Vragen over het knippen van tanden als maatregel tegen bijterij bij varkens


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het knippen van tanden als maatregel tegen bijterij bij varkens

1. Kent u het artikel ‘Wat te doen bij bijterij[1]’?

2. Kunt u bevestigen dat varkenshouders de tanden van varkens knippen of slijpen om bijten tegen te gaan, zoals uit onderzoek van onderzoekers van de WUR blijkt? Kunt u aangeven om hoeveel varkenshouders dit gaat, volgens dit onderzoek?

3. Kunt u bevestigen dat het knippen of slijpen van tanden van varkens ouder dan 7 dagen wettelijk niet is toegestaan, en dat wanneer bij bijtende varkens deze ingreep wordt toegepast, dit dus een overtreding van het ingrepenbesluit betreft? Zo ja, hoe beoordeelt u dit en welke consequenties verbindt u hieraan? Zo neen, waarom niet?

4. Kunt u uiteenzetten hoe deze situatie zich kan voordoen? Is de nVWA ervan op de hoogte dat het illegaal knippen en slijpen van tanden blijkbaar op grote schaal voorkomt? Zo ja, op welke wijze treedt de nVWA hier tegen op? Zo neen, hoe kan het zijn dat onderzoekers deze informatie wel boven tafel krijgen, en de inspectiedienst niet? Deelt u de mening dat de nVWA hier tegen zou moeten optreden en de overtreders streng zou moeten aanpakken?

5. Op welke wijze controleert de nVWA of er tanden illegaal geknipt of geslepen worden? Hoe vaak wordt hierop gecontroleerd, en welke detectiemethoden worden daarvoor gebruikt?

6. Welke sanctie staat op het illegaal knippen en slijpen van tanden? Hoe vaak is deze sanctie opgelegd in de afgelopen 2 jaar?

7. Welke oorzaken voor bijterij in de varkenshouderij ziet u, en welke oplossingen? Deelt u de mening dat het knippen of slijpen van de tanden een end-of-pipe oplossing is, die bovendien het dier zeer veel leed toebrengt, en dat dit onaanvaardbaar is?

8. Kunt u bevestigen dat er tot op heden nog weinig onderzoek is gedaan naar diervriendelijke maatregelen die genomen kunnen worden bij een uitbraak van bijterij? Bent u bereid dit onderzoek in te stellen op korte termijn? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

9. Bent u bereid een onderzoek in te stellen naar de gesignaleerde misstanden met betrekking tot het tanden knippen en slijpen in de varkenshouderij? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

10. Bent u bereid op korte termijn de handhavinginspanningen van de nVWA op te schroeven met als doel een einde te maken aan het illegaal slijpen of knippen van tanden van varkens? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?


[1] V-focus, nr 5, jg 7, oktober 2010, p. 56-57

Antwoorddatum: 10 nov. 2010

1. Kent u het artikel ‘Wat te doen bij bijterij’? 1)

Ja.

2, 4, 5, 6, 9 en 10.

Kunt u bevestigen dat varkenshouders de tanden van varkens knippen of slijpen om bijten tegen te gaan, zoals uit onderzoek van onderzoekers van Wageningen-UR (WUR) blijkt? Kunt u uiteenzetten om hoeveel varkenshouders het gaat volgens dit onderzoek?

Kunt u uiteenzetten hoe deze situatie zich kan voordoen? Is de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) op de hoogte dat het illegaal knippen en slijpen van tanden blijkbaar op grote schaal voorkomt? Zo ja, op welke wijze treedt de nVWA hiertegen op? Zo nee, hoe kan het dat onderzoekers deze informatie wel boven tafel krijgen en de inspectiedienst niet? Deelt u de mening dat de nVWA hiertegen zou moeten optreden en de overtreders streng zou moeten aanpakken?

Op welke wijze controleert de nVWA of er tanden illegaal geknipt of geslepen worden? Hoe vaak wordt hierop gecontroleerd en welke detectiemethoden worden daarvoor gebruikt?

Welke sanctie staat op het illegaal knippen en slijpen van tanden? Hoe vaak is deze sanctie opgelegd in de afgelopen twee jaar?

Bent u bereid op korte termijn de handhavingsinspanningen van de nVWA op te schroeven met als doel een einde te maken aan het illegaal slijpen of knippen van tanden van varkens? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Bent u bereid een onderzoek in te stellen naar de gesignaleerde misstanden met betrekking tot het knippen en slijpen van tanden in de varkenshouderij? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

De in het artikel genoemde enquête onder varkenshouders maakt onderdeel uit van een groot onderzoek naar het voorkomen van bijterij en het op lange termijn kunnen stoppen met couperen. Dit onderzoek is gestart in 2008 en kent een looptijd van vier jaar en wordt gefinancierd door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Deze enquête heeft plaatsgevonden in 2008, toen het knippen van tanden nog niet verboden was. Het is daarom begrijpelijk dat varkenshouders toen hebben aangegeven dat zij, om bijterij te voorkomen, onder andere tanden knippen danwel vijlen. Waar in het artikel dus gesproken wordt over vijlen van tanden betekent het een preventieve methode die bij biggen voor hun zevende levensdag wordt toegepast om problemen op latere leeftijd te voorkomen.

Deze methode wordt dus niet toegepast bij dieren ouder dan zeven dagen.

Dit staat ook niet als zodanig in het artikel en is ook niet te herleiden uit de antwoorden die zijn gegeven naar aanleiding van de enquête.

Bijterij is een multifactorieel probleem. Als een varkenshouder niet goed weet waarom hij last heeft van bijterij bij bijvoorbeeld de vleesvarkens dan kan hij besluiten om de biggen preventief te behandelen om te voorkomen dat ook deze biggen op latere leeftijd beschadigd worden of andere hokgenoten beschadigen door te scherpe hoektanden.

3. Kunt u bevestigen dat het knippen of slijpen van tanden van varkens ouder dan zeven dagen wettelijk niet is toegestaan en dat wanneer bij bijtende varkens deze ingreep wordt toegepast, dit dus een overtreding van het Ingrepenbesluit betreft? Zo ja, hoe beoordeelt u dit en welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

Sinds 1 januari 2009 is het knippen van hoektanden verboden. Slijpen ofwel vijlen mag nog wel indien blijkt dat bij zeugen kwetsuren ontstaan door zogende biggen of indien zich op het bedrijf bij oudere varkens verwondingen voordoen aan staart of oren door bijterij. De biggen mogen dan niet ouder zijn dan zeven dagen.

Bij overtreding van dit verbod wordt hiertegen opgetreden.

7 en 8. Welke oorzaken voor bijterij in de varkenshouderij ziet u en welke oplossingen? Deelt u de mening dat het knippen of slijpen van de tanden “een end-of-pipe”-oplossing is, die bovendien het dier zeer veel leed toebrengt, en dat dit onaanvaardbaar is?

Kunt u bevestigen dat er tot op heden weinig onderzoek is gedaan naar diervriendelijke maatregelen die genomen kunnen worden bij een uitbraak van bijterij? Bent u bereid dit onderzoek in te stellen op korte termijn? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Bijterij bij varkens is een multifactorieel probleem en is bedrijfsspecifiek. Dat wil zeggen dat er meerdere oorzaken aan een bijterij-uitbraak ten grondslag kunnen liggen en dat het van bedrijf tot bedrijf kan verschillen of en zo ja door welke oorzaak men er last van heeft. Het vijlen van tanden en het couperen van staarten zijn symptoombestrijdende maatregelen die nu nog nodig zijn om erger leed te voorkomen.

Sinds begin 2008 wordt er uitgebreid onderzoek gedaan in het project “Verantwoord omgaan met staarten” uitgevoerd door Wageningen UR en gefinancierd door het ministerie van LNV, thans Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. In dit project wordt ten algemene gezocht naar de oorzaken van bijterij, naar methoden die een uitbraak de kop in kunnen drukken, dan wel kunnen voorkomen en meer specifiek worden bedrijven begeleid om kritische factoren te ontdekken die bijterij veroorzaken. Dit onderzoek levert belangrijke informatie voor varkenshouders om zelf aan de slag te gaan met het voorkomen van bijterij zodat op termijn symptoombestrijdende maatregelen zoals het vijlen van tanden en het couperen van staarten, die nu nog nodig zijn om erger leed te voorkomen, achterwege gelaten kunnen worden.

Dit onderzoekstraject kent een looptijd van vier jaar. Eind 2011 zullen de resultaten van dit onderzoek beschikbaar zijn.


DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE,

dr. Henk Bleker