehele Noordzee optreedt. Hoe concreet en hoe hard is ‘mogelijk maken’? Wat is de ambitie van de staatssecretaris? Betekent dit ook dat in de aangemelde of aangewezen beschermde gebieden in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn wordt gestreefd naar herstel van biodiversiteit en niet alleen maar naar beheer of behoud?

De effecten van economische activiteiten op de natuur zijn nauwelijks beschreven. Ook daar maakt mijn fractie zich zorgen over. Ook hier wordt wederom niet zichtbaar waar de belangen botsen en welke beleidskeuzen worden gemaakt. In het onderdeel over parken voor windenergie in het Nationaal Waterplan is erkend dat windmolens effecten kunnen hebben op het mariene zeemilieu, maar op de tekeningen overlappen de gebieden voor windparken wel potentiële Habitatrichtlijngebieden, namelijk de Zeeuwse Banken en de Bruine Bank. Hetzelfde geldt voor het projecteren van zandwinning in de Zeeuwse Banken, een gebied met te beschermen zandbanken. Juist dit lijkt mij geen goede ruimtelijke planning, onder andere vanwege de risico’s van de wieken van windmolens voor langs de kust trekkende vogels of het gebruik van te beschermen zandbanken en hun bodemdieren als ophoogzand voor bijvoorbeeld het bouwrijp maken van een weiland.
De visserij heeft gezorgd voor het omploegen van de bodem waardoor het bodemleven is geminimaliseerd. Visbestanden zijn overbevist. De enige beschermde natuurgebieden op zee zijn op dit moment de kleine ruimtes rondom een windmolen, omdat vissers daar niet mogen komen. Dat effect geeft aan dat als je gebieden sluit voor visserij, dit leidt tot een direct herstel van de natuurwaarden. Zonering voor visserijgebieden in het Nationaal Waterplan beschouw ik als een van de te maken beleidskeuzes om de biodiversiteit te kunnen herstellen en visbestanden de kans te geven om weer op een normaal niveau te komen.

Een ander pijnpunt betreft het ontbreken van concrete afwegingen van economische en ecologische belangen is de in het nationaal Waterplan opgenomen ambitie voor CO2-opslag onder de zeebodem. Het betreft een pilot waarbij de mogelijke risico’s voor het mariene milieu in het geval van een lekkage van het opslagveld niet worden vermeld. Gisteren is door de BBC een onderzoek naar buiten gebracht – wij hadden daar al eerder signalen over ontvangen – waaruit blijkt dat de zeeën en oceanen verzuren als gevolg van CO2. Dat heeft desastreuze effecten op bijvoorbeeld de ontwikkeling van schelpdieren en dus op het hele voedselsysteem. Een van de concrete onderzoeksgebieden is een gebied waarin een onder de zeebodem gelegen vulkaan zorgt voor de uitstoot van CO2 en een ernstige verzuring van het water. Mijn fractie is er niet gerust op dat bij de proefprojecten voor CO2-opslag die risico’s voldoende zijn afgedekt, zeker niet wanneer de natuurwaarden die wij zouden willen beschermen niet concreet zijn beschreven in de plannen.

Kwetsbare waarden worden weer niet meegenomen in veel van de beloften van het kabinet om de ecosysteembenadering centraal te stellen.
Wij zouden graag zien dat het plan wordt herschreven, zodat duidelijk wordt waar wij het kabinet op kunnen afrekenen.