Vragen over het lot van uitge­zette otters in Nederland


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over het lot van uitgezette otters in Nederland

1. Heeft u gelezen dat er opnieuw otters zijn gestorven in een muskusrattenklem?[1]

2. Deelt u de zorg van Natuurmonumenten over de muskusrattenvallen? Zo nee, waarom heeft u er geen moeite mee dat uitgezette dieren de dood vinden in wrede klemmen? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

3. Deelt u de zorg van wetenschappers over hoge concentraties PCB’s in de bodem van de grote rivieren, die via de voedselketen otters onvruchtbaar kunnen maken?[2] Zo nee, waarom niet?

4. Is het waar dat de helft van de uitgezette en geboren otters inmiddels zijn doodgereden? Zo nee, hoeveel zijn het er dan?

5. Vindt u het verantwoord om otters uit te zetten als veel van deze dieren worden doodgereden in het verkeer, ze nog steeds niet veilig zijn voor muskusrattenbestrijders en het gif in de bodem de dieren onvruchtbaar kan maken? Zo ja, kunt u uw opvatting toelichten?

6. Kunt u uiteenzetten waar u uw stelling dat de herintroductie binnen de IUCN regels viel (brief van 1 maart 2013 over herintroductieprojecten)[3] op heeft gebaseerd gegeven de wetenschappelijke literatuur dat dit niet,[4] of slechts ten dele,[5] het geval was en dat er redenen zijn om het herintroductie project stop te zetten?

7. Is het nog steeds de lijn van het kabinet, zoals eerder verwoord door uw ambtsvoorganger,[6] om pas op de plaats te maken en eerst te investeren in de randvoorwaarden alvorens verder te gaan met het introduceren van de otterpopulatie zelf? Zo nee, waarom niet?

8. Houdt u zich aan de toezegging dat er geen nieuwe otters zullen worden uitgezet? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u bereid om reeds verleende ontheffingen voor de herintroductie van otters in te trekken? Zo nee, waarom niet?

[1] http://www.rtvoost.nl/pl.aspx?nid=181413

[2] Traas, T.P., R. Luttik, O. Klepper, J.E.M. Beurskens, M.D. Smit, P.E.G. Leonards, A.G.M. van Hattum & T. Aldenberg 2001. Congener-specific model for polychlorinated biphenyl effects on otter ( Lutra lutra) and associated sediment quality criteria. Environmental Toxicology and Chemistry 20: 205-212.

[3] 29 446, nr. 84

[4] Reintroduction of the otter ( Lutra lutra ) in the Netherlands: did it really meet international guidelines? Van Liere & Van Liere Lutra 2005 48 (2): 131-134

[5] Reintroduction of the otter in the Netherlands: implementation of international guidelines in the pre-release phase an ’t Hof & Van Langevelde/Lutra 2005 48 (2): 135-137

[6] AO biodiversiteit 15 november 2012

Antwoorddatum: 15 apr. 2014

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u mijn antwoorden op de vragen gesteld door het lid Ouwehand (PvdD) over het lot van uitgezette otters in Nederland op 7 februari 2014 onder nummer 2014Z02278.

1. Heeft u gelezen dat er opnieuw otters zijn gestorven in een muskusrattenklem?[1]

Antwoord: Ja.

2. Deelt u de zorg van Natuurmonumenten over de muskusrattenvallen? Zo nee, waarom heeft u er geen moeite mee dat uitgezette dieren de dood vinden in wrede klemmen? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?

Antwoord: Muskusrattenbestrijders zijn bij het plaatsen van de vangmiddelen alert op de aanwezigheid van otters. Uit de 'Gedragscode voor bestrijding van muskusrat en beverrat' volgt dat muskusrattenbestrijders bijvangsten in muskusrattenvallen zoveel mogelijk proberen te voorkomen en eventueel bijgevangen levende dieren direct loslaten. Mogelijke maatregelen (o.a. optimaliseren inzwemopening, locatie van de vallen) worden genomen om te voorkomen dat andere dieren dan muskusratten in de vallen terechtkomen. Desondanks kan nooit 100% voorkomen worden dat andere dieren worden gevangen.

3. Deelt u de zorg van wetenschappers over hoge concentraties PCB’s in de bodem van de grote rivieren, die via de voedselketen otters onvruchtbaar kunnen maken?[2] Zo nee, waarom niet?

Antwoord: De meningen over de effecten van PCB’s op de instandhouding van de otterpopulatie lopen uiteen tussen verschillende wetenschappers. Het oorzakelijke verband tussen belasting met PCB’s en verminderde vitaliteit van otterpopulaties en individuen is nooit daadwerkelijk aangetoond[3]. Aangenomen wordt dat PCB’s met name een negatieve rol spelen voor een otter wanneer het dier ook door andere factoren onder stress staat. Indien de otter zijn vetreserve moet aanspreken, bijvoorbeeld door een slechte voedselbeschikbaarheid, dan kunnen de in het vet opgeslagen PCB’s vrijkomen[4]. Er is echter geen effect aangetoond op populatieniveau.

Daarbij komt dat sinds de 80er en 90er jaren van de vorige eeuw de waterkwaliteit van de grote rivieren, inclusief de visstand, aanmerkelijk is verbeterd. In 2000 werd de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. De KRW beoogt in 2015 een goede chemische- en ecologische toestand van de Europese grond- en oppervlaktewateren te bereiken. De productie van PCB’s is sinds de 80er jaren verboden.

De uitgezette otterpopulatie in Overijssel verkeert in een zeer goede conditie en lijkt geen problemen te ondervinden van PCB’s op hun gezondheid en vruchtbaarheid. Dit ondanks het feit dat PCB gehalten in enkele geanalyseerde otters na terugvondst behoorlijk hoog waren[5].

4. Is het waar dat de helft van de uitgezette en geboren otters inmiddels is doodgereden? Zo nee, hoeveel zijn het er dan?

Antwoord: De otterpopulatie laat over de afgelopen jaren een sterke aanwas zien en werd in de winter van 2012/2013 geschat op 100-120 dieren. Er is nog geen nieuwe schatting gedaan van de omvang van de populatie. In het daaraan voorafgaande jaar registreerde Alterra 18 doodgereden otters. In 2013 registreerde Alterra 27 doodgereden otters.

5. Vindt u het verantwoord om otters uit te zetten als veel van deze dieren worden doodgereden in het verkeer, ze nog steeds niet veilig zijn voor muskusrattenbestrijders en het gif in de bodem de dieren onvruchtbaar kan maken? Zo ja, kunt u uw opvatting toelichten?

Antwoord: De ontheffingen voor herintroductie passen in de Beleidslijn herintroducties waarmee uw Kamer heeft ingestemd (Kamerstuk 31200 XIV, nr. 215). Deze beleidslijn is geheel in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijnen van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN). Een ontheffing van de Flora- en faunawet voor het uitzetten van (een) otter(s) wordt dus niet zonder meer gegeven; er moet aan vele voorwaarden zijn voldaan. De ontheffingen zijn gericht op het vergroten van de genetische diversiteit van de Nederlandse otterpopulatie. Autonome uitwisseling met populaties uit omringende landen blijkt nog slechts incidenteel te gebeuren.

Er zijn afgelopen jaren twee ontheffingen verleend. Eén aan It Fryske Gea, welke nu verlopen is en één aan Stichting ARK. Op dit moment is alleen de ontheffing aan Stichting ARK nog geldig. In 2012 is door mijn ambtsvoorganger een ontheffing verleend aan de Stichting ARK voor het uitzetten van otters in het rivierengebied. Daarbij gaat het om maximaal 25 uit te zetten otters over een periode van 5 jaar.

De ontheffingen hebben geleid tot het het uitzetten van drie otters in 2011 en drie otters in 2012 in Nationaal Park De Alde Faenen door Stichting Otterstation Nederland op basis van de ontheffing van It Fryske Gea. Ook is er in 2012 één otter in een natuurgebied tussen Doesburg en Doetinchem door Stichting ARK uitgezet op basis van bovengenoemde ontheffing.

Otters worden niet uitgezet dan nadat het uitzetgebied geschikt is bevonden als leefgebied voor de soort. De initiatiefnemers moeten voorafgaand aan het uitzetten mogelijke verkeersknelpunten oplossen, de waterkwaliteit en -kwantiteit geschikt maken voor de otter en maatregelen nemen om bijvangsten bij muskusrattenbestrijding en visvangst tegen te gaan.

Omdat de otter zich in een snel tempo autonoom aan het verspreiden is over heel Nederland, worden er ook buiten de uitzetgebieden maatregelen getroffen om het veiliger te maken voor de otter. Terreinbeheerders, Rijkswaterstaat en provincies treffen maatregelen om het aantal verkeersslachtoffers onder otters te beperken. Muskusrattenbestrijders nemen het voorkómen van bijvangsten zeer serieus en stellen alles in het werk om zulke ongevallen te voorkomen. Het uitvoeren van de Kaderrichtlijn Water zal voor een steeds groter en beter leefgebied van de otter kunnen zorgen. Via deze richtlijn nemen de verantwoordelijke autoriteiten maatregelen om de hoge gehaltes aan bestrijdingsmiddelen en nutriënten terug te dringen. De zelfstandige terugkeer van de otter staat dan ook symbool voor het succes van deze maatregelen[6].

6. Kunt u uiteenzetten waar u uw stelling, dat de herintroductie binnen de regels van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) viel (brief van 1 maart 2013 over herintroductieprojecten)[7], op heeft gebaseerd gegeven de wetenschappelijke literatuur dat dit niet[8] of slechts ten dele[9] het geval was en dat er redenen zijn om het herintroductieproject stop te zetten?

Antwoord: Van Liere & Van Liere beweren in aangehaalde artikel uit 2005 (voetnoot 8) dat de oorzaken van de achteruitgang van de otter niet zijn weggenomen en er dus niet voldaan wordt aan de richtlijnen van de IUCN. Met name de aanwezigheid van PCB’s in het water en de bedreiging van verkeer worden gezien als oorzaken van achteruitgang die nog steeds aanwezig zijn, en die nog steeds otterslachtoffers maken. Daarnaast beweren Van Liere & Van Liere dat de uitgezette otters te oud waren en dat niets wijst op draagvlak bij de locale bevolking voor het herintroductieprogramma. Ook hier werd volgens Van Liere & Van Liere niet voldaan aan de IUCN richtlijn. Volgens Van Liere & Van Liere moet het otter herintroductieprogramma volgens IUCN richtlijnen worden stopgezet.

Het tweede aangehaalde artikel van Van ’t Hof & Van Langevelde, eveneens uit 2005 (voetnoot 9), weerlegt de argumenten van Van Liere & Van Liere. Zij beweren dat de argumenten van Van Liere & Van Liere voornamelijk gebaseerd zijn op de fase na het uitzetten van otters, in tegenstelling tot het oorspronkelijke artikel van Van ’t Hof en Van Langevelde[10]. Deze laatsten baseerden de conclusies op basis van het proces tot aan de uiteindelijke uitzet in 2002.

De conclusies van Van Liere & Van Liere gaan verder dan deze. Van ’t Hof & Van Langevelde zijn van mening dat het voortraject van de herintroductie van de otter in Nederland volgens de IUCN richtlijnen is uitgevoerd. Ik ben het eens met deze conclusie dat het uitzetproject volgens de richtlijnen van de IUCN en het geldende natuurbeleid van de Beleidslijn herintroducties (Kamerstuk 31200 XIV, nr. 215) is uitgevoerd.

In beide aangehaalde artikelen uit 2005 merk ik wel een pleidooi voor een evaluatie van het herintroductieproces na de uitzetting in 2002. Voor, tijdens en na de herintroductie is er jarenlang wetenschappelijke begeleiding en onderzoek geweest en hebben we de populatie laten monitoren. Op dit moment wordt daarvan veel opgepakt door lokale overheden, stichtingen en vrijwilligers. We zijn nu in 2014 en onderzoek heeft het succes van de herintroductie in Nederland reeds aangetoond[11].

7. Is het nog steeds de lijn van het kabinet, zoals eerder verwoord door uw ambtsvoorganger[12], om pas op de plaats te maken en eerst te investeren in de randvoorwaarden alvorens verder te gaan met het introduceren van de otterpopulatie zelf? Zo nee, waarom niet?

8. Houdt u zich aan de toezegging dat er geen nieuwe otters zullen worden uitgezet? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u bereid om reeds verleende ontheffingen voor de herintroductie van otters in te trekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op de vragen 7, 8 en 9: In het Algemeen Overleg Biodiversiteit van 3 oktober 2013 heb ik met uw Kamer gesproken over mijn beleid omtrent herintroductieprojecten[13] mede naar aanleiding van mijn brief hierover[14]. Daarin heb ik aangegeven dat er een keuze is tussen niets doen, afwachten of de natuur een handje helpen, waarbij uitzetten een optie kan zijn. Mijn streven is primair om de biodiversiteit in Nederland te versterken.

De ontwikkeling van de populatie van de otter in Nederland neemt niet weg dat we, samen met partners, waar mogelijk bestaande bedreigingen weg zullen nemen om overlevingskansen te vergroten. Ik heb aan Alterra gevraagd om een rapport op te stellen over de verkeersknelpunten waar otters vaak slachtoffer van het verkeer zijn. Ook hebben kabinet en provincies het Natuurpact gesloten, waarmee het Nationale Natuurnetwerk en verbindingen tussen natuurgebieden worden aangelegd.

Er is op dit moment nog één ontheffing geldig, zoals uitgelegd in het antwoord op vraag 5. Als bronpopulaties voor de uit te zetten otters zal gebruikgemaakt worden van dieren die worden aangeboden via de IUCN-SSC Otter Specialist Group. De focus zal liggen op otters uit Midden- en Oost-Europese landen, zoals Duitsland, Tsjechië, Oostenrijk en Polen. Het betreft hier otters in gevangenschap die genetisch en qua gedrag geschikt zijn voor bijplaatsing. Het bijplaatsen van de otters biedt een oplossing voor de beperkte genetische variatie van de Nederlandse otterpopulatie en zodoende draagt het bij aan de gunstige staat van instandhouding en het duurzame voortbestaan van de otter in Nederland.

Het gaat hierbij om een maatschappelijk initiatief dat ook vanuit de betrokken organisaties (ARK en WNF) wordt gefinancierd. Voorafgaand aan de ontheffingaanvraag is onderzoek gedaan naar de kansen voor otters in het rivierengebied en zijn samen met provincies, Rijkswaterstaat en waterschappen maatregelen genomen om het leefgebied geschikt te maken. Dit past in mijn visie op het natuurbeleid.

De argumenten op basis waarvan deze ontheffing is verleend gelden nog steeds.

Er is met deze ontheffing tot hiertoe één otter uitgezet en dit in een natuurgebied tussen Doesburg en Doetinchem. In najaar/winter 2013-2014 heeft ARK vier jonge ottervrouwtjes en een mannetje gekregen uit Duitsland, onverwant aan de dieren in de Nederlandse populatie. De keuze van de bijplaatslocatie (vergroten genetische diversificatie) zal komend voorjaar in overleg met onderzoekers gemaakt worden.

Er zijn mij verder geen plannen bekend voor het indienen van een nieuwe aanvraag tot ontheffing.

(w.g.) Sharon A.M. Dijksma

Staatssecretaris van Economische Zaken

[1] http://www.rtvoost.nl/pl.aspx?nid=181413

[2] Traas, T.P., R. Luttik, O. Klepper, J.E.M. Beurskens, M.D. Smit, P.E.G. Leonards, A.G.M. van Hattum & T. Aldenberg 2001. Congener-specific model for polychlorinated biphenyl effects on otter ( Lutra lutra) and associated sediment quality criteria. Environmental Toxicology and Chemistry 20: 205-212.

[3] - Smit MD, Leonards PE, de Jongh AW, van Hattum BG. (1998) Polychlorinated biphenyls in the Eurasian otter (Lutra lutra). Rev Environ Contam Toxicol.;157:95-130.

- Chanin, P., (2003). Ecology of the European otter. Conserving Natura 2000 Rivers Ecology Series No 10. Peterborough, English Nature.

- Kruuk, H. (1995). Wild otters - Predation and populations. Oxford University Press, Oxford.

- Christensen H, Heggberget TM, Gutleb AC. (2010). Polychlorinated biphenyls and reproductive performance in otters from the Norwegian coast. Arch Environ Contam Toxicol. Nov;59(4):652-60. doi: 10.1007/s00244-010-9510-9.

- Mason CF, Macdonald SM. (1994). PCBs and organochlorine pesticide residues in otters (Lutra lutra) and in otter spraints from SW England and their likely impact on populations. Sci Total Environ. Apr 29;144(1-3):305-12.

[4] Kruuk, H. (2006). Otters: ecology, behaviour and conservation. Oxford University Press, Oxford.

[5] - Kurstjens, G., Beekers, B., Jansman, H., Bekhuis, J., (2009). De terugkeer van de otter in het rivierengebied. Kurstjens, ARK, Alterra.

- CBS, PBL, Wageningen UR (2013). Herintroductie otter, 2002-2012 (indicator 1072, versie 08, 24 april 2013). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

[6] Kurstjens, G., Winter 2010/2011 Gelderse Poort is prima plek voor otters. Rivierenmagazine 24. p4-5

[7] Kamerstuk 29 446, nr. 84

[8] Reintroduction of the otter ( Lutra lutra ) in the Netherlands: did it really meet international guidelines? Van Liere & Van Liere Lutra 2005 48 (2): 131-134

[9] Reintroduction of the otter in the Netherlands: implementation of international guidelines in the pre-release phase an ’t Hof & Van Langevelde/Lutra 2005 48 (2): 135-137

[10] Hof, P. van ‘t & F. van Langevelde 2004. Reintroduction of the otter (Lutra lutra) in the Netherlands meets international guidelines. Lutra 47 (2): 127-132.

[11] Kuiters, A.T., D.R. Lammertsma, H.A.H. Jansman en H.P. Koelewijn, 2011. Status van de Nederlandse otterpopulatie na herintroductie. Kansen voor duurzame instandhouding en risico’s van uitsterven. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2262.

- www.ottersinrivierenland.nl

http://www.telmee.nl/index.php?c=info&mm=spinfo&taxid=8496118&m=chart&scinames=1&year=2008&endyear=2020

- CBS, PBL, Wageningen UR (2013). Herintroductie otter, 2002-2012 (indicator 1072, versie 08, 24 april 2013). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

[12] Algemeen Overleg Biodiversiteit, 15 november 2012

[13] Kamerstuk 28 286, nr. 662

[14] Kamerstuk 29 446, nr. 84