Vragen Van Raan en Simons over het meest recente IPCC-rapport in relatie tot Bonaire, Statia en Saba


Indiendatum: mrt. 2022

Vragen van de leden Van Raan (Partij voor de Dieren) en Simons (BIJ1) aan de minister voor Klimaat en Energie, de minister van Infrastructuur en Waterstaat en de staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering over het meest recente IPCC-rapport in relatie tot Bonaire, Statia en Saba

1. Heeft u kennis genomen van het IPCC-rapport van werkgroep 2 ‘Climate Change 2022: impacts, adaptations and vulnerability’ (AR6), en dan met name het hoofdstuk en de factsheet over ‘Small Islands’?

2. Wat is wat u betreft de betekenis van dit IPCC-rapport voor Bonaire, Statia en Saba? Kunt u dit uitgebreid toelichten?

3. Heeft u (wellicht in het kader van de vele rapporten die de afgelopen jaren aan de regering zijn aangeboden of in opdracht van de regering zijn uitgevoerd over gevolgen van de klimaatcrisis voor Nederland) inzicht in de gevolgen van de klimaatcrisis voor Bonaire, Statia en Saba t/m 2100 en daarna? Zo ja, wat zijn de belangrijkste gevolgen voor natuur en koraal, mens, dier, infrastructuur, economie, veiligheid en cultuur?

4. Wat zijn de belangrijkste verschillen in klimaatimpact en adaptatienoodzaak voor de bewoners van Bonaire, Statia en Saba versus de inwoners van Nederlandse gemeenten op het Europese vasteland? Waar lopen de inwoners van Bonaire, Statia en Saba meer risico?

5. Hebben de burgers van Bonaire, Statia en Saba over het algemeen meer of minder middelen en mogelijkheden om de komende klimaatrisico’s het hoofd te bieden dan Nederlanders op het Europese vasteland?

6. Kunt u aangeven waarom wat u betreft het beperken van de wereldwijde temperatuur tot maximaal 1,5 graad essentieel is voor Nederland en dan voornamelijk de bijzondere gemeentes in het Caribische gedeelte van het Koninkrijk, Bonaire, Statia en Saba?

7. Wat is het CO2-emissiegat tussen de wettelijke CO2-reductiedoelstelling voor 2030 van 55% (en het streefcijfer van 60%) en de 1,5 graadsambitie van de regering?

8. Kunt u dit CO2-emissiegat dat nog rest om in lijn met 1,5 graad te komen uitdrukken in een specifiek CO2-reductiepercentage of een CO2-budget voor relevante jaartallen?

9. Bent u van mening dat de CO2-reductiedoelstellingen van de regering in dienst moeten staan van het beschermen van Nederlanders, zowel op het Europese vasteland als in het Caribische gedeelte van het Koninkrijk, tegen de ingrijpende gevolgen van de klimaatcrisis? Zo nee, waarom niet?

10. Acht u het wenselijk dat Bonaire, Statia en Saba uitgesloten blijven van de Nederlandse Klimaatwet, het Klimaatplan 2021-2030, de NDC’s onder het Parijsakkoord, de Klimaat- en Energieverkenningen (KEV) en de Regionale Energestrategiën (RES)? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

11. Indien het volgens u terecht is dat Bonaire, Statia en Saba uitgesloten blijven van de Nederlandse Klimaatwet, het Klimaatplan 2021-2030, de NDC’s onder het Parijsakkoord, de Klimaat- en Energieverkenningen (KEV) en de Regionale Energestrategiën (RES), welke doelstellingen zijn er dan wel op het gebied van klimaat-, biodiversiteit- en energie?

12. Klopt het dat de enige generieke maatregel die zowel in Europees als Caribisch Nederland geldt, de Demonstratieregeling Energie-innovatie (DEI) is?

13. Welke toegang tot financiële middelen lopen Bonaire, Statia en Saba mis omdat ze uitgesloten zijn van deze kaders en maatregelen? Wat is het verschil in kennisniveau binnen de rijksoverheid over de gevolgen van de klimaatcrisis (klimaatscenario’s, klimaatimpact en adaptatienoodzaak) voor Bonaire, Statia en Saba versus gemeenten op het Nederlandse Europese vasteland?

14. Zijn er (naast het Deltaprogramma, het Waterprogramma, het Nationaal Waterplan, de Nationale Klimaatadaptatiestrategie en het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie) water en/of klimaatbeschermingsprogramma’s waarbij de rijksoverheid een coördinerende rol speelt, en waar Bonaire, Statia en Saba van zijn uitgesloten? Zo ja, welke?

15. Waarom zijn Bonaire, Statia en Saba, in tegenstelling tot andere gemeenten, uitgesloten van deze programma’s? En wat is de appreciatie van het kabinet hiervan?

16. Is het basisbeschermingsniveau van 0,001% in 2050 (i.e., dat de kans op overlijden door een overstroming voor iedereen achter de dijken uiterlijk in 2050 niet groter is dan 1 op 100.000 per jaar zoals besloten ligt in de Deltabeslissing Waterveiligheid) ook van toepassing op de burgers van Bonaire, Statia en Saba? Zo ja, waarom wel? Zo nee, waarom niet?

17. Welke andere waterveiligheidsnormen of klimaatadaptatieveiligheidsnormen gelden voor inwoners van gemeenten in Nederland?

18. Kunt u per waterveiligheidsnorm aangeven of deze zowel gelden voor de inwoners van gemeenten op Europees Nederland als voor de inwoners van Bonaire, Statia en Saba?

19. Kunt u een overzicht geven van de beleidsinitiatieven vanuit de rijksoverheid op klimaatadaptatie en waterveiligheid op Bonaire, Statia en Saba sinds de toetreding van deze eilanden als gemeentes van Nederland op 10 oktober 2010?

20. Kunt u een overzicht geven van eventuele beleidsinitiatieven die nu in de maak zijn op het gebied van klimaatadaptatie en waterveiligheid met betrekking tot Bonaire, Statia en Saba?

21. Kunt u aangeven hoe de verdeling van verantwoordelijkheden is tussen de verschillende departementen met betrekking tot klimaatadaptatiebeleid en waterveiligheid binnen de rijksoverheid met betrekking tot Bonaire, Statia en Saba?

22. Kunt u aangeven hoe volgens de rijksoverheid de beleidsverantwoordelijkheden verdeeld zijn tussen de rijksoverheid enerzijds, en de Openbare Lichamen op de eilanden anderzijds, met betrekking tot klimaatadaptatie op Bonaire, Statia en Saba?

23. Bent u met de Partij voor de Dieren van mening dat energiearmoede goed te bestrijden is door de energietransitie te versnellen en te investeren in duurzame energie-infrastructuur, in plaats van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen tegen volatiele prijzen te verlengen door in te zetten op fossiele energie-infrastructuur? Zo nee, op welke manier bent u van mening dat afhankelijkheid van volatiele fossiele energie prijzen, bijdraagt aan het verlagen van de energie-armoede?

24. Bent u bekend met het EZK-rapport ‘Duurzame en betaalbare energie in Caribisch Nederland: de ontwikkeling van de elektriciteitsvoorziening’ uit 2017, waaruit blijkt dat er manieren zijn om de energieopwekking voor de eilanden tot 80% of zelfs 100% te verduurzamen? Was dit ook het streven de afgelopen jaren? Is dat nu het streven? Is het beleid hier ook op gericht, welke termijn is eraan verbonden en zijn hier voldoende financiële middelen voor beschikbaar waardoor de doelstellingen kunnen worden gehaald? Zo ja, kunt u dan ook deze garantie geven dat de percentages duurzame energieopwekking uit het EZK-rapport gehaald kunnen worden? Zo nee, wat is er voor nodig om deze percentages wel te halen en bent u bereid die maatregelen te treffen?

25. Kunt u garanderen dat de € 10 miljoen die ter beschikking is gesteld aan Bonaire Brandstof Terminals B.V. (BBT), voldoende is om Bonaire tot 100% te verduurzamen? Zo ja, op welke manier en welke termijn is daaraan verbonden? Zo nee, bent u het ermee eens dat er dan in elk geval gekeken moet worden of een samenwerking met het Water- en Energiebedrijf Bonaire (WEB), die concrete verduurzamingsplannen heeft, wel kan leiden tot maximale percentages op het gebied van duurzame energie-opwekking?

26. Wanneer kan de Kamer de ‘routekaart naar een duurzame energievoorziening’ voor Bonaire, Statia en Saba verwachten?

27. Zou u deze vragen kunnen beantwoorden voor het verzamel-commissiedebat BES van 23 maart 2022?

28. Zou u ook de vragen van de leden Boucke, Wuite (beiden D66), Van Raan en Wassenberg (beiden PvdD) aan de Minister voor Klimaat en Energie en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de uitzending van Zembla ‘Bedreigd Nederlands Koraal’ van 17 februari 222, ingezonden op 3 maart 2022, voor dit verzamel-commissiedebat BES kunnen beantwoorden?