Vragen over nieuwe besmet­tingen Q-koorts


Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over nieuwe besmettingen Q-koorts

1. Kent u het bericht ‘Melkgeitenbedrijf opnieuw besmet met Q-koorts’?[1]

2. Kunt u aangeven hoe het kan dat een bedrijf waar alle geiten zijn gevaccineerd tegen Q-koorts toch weer besmet raakt? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo nee, waarom niet?

3. Kunt u aangeven of er sprake is geweest van een onzorgvuldige controle van tankmelk, waardoor het bedrijf eerder onterecht Q-koortsvrij is verklaard en daarom nu weer te maken heeft met een besmetting? Zo ja, wie is verantwoordelijk voor deze onzorgvuldige controle en wat gaat u doen om te voorkomen dat dit in de toekomst weer gebeurt? Zo nee, wat is de oorzaak van deze nieuwe besmetting?

4. Deelt u de mening dat de besmetting van dit bedrijf en mogelijke andere besmettingen een gevaar vormen voor de volksgezondheid? Zo ja, wat gaat u doen om de risico’s voor de volksgezondheid te beperken? Zo nee, waarom niet?

5. Wat gaat u doen om verdere besmettingen op andere bedrijven te voorkomen?

Antwoorddatum: 17 okt. 2012

1. Kent u het bericht ‘Melkgeitenbedrijf opnieuw besmet met Q-koorts’?

Antwoord op vraag 1: Ja.

2. Kunt u aangeven hoe het kan dat een bedrijf waar alle geiten zijn gevaccineerd tegen Q-koorts toch weer besmet raakt? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 2: Alle geiten op het besmette bedrijf zijn tijdig en correct gevaccineerd tegen Q-koorts, op 30 juni 2012. Zoals eerder aangegeven (aanhangsel der Handelingen 2010-2011 nr. 2258) verkleint vaccinatie weliswaar de kans op infectie, maar gevaccineerde dieren kunnen nog steeds met Q-koorts bacteriën besmet raken. Wel zorgt de vaccinatie ervoor dat de kans op abortus heel klein wordt en dat de dieren minder Q-koorts bacteriën uitscheiden. Dieren genezen niet van Q-koorts door middel van vaccinatie, het vaccin werkt preventief, niet curatief. Het bedrijf is al een keer eerder besmet bevonden en toen gedeeltelijk geruimd. Er zijn op het bedrijf nog steeds melkgeiten aanwezig die ten tijde van de eerdere besmetting niet drachtig waren en daarom niet geruimd zijn. Voor deze dieren geldt een levenslang fokverbod. Zij vormen geen risico voor de volksgezondheid, maar kunnen potentieel wel kleine hoeveelheden Q-koorts bacteriën uitscheiden en als zodanig een bron zijn van hernieuwde besmetverklaring.

3. Kunt u aangeven of er sprake is geweest van een onzorgvuldige controle van tankmelk, waardoor het bedrijf eerder onterecht Q-koortsvrij is verklaard en daarom nu weer te maken heeft met een besmetting? Zo ja, wie is verantwoordelijk voor deze onzorgvuldige controle en wat gaat u doen om te voorkomen dat dit in de toekomst weer gebeurt? Zo nee, wat is de oorzaak van deze nieuwe besmetting?

Antwoord op vraag 3: Alle melkgeitenhouders en melkschapenhouders moeten verplicht meedoen aan het monitoringsonderzoek van tankmelk. Wanneer een bedrijf een jaar lang negatief is geweest in de tankmelkmonitoring wordt het bedrijf Q-koorts vrij verklaard. Wanneer er opnieuw Q-koorts in de tankmelk aangetroffen wordt, zal een bedrijf opnieuw besmet verklaard worden. Dat is in dit geval ook gebeurd. De Gezondheidsdienst voor Dieren voert de tankmelktesten uit. De controle wordt geborgd door een jaarlijkse audit van de tankmelktest van de Gezondheidsdienst voor Dieren en halfjaarlijkse rondzendoefeningen. De audit wordt uitgevoerd door het Centraal Veterinair Instituut (CVI) dat in deze als referentie-instituut fungeert. Het CVI organiseert ook de rondzendoefeningen. De controle van tankmelk is dus adequaat geborgd door het nationale referentie-instituut.

Voor het antwoord op de vraag wat de oorzaak is van deze nieuwe besmetting verwijs ik naar het antwoord op vraag 2.

4. Deelt u de mening dat de besmetting van dit bedrijf en mogelijke andere besmettingen een gevaar vormen voor de volksgezondheid? Zo ja, wat gaat u doen om de risico’s voor de volksgezondheid te beperken? Zo nee, waarom niet?

5. Wat gaat u doen om verdere besmettingen op andere bedrijven te voorkomen?

Antwoord op vraag 4 en 5: Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 2 en beschreven in de brief van 19 oktober jl. aan uw Kamer (Kamerstuk 28 286, nr. 591), is de uitscheiding bij tijdig en correct gevaccineerde, besmette dieren aanzienlijk lager dan bij ongevaccineerde dieren die besmet raken. Daardoor vormen zij een zeer beperkt verhoogd risico voor omwonenden van de bedrijven. Wel kan sprake zijn van een verhoogd risico op besmetting van mensen bij direct contact met dieren. Daarom gelden er voor het bedrijf een bezoekersverbod en vervoersbeperkingen en worden er extra hygiënemaatregelen toegepast. Vervoersbeperking betekent dat de dieren alleen afgevoerd mogen worden naar het slachthuis, maar niet naar andere bedrijven.

De lokale bestuurders en de GGD zijn geïnformeerd over de besmetting en er is een waarschuwingsbord bij het bedrijf geplaatst.

De locaties van besmette bedrijven zijn zichtbaar op de website van de NVWA.

dr. Co Verdaas
Staatssecretaris van Economische Zaken