Vragen over het refe­rendum over het asso­ci­a­tie­verdrag Oekraïne


Indiendatum: jan. 2016

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de Minister President en de minister van Buitenlandse Zaken over het referendum over het associatieverdrag Oekraïne.

  1. Kent u het bericht in de Volkskrant van 18 januari jl. getiteld "Rutte stelt kiezers voor voldongen feit"?
  2. Bent u bereid het Nederlandse voorzitterschap te benutten om duidelijkheid te verschaffen aan de EU en Oekraïne over het feit dat Nederland het verdrag niet geratificeerd heeft en dus niet zal meewerken aan implementatie daarvan vooruitlopend op eventuele ratificatie?
  3. Bent u bereid implementatie van alle afspraken en regelingen voortvloeiend uit het associatie verdrag stop te zetten tot het moment dat de Nederlandse bevolking zich daarover in het referendum van 6 april a.s. heeft uitgesproken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?
  4. Bent u bereid de EU en Oekraïne formeel te verzoeken alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen ten aanzien van het verdrag stop te zetten in afwachting van het Nederlandse referendum?
  5. Bent u bereid inzage te geven in de gevolgen van een Nederlands 'Nee' op 6 april en bent u bereid de uitslag van het referendum te respecteren en over te nemen? Zo nee, waarom niet?

Indiendatum: jan. 2016
Antwoorddatum: 19 jan. 2016

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Thieme over het referendum over het associatieverdrag Oekraïne . Deze vragen werden ingezonden op 21 januari 2016 met kenmerk 2016Z01100.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Bert Koenders

Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van het lid Thieme (PvdD) over het referendum over het associatieverdrag Oekraïne.

Vraag 1

Kent u het bericht “Rutte stelt kiezers voor voldongen feit”?

Antwoord

Ja.

Vraag 2
Bent u bereid het Nederlandse voorzitterschap te benutten om duidelijkheid te verschaffen aan de EU en Oekraïne over het feit dat Nederland het verdrag niet geratificeerd heeft en dus niet zal meewerken aan implementatie daarvan vooruitlopend op eventuele ratificatie? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het EU-associatieakkoord met Oekraïne treedt pas in werking als alle partijen het

verdrag hebben goedgekeurd en hun aktes van bekrachtiging hebben gedeponeerd bij het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Unie ofwel hebben geratificeerd. Tot het moment van inwerkingtreding wordt het akkoord deels voorlopig toegepast. Voorlopige toepassing is gebruikelijk bij verdragen als het associatieakkoord en dient ter overbrugging van het ratificatieproces. Het raadgevend referendum is onderdeel van het nationale ratificatieproces in Nederland, zoals andere EU lidstaten ook hun nationale procedures kennen. Er is dus geen reden de voorlopige toepassing door de EU op te schorten vanwege het referendum. De voorlopige toepassing is erop gericht de partijen eerder te laten profiteren van de afspraken die in het betreffende verdrag

worden gemaakt. In dit geval betekent het bijvoorbeeld dat het Nederlands bedrijfsleven nu al gebruik kan maken van de voordelen van betere markttoegang in Oekraïne.

Vraag 3
Bent u bereid implementatie van alle afspraken en regelingen voortvloeiend uit het associatieverdrag stop te zetten tot het moment dat de Nederlandse bevolking zich daarover in het referendum van 6 april a.s. heeft uitgesproken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 4
Bent u bereid de EU en Oekraïne formeel te verzoeken alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen ten aanzien van het verdrag stop te zetten in afwachting van het Nederlandse referendum? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 2.

Vraag 5

Bent u bereid inzage te geven in de gevolgen van een Nederlands 'Nee' op 6 april a.s. en bent u bereid de uitslag van het referendum te respecteren en over te nemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Het kabinet zal de Wet raadgevend referendum volgen. Dat houdt in dat wanneer geen sprake is van een raadgevende uitspraak tot afwijzing omdat onvoldoende kiesgerechtigden zijn opgekomen óf een meerderheid zich voor de wet heeft uitgesproken, de inwerkingtreding van de goedkeuringswet bij koninklijk besluit zal worden geregeld. Bij een onherroepelijke raadgevende uitspraak tot afwijzing zal het kabinet op grond van de Wet raadgevend referendum een wetsvoorstel tot intrekking dan wel tot inwerkingtreding van de goedkeuringswet bij de Kamer aanhangig maken. De Tweede en Eerste Kamer kunnen dat wetsvoorstel aannemen of verwerpen. Dit betekent met andere woorden dat het kabinet zich bij een dergelijke uitspraak nader zal beraden over de te nemen vervolgstap en daarover ook met het parlement zal komen te spreken. Het kabinet hecht daarbij grote waarde aan de inhoud van het maatschappelijke debat dat over dit onderwerp zal worden gevoerd. De eventuele situatie die zou kunnen ontstaan bij non-ratificatie is onontgonnen terrein. Het is echter binnen de Unie gebruikelijk dat wanneer een politiek feit in een lidstaat daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld wanneer een verdrag schipbreuk lijdt als gevolg van de non-ratificatie door een lidstaat, er overleg op het niveau van de Europese Raad zal plaatsvinden om een oplossing te vinden.