Vragen Van Raan over inves­te­ringen van ontwik­ke­lings­banken in de vee-industrie


Indiendatum: 30 jul. 2020

Schriftelijke vragen van het lid Van Raan aan de minister van Financiën en de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over investeringen van ontwikkelingsbanken in de vee-industrie

  1. Kent u het bericht ‘Revealed: development banks funding industrial livestock farms around the world” uit The Guardian van 2 juli 2020?[1]
  2. Wat vindt u ervan dat de International Finance Corporation (IFC), onderdeel van de Wereldbank, en de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD), de afgelopen tien jaar $2,6 miljard hebben geïnvesteerd in het deel van de vee-industrie dat juist destructief is voor het behalen van de klimaatdoelstellingen van Parijs?
  3. Op welke manier vindt u het zelf nog langer moreel te rechtvaardigen dat de ontwikkelingsbanken hun beleid rechtvaardigen door er alleen op te wijzen dat ze slechts inspelen op de vraag naar vlees en zuivel en dat vlees en zuivel onderdeel uitmaken van de eetgewoonten van mensen in ontwikkelingslanden, en dus geen oog hebben voor het feit dat aanbod van vlees en zuivel onderdeel van de oorzaak van de klimaat- en biodiversiteitscrisis is en het in het kader van het klimaatakkoord van Parijs juist de bedoeling is dat wereldwijd de productie en consumptie van vlees en zuivel afgeschaald wordt?
  4. Bent u bekend met het gegeven dat de productie van vlees en zuivel in zeer belangrijke mate bijdragen aan onder meer waterverontreiniging en uitputting van zoetwater, ontbossing, verlies van de biodiversiteit en klimaatverandering?[2] Zo ja, op welke manier vindt u het zelf nog moreel verantwoord om geen veroordelende uitspraken te doen over het uitleengedrag van de Wereldbank en de ERBD?
  5. Onderschrijft u het gegeven dat, ondanks dat de uitstoot van broeikasgassen per dier wellicht minder kan zijn, maar doordat het totale aantal dieren toeneemt, ook de totale hoeveelheid uitstoot van broeikasgassen toeneemt en dit niet langer verantwoord is? Zo nee, op welke manier is de toename van broeikasgassen toelaatbaar?
  6. Bent u bekend met het gegeven dat het vooral ontwikkelingslanden zijn die het eerste en het meeste last hebben van de gevolgen hiervan?
  7. Herinnert u zich het VN-rapport van augustus 2019 over het verband tussen landgebruik, klimaatverandering en voedselzekerheid, waarin staat dat voedselzekerheid alleen bereikt kan worden als wereldwijd de overstap wordt gemaakt naar een meer plantaardig dieet?[3]
  8. Vindt u het, hierop gelet, in het belang van ontwikkelingslanden, klimaat-rechtvaardig dat er door met name Westerse landen gedomineerde internationale banken geïnvesteerd wordt in dergelijke ontwrichtende vee-industrie? Zo ja, op welke manier?
  9. Op welke manier is het financieren van multinationals zoals Danone en Smithfield Foods, Inc. door IFC en de EBRD, zoals vermeld in het artikel, in het langere termijn duurzame belang van de mensen in ontwikkelingslanden, bent u zich ervan bewust dat dit juist niet in hun lange termijn duurzame belang kan zijn[4], bent u bekend met de meerwaarde die kleine familiebedrijven in ontwikkelingssamenwerking kunnen hebben, zoals geschetst door de Special Rapporteur on Food, kunt u toelichten hoe u de meerwaarde van kleine familiebedrijven ziet en hoe het financieren van multinationals door IFC en de EBRD kleine familiebedrijven helpt?
  10. Bent u bekend met het artikel ‘Kippenbedrijf van duizelingwekkende proportie, gestimuleerd door de EU’ in het NRC van 11 mei 2019, waarin de gevolgen van de megaplofkipfabriek MHP – ook gefinancierd door IFC en de EBRD – op allerlei dimensies naar voren komen, deelt u de mening dat dit niet in het lange termijn duurzame belang is van ontwikkelingslanden, en welke lessen trekt u hieruit voor in de toekomst?
  11. Wat betekent het financieren van de multinationals in de vee-industrie voor de concurrentiepositie van lokale boeren en ondernemers, voor het risico voor lokale gemeenschappen om afhankelijk te worden van multinationals, voor het landgebruik, de landverdeling, eigendomsverhoudingen, de kwaliteit van leven en werk, de gezondheid van omwonenden en de werknemers en voor de impact op en de uitputting van natuurlijke bronnen?
  12. Op welke manier draagt het financieren van de vlees- en zuivelindustrie in landen waar de vlees- en zuivelconsumptie op hoog of gemiddeld niveau is, zoals vermeld in het artikel, nog bij aan de voedselzekerheid en armoedebestrijding?
  13. Onderschrijft u dat ‘ontwikkelingssamenwerking’ die neerkomt op het financieren van de grootschalige en dus ontwrichtende vlees- en zuivelindustrie, perverse prikkels creëert die de overstap op een plantaardig eetpatroon afremt en landen op de langere termijn niet helpen in hun duurzame ontwikkeling? Zo nee, waarom niet?
  14. Hoe wordt geborgd dat het belang van een duurzame ontwikkeling van en een transitie naar een meer plantaardig dieet in ontwikkelingslanden voorop staat?
  15. Vindt u investeringen in de grootschalige vee-industrie via ontwikkelingsbanken en grote internationale bedrijven, al met al, een wenselijke manier van ontwikkelingssamenwerking? Zo ja, waarom vindt u dit een wenselijke manier van ontwikkelingssamenwerking?
  16. Van welke ontwikkelingsbanken is Nederland lid en hoeveel draagt Nederland per jaar per ontwikkelingsbank af?
  17. Welke van de ontwikkelingsbanken waar Nederland lid van is, naast de IFC en de EBRD, investeren nog meer in de grootschalige vlees- en zuivelindustrie en op welke manieren doen zij dit? Hoeveel geld hebben zij in de afgelopen tien jaar in de grootschalige vlees- en zuivelindustrie geïnvesteerd, in welke landen en voor welke projecten?
  18. Welke van de ontwikkelingsbanken waar Nederland lid van is hebben in de afgelopen tien jaar activiteiten gefinancierd die de vraag naar vlees- en zuivelvervangers doet toenemen en op welke manier doen zij dit? Om hoeveel geld gaat het en om welke projecten?
  19. Klopt het dat ontwikkelingsbanken in hun beoordeling van projecten geen rekening houden met het vraageffect dat investeringen in de vee-industrie sorteren, zoals in het artikel wordt gesuggereerd. Hoe kijkt u hier tegenaan?
  20. Onderschrijft u de stelling dat niet uitgesloten kan worden dat Nederland via de afdrachten aan ontwikkelingsbanken, indien hiermee geïnvesteerd wordt in de vlees- en zuivelindustrie, extra vraag naar dierlijke producten creëert, terwijl dit op de langere termijn zal leiden tot verminderde voedselzekerheid, meer dierenleed en meer klimaat- en biodiversiteitsproblemen wereldwijd?
  21. Onderschrijft u de stelling dat niet uitgesloten kan worden dat Nederland zich op deze manier zich (mede-)schuldig kan maken aan de grootschalige vernietiging van de leefomgeving van mens en dier?
  22. Op welke concrete manieren kunt u invloed uitoefenen op het beleid van de ontwikkelingsbanken om niet langer te investeren in de vee-industrie, hoe hebt u hier in de afgelopen tien jaar invulling aan gegeven en bent u bereid om uw inspanningen op te voeren? Hoe gaat u dat doen?

[1] https://www.theguardian.com/environment/2020/jul/02/revealed-development-banks-funding-industrial-livestock-farms-around-the-world

[2] https://www.ad.nl/nieuws/vooral-arme-landen-dupe-van-klimaatverandering-bij-ons-minder-extreem-weer~a815b825/; https://www.theguardian.com/environment/2018/oct/10/huge-reduction-in-meat-eating-essential-to-avoid-climate-breakdown

[3] https://www.ipcc.ch/srccl/; https://nos.nl/artikel/2296740-vn-klimaatrapport-voedseltekort-dreigt-vanaf-2050-door-klimaatverandering.html

[4] Zoals geïllustreerd in bijvoorbeeld het artikel ‘Kippenbedrijf van duizelingwekkende proportie, gestimuleerd door de EU’ in het NRC van 11 mei 2019 (https://www.nrc.nl/nieuws/2019/05/11/bio-industrie-aan-de-buitengrens-a3959881)