Vragen Van Raan/Van Esch over de boete voor een kapitein na een grote olie­lekkage in de Rotter­damse haven


Indiendatum: feb. 2021

Schriftelijke vragen van de leden Van Raan en Van Esch (beiden PvdD) aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de minister van Justitie en Veiligheid over de boete voor een kapitein na een grote olielekkage in de Rotterdamse haven

  1. Kent u het bericht “1000 euro boete voor kapitein na grote olielekkage in Rotterdamse haven”? [1]
  2. Vindt u de boete van 1.000 euro proportioneel gezien de omvang van de ramp? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
  3. Wat waren de uitkomsten van het onderzoek van de zeehavenpolitie naar de oorzaak van het ongeval en de juridische aansprakelijkheid?
  4. Wat is de stand van zaken met betrekking tot het beroep van de Rotterdamse haven tegen de scheepseigenaar op grond van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001 (Trb. 2005, 329; hierna: Bunkers-Verdrag)?
  5. Tracht de scheepseigenaar zijn aansprakelijkheid te beperken tot een bepaald limiet op grond van het Bunkers-Verdrag? Zo ja, tot welk limiet (in tonnen)? En indien er een uitspraak is geweest, wat was de uitspraak van de rechtbank hierover?
  6. Wat zijn de gevolgen van de uitspraak dat de kapitein niet moedwillig heeft gehandeld voor het beroep van de scheepseigenaar die zich verhaalt op beperking van aansprakelijkheid?
  7. Welke andere mogelijkheden dan het Bunkers-Verdrag zijn er om de schade bij de scheepseigenaar te verhalen?
  8. Welke rol zou de mogelijke komst van ecocidewetgeving kunnen spelen in het aansprakelijk stellen van diegenen die milieuschade veroorzaken?
  9. In hoeverre zijn de aanbevelingen uit ‘de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken’ en ‘de Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht’ van invloed geweest op de uitspraak in deze zaak? Had verdere implementatie van de aanbevelingen uit deze richtlijnen kunnen resulteren in een hoger vonnis?
  10. Hoe komt het dat de redelijke termijn werd overschreden waardoor de rechter een lagere straf heeft opgelegd?
  11. Bent u bekend met de aanbevelingen van het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid) inzake de aanpak van milieucriminaliteit, waarin het CCV onder andere stelt dat de effectiviteit van sanctionering te wensen overlaat door de snelheid waarmee sancties volgen op overtreding? [4] Wat heeft het kabinet sinds het verschijnen van deze aanbevelingen gedaan om de doorlooptijden te verkleinen?
  12. Bent u bekend met de conclusie van het CCV dat het strafrecht in de marge dreigt te raken omdat sancties vaak niet voldoen aan de Europese sanctienorm doeltreffend, evenredig en afschrikkend? Deelt u de mening dat de uitkomst van deze zaak daar een goed voorbeeld van is? Wat gaat u doen om sancties voor milieumisdrijven in lijn te brengen met deze norm?
  13. Wat heeft het kabinet sinds de publicatie van de aanbevelingen van het CCV gedaan om de aanpak van milieuovertredingen te verbeteren?
  14. Bent u bereid te onderzoeken hoe de bescherming van het milieu sterker geborgd kan worden door middel van het strafrecht, om vergelijkbare rampen als gevolg van nalatigheid in de toekomst te voorkomen?

[1] https://nos.nl/artikel/2368840-1000-euro-boete-voor-kapitein-na-grote-olielekkage-in-rotterdamse-haven.html

[2] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32009L0123&from=EN

[3] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32008L0099&from=EN

[4] https://hetccv.nl/nieuws/ccv-verkent-knelpunten-in-de-aanpak-van-milieucriminaliteit/