Vragen Van Raan/Thijssen over de herkomst van biomassa


Indiendatum: jun. 2021

Schriftelijke vragen van de leden Van Raan (PvdD) en Thijssen (PvdA) aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de herkomst van biomassa

  1. Is de staatssecretaris bekend met het rapport van het toonaangevende Europese Joint Research Centre genaamd “The Use of Woody biomass for energy production in the EU”?[1]
  2. Deelt de staatssecretaris de conclusie dat het zorgelijk is dat van 20% van de in de EU gebruikte houtachtige biomassa er geen bron bekend is?
  3. Deelt de staatssecretaris de conclusie dat de biomassa die in Nederland gebruikt wordt alleen biomassa mag zijn die op korte termijn klimaatwinst oplevert en een neutraal of positief effect heeft op biodiversiteit (biomassa afkomstig uit scenario 5 van de 24 beschouwde productiescenario’s)? Zo ja, hoe wordt dit in Nederland gegarandeerd? Zo nee, waarom vindt de staatssecretaris dit niet nodig?
  4. Is de minister op de hoogte van de nieuwe CE Delft jaarrapportage over de in 2020 toegepaste biomassa voor de Nederlandse bij- en meestook in het kader van het Convenant Biomassa?[2]
  5. Kan de staatssecretaris bevestigen dat 92% van de ingezette biomassa in categorie 5 hoort, die met name bestaat uit zaagsel uit de houtverwerkende industrie, en waarvoor volgens de minister beperkte duurzaamheidscriteria gelden?[3]
  6. Deelt de staatssecretaris de conclusie dat met deze beperkte set duurzaamheidscriteria niet de conclusie getrokken kan worden dat de biomassa uit categorie 5 afkomstig is uit duurzame productie, zoals gesteld voor categorie 1 en 2 biomassa?
  7. Weet de Staatssecretaris welke hoeveelheden van dit zaagsel uit welke landen afkomstig zijn? Kan de Staatssecretaris inzicht geven in de herkomstgebieden van dit zaagsel, uitgesplitst naar land en regio, en daarbij analyseren in hoeverre er sprake is van toenemende houtkap of houtoogst in de desbetreffende gebieden?
  8. Als er een sterke correlatie is tussen toename van productie van houtpellets voor, o.a., de Nederlandse markt én een toenemende houtoogst, is de staatssecretaris dan bereid te onderzoeken hoe dit risico zou kunnen worden gemitigeerd?
  9. Kan de staatssecretaris garanderen dat de duurzaamheidscriteria, die niet getoetst worden op effectiviteit maar door onafhankelijke CBI’s alleen op de vraag ‘is er aan voldaan?’, ook effectief zijn en dus voldoende om duurzaamheidsrisico’s te mitigeren?[4] Op basis waarvan kan zij dat garanderen?
  10. Kan de Staatssecretaris aantonen dat middels certificering categorie 1 en 2 biomassa daadwerkelijk biodiversiteit beschermt en zorgt voor klimaatwinst?
  11. Zo nee, hoe kan dan met zekerheid gesteld worden dat de Nederlandse inzet van categorie 1 en 2 biomassa niet bijdraagt aan duurzaamheidsproblemen?
  12. Kan de staatssecretaris bevestigen dat de minister van EZK de herkomst en certificering van de biomassa onder bedrijfsgevoelige informatie schaart?[5] Zo ja, klopt dan de conclusie dat de staatssecretaris geen zicht heeft op de herkomst van de biomassa, de duurzaamheid van de biomassa en de effectiviteit van de biomassacriteria? Zo niet, waarom niet?
  13. Erkent de staatssecretaris dat het voor de boseigenaar economisch aantrekkelijk kan zijn om hele bomen weg te halen die nog tot pellets verwerkt kunnen worden, maar niet geschikt zijn voor hoogwaardige producten?[6]
  14. Erkent de Staatssecretaris dat dit ertoe kan leiden dat voor ecologie hoogwaardige bomen hierdoor gekapt worden die anders waren blijven staan?
  15. Erkent de Staatssecretaris dat dit de business case van houtproductie versterkt in gebieden die eerder onrendabel waren en waarin houtkap nu wél rendabel is?
  16. Kan de Staatssecretaris inzicht geven in hoeverre de business case van nieuwe en meer houtkap beter wordt, doordat de vraag naar diverse producten zoals zaagsel en ‘niet hoogwaardige bomen’ groter wordt?
  17. Is de Staatssecretaris bekend met het onderzoek “Dutch Wood Pellet Imports. Is Dutch Biomass Burning Contributing to Forest Loss in Baltic States?”[7]
  18. Erkent de staatssecretaris dat het rapport nadere en meer actuele feiten en inzichten produceert t.a.v. (1) de toename houtkap in de Baltische landen, (2) de afzwakking van de wetgeving voor kap in beschermde gebieden die dan weer verband houdt met deze houtkap, (3) het aandeel van de extra houtproductie dat is gebruikt voor extra productie van houtpellets, (4) de stijgende export van deze houtpellets en (5) het aandeel van Nederland als één van de belangrijke afnemers van deze houtpellets?
  19. Deelt de Staatssecretaris de zorg die in het rapport wordt uitgesproken dat de toegenomen vraag naar en productie van houtpellets in de Baltische landen lijkt bij te dragen aan problematische houtkap in de Baltische landen?[8] Zo nee, kan de Staatssecretaris uitleggen hoe de Nederlandse massale afname van biomassa niet zou bijdragen aan een versterkte business case? Zo ja, wat is de Staatssecretaris voornemens hieraan te doen?
  20. Kan de staatssecretaris aangeven van welke percelen de biomassa afkomstig is, conform de afspraken tussen kolenbedrijven en NGOs in hun convenant[9] dat duurzaam bosbeheer op perceelniveau door middel van een certificaat moet worden aangetoond? Zo nee, waarom niet?
  21. Kan de Staatssecretaris de certificaten overleggen, eventueel met weglating van wellicht bedrijfsgevoelige informatie op een dergelijk certificaat, zodat wel inzichtelijk is van welk perceel de biomassa afkomstig is? Zo nee, waarom niet?


[1] https://publications.jrc.ec.europa.eu/repository/handle/JRC122719

[2] https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/06/f09bf9b0-ce_delft_200453_convenant_duurzaamheid_biomassa_def.pdf

[3] Antwoord op vragen van het lid Van Raan over de duurzaamheid van houtige biomassa | Tweede Kamer der Staten-Generaal

[4] De minister gaf als antwoord op de Kamervragen van de PvdD van 14 december 2020 aan dat het voldoen aan criteria wordt getoetst door onafhankelijke CBI’s. Dit geeft echter geen garantie op de effectiviteit van de criteria. Met andere woorden er wordt niet geborgd dat de criteria die zijn opgesteld ook voldoende zijn om duurzaamheidsrisico’s te mitigeren. (Antwoord op vragen van het lid Van Raan over de duurzaamheid van houtige biomassa | Tweede Kamer der Staten-Generaal)

[5]De Minister gaf aan als antwoord op eerdere Kamervragen van de Partij voor de Dieren [Antwoord op vragen van het lid Van Raan over de duurzaamheid van houtige biomassa | Tweede Kamer der Staten-Generaal] dat het feit dat derden geen toegang krijgen tot bedrijfsgevoelige informatie niet betekent dat de keten niet transparant is. De Minister schaart de herkomst en certificering van de biomassa onder bedrijfsgevoelige informatie.

[6] De Minister geeft als antwoord op eerdere Kamervragen aan dat soms hele bomen worden gekapt die tot pellets worden verwerkt.

[7] https://www.greenpeace.org/nl/natuur/46444/ontbossing-in-estland-door-nederlandse-biomassaverbranding/

[8] “The increasing forest loss rates in the Baltic region in combination with growing exports of woody biomass products raise concerns whether Dutch wood pellet imports play a contributing role to forest and biodiversity loss in Estonia and neighbouring countries - be it directly through imports, or indirectly as the high demand from other export markets as well as expected increasing consumption in domestic markets increase the pressure on forests”

[9] De afspraken over deze bijstook van biomassa in kolencentrales komt uit het energieakkoord en het latere convenant dat kolenbedrijven en NGOs met elkaar hebben gesloten. Enkel biomassa uit duurzaam beheerde bossen mag worden gebruikt waarbij gerefereerd wordt aan het keurmerk FSC. Een essentieel element van het keurmerk FSC is dat duurzaam bosbeheer op perceelniveau door middel van een certificaat moet worden aangetoond.