Vragen over de Natuur­be­scher­mings­wet­ver­gun­ning­ver­lening in Drenthe


Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de Natuurbeschermingswetvergunningverlening in Drenthe

1. Kunt u bevestigen dat de provincie Drenthe 235 Natuurbeschermingswetvergunningen heeft afgegeven in 2013 [1] ?

2. Hoeveel van deze vergunningen zijn reeds getoetst door de rechter?

3. Hoe kunt u verklaren dat voordat de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in de kamer behandeld is de (ontwikkelings-)ruimte die dat zou moeten opleveren in Drenthe mogelijk al is opgebruikt?

4. Wat gebeurt er met de prioritaire projecten (de projecten die u met voorrang gebruik wilde laten maken van de gefantaseerde daling van de stikstofdepositie, zoals het plankgasplannetje van de Minister van Infrastructuur en milieu) als de nu vergeven ruimte al meer is dan de ontwikkelingsruimte?

5. Wat vindt u van de uitspraak van de provincie Drenthe “We weten bijna zeker dat de kraan te ver open staat en dat er teveel NB-wetvergunningen worden verleend,…”? [2]

6. Deelt u de mening dat de provincie hiermee blijk geeft van een zeer lakse uitvoering van de Nbwet? Zo ja, hoe beoordeelt u dat en wat gaat u eraan doen?

7. Wie gaat er voor opdraaien als provincies te scheutig zijn geweest met vervuiling toestaan en de instandhoudingsdoelen alleen kunnen worden gehaald door bedrijven uit te kopen? Kunt u uitsluiten dat belastinggeld uit het natuurbudget gebruikt moet worden om deze schade te herstellen?

8. Hoeveel mol stikstof per jaar komt er neer op het Dwingelderveld en wat is de kritische depositiewaarde, de waarde die niet overschreden mag worden voor het duurzaam in stand houden van de natuur? Hoe is het mogelijk dat er toch 43 natuurbeschermingswetvergunningen worden verstrekt?

9. Is de benadering van de provincie Drenthe in de Beleidsregel Groenmanifest 2012 in overeenstemmingen met de habitatrichtlijn?

10. In hoeverre wijkt de PAS af van het op de PAS geïnspireerde Groenmanifest en geeft de PAS dezelfde problemen zoals dat er teveel vergunningen worden verleend?

11. Bent u bereid tot spoedige beantwoording opdat de Kamer uw reactie kan betrekken bij de plenaire behandeling van de Wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 (programmatische aanpak stikstof)?

[1] http://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=152872

[2] http://www.provincie.drenthe.nl/@105351/veelgestelde-vragen/

Antwoorddatum: 26 nov. 2013

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over de Natuurbeschermingswetvergunningverlening in Drenthe.

1. Kunt u bevestigen dat de provincie Drenthe 235 natuurbeschermingswet­vergunningen heeft afgegeven in 2013? [1]

Antwoord: Ik heb geïnformeerd bij Gedeputeerde Munniksma van de provincie Drenthe en hij heeft mij laten weten dat van 1 januari 2013 tot 1 oktober 2013 de provincie in totaal 214 Natuurbeschermingswetvergunningen heeft afgegeven, waarvan er 171 zijn gebaseerd op het Groenmanifest Drenthe.

2. Hoeveel van deze vergunningen zijn al getoetst door de rechter?

Antwoord: Gedeputeerde Munniksma heeft mij laten weten dat geen van de bij vraag 1 genoemde vergunningen is getoetst door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

3. Hoe verklaart u dat voordat de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in de Kamer behandeld is, de (ontwikkelings-)ruimte die dat zou moeten opleveren in Drenthe mogelijk al is opgebruikt?

Antwoord: Het Groenmanifest Drenthe is bedoeld als tijdelijke beleidsregel in afwachting op inwerkingtreding van de PAS. Net als de PAS is het Groenmanifest gebaseerd op dalende stikstofdeposities, waardoor ontwikkelingsmogelijkheden kunnen worden geboden aan veehouderijen. Het Groenmanifest noemt expliciet het hand-aan-de kraan-principe als mogelijkheid om in te grijpen als cumulatie van de verleende vergunningen leidt tot een ongewenste toename van depositie op gebiedsniveau. Naar aanleiding van het grote aantal vergunningaanvragen heeft provincie Drenthe besloten een pas op de plaats te maken en het Groenmanifest tot 1 februari 2014 op te schorten.

4. Wat gebeurt er met de prioritaire projecten (de projecten die u met voorrang gebruik wilde laten maken van de gefantaseerde daling van de stikstofdepositie, zoals het plankgasplannetje van de minister van Infrastructuur en Milieu) als de nu vergeven ruimte al meer is dan de ontwikkelingsruimte?

Antwoord: Kortheidshalve verwijs ik naar de antwoorden van uw eerdere vragen, zie Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr. 158. Ik herhaal hier mijn antwoord op uw vraag 3: “De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is gebaseerd op stikstofreductie in combinatie met herstelmaatregelen in de natuur. Bij de vaststelling van het conceptprogramma PAS zal dit worden onderbouwd met de berekeningen op basis van het rekeninstrument AERIUS. Dan wordt duidelijk aan welke economische activiteiten de PAS ruimte zal bieden.

5. Wat vindt u van de uitspraak van de provincie Drenthe “We weten bijna zeker dat de kraan te ver open staat en dat er teveel NB-wet vergunningen worden verleend”. [2]

Antwoord: Ik treed niet in de bevoegdheid van de Gedeputeerde Staten van Drenthe, maar ik vind het een goed teken dat Gedeputeerde Staten na overleg met hun Groenmanifest-partners hebben besloten tot opschorting van de toepassing van het Groenmanifest.

6. Deelt u de mening dat de provincie hiermee blijk geeft van een zeer lakse uitvoering van de Natuurbeschermingswet (NB-wet)? Zo ja, hoe beoordeelt u dat en wat gaat u eraan doen?

Antwoord: Nee.

7. Wie gaat er voor opdraaien als provincies te scheutig zijn geweest met het toestaan van vervuiling en de instandhoudingsdoelen alleen kunnen worden gehaald door bedrijven uit te kopen? Kunt u uitsluiten dat belastinggeld uit het natuurbudget gebruikt moet worden om deze schade te herstellen?

Antwoord: U loopt met uw vragen vooruit op de cijfers van het rekeninstrument AERIUS, die als onderbouwing gaan dienen voor het conceptprogramma PAS. U loopt met uw vragen eveneens vooruit op de bepaling van de ontwikkelingsruimte per Natura 2000-gebied en de verdeling daarvan. Het uitkopen van bedrijven is daarbij ultimum remedium.

8. Hoeveel mol stikstof per jaar komt er neer op het Dwingelderveld en wat is de kritische depositiewaarde, de waarde die niet overschreden mag worden voor het duurzaam in stand houden van de natuur? Hoe is het mogelijk dat er toch 43 natuurbeschermingswetvergunningen worden verstrekt?

Antwoord: De kritische depositiewaarde van de meest voor stikstof gevoelige habitattypen in het Dwingelderveld is 500 mol; dat betreft H7110A (Actief hoogveen) en H7120ah (Aangetast hoogveen waar natuurlijke regeneratie nog mogelijk is). Zoals voor vrijwel heel Nederland geldt, is ook in het grootste gedeelte van Drenthe de achtergronddepositie te hoog; dat is ook het geval voor het Dwingelderveld. De totale gemiddelde depositie op het Dwingelderveld veroorzaakt door alle verleende Groenmanifest-vergunningen samen, bedraagt circa 55 mol/ha/jaar.

De 43 Natuurbeschermingswetvergunningen zijn door de provincie Drenthe verleend, aangezien de aanvragen voldeden aan de voorwaarden van het Groenmanifest. Dit betekent dat ook met de geringe toename van de uitstoot van de vergunde veehouderijen de komende decennia nog steeds sprake is van een dalende stikstofdepositie wegens de dalende achtergronddepositie komende jaren.

9. Is de benadering van de provincie Drenthe in de Beleidsregel Groenmanifest 2012 in overeenstemming met de habitatrichtlijn?

Antwoord: Het vaststellen van de beleidsregel is een bevoegdheid van de provincie Drenthe. Ik ga ervan uit dat provincie Drenthe bij het opstellen van het manifest heeft beoordeeld of de benadering past binnen de kaders van de Natuurbeschermings­wet 1998 en de Habitatrichtlijn.

10. In hoeverre wijkt de PAS af van het op de PAS geïnspireerde Groenmanifest en geeft de PAS dezelfde problemen zoals het probleem dat er teveel vergunningen worden verleend?

Antwoord: Zowel het Groenmanifest als de PAS hanteren het hand aan de kraan-principe, waarmee voorkomen wordt dat er teveel vergunningen worden verstrekt. Onder de PAS kunnen er niet meer vergunningen verleend worden dan er ontwikkelings­ruimte beschikbaar is.

Kracht van de PAS is verder dat het een landelijke programma is met een integrale aanpak, waarbij niet alleen gestuurd wordt op daling van de stikstofdepositie, maar ook op het veerkrachtiger maken van de natuur en de natuur daarmee bestendiger maken tegen stikstofdepositie door het treffen van ecologische herstelmaatregelen.

11. Bent u bereid tot spoedige beantwoording opdat de Kamer uw reactie kan betrekken bij de plenaire behandeling van de Wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 (programmatische aanpak stikstof)?

Antwoord: Ja.

(w.g.) Sharon A.M. Dijksma

Staatssecretaris van Economische Zaken

[1] http://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=152872

[2] http://www.provincie.drenthe.nl/@105351/veelgestelde-vragen