Vragen Van Esch en Vestering over de gebrekkige antwoorden aangaande stikstof


Indiendatum: 23 nov. 2022

Vragen van de leden Van Esch en Vestering (beide Partij voor de Dieren) aan de minister voor Natuur en Stikstof en minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de gebrekkige antwoorden aangaande stikstof

  1. Kan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aangeven waarom hij bij het Wetgevingsoverleg Wonen en Ruimte van 14-11-2022 in reactie op motie Van Esch [Kamerstuk 36200-VII-101] stelt dat “het gewoon allemaal een beetje anders zit (…) middels de bouwvrijstelling is niets vergund”?
  2. De minister stelt dat er middels de bouwvrijstelling niets is vergund, maar kan de minister bevestigen dat er – dankzij de bouwvrijstelling – allerlei projecten door mochten gaan die de overheden anders niet had mogen laten doorgaan/vergunnen?
  3. Kan de minister aangeven hoeveel projecten doorgang hebben gekregen dankzij de bouwvrijstelling die anders niet hadden mogen worden vergund (vanwege significante effecten)? Zo nee, waarom niet?
  4. Kan de minister in kaart brengen hoeveel stikstofdepositie er door deze projecten, die zijn toegestaan op basis van de bouwvrijstelling, is en nog zal worden veroorzaakt? Zo nee, waarom niet?
  5. Gaat de minister de stikstofdepositie die dankzij de bouwvrijstelling extra is en zal worden veroorzaakt (maar die niet veroorzaakt had mogen worden vanwege de slechte staat van de natuur) alsnog compenseren? Zo nee, waarom niet?