Vragen over de ophok­plicht en de dreigende vogel­griep


Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de ophokplicht en de dreigende vogelgriep.

  1. Kunt u uiteenzetten hoe het gesteld is met dierenwelzijn nu alle pluimveebedrijven in Nederland moeten voldoen aan de ophokverplichting die u heeft ingesteld?
  2. Deelt u de constatering dat hoge aantallen dieren die dicht op elkaar leven snelle verspreiding van vogelgriep in de hand werkt?
  3. Bent u met mij van mening dat het gevaar van zoönosen, de van dier op mens overdraagbare en in potentie levensgevaarlijke virussen, vergroot wordt nu mensen dichtbij de veehouderijbedrijven wonen en vindt u dit een verantwoord risico?
  4. Kunt u verklaren waarom er sinds de ‘Dit-nooit-meer’-vogelgriepcrisis van 2003 de structuur van de pluimveehouderij niet grondig op de schop genomen is en de dieraantallen in de pluimveesector sindsdien alleen maar toegenomen zijn? Kunt u deze toename kwantificeren en daarbij ingaan op het aantal dieren per stal?
  5. Op welke wijze gaat u voorkomen dat vogelgriepuitbraken in de toekomst zullen ontstaan en een bedreiging vormen voor de dieren en de volksgezondheid?
  6. Gaat u als extra maatregel ook een verbod instellen om in het wild levende dieren te vangen of te doden, gezien het feit dat de jacht verspreiding van virussen in de hand werkt?