Vragen over de invloed van de fossiele industrie op de inhoud van het onderwijs

Vragen van het lid Van Raan (Partij voor de Dieren) aan de minister van OCW over de invloed van de fossiele industrie op de inhoud van het onderwijs

  1. Kent u het bericht ‘nascholing voor docenten door Shell’? [1]
  2. Deelt u de mening dat bij nascholingen zoals deze het risico bestaat dat de fossiele bedrijfsbelangen van Shell doorsijpelen naar de inhoud van het onderwijs? Zo nee, waarom niet?
  3. Kent u het bericht “Gaat de duurzaamheidslobby in het klaslokaal te ver?” in Trouw? [2]
  4. Deelt u de in het artikel geuite zorgen over de invloed van de fossiele industrie op het onderwijs? Zo nee, waarom niet?
  5. Deelt u de mening dat lesstof in het algemeen geen achterhaalde informatie zou mogen bevatten?
  6. Deelt u de mening dat stellingen als "Het lijkt erop alsof het steeds warmer wordt. Sommige wetenschappers denken dat het de schuld is van de mensen" geen recht doen aan de urgentie van- en wetenschappelijke consensus over het klimaatprobleem anno 2018? Zo nee, waarom niet?
  7. Deelt u de mening dat bedrijven met belangen die schadelijk zijn voor kinderen geen invloed zouden mogen hebben op de inhoud van het onderwijs en de curriculumherziening? Zo nee, waarom niet?
  8. Deelt u de mening dat de belangen van de fossiele industrie, evenals die van de tabaksindustrie en de fastfoodindustrie, tegengesteld zijn aan de belangen van kinderen, zijnde een duurzaam leefbare aarde? Zo nee, waarom niet?
  9. Deelt u de mening dat het onderwijs vrij zou moeten blijven van door het fossiele bedrijfsleven ingestoken lespakketten, zoals Shell’s met een lobbyprijs bekroonde kinderfestival Generation Discover, de door NAM gesponsorde lesopdracht te zoeken naar geschikte boorlocaties of de deels door Shell, NAM, Gasunie, NOGEPA en Schiphol aangeleverde inhoud van de Bosatlas van de energie? [3][4][5][6][7] Zo nee, waarom niet?
  10. Kunt u een zo uitputtend mogelijk overzicht verschaffen van de bedrijven en hun vertegenwoordigers die, bijvoorbeeld in het Techniekpact 2020, Curriculum.nu of via overige routes meepraten over of invloed uitoefenen op de inhoud van het techniekonderwijs, zowel in het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs?
  11. Bent u bereid om de opstellers van de nog komende voortgangsrapportages van het Techniekpact 2020 te vragen extra aandacht te besteden aan het reële risico dat de invloed van fossiele bedrijven groter wordt dan redelijker wijs wenselijk kan worden geacht vanuit het oogpunt van een duurzame toekomst? Zo nee, waarom niet?
  12. Bent u bereid om schooldirecties, leraren, leerlingen, ouders en/of ontwikkelaars en uitgevers van lesmateriaal te waarschuwen voor verstopte belangen van de fossiele industrie in door het bedrijfsleven aangeleverde lesmaterialen? Zo nee, waarom niet? En zo nee, bij deze nog eens onze waarschuwing.

 

[1] http://fossielvrijonderwijs.nl/2018/03/10/nascholing-docenten-shell/
[2] https://www.trouw.nl/groen/gaat-de-duurzaamheidslobby-in-het-klaslokaal-te-ver-~ae4a0caf/
[3] https://www.fossielvrijdenhaag.nl/generation-discover-shell-lobby
[4] https://decorrespondent.nl/7409/zo-beinvloeden-olie-en-gasbedrijven-het-nederlandse-onderwijs/787048149349-e904ca68
[5] https://decorrespondent.nl/7413/willen-we-dat-kinderen-les-krijgen-van-gasbedrijven-over-energie-en-klimaat/787473063993-e4cb458f
[6] https://www.nam.nl/gas-en-oliewinning/locaties-en-activiteiten.html#iframe=L21hcHMvZGVmYXVsdC8=
[7] http://fossielvrijonderwijs.nl/2018/03/09/noordhoff-eerder-vuur-vanwege-bosatlas-energie/

 

Antwoorden

Vraag 1

Bent u bekend met de uitspraak van de Reclame Code Commissie dat de NAM aardgas niet meer «schoon» mag noemen?

Antwoord

Ja.

 

Vraag 2

Zijn er volgens u risico’s verbonden aan de banden tussen de onderwijsinstel-lingen en de fossiele-brandstoffen-industrie? Zo ja, welke? Zo nee, waar maakt u dat uit op?

Antwoord

De vrijheid van onderwijs in ons land impliceert dat onderwijsinstellingen zelf kunnen bepalen hoe zij het onderwijs inrichten. De onderwijsinstelling is verantwoordelijk voor de keuzes over de inrichting van het onderwijs en voor de kwaliteit van het onderwijs. Omdat praktijkstages onderdeel zijn van de opleidingen in het (voorbereidend) beroepsonderwijs, onderhouden instellingen in deze onderwijssectoren banden met verschillende bedrijfstak-ken. Het bedrijfsleven levert in deze sectoren een onmisbare en waardevolle bijdrage aan het onderwijs. In andere onderwijssectoren is er een minder directe relatie tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. Wel komt het voor – bijvoorbeeld in het kader van het Techniekpact – dat bedrijven en het onderwijs samenwerken om het lesaanbod voor leerlingen te verrijken en van relevante praktische context te voorzien. In alle gevallen geldt echter dat scholen en andere onderwijsinstellingen zelf verantwoordelijk zijn voor het maken van afwegingen over het onderhouden van dergelijke banden met het bedrijfsleven en over het gebruik van lesmateriaal dat wordt aangeboden vanuit het bedrijfsleven of maatschappelijke organisaties. Zij maken dus daarmee ook zelf een inschatting van eventuele risico’s die hieraan zijn verbonden.

 

Vraag 3

Vindt u dat het convenant «Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring» kinderen voldoende beschermt tegen deze risico’s?

Antwoord

Ja. Voor de ondertekenaars van het convenant is een van de uitgangspunten dat samenwerking tussen scholen en bedrijven ten goede komt aan het leer- en ontwikkelingsproces van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Zij achten het wenselijk dat voor bedrijven hun maatschappelijke betrokken-heid vooropstaat als zij scholen sponsoren. Vanuit het bedrijfsleven is het convenant ondertekend door de Vereniging VNO-NCW, MKB-Nederland en de Groep Educatieve Uitgeverijen. Zie ook het antwoord op vraag 2.

 

Vraag 4

Waaruit blijkt dat dit convenant niet vrijblijvend is, als het gaat om sancties bij het niet nakomen van het convenant?

Antwoord

De medezeggenschapsraad van de school moet instemmen met het sponsorbeleid en de afspraken met sponsors. De aanpak behoort in overeen-stemming te zijn met de afspraken in het convenant. Als er vragen zijn over het sponsorbeleid van de school, kunnen ouders, leerlingen of leraren met hun vragen terecht bij de schoolleiding, het bevoegd gezag of hun vertegen-woordigers in de medezeggenschapsraad. Met klachten over sponsoring kunnen zij naar de klachtencommissie van de school. Klachten over reclame-uitingen kunnen worden voorgelegd aan de Reclame Code Commissie.

 

Vraag 5

Bent u bekend met onderstaande voorbeelden van tendentieuze en mislei-dende (voorbeeld 1, 2 en 3) of bagatelliserende (voorbeeld 4) informatie uit de lespakketten samengesteld door fossiele bedrijven voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs?

Antwoord

Wij hebben kennisgenomen van de voorbeelden die u heeft aangedragen. Het is ons niet bekend in hoeverre deze lesmaterialen ook daadwerkelijk worden gebruikt. Zie ook het antwoord op vraag 25.

 

Vraag 6

Deelt u de mening dat bovenstaande voorbeelden in strijd zijn met het convenant? Zo, nee, kunt u aangeven per voorbeeld waarom dat niet het geval is?

Antwoord

Het is niet aan ons om te beoordelen of lesmateriaal in strijd is met het convenant. Deze taken en verantwoordelijkheden zijn – conform het conve-nant, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra – bij andere partijen belegd. Zie ook het antwoord op vraag 2, 4, 5 en 25.

 

Vraag 7

Bent u bereid de opzet van de integrale evaluatie in 2018 van het convenant op een vroeg genoeg tijdstip naar de Kamer te sturen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De ondertekenaars van het convenant hebben afgesproken de werking van het convenant in 2018 te evalueren. Betrokken partijen bepalen dan gezamen-lijk hoe deze evaluatie zal worden opgezet. Na uitvoering van het onderzoek zullen wij de uitkomsten aan uw Kamer doen toekomen. De komende tijd zal in de digitale nieuwsbrieven van OCW voor het primair en voortgezet onderwijs nog eens aandacht worden gevraagd voor de afspraken in het convenant «Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring» en de digitale brochure «Spelregels sponsoring op scholen».

 

Vraag 8

Heeft u een overzicht van alle klachten van ouders en leerlingen die binnenkomen over het lesmateriaal door bedrijven? Zo ja, kunt u die ons doen toekomen. Zo nee, bent u bereid om een centraal meldpunt in te stellen voor klachten over bedrijven op scholen?

Antwoord

Nee. Mochten ouders of leerlingen klachten hebben over lesmateriaal dat afkomstig is van bedrijven, dan kunnen zij hierover het gesprek aangaan met de school. Omdat de verantwoordelijkheid voor de inrichting van het onderwijsproces en de keuze van lesmaterialen is belegd bij het bevoegd gezag, is het niet aan de overheid om de kwaliteit van dit lesmateriaal te beoordelen. Ouders, leerlingen of leraren hebben de mogelijkheid om bij de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) melding te maken van klachten over een school of onderwijsinstelling. De inspectie kan deze meldingen dan als signaal betrekken in haar toezicht. De inspectie heeft echter geen signalen of klachten ontvangen over de inhoud van lesmaterialen of lespakketten die scholen ontvangen vanuit het bedrijfsleven, of over het sponsorbeleid van scholen in het primair en voortgezet onderwijs. Zie ook het antwoord op vraag 4.

 

Vraag 9

Bent u van mening dat de Reclame Code nog actueel is, aangezien bedrijven steeds zoeken naar nieuwe vormen van reclame, waaronder «public-engagement» en gesponsorde evenementen? Zo nee, bent u bereid de code aan te scherpen?

Antwoord

Volgens de Milieu Reclame Code (MRC) mogen milieuclaims geen mededelin-gen, afbeeldingen of suggesties bevatten waardoor de consument misleid kan worden over milieuaspecten van de aangeprezen producten. Wij stellen vast dat deze MRC zodanig is geformuleerd, dat ook nieuwe(re) vormen van reclame daaronder vallen. Zo bepaalt artikel 3 van de MRC dat milieuclaims aantoonbaar juist dienen te zijn. Naarmate de milieuclaims absoluter zijn geformuleerd, worden er zwaardere eisen aan het bewijsmateriaal gesteld. De wijze waarop een dergelijke claim wordt gecommuniceerd doet daarbij niet ter zake. Overigens heeft de Reclame Code Commissie over de in vraag 5 aangehaalde leermiddelen – of andere lesmaterialen – geen klachten ontvangen.

 

Vraag 10

Deelt u de mening dat op het moment dat de huidige generatie kinderen in het primair en voortgezet onderwijs als volwassen generatie werkzaam is, het gebruik van fossiele brandstoffen in hoge mate teruggedrongen zal moeten zijn? Waarom niet?

Antwoord

Ja, die mening delen wij. Nederland is ondertekenaar van het klimaatakkoord van Parijs. De klimaatambities die hierin zijn afgesproken betekenen dat het gebruik in fossiele brandstoffen in 2050 in hoge mate terugdrongen moeten zijn.

 

Vraag 11

Kunt u een reflectie geven op het gegeven dat bedrijven, met een product dat niet meer nodig zou moeten zijn op het moment dat deze kinderen volwassen zijn, scholen gebruiken om maatschappelijk draagvlak te verwerven met de bedoeling dat hun product langer wordt geaccepteerd en gebruikt?

Antwoord

Wij herkennen ons niet in het beeld dat bedrijven scholen gebruiken om draagvlak te verwerven voor hun producten of activiteiten. Zie verder het antwoord op vraag 2.

 

Vraag 12

Onder welke voorwaarden vindt u het wenselijk dat bedrijven via onderwijs draagvlak creëren voor hun activiteiten?

Antwoord

Wij achten het zinvol dat bedrijven schetsen welke arbeidsmarktperspectieven er zijn voor leerlingen en studenten, en laten zien welke technische toepassin-gen mogelijk zijn, om op die manier kinderen te enthousiasmeren om hun talent op school te ontwikkelen voor bepaalde vaardigheden, studierichtingen en beroepen. Zie ook het antwoord op vraag 11.

 

Vraag 13

Onder welke regelgeving (buiten het convenant) valt het als bedrijven meepraten over het curriculum op scholen of op uitnodiging van het Rijk les geven op scholen?

Antwoord

Scholen maken zelf de afweging of zij bedrijven bij hun lesprogramma willen betrekken. De rijksoverheid verstrekt hier geen uitnodigingen toe. Binnen de lopende curriculumherziening in het primair en voortgezet onderwijs wordt het bedrijfsleven betrokken, omdat zij zicht hebben op de kennis en vaardig-heden die nodig zijn voor de arbeidsmarkt van nu en de toekomst (zie ook het antwoord op vraag 20).

 

Vraag 14

Erkent u dat bedrijven die veelvuldig in aanraking zijn gekomen met justitie en deels veroordeeld, geen voorbeeldfunctie kunnen vormen voor beïnvloed-bare kinderen? Waarom zouden ze dat wel zijn?

Antwoord

Het is denkbaar dat mensen en bedrijven die in aanraking zijn gekomen met justitie en die zijn gestraft voor één of meerdere overtredingen, vervolgens toch een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het onderwijs. Ook in een dergelijk geval maakt het schoolbestuur de afweging om al dan niet gebruik te maken van de inzet van deze personen of bedrijven.

 

Vraag 15

Bent u bekend met het onderzoek «A pipeline of Ideas» over de invloed van de fossiele industrie op de Rotterdam School of Management?

Antwoord

Ja. Graag maken wij u attent op de Kamerbrief van 16 juni jongstleden naar aanleiding van de studie van Changerism «A pipeline of Ideas». Zie ook het antwoord bij vraag 16.

 

Vraag 16

Deelt u de uitkomst van het onderzoek dat de fossiele industrie aanzienlijke en aantoonbare invloed heeft op onderdelen van het onderwijs zoals gegeven aan de Rotterdam School of Management? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

In de Kamerbrief van 16 juni jongstleden is aangegeven dat universiteiten in het kader van de academische vrijheid de verantwoordelijkheid hebben voor kritisch en onafhankelijk onderwijs. Het meedenken over de inhoud van het onderwijs om beter zicht te krijgen op wat een student moet kennen voor en kunnen op de arbeidsmarkt is positief, het sturen in het curriculum niet. Het is de verantwoordelijkheid van de instelling om de inhoud van het onderwijs vast te stellen en om het curriculum te bepalen. Uiteraard met betrokkenheid van docenten en studenten. Ook het afnemend veld dient betrokken te worden, maar zonder een beslissende invloed. In bovengenoemde brief is verder aangegeven dat de Erasmus Universiteit Rotterdam een onafhankelijke commissie heeft ingesteld om de aantijgingen in de studie van Changerism te onderzoeken. Zolang de uitkomsten van het onderzoek van de onafhankelijk commissie niet bekend zijn, is het niet gepast om inhoudelijke uitspraken te doen.

 

Vraag 17

Vindt u het wenselijk dat de olie- en gasindustrie lespakketten aanbiedt via gastdocenten, waarin (jonge) leerlingen/studenten worden aangemoedigd om worden om te gaan werken in die delen van de olie- en gasindustrie die zich bezighouden met het huidige onhoudbare verdienmodel van die industrie (bijvoorbeeld Shell, die meer dan 99% investeert in fossiele energie)?

Antwoord

Gezien de ondertekening van het klimaatakkoord van Parijs ligt het in de rede dat bedrijven in de fossiele brandstoffenindustrie een omslag gaan maken naar hernieuwbare energiebronnen. Tegelijkertijd zullen fossiele brandstoffen in de komende decennia nog onderdeel uitmaken van de mondiale energie-mix, en zullen er geschoolde werknemers nodig zijn die dit werk kunnen en willen doen, liefst op een wijze die het klimaat zo weinig mogelijk belast.

 

Vraag 18

Bent u bereid om fossiele bedrijven (of andere bedrijven met een belang dat tegengesteld is aan het belang van leerlingen/studenten) te weren van scholen? Waarom niet?

Antwoord 18

Nee. Onderwijsinstellingen dragen de verantwoordelijkheid om, in overleg met hun medezeggenschapsorganen, te bepalen welke personen en organisaties een bijdrage leveren aan het onderwijs. Zie ook het antwoord opvraag 17.

 

Vraag 19

Bent u ervan op de hoogte dat het Generation Discover Festival van Shell, gericht op klassen in de bovenbouw van de basisschool, een Europese prijs heeft gewonnen voor beste lobby-evenement?

Antwoord

Naar wij hebben begrepen heeft het Generation Discover Festival een prijs gewonnen voor het evenement van het jaar van de European Excellence Award for Public Affairs 2017. Deze prijs is toegekend voor het wekken van interesse van jongeren voor de hedendaagse uitdagingen op het gebied van wetenschap en innovatie.

 

Vraag 20

Op welke manier zijn bedrijven betrokken bij de curriculumherziening van het basisonderwijs? Om welke bedrijven gaat het? Kunt u in uw antwoord speciaal aandacht geven aan bedrijven in de fossiele industrie?

Antwoord

In de maatschappelijke discussie over een integrale curriculumherziening hebben bedrijven hun inbreng gegeven, zoals vele andere organisaties deze gelegenheid hebben benut. Tijdens de verdiepingsfase hebben enkele vertegenwoordigers van het bedrijfsleven ook aangegeven welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben. Zo is er vanuit het Havenbedrijf Rotterdam aandacht gevraagd voor duurzaamheid en vanuit Shell voor vaardigheden als omgang met veranderingen. In de aanstaande ontwik-kelfase hebben leraren, schoolleiders en scholen voor het primair en voortgezet onderwijs een primaire rol in de curriculumontwikkeling. Het bedrijfsleven is indirect betrokken: het staat hen vrij om in deze fase input te leveren, net als andere organisaties.

 

Vraag 21

Wat heeft de overheid sinds het afsluiten van het Innovatiecontract gas in 2012 ondernomen en/of gestimuleerd om het draagvlak voor gas te vergroten via het (basis)onderwijs?

Antwoord

Er zijn sindsdien geen activiteiten door de rijksoverheid ondernomen om het draagvlak voor gas te vergroten via het (basis-)onderwijs.

 

Vraag 22

Vindt u dat binnen TechniekPact bedrijven die sponsoren herkenbaar moeten zijn aan hun merknaam en logo? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee. Bij het Techniekpact is geen sprake van sponsoring. Bij sponsoring geeft een sponsor geld, goederen of diensten aan een school in ruil voor een tegenprestatie. Het Techniekpact is gericht op het realiseren van de gezamen-lijke ambitie om de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in de technieksector te verbeteren en daarmee het tekort aan technisch personeel terug te dringen. Alle partijen dragen hier vanuit hun eigen rol aan bij. Daarbij zijn er geen afspraken gemaakt over het leveren van tegenprestatie of diensten.

 

Vraag 23

Valt het TechniekPact onder het convenant «Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring»? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee, zie het antwoord op vraag 22.

 

Vraag 24

Vindt u dat de overheid een rol heeft om de (afnemende) steun voor fossiele brandstoffen via het onderwijs te op peil te houden?

Antwoord

Nee.

 

Vraag 25

Ziet u een rol voor de overheid om de maatschappelijke steun voor gas verder te verkleinen? Bent u, gezien het omstreden zijn van aardgas, bereid om te verbieden dat leerlingen onderwijs krijgen, waarin gas wordt gepro-moot als oplossing voor de klimaatcrisis. Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Wij vinden het belangrijk dat leerlingen en studenten het best mogelijke onderwijs krijgen, ondersteund door leermiddelen die de bekende feiten juist weergeven. Zie hiertoe ook het antwoord op vraag 2.

 

Vraag 26

Bent u bereid om een zwarte lijst op te stellen van sectoren die niet welkom zijn op (basis)scholen, omdat ze schadelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid van kinderen, nu of in hun volwassen leven (tabak staat al op die lijst)? Bent u bereid om daar de fossiele sector aan toe te voegen?

Antwoord

Een zwarte lijst van sectoren die niet welkom zijn op (basis)scholen is niet aan de orde. In het convenant «Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring» is onder meer afgesproken dat sponsoring de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van het onderwijs, de scholen en de daarbij betrokkenen niet in gevaar mag brengen (artikel 4). Ook mag in lesmateriaal en leermiddelen geen (impliciete) reclame voorkomen en mag daarin geen sprake zijn van onvolledige of subjectieve informatie. Het materiaal mag leerlingen niet stimuleren tot een ongezonde leefstijl of gevaarlijke activiteiten (artikel 5). In de Tabaks- en rookwarenwet is geregeld dat geen tabak of tabaksartikelen verkocht mogen worden aan jongeren onder de 18 jaar.

 

Vraag 27

Erkent u dat het huidige belang van de fossiele industrie, het zo lang mogelijk doorgaan, niet in het huidige belang is van (de meeste leden) van de nieuwe generatie, namelijk het zo snel mogelijk stoppen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 17. Mondiaal zijn afspraken gemaakt over de reductie van CO2-emissies, dit is een gegeven. Het is in het belang van alle Nederlanders dat deze afspraken op een goede manier worden ingevuld om het klimaatprobleem het hoofd te bieden.