Vragen over levering van met dioxine vervuild vet door een Neder­lands bedrijf


Vragen van het lid Thieme over levering van met dioxine vervuild vet door een Nederlands bedrijf

1. Kent u het bericht “Dioxine uit Nederland in Deens veevoer” [1]

2. Kunt u bevestigen dat een Nederlands bedrijf met dioxine vervuild vet heeft geleverd aan een Deense voerfabrikant?

3. Wanneer bent u hiervan op de hoogte gesteld?

4. Is het waar dat de verontreiniging onderzocht wordt door de leverancier/producent van het vet in samenwerking met de nVWA?

5. Is de oorsprong van de dioxine al bekend? Zo ja, wat was de bron hiervan?

6. Is het mogelijk dat er technische vetten zijn gebruikt of verhandeld en dat deze voor de besmetting hebben gezorgd, zoals dat eerder dit jaar in Duitsland het geval was? Zo ja, welke sanctie staat hierop? Zo nee, op welke wijze heeft u dit vastgesteld?

7. Welk bedrijf is verantwoordelijk voor de dioxinebesmetting?

8. Welke wettelijk geregelde waarborgen zijn er om te voorkomen dat Nederlandse producenten en handelaren met dioxine vervuilde vetten verhandelen?

9. Deelt u de mening dat dit incident wederom aantoont dat er een positieflijst voor veevoer ingevoerd moet worden om de risico’s van dioxinebesmetting van veevoer te verkleinen?

[1]http://www.agd.nl/Artikel/571731/Met-dioxine-verontreinigd-vet-uit-Nederland-in-Deens-veevoer.htm

Antwoorddatum: 20 sep. 2011

1. Kent u het bericht “Met dioxine verontreinigd vet uit Nederland in Deens veevoer”? [1]

Ja.

2. Kunt u bevestigen dat een Nederlands bedrijf met dioxine vervuild vet heeft geleverd aan een Deense voerfabrikant?

Ja, ik kan bevestigen dat enkele partijen gehydrogeneerd palmolievetzuur­destillaat, met een gehalte dioxine tot maximaal 3x boven de norm (van
0,75 ng/kg WHO TEQ), vanuit een Nederlands productiebedrijf aan een Deense en ook Duitse voederfabrikant is geleverd. De productie van deze partijen gehydrogeneerde palmolievetzuurdestillaten heeft plaatsgevonden in de periode 14 april tot en met 2 mei 2011.

3. Wanneer bent u hiervan op de hoogte gesteld?

Het Nederlandse bedrijf heeft woensdag 17 augustus de nVWA op de hoogte gebracht van bevindingen van de Deense autoriteiten, nadat het Nederlandse bedrijf rond 16 augustus uit Denemarken bevestigd heeft gekregen dat een partij gehydrogeneerde palmolievetzuurdestillaat een te hoog gehalte dioxine had. Op vrijdag 19 augustus is de informatie van de Deense autoriteiten via het Rapid Alert Systeem voor Food en Feed aan de nVWA verstuurd.

4. Is het waar dat de verontreiniging onderzocht wordt door de leverancier/ producent van het vet in samenwerking met de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA)?

Ja, de verontreiniging wordt door de producent van het vet in samenwerking met de nVWA en het Rikilt onderzocht.

5. Is de oorsprong van de dioxine al bekend? Zo ja, wat was de bron hiervan?

Nee. Onderzoek naar de oorzaak van de contaminatie met dioxine vindt momenteel plaats. Omdat de oorzaak van de contaminatie nog niet bekend is, levert het bedrijf momenteel alleen partijen gehydrogeneerd palmolievetzuur­destillaat af, indien een analyse heeft aangetoond dat het gehalte dioxine normconform is.

6. Is het mogelijk dat er technische vetten zijn gebruikt of verhandeld en dat deze voor de besmetting hebben gezorgd, zoals dat eerder dit jaar in Duitsland het geval was? Zo ja, welke sanctie staat hierop? Zo nee, op welke wijze heeft u dit vastgesteld?

Nee. Onder andere op basis van onderzoek van de gebruikte grondstoffen is dit vastgesteld.

7. Welk bedrijf is verantwoordelijk voor de dioxinebesmetting?

Gelet op het belang van onderzoek, meen ik dat het niet wenselijk is om de naam van het betrokken bedrijf te noemen. Het Nederlandse bedrijf heeft zich onverwijld bij de nVWA gemeld nadat de dioxinebesmetting was geconstateerd, en heeft ook de afnemers van mogelijk verontreinigde producten geïnformeerd.

8. Welke wettelijk geregelde waarborgen zijn er om te voorkomen dat Nederlandse producenten en handelaren met dioxine vervuilde vetten verhandelen?

Voor de diervoedersector is een uitgebreid pakket regelgeving vastgesteld. Onder andere de diervoederhygiëneverordening (EG) nr. 183/2005, waarin beginselen van HACCP en hygiëne zijn opgenomen, en de Richtlijn ongewenste stoffen 2002/32/EG dienen er toe bij te dragen dat diervoeders gezond en van goede handelskwaliteit zijn. Dit uitgebreide pakket regelgeving voorkomt echter niet dat incidenten kunnen plaatsvinden. In de lijn van de Algemene levensmiddelen­verordening (EG) nr. 178/2002, heeft het Nederlandse bedrijf de bevoegde autoriteiten onverwijld geïnformeerd en heeft alle maatregelen genomen om de contaminatie te verhelpen en nader onderzoek uit te voeren naar de oorzaak van de contaminatie.

9. Deelt u de mening dat dit incident wederom aantoont dat er een positieflijst voor veevoer ingevoerd moet worden om de risico’s van dioxinebesmetting van veevoer te verkleinen?

Ik deel uw mening over een positieflijst niet. Een positieflijst voor toegestane veevoedergrondstoffen geeft geen garantie dat zich géén contaminatie voordoet met een ongewenste stof. Een positieflijst kan namelijk niet voorkomen dat er zich bijvoorbeeld een productiefout voordoet waardoor ongewenste stoffen in een grondstof terecht komen.

[1]http://www.agd.nl/Artikel/571731/Met-dioxine-verontreinigd-vet-uit-Nederland-in-Deens-veevoer.htm